Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2025:417
2025-02-18
Civiel recht
200.347.722/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2025:417 → ECLI:NL:RBOBR:2024:3536
Inhoudsindicatie
-Vordering ex artikel 351 Rv. Vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis na afweging van de wederzijdse belangen toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.592 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.347.722/01
arrest van 18 februari 2025
in de zaak van
1 [appellant] ,
2. [appellante], beien wonende te [woonplaats] ,
appellanten in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. T.G.G. Raijmakers te Eindhoven,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2], beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. S.M.E. Janssen te Helmond.
op het bij exploot van 31 oktober 2024 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen vonnis van 31 juli 2024 tussen appellanten - hierna: [appellant] (in mannelijk enkelvoud) - als gedaagden in conventie, eisers in reconventie, en geïntimeerden - hierna: [geïntimeerde 1] (in mannelijk enkelvoud) - als eisers in conventie, verweerders in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/392209 / HA ZA 23-256)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep tevens houdende incidentele vordering strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex art. 351 Rv, met producties;
- de constatering op de rol dat [geïntimeerde 1] geen antwoordconclusie in het incident heeft genomen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.
3De beoordeling
in het incident
3.1.
Het hof ziet aanleiding een mondelinge behandeling te gelasten. Het doel is met partijen te onderzoeken of een oplossing (schikking) kan worden bereikt of doorverwijzing naar mediation. Ook kan de zitting worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. In het bijzonder wenst het hof geïnformeerd te worden over de actuele feitelijke situatie met betrekking tot de onderneming en de woning en de gevolgen van een eventuele tenuitvoerlegging van het vonnis.
Het hof zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen voor het opgeven van verhinderdata door partijen.
3.2.
De geplande duur van de zitting is circa twee uur. Tijdens de zitting bestaat geen gelegenheid om de zaak juridisch te beargumenteren aan de hand van spreekaantekeningen.
3.3.
Het hof zal, bij wijze van tijdelijke ordemaatregel, de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen en de zaak na de mondelinge behandeling naar de rol verwijzen om een definitieve beslissing te geven op het voorliggende schorsingsverzoek.
3.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in de hoofdzaak
3.5.
De hoofdzaak is verwezen naar de rol van 25 maart 2025 voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De uitspraak
Het hof:
in het incident
schorst voorlopig de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis;
verwijst de zaak naar de rol van 4 maart 2025 voor opgave verhinderdata door partijen in de periode april tot en juni 2025, waarna het hof dag en tijdstip zal bepalen voor de in het incident te houden mondelinge behandeling voor een meervoudige kamer van het team Handelsrecht, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie te 's-Hertogenbosch aan de Leeghwaterlaan 8, met het hiervoor onder 3.1 vermelde doel;
bepaalt dat partijen zelf aanwezig zullen zijn samen met hun advocaten;
in de hoofdzaak;
verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol 25 maart 2025 voor memorie van antwoord;
in het incident en in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 februari 2025.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.347.722/01
arrest van 18 februari 2025
in de zaak van
1 [appellant] ,
2. [appellante], beien wonende te [woonplaats] ,
appellanten in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. T.G.G. Raijmakers te Eindhoven,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2], beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. S.M.E. Janssen te Helmond.
op het bij exploot van 31 oktober 2024 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen vonnis van 31 juli 2024 tussen appellanten - hierna: [appellant] (in mannelijk enkelvoud) - als gedaagden in conventie, eisers in reconventie, en geïntimeerden - hierna: [geïntimeerde 1] (in mannelijk enkelvoud) - als eisers in conventie, verweerders in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/392209 / HA ZA 23-256)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep tevens houdende incidentele vordering strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex art. 351 Rv, met producties;
- de constatering op de rol dat [geïntimeerde 1] geen antwoordconclusie in het incident heeft genomen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.
3De beoordeling
in het incident
3.1.
Het hof ziet aanleiding een mondelinge behandeling te gelasten. Het doel is met partijen te onderzoeken of een oplossing (schikking) kan worden bereikt of doorverwijzing naar mediation. Ook kan de zitting worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. In het bijzonder wenst het hof geïnformeerd te worden over de actuele feitelijke situatie met betrekking tot de onderneming en de woning en de gevolgen van een eventuele tenuitvoerlegging van het vonnis.
Het hof zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen voor het opgeven van verhinderdata door partijen.
3.2.
De geplande duur van de zitting is circa twee uur. Tijdens de zitting bestaat geen gelegenheid om de zaak juridisch te beargumenteren aan de hand van spreekaantekeningen.
3.3.
Het hof zal, bij wijze van tijdelijke ordemaatregel, de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen en de zaak na de mondelinge behandeling naar de rol verwijzen om een definitieve beslissing te geven op het voorliggende schorsingsverzoek.
3.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in de hoofdzaak
3.5.
De hoofdzaak is verwezen naar de rol van 25 maart 2025 voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De uitspraak
Het hof:
in het incident
schorst voorlopig de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis;
verwijst de zaak naar de rol van 4 maart 2025 voor opgave verhinderdata door partijen in de periode april tot en juni 2025, waarna het hof dag en tijdstip zal bepalen voor de in het incident te houden mondelinge behandeling voor een meervoudige kamer van het team Handelsrecht, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie te 's-Hertogenbosch aan de Leeghwaterlaan 8, met het hiervoor onder 3.1 vermelde doel;
bepaalt dat partijen zelf aanwezig zullen zijn samen met hun advocaten;
in de hoofdzaak;
verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol 25 maart 2025 voor memorie van antwoord;
in het incident en in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 februari 2025.
griffier rolraadsheer