Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:3634

2025-12-16 Civiel recht; Verbintenissenrecht 200.348.167_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-12-16
Publicatiedatum
2025-12-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.348.167_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Overeengekomen loon. Tekortkoming?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (41.829 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht


zaaknummer 200.348.167/01




arrest van 16 december 2025




in de zaak van




Brodogradevna Industrija Split, dioničko društvo,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Kroatië,
appellante,
hierna aan te duiden als Brodosplit,
advocaat: mr. T. Bezmalinovic te Rotterdam,



tegen




Trett Consulting B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Trett,
advocaat: mr. S.J.A. van Dam te Rotterdam,



op het bij exploot van dagvaarding van 23 september 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 24 juli 2024, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen Brodosplit als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en Trett als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.






1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/415041 / HA ZA 23-552)


Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.





2Het geding in hoger beroep


Het verloop van de procedure blijkt uit:



de dagvaarding in hoger beroep;


de memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis;


de memorie van antwoord met producties.


Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.




3De beoordeling



De feiten




3.1.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.


3.1.1.
Brodosplit is een Kroatische scheepswerf.



3.1.2.
Trett is een onderneming die gespecialiseerd is in het leveren van vertragingsanalyses, kwantumschade en contractmanagement advies in verscheidene technische disciplines, waaronder bouwkunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek en projectmanagement.



3.1.3.
Op 2 oktober 2014 heeft Brodosplit een overeenkomst gesloten met Star Clippers Ltd (hierna te noemen: Star Clippers). Op grond van deze overeenkomst was Brodosplit gehouden een zeilschip te bouwen, genaamd “Flying clipper”. De overeengekomen contractuele prijs bedroeg € 63.335.000,-. Het zeilschip zou worden geleverd op 30 september 2017 (“delivery date”).



3.1.4.
In de scheepsbouwovereenkomst is opgenomen dat Star Clippers de overeenkomst kan ontbinden als het schip niet binnen de contractueel afgesproken termijn wordt geleverd. Daarbij wordt rekening gehouden met “permissible delay”: de contractueel toegestane overschrijding van de leveringstermijn door Brodosplit.



3.1.5.
Vaststaat dat er vertraging is opgetreden in het bouwproces. Eén van de redenen daarvan was dat Star Clippers documenten en goederen, zoals de “Masts and Rigging” alsmede daarbij behorende tekeningen, niet tijdig aanleverde. Deze onderdelen zouden worden aangeleverd door Star Clippers maar waren, zo vermeldt het rapport van Trett van 13 februari 2020 op p. 158, tenminste 26 weken te laat.



3.1.6.
Brodosplit en Trett hebben op 18 april 2018 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Trett expertise-werkzaamheden heeft verricht voor Brodosplit. In die overeenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende:




4.0

Trett Consulting will:
(…)


4.8

Produce report of assessment and calculation of the losses and damages incurred by the Appointor as a result of delay in submission of Buyer’s documents. In addition, include in the report costs attributable to upgrade of Contractual documents provided by Appointor.
(…)



6.0

Fees and disbursements:



6.1

The agreed fees (…) are as follows:
(…)



6.3
Trett Consulting will present invoices on a monthly basis. Payment of each invoice is due strictly within 30 days of the date of the invoice.


6.4

Invoices remaining unpaid after the final date for payment shall bear interest at 0,5% per month.
(…)



7.0

Disputes:



7.1
If Appointer disputes the service(s) delivered by Trett Consulting or the amount of Trett Consulting’s fees, Appointer shall give notice in writing as soon as practical but within 21 days after the appointer became aware, or should have become aware of the dispute.


3.1.7.
Trett heeft, gevolg gevend aan deze opdracht, op 23 oktober 2018 een eerste kostenanalyse aan Brodosplit verstrekt. Deze analyse is vervolgens met Star Clippers gedeeld.


Vervolgens heeft Star Clippers gedreigd met ontbinding van de overeenkomst en omstreeks dezelfde periode heeft Brodosplit zich voorzien van juridische rechtsbijstand.




3.1.8.
Op 29 maart 2019 heeft Star Clippers de scheepsbouwovereenkomst met Brodosplit ontbonden vanwege vertraging in de oplevering.



3.1.9.
Op 10 juli 2019 is Brodosplit een arbitrale procedure gestart tegen Star Clippers. Trett heeft expertise-werkzaamheden verricht voor Brodosplit met betrekking tot deze procedure.



3.1.10.
Op 14 februari 2020 heeft Trett haar Statement of Claim ingediend, voorzien van een door Trett opgestelde rapportage: DT Final Expert Report (Exhibit B-079).



3.1.11.
Op 8 mei 2020 heeft Star Clippers haar Statement of Defence and Couterclaim in de arbitrageprocedure ingediend. Dit verweer is door Star Clippers onderbouwd aan de hand van een “quantum expert report” van Vijverberg Management Consultants.



3.1.12.

Eén van de geschilpunten in de arbitrageprocedure betrof, kort gezegd, de vraag of de vertraagde levering door Star Clippers (van onder meer “Masts and Rigging”) een toegestane overschrijding van de leveringstermijn (permissible delay) aan de zijde van Brodosplit in de levering van het zeilschip rechtvaardigde.
In het arbitraal vonnis staat over de definities van permissible delay het volgende:




Permissible delay

71. In connection with permissible delay, two articles are of relevance, viz. Articles 2.4 and 7.13 SA.
Article 2.4 and Article 7.13 read as follows:




2.4.
Should the Buyer fail to deliver any of the Buyer's Supplies within the dates to meet building schedule of the Vessel, the Delivery Date shall be automatically extended for a period of such delay in delivery In such event, the Buyer shall be responsible and pay to the Builder for all evident losses and damages, incurred by the Builder by reason of such delay in delivery of the Buyer's Supplies and such payment shall be made upon delivery of the Vessel.



7.13. "
Permissible Delay" means any delay on account of Force Majeure, delays caused by reasons of events in connection with Buyers supply and payments, modifications required by Buyer and/or different Regulatory Bodies, model test if required by the Administration or any other delay by reason of events which permit adjustment or postponement of the delivery date under the terms of the Contract.


Star Clippers heeft zich in de arbitrage op het standpunt gesteld dat Brodosplit zich niet op permissible delay kon beroepen. Zij heeft gesteld dat, los van de aan haar toe te rekenen vertraging in de levering van (de documenten van) de “Masts and Rigging”, de “Vessel outfitting” van het schip (het hof begrijpt dat daarmee onder meer wordt gedoeld op cabines en teak-dek) verre van gereed was.
Bij de vraag of sprake was van permissible delay hanteerde Star Clippers een andere grondslag voor berekening dan Brodosplit. Brodosplit hanteerde het tijd-voor-tijd principe en Star Clippers de kritieke-pad-analyse (“critical path analyse”).



3.1.13.
Op 24 juli 2020 heeft [persoon A] , projectmanager bij Brodosplit per e-mail aan Trett gereageerd op de kritieke-pad-analyse die was opgenomen in het verweer van Star Clippers. Later die dag heeft er een conference call plaatsgevonden waarbij Trett, Brodosplit en haar juridisch adviseurs van NautaDutilh aanwezig waren.



3.1.14.
Bij e-mail van 24 juli 2020 om 17.09 uur heeft [persoon B] namens Trett het volgende geschreven aan Brodosplit en NautaDutilh:


Further to our conference call this morning, we will include a section in our supplemental report detailing the critical path, (…) as a rebuttal on Vijverberg’s assessment.
(…)
As I mentioned it should be more or less a total overview/summary of the -individual -findings (the BDE’s) in the DT First Report, providing an overview of the critical path as we see it.




3.1.15.
Op 27 juli 2020 heeft [persoon C] van NautaDutilh hierop als volgt gereageerd:


Ons voorstel is om het alternatieve scenario op te nemen na hoofdstuk 8, zodat het duidelijk te onderscheiden is van onze -primaire – interpretatie van artikel 2.4 (hoofdstuk 3) en jouw methodologische en inhoudelijke commentaar op de analyse van Vijverberg (hoofdstuk 6 en 8). Dit past wat ons betreft het beste bij het subsidiaire karakter van de ‘critical path’ benadering.




3.1.16.
Op 10 augustus 2020 heeft Trett een conceptversie van haar tweede rapport ten behoeve van de arbitrageprocedure aan Brodosplit en NautaDutilh toegezonden. Brodosplit heeft dit rapport van commentaar voorzien waarna het definitieve rapport op 14 augustus 2020 in de arbitrageprocedure is ingediend.



3.1.17.
Op 14 tot en met 16 december 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden bij het scheidsgerecht. Bij deze zitting was onder meer [persoon B] van Trett aanwezig als expert namens Brodosplit.



3.1.18.
Bij arbitraal vonnis van 15 februari 2021 heeft het scheidsgerecht op de vorderingen beslist. Geoordeeld is dat Star Clippers de overeenkomst met Brodosplit rechtsgeldig heeft ontbonden. Het scheidsgerecht heeft daarbij de lijn van Star Clippers gevolgd en geoordeeld dat Brodosplit zich bij haar beroep op Permissible Delay, kort gezegd, slechts kan beroepen op kritieke vertraging. In de conclusie van het arbitrale vonnis staat onder meer het volgende:


145. For all of the above reasons, the Tribunal finds in line with Star Clippers' position that the contractual system of Permissible Delay extending the Delivery Date of the Vessel as set forth in Articles 2.1, 2.2, 2.4, 2.5, 7.1, and 7.13 SA only protects Brodosplit against critical delay, i.e., failures to timely deliver Buyer's Supplies and breaches of Article 2.2 and Star Clipper's obligation in respect of installation of the masts and rigging that have caused a delay in the delivery of the Vessel. The Tribunal holds that the Parties could reasonably assign such meaning to the relevant provisions and that Brodosplit could reasonably expect that this was the case on Star Clippers' side.
146. In reaching this conclusion the Tribunal has considered that the Shipbuilding Agreement is a commercial contract between professional parties, which has been extensively negotiated. The Parties agreed to specific clauses regarding Buyer's Supplies and specifically agreed that only delays caused by events in connection with such Buyer's Supplies would amount to permissible delays. The model language used from the SAJ Form was in the Tribunal's view not used in a similar context resulting in an even less balanced Buyer-friendly system in that, if Brodosplit's interpretation were followed, Brodosplit could claim permissible delay without any notification to Star Clippers on the basis of unclear references to an undefined building schedule instead of a clear time schedule designated by the Builder. Therefore, rather than solely relying on the meaning attributed to such clause in the context of the SAJ Form system, the relevant provisions have been interpreted by the Tribunal in the context of the negotiating history and of the other provisions of the Shipbuilding Agreement.



147. Brodosplit confirmed during the hearing that, if the Tribunal would follow Star Clippers' position regarding the interpretation of the agreed contractual system of Permissible Delay, Brodosplit has not made an alternative critical path analysis which would demonstrate that as a result of Permissible Delay Star Clippers would not be entitled to invoke termination pursuant to Article 12.1 (d) SA. Accordingly, as the Tribunal determined that the contractual system of Permissible Delay extending the Delivery Date of the Vessel as set forth in the Shipbuilding Agreement only protects Brodosplit against critical delay and Brodosplit has not presented a critical delay analysis demonstrating that on 29 March 2019 it was entitled to 480 or more days of postponement of the Delivery Date beyond 30 September 2017, the Tribunal concludes that Brodosplit failed to show that Star Clippers was not entitled to terminate the Shipbuilding Agreement by notice of 29 March 2019 and therefore by its notice of that date Star Clippers validly terminated the Shipbuilding Agreement.




3.1.19.

In de periode van april 2018 tot en met december 2020 heeft Trett haar werkzaamheden maandelijks aan Brodosplit gefactureerd. Tot oktober 2020 heeft Brodosplit de facturen van Trett betaald. Daarna heeft Trett nog de volgende facturen gestuurd aan Brodosplit:
- factuur TN3946 van 31 oktober 2020 ad € 20.330,00,
- factuur TN3962 van 30 november 2020 ad € 24.890,00,
- factuur TN 3983 van 21 december 2020 ad € 16.533,40.
Deze facturen heeft Brodosplit onbetaald gelaten.




De procedure bij de rechtbank





3.2.1.
In de onderhavige procedure heeft Trett gevorderd in conventie - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Brodosplit te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 61.753,40, vermeerderd met de contractuele rente van 0,5% per maand, althans de wettelijke handelsrente, vanaf de vervaldata van de facturen en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten ad € 1.392,53, met veroordeling van Brodosplit in de proceskosten.



3.2.2.
Aan deze vordering heeft Trett, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat Trett op grond van de op 18 april 2018 tussen partijen gesloten overeenkomst expertise-werkzaamheden heeft verricht voor Brodosplit. Brodosplit heeft de laatste drie facturen ten onrechte onbetaald gelaten. Trett vordert onder meer betaling van deze facturen.



3.2.3.
Brodosplit heeft gemotiveerd verweer gevoerd in conventie. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.



3.2.4.
Brodosplit heeft in reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat Trett aansprakelijk is jegens Brodosplit voor alle schade die Brodosplit heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het nalaten van Trett om een kritieke-pad-analyse uit te werken, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Trett in de proceskosten.



3.2.5.
Trett heeft gemotiveerd verweer gevoerd in reconventie. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.



3.2.6.
Bij incidenteel vonnis van 19 oktober 2022 heeft de rechtbank (onder meer) verstaan dat de procedure van rechtswege is geschorst als gevolg van het openen van een pre-faillissementsprocedure naar Kroatisch recht. De zaak is vervolgens op 22 november 2023 hervat.



3.2.7.
In het tussenvonnis van 24 januari 2024 heeft de rechtbank een mondelinge behandeling gelast. De mondelinge behandeling is gehouden op 6 juni 2024.



3.2.8.
In het eindvonnis van 24 juli 2024 heeft de rechtbank de vorderingen van Trett in conventie toegewezen, de vorderingen van Brodosplit in reconventie afgewezen en Brodosplit in de proceskosten veroordeeld.



De procedure in hoger beroep






3.3.

Brodosplit heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. Tevens heeft Brodosplit haar eis gewijzigd en vermeerderd. Brodosplit heeft gevorderd dat het hof het vonnis van 24 juli 2024 zal vernietigen voor zover de vorderingen van Trett (in conventie) tegen Brodosplit zijn toegewezen en die van Brodosplit (in reconventie) tegen Trett zijn afgewezen en opnieuw rechtdoende, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
A. de in eerste aanleg (in conventie) toegewezen vorderingen van Trett tegen Brodosplit, alsnog volledig zal afwijzen;
B. de in eerste aanleg (in reconventie) afgewezen vorderingen van Brodosplit tegen Trett, alsnog volledig zal toewijzen, met dien verstande dat Brodosplit afstand doet van welk bedrag c.q. becijfering in reconventie dan ook uit de eerste aanleg, en thans haar vordering in reconventie beperkt tot de volgende vordering (zonder dat een bedrag wordt gevorderd of wordt uitgegaan van enige becijfering):
dat het Hof voor recht zal verklaren dat Trett jegens Brodosplit aansprakelijk is voor alle schade die Brodosplit heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het nalaten om een kritieke-pad-analyse uit te werken, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
C. Trett als geïntimeerde zal veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep als ook van het geding in eerste aanleg en voorts (na vermeerdering van eis), D. dat het hof de overeenkomst van opdracht tussen Brodosplit en Trett zal ontbinden dan wel zal oordelen dat Brodosplit haar betalingsverplichting mag opschorten.




3.4.
Trett heeft geen bezwaar tegen de gewijzigde eis. Het hof zal recht doen op deze gewijzigde eis.



Omvang van de grieven





3.5.

In grief 1 heeft Brodosplit haar eis vermeerderd, vordert zij dat de overeenkomst tussen haar en Trett in rechte zal worden ontbonden en doet zij een beroep op opschorting van haar betalingsverplichting jegens Trett. In grief 2 betoogt Brodosplit dat de rechtbank een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd: Brodosplit heeft de deskundige een ruimere opdracht gegeven, waarbij volgens Brodosplit de opdracht tot het opstellen van een kritieke pad analyse niet expliciet gegeven behoefde te worden. Het was vervolgens aan Trett om als redelijk bekwaam en redelijk handelend deskundige te inventariseren wat nodig was voor een kritieke pad analyse. De bewijslast of een kritieke pad analyse wel of niet kon worden uitgewerkt dan wel dat de kritieke pad analyse (uitdrukkelijk) niet kon worden uitgewerkt (zoals Trett beweert) rust volledig op Trett, aldus Brodosplit.
In grief 3 komt Brodosplit op tegen de verwerping door de rechtbank van het subsidiaire verweer. Brodosplit voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat er geen sprake is van schending van de zorgplicht aan de kant van Trett; de rechtbank heeft de zorgplicht van artikel 7:401 BW verkeerd toegepast. Wanneer een deskundige een cliënt (opdrachtgever) adviseert in het kader van een door een cliënt te nemen beslissing over een bepaalde kwestie, te weten de vaststelling aan wie het te wijten is dat een bouw van een schip niet goed wordt uitgevoerd, brengt deze zorgvuldigheidsplicht mee dat Trett als deskundige Brodosplit als cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen. In grief 4 komt Brodosplit tot slot op tegen het oordeel van de rechtbank dat Brodosplit haar klachtplicht in verband met de aan de orde zijnde facturen zou hebben geschonden en als gevolg daarvan haar rechten om op te komen tegen de aan de orde zijnde facturen zou hebben verwerkt.




Rechtsmacht en toepasselijk recht





3.6.
De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van artikel 25 van de Verordening (EG) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de herschikte EEX-Verordening) de rechtbank bevoegd is om van het voorliggende geschil kennis te nemen nu partijen in de tussen hen gesloten overeenkomst een rechtsgeldig forumkeuzebeding zijn overeengekomen. Het hof is eveneens van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is. Tussen partijen is niet in discussie dat het Nederlands recht van toepassing is.



Inhoud overeenkomst





3.7.
Het hof stelt voorop dat nu Brodosplit stelt dat Trett is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht en zij zich beroept op opschorting en aanspraak maakt op schadevergoeding, Brodosplit de stelplicht en bewijslast draagt ten aanzien van het bestaan en de inhoud van de verbintenis waarin Trett zou zijn tekortgeschoten.



3.8.
Brodosplit beroept zich op een verbintenis uit overeenkomst die, zo begrijpt het hof de stellingen van Brodosplit, inhield dat Trett een analyse zou uitwerken en aan de hand van de feitelijke situatie zou vaststellen wie in de uitvoering van de scheepsbouwovereenkomst is tekortgeschoten, Brodosplit of Star Clippers (punt 10 en 15 memorie van grieven). Het was aan Trett om aan de hand van haar deskundigheid te bepalen wat zij binnen deze opdracht wel en niet kan uitwerken, aldus Brodosplit.



3.9.
Het hof acht voor beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen het volgende van belang. Het onderhavige geschil vindt zijn oorsprong in de scheepsbouwovereenkomst die Brodosplit heeft gesloten met Star Clippers. Brodosplit meende een vordering te hebben op Star Clippers omdat Star Clippers met vertraging documenten indiende. De opdracht in de tussen partijen gesloten overeenkomst van 18 april 2018 luidde dan ook dat Trett een rapport zou opstellen ter beoordeling en berekening van de verliezen en schade die Brodosplit heeft geleden als gevolg van de vertraging in het indienen van documenten door Star Clippers. Daarbij is aan Trett ook de instructie gegeven in het rapport de kosten op te nemen die toe te rekenen zijn aan het verbeteren van de contractuele documenten die door Star Clippers zijn aangeleverd (zie hierboven onder r.o. 3.1.6.).



3.10.
Trett heeft daarop, zo staat onbetwist vast, in het rapport “Initial Assessment of Loss and Damage”, gedateerd 25 april 2018 en verstrekt aan Brodosplit op 23 oktober 2018, conform opdracht, kosten geanalyseerd als gevolg van de vertraging in levering van documenten en spullen door Star Clippers.



3.11.
Vervolgens, toen ontbinding door Star Clippers dreigde wegens overschrijding van de termijn van levering (en daarna deze ontbinding daadwerkelijk plaatsvond op 29 maart 2019), is in overleg met de juridisch adviseurs van Brodosplit en NautaDutilh besproken dat op grondslag van het tijd-voor tijd-principe de omvang van de permissible delay diende te worden vastgesteld.



3.12.
Op 13 februari 2020 is door Trett het eerste deskundigenrapport opgesteld. In 1.4.2. van rapport staat over de verstrekte opdracht:


In view of these developments, including Builder’s filing for arbitration, Builder has instructed me to form an independent view on the following aspects:

a. a) Undertake an assessment to what extent Builder is entitled to Permissible Delays caused by reason of events related to delayed Buyer’s Supplies and any other events that give rise to Permissible Delays. b) Determine the amount of Permissible Delays Builder is entitled to on the date of 29 March 2019.
c) Undertake an assessment to what extent delayed Buyer’s Supplies have caused prolongation of the project entitling Builder to claim compensation for the loss and damages.
d) Determine the periods of prolongation up to the hypothetical Delivery Date.
e) Undertake an assessment to what extent Builder’s works were subject to loss of productivity caused by delayed Buyer’s Supplies.
f) Determine the amount of additional hours caused by delayed Buyer’s Supplies.
g) Research and analyse the factual basis underlying the potential claims for additional costs (including the relevant invoices and correspondence), and focus in particular on why the various modifications, changes and measures were necessary from a technical viewpoint in order to complete the Vessel and ensure compliance with the applicable rules and regulations.
h) Provide a report (this ‘Report’) on this assessment to be used in the arbitration proceedings.


Trett is derhalve verzocht een onafhankelijk deskundigenrapport op te stellen en geïnstrueerd de vertraging te onderzoeken ten gevolge van gebeurtenissen gerelateerd aan de vertraagde levering door Star Clippers (alsmede andere gebeurtenissen die recht geven op permissible delay). Brodosplit heeft niet weersproken dat, zoals Trett heeft aangevoerd, bij het onderzoek naar de permissible delay de beide routes: het tijd-voor-tijd principe en de kritieke-pad-analyse, tussen partijen zijn besproken. Het eerste deskundigenrapport van Trett diende als onderbouwing voor de stelling die Brodosplit in de arbitrageprocedure innam, namelijk dat de term permissible delay zag op het tijd-voor-tijd-principe. In het rapport gaat Trett ook in op het standpunt van Vijverberg, de deskundige van Star Clippers en zet Trett de standpunten naast elkaar in hoofdstuk 21.3. van dit rapport. Dat Trett (expliciet) opdracht heeft gekregen de kritieke-pad-analyse uit te werken blijkt niet uit het voorgaande en is ook niet onderbouwd. Dat, zoals Brodosplit in hoger beroep aanvoert, dit impliciet in de opdracht besloten lag evenmin. De beide grondslagen zijn immers aan de orde gekomen, waarbij Brodosplit de route heeft gekozen volgens het tijd-voor-tijd principe. Bovendien, zo heeft NautaDutilh geschreven in haar processtuk in de procedure tussen haar en Brodosplit, heeft Brodosplit het contract zelf altijd zo geïnterpreteerd en was dit naar het oordeel van NautaDutilh ook in overeenstemming met de letterlijke bewoordingen van de Shipbuilding Agreement, alsmede in lijn met in de scheepsbouwindustrie voorkomende builder-friendly bouwcontracten. Het rapport is goedgekeurd door Brodosplit en als zodanig door haar ingediend in de arbitrageprocedure.




3.13.
Na indiening van dit eerste deskundigenrapport door Brodosplit heeft Star Clippers op 8 mei 2020 haar verweer ingediend. Zij hanteerde in het door Vijverberg opgestelde deskundigenrapport de kritieke-pad-analyse. Hierop is op 24 juli 2024 door Brodosplit gereageerd richting Trett.



3.14.
Vaststaat dat Trett, na de hierop volgende conference call op 24 juli 2020 met Nauta Dutilh en Brodosplit is geïnstrueerd een hoofdstuk 9 toe te voegen aan het rapport: “DT view on critical path” om de analyse van Vijverberg te weerleggen. Op 11 augustus 2020 heeft Brodosplit dit aanvullende hoofdstuk van (summier) commentaar voorzien, waarna het “Supplemental Expert Report” op 14 augustus 2020 vastgesteld. In het rapport schrijft Van den Biggelaar van Trett onder meer:


In Section 3, I address the instructions on the interpretation of the determination of automatic time-for-time extension under the Contract and my disagreement with Vijverberg's interpretation. I also explain that an automatic time-for-time extension and a time-for-time approach in the context of permissible delay are not unusual.



Waarna in section 3 staat:



3.1.2
Vijverberg has taken the approach that the automatic time-for-time extension due to delayed Buyer's Supplies should be based upon criticality, while my approach is that such criticality, is not required under the Contract, as Article 2.4 of the Contract expressly states, that "Should the Buyer fail to deliver any of the Buyer's Supplies within the dates to meet building schedule of the Vessel, the Delivery shall be automatically extended for a period of such delay in delivery" I therefore have taken the approach that Builder is entitled to an automatic time-for-time extension for the period equal to the period of the delay in the delivery of a Buyer's Supply.


Trett heeft ook deze aanvullende rapportage dus opgesteld in overleg met Brosplit en haar juridisch adviseurs. Brodosplit heeft niet onderbouwd dat zij Trett anders had geïnstrueerd en ook niet onderbouwd dat Trett de instructies anders had moeten opvatten. Dat blijkt evenmin uit de feitelijke gang van zaken.





3.15.
In het arbitraal vonnis zijn de contractuele bepalingen uitgelegd door het scheidsgerecht. Dat heeft het (onder meer gedaan) gedaan binnen de context van de uitgebreide voorafgaande onderhandelingen tussen Brodosplit en Star Clippers, beide professionele partijen, en de overige bepalingen in de overeenkomst, waarbij het scheidsgerecht heeft geconcludeerd dat de overeenkomst Brodosplit enkel beschermt tegen critical delay en dat Brodosplit geen criticial delay analyse heeft gegeven die aantoont dat zij op 29 maart 2019 gerechtigd was de levering met meer dan 480 dagen te verplaatsen na de overeengekomen delivery day van 30 september 2017.



3.16.
Dat Brodosplit aan Trett de (ruimer te beschouwen) opdracht heeft gegeven die inhield een analyse uit te werken en aan de hand van de feitelijke situatie vast te stellen wie in de uitvoering van de scheepsbouwovereenkomst is tekort geschoten, Brodosplit of Star Clippers (punt 10 en 15 memorie van grieven) kan niet worden afgeleid uit de (schriftelijke) en aanvullende opdracht die aan Trett is verstrekt en valt evenmin af te leiden uit de feitelijke gang van zaken zoals hiervoor beschreven. Brodosplit heeft die stelling onvoldoende onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Zij heeft evenmin bewijs van deze stelling aangeboden. Trett heeft, zoals opgedragen, haar initiële deskundigenrapport in opdracht van Brodosplit opgesteld aan de hand van het tijd-voor-tijd principe en in de loop van het geschil, in overleg met Brodosplit en haar juridisch adviseurs, in reactie op het gevoerde verweer, aangevuld met een (summiere) kritieke-pad-analyse in een aanvullend hoofdstuk. Niet kan worden geconcludeerd dat Brodosplit is tekortgeschoten in de aan haar verstrekte opdracht, zij heeft gedaan wat haar is opgedragen.



3.17.
Het standpunt van Brodosplit dat Trett in deze procedure dient te bewijzen of een kritieke-pad-analyse wel of niet kon worden uitgewerkt is dan ook niet alleen onjuist omdat Brodosplit daarbij uitgaat van de onjuiste vooronderstelling dat het opstellen van die analyse is overeengekomen, maar ook omdat stelplicht en bewijslast van de door Brodosplit gestelde tekortkoming op Brodosplit rusten. Zoals hiervoor aangegeven is daar niet aan voldaan door Brodosplit.



Zorgplicht van artikel 7:401 BW





3.18.
Het hof overweegt dat de rechtbank bij de beoordeling van de subsidiaire grondslag van de vordering van Brodosplit terecht heeft overwogen dat bij aansprakelijkheid van beroepsbeoefenaars ten opzichte van hun opdrachtgever de norm geldt, dat zij moeten handelen zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht. In de jurisprudentie is de ‘zorg van een goed opdrachtnemer’ uit artikel 7:401 BW verder uitgewerkt. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval medebepalend voor de vraag welke zorgverplichtingen op de opdrachtnemer rusten.



3.19.
Voor de invulling van de zorgplicht is allereerst bepalend de concrete overeenkomst, zoals aangevuld met eventuele nadere instructies. Het hof stelt vast dat de werkzaamheden in de overeenkomst van 18 april 2018 en in de instructies daarna, zoals hiervoor overwogen, in concrete termen zijn vastgelegd. Trett heeft de instructies opgevolgd en een berekening gemaakt van schade die Brodosplit heeft geleden als gevolg van de vertraging in het indienen van documenten door Star Clippers. In het kader van de ontbinding van de overeenkomst door Star Clippers en de zijdens Brodosplit aanhangig gemaakt arbitrage is daarbij de route gevolgd die zowel Brodosplit zelf als haar juridisch adviseurs voorstonden: de analyse middels het tijd-voor-tijd principe. Het hof acht van belang dat onbetwist vaststaat dat daarbij ook de kritieke-pad-analyse aan bod is gekomen, dat in onderling overleg uitdrukkelijk is gekozen voor de tijd-voor-tijd analyse en dat, eveneens in overleg, in de loop van de procedure, in een relatief kort tijdsbestek, in reactie op het verweer van Star Clippers, een aanvulling is gegeven, gebaseerd op de kritieke-pad-analyse. Het hof acht ook van belang dat Trett geen juridisch adviseur is. Brodosplit daarentegen werd in deze aangelegenheid al vanaf 2018 juridisch bijgestaan door NautaDutilh. Het duiden van contractuele bepalingen ten aanzien van (toegestane) overschrijding van de leveringstermijn door Brodosplit, het bepalen van strategieën in de arbitrageprocedure en de vraag welke informatie aangaande de bouw in de procedure worden overgelegd zijn (minst genomen ook) juridische aangelegenheden. In haar conclusie van antwoord in het geschil tussen Brodosplit en Nauta Dutilh staat enerzijds dat Brodosplit het contract altijd zelf zo had geïnterpreteerd dat vertraging van oplevering door Star Cliper van Buyer’s Supplies leidde tot een automatische verlenging van de bouwtijd (tijd-voor-tijd), terwijl deze uitleg anderzijds ook naar het oordeel van Nauta Dutilh te verdedigen was gezien de bewoordingen van de scheepsbouwovereenkomst, alsmede in lijn met de in de scheepsbouwindustrie voorkomende builder-friendly bouwcontracten. Brodosplit heeft aldus deze tijd-voor-tijd route bewandeld, waarbij zij zich liet bijstaan door juridisch adviseurs die hetzelfde standpunt huldigden. Dit kan zij Trett niet tegenwerpen.



3.20.
Brodosplit voert nog aan dat op Trett, kort gezegd en samengevat, de verplichting rustte Brodosplit te adviseren welke analyse zij diende toe te passen teneinde Star Clippers een verwijt te kunnen maken dan wel enige verwijtbaarheid aan de zijde van Brodosplit weg te nemen. Trett had moeten inventariseren wat nodig was voor de kritieke-pad-analyse en dit bij Brodosplit moeten neerleggen. Dat heeft Trett niet gedaan en daardoor is Brodosplit niet in de positie gebracht waarbij zij op grond van goede en volledige informatie een afgewogen beslissing heeft kunnen nemen of zij wel over voldoende “munitie” beschikte voor het geschil met en de arbitrage tegen Star Clippers.



3.21.
Naar het oordeel van het hof miskent Brodosplit ook hier dat zij in 2018 aan Trett opdracht heeft gegeven tot het berekenen van schade van Brodosplit ten gevolge van vertraging in levering van documenten door Star Clippers. Daarna, toen ontbinding van de overeenkomst door Star Clippers dreigde is Trett door Brodosplit geïnstrueerd tevens de (contractueel) toelaatbare vertragingen (permissible delay) ten aanzien van de einddatum in een volgend rapport te verwerken. Ook die opdracht is omschreven (zie hiervoor onder r.o. 3.12). Als Brodosplit als opdrachtgever van mening was dat Trett alsnog een (uitgebreidere) kritische-pad-analyse diende op te stellen, had zij daar, zeker in het licht van de eerder verstrekte opdracht en gang van zaken in de loop van de arbitrage expliciet opdracht toe moeten geven. In overleg is besloten het kritieke-pad als subsidiair verweer aan te voeren. Trett heeft die instructie opgevolgd en zich in dat opzicht als goed opdrachtnemer gedragen. Een zodanig algemene en ruime opdracht als Brodosplit stelt te hebben gegeven is niet vast komen te staan. Binnen de verstrekte opdracht is ook niet gebleken dat Trett de opdracht niet met de zorg van een goed opdrachtnemer heeft uitgevoerd. De door Brodosplit gestelde bijkomende (advies-) verplichtingen konden in de gegeven omstandigheden niet van Trett worden gevergd.



Loon




3.22.

Trett heeft als professionele opdrachtnemer recht op loon en partijen hebben de hoogte daarvan bij overeenkomst bepaald. Partijen zijn voorts overeengekomen dat betaling van facturen plaatsvindt binnen 30 dagen na factuurdatum. Trett heeft, zoals overeengekomen, steeds maandelijks gefactureerd en de facturen zijn door Brodosplit vanaf april 2018 ook steeds voldaan, behoudens de drie facturen uit oktober, november en december 2020. Voor zover Brodosplit bedoelt te betogen dat de uren niet zijn gemaakt stelt het hof vast dat de facturen (steeds, ook die van oktober en november 2020) zijn gespecificeerd in die zin dat erop staat op welke data wie hoeveel uren heeft besteed aan de opdracht. Het gaat hier om de uren in oktober, november en december 2020. Dit betreft de periode voor en tijdens de mondelinge behandeling bij het scheidsgerecht. Ook in aanloop naar de behandeling op 14, 15 en 16 december 2020 hebben voorbereidingen plaatsgevonden en zijn stukken ingediend, zo blijkt uit het in het arbitrale vonnis opgenomen procesverloop. Nu bovendien in artikel 7 van de overeenkomst is opgenomen dat Brodosplit gehouden is binnen 21 dagen te reclameren, acht het hof een enkele betwisting van (de noodzaak van) de gemaakte uren onvoldoende. Dat Brodosplit niet objectief verifieerbaar kan nagaan of deze uren gerechtvaardigd (of zoals Brodosplit stelt: noodzakelijk) waren is voor beantwoording van de vraag of het overeengekomen loon moet worden voldaan overigens niet relevant. Datzelfde geldt voor de vraag of het loon redelijk is. Zowel de hoogte van het loon als de wijze van berekening (per uur) zijn immers contractueel overeengekomen (artikel 7:405 lid 2 BW). De vierde grief wordt derhalve verworpen.

Slotsom





3.23.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven van Brodosplit niet slagen dan wel niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Trett heeft aan haar verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht voldaan. Daarop stuiten de tegenvorderingen van Brodosplit tot ontbinding en schadevergoeding af. Van verrekening (en opschorting) aan de zijde van Brodosplit kan daarmee evenmin sprake zijn. Brodosplit moet de facturen van Trett betalen nu het werk is verricht en Brodosplit het overeengekomen loon is verschuldigd. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd en de gewijzigde eis van Brodosplit in hoger beroep zal worden afgewezen.



Proceskosten





3.24.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof Brodosplit veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Deze kosten worden aan de zijde van Trett vastgesteld op:
- griffierecht € 2.175,00
- salaris advocaat € 4.426,00 (2 punten x tarief IV) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) € 6.779,00







4De uitspraak


Het hof:



bekrachtigt het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg tussen partijen gewezen vonnis van 24 juli 2024;



veroordeelt Brodosplit in de proceskosten van het hoger beroep ten bedrage van € 6.779,00, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als Brodosplit niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Brodosplit € 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;



veroordeelt Brodosplit tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak zijn voldaan;



verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;



wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.




Dit arrest is gewezen door mrs. F.M.T. Quaadvliet, J.M.H. Schoenmakers en A.E. Bos en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 december 2025.



griffier rolraadsheer