Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2026:2171
2026-08-05
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/725 hersteluitspraak
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- Inachtnemingherstelarrest ECLI:NL:GHSHE:2026:2171 → ECLI:NL:GHSHE:2026:1724
Inhoudsindicatie
Hersteluitspraak, ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1724.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:1449 Hoge Raad 06-12-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.906 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/725
Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, nummer 23/725, op het hoger beroep van:
[belanghebbende] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 april 2023, nummer BRE 21/656, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,
hierna: de heffingsambtenaar,
en
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),
hierna: de minister.
1Overwegingen voor herstel
1.1.
Het hof heeft in deze zaak op 1 juli 2026 een uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak). Nadien heeft het hof ambtshalve geconstateerd dat de uitspraak een fout bevat.
1.2.
Aan het slot van de uitspraak is het volgende vermeld:
‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’
1.3.
Achter de zin ‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op’ had ‘1 juli 2026’ moeten staan.
1.4.
Herstel van deze fout brengt mee dat het slot van de uitspraak als volgt komt te luiden:
‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026
en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’
2Beslissing
Het hof:
herstelt de uitspraak van 1 juli 2026, nummer 23/725, op de hiervoor in onderdeel 1.4 vermelde wijze.
Deze hersteluitspraak is gedaan door M.E. Smorenburg, voorzitter, B.J. Rubbens en P.J. Wattel, in tegenwoordigheid van J.H.M. van Ooijen, als griffier.
Deze hersteluitspraak is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.
De uitspraak is alleen door de voorzitter ondertekend aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen.
De griffier, De voorzitter,
J.H.M. van Ooijen M.E. Smorenburg
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of een ander rechtsmiddel open.
Artikel 8:77, lid 1, letter e, Algemene wet bestuursrecht.
Hoge Raad 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449.
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/725
Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, nummer 23/725, op het hoger beroep van:
[belanghebbende] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 april 2023, nummer BRE 21/656, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,
hierna: de heffingsambtenaar,
en
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),
hierna: de minister.
1Overwegingen voor herstel
1.1.
Het hof heeft in deze zaak op 1 juli 2026 een uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak). Nadien heeft het hof ambtshalve geconstateerd dat de uitspraak een fout bevat.
1.2.
Aan het slot van de uitspraak is het volgende vermeld:
‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’
1.3.
Achter de zin ‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op’ had ‘1 juli 2026’ moeten staan.
1.4.
Herstel van deze fout brengt mee dat het slot van de uitspraak als volgt komt te luiden:
‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026
en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’
2Beslissing
Het hof:
herstelt de uitspraak van 1 juli 2026, nummer 23/725, op de hiervoor in onderdeel 1.4 vermelde wijze.
Deze hersteluitspraak is gedaan door M.E. Smorenburg, voorzitter, B.J. Rubbens en P.J. Wattel, in tegenwoordigheid van J.H.M. van Ooijen, als griffier.
Deze hersteluitspraak is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.
De uitspraak is alleen door de voorzitter ondertekend aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen.
De griffier, De voorzitter,
J.H.M. van Ooijen M.E. Smorenburg
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of een ander rechtsmiddel open.
Artikel 8:77, lid 1, letter e, Algemene wet bestuursrecht.
Hoge Raad 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449.