Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:3358

2025-11-25 Civiel recht; Verbintenissenrecht 200.336.164_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-11-25
Publicatiedatum
2025-11-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.336.164_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkoop woning. Is sprake van een gebrek aan de afvoerleidingen bij de tweede badkamer? Bij dit tussenarrest benoeming deskundige, nadat bij het vorige tussenarrest het voornemen daartoe is geuit. Vervolg op hof ’s-Hertogenbosch 29 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2102.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.622 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.336.164/01



arrest van 25 november 2025



in de zaak van




[appellant]
,
wonende te Mill,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. W.F. Schovers te Prinsenbeek,


tegen




[geïntimeerde] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
niet verschenen in hoger beroep, verstek verleend,


als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 29 juli 2025 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats
's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 10112756 \ CV EXPL 22-4256 gewezen vonnissen van 23 maart 2023 en 28 september 2023.



5Het vervolg van de procedure in hoger beroep


Het vervolg van de procedure in hoger beroep blijkt uit:



het tussenarrest van 29 juli 2025;


de door [appellant] genomen akte na tussenarrest.




Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.






6De verdere beoordeling



Het tussenarrest en de door [appellant] genomen akte




6.1.1. Bij het tussenarrest van 29 juli 2025 heeft het hof, samengevat, als volgt geoordeeld.



Grief II, waarin [appellant] heeft betoogd dat de kantonrechter de vorderingen van [appellant] ambtshalve had moeten beoordelen op de grondslag dwaling, moet worden verworpen (rov. 3.4.1 tot en met 3.4.5).


grief III, waarin [appellant] heeft betoogd dat al vaststaat dat de riolering bij de tweede badkamer ondeugdelijk is, moet worden verworpen (rov.3.5.1 tot en met 3.5.3).


De gezamenlijk te behandelen grieven I, IV, VI en VII zijn terecht voorgedragen omdat de redenering op grond waarvan de kantonrechter de vorderingen van [appellant] heeft afgewezen, geen stand kan houden. Als sprake was van een dusdanig gebrek aan de riolering dat [geïntimeerde] daarvan op de hoogte had moeten zijn en zijn mededelingsplicht heeft geschonden, staat de omstandigheid dat [geïntimeerde] zijn mededelingsplicht heeft geschonden eraan in de weg dat [geïntimeerde] ter afwering van de vordering van [appellant] mag aanvoeren dat [appellant] zijn onderzoeksplicht heeft geschonden (rov. 3.6.1 tot en met 3.6.3).


Het beroep van [geïntimeerde] op de in artikel 19 van de koopovereenkomst neergelegde ouderdomsclausule moet worden verworpen (rov. 3.7.2).


Het verweer van [geïntimeerde] dat partijen door het sluiten van de aanvullende overeenkomst het (door de bouwkundige gesignaleerde) risico van aanwezigheid van het door [appellant] gestelde gebrek bij [appellant] hebben gelegd, moet worden verworpen (rov. 3.8.1 tot en met 3.8.3).


Als herstel van de riolering nog niet heeft plaatsgevonden, moet het door de kantonrechter in het tussenvonnis van 23 maart 2023 voorgenomen deskundigenbericht alsnog plaatsvinden. In verband met het verweer van [geïntimeerde] dat hij nooit iets heeft gemerkt van gebreken aan de afvoeren in de tweede badkamer en daarom geen mededelingsplicht had, zal het hof een nieuwe vraag invoegen tussen de door de kantonrechter geformuleerde vragen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen om [appellant] in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voorgenomen deskundigenbericht. [appellant] moet voorts meedelen of hij het gebrek al heeft laten herstellen en zo ja, daarvan onderbouwende stukken in het geding brengen (rov. 3.9.1 tot en met 3.9.6).


Over de grieven V en VIII moet elk verder oordeel worden aangehouden (rov. 3.10.1 tot en met 3.11).


Op grond van deze oordelen heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor een akte aan de zijde van [appellant] .


6.1.2. [appellant] heeft in de door hem genomen akte na tussenarrest meegedeeld, samengevat:



dat het gebrek aan de riolering nog aanwezig is en nog niet hersteld is, zodat stukken over dat herstel niet overgelegd kunnen worden;


dat hij instemt met het voorgenomen deskundigenbericht en met de voorgestelde vragen.





De verdere beoordeling




6.2.1. Omdat herstel van het gebrek niet heeft plaatsgevonden en [appellant] instemt met het voorgenomen deskundigenbericht, zal het hof nu het voorgenomen deskundigenbericht bevelen.



6.2.2. Onder verwijzing naar rov. 3.9.6 van het tussenarrest zal het hof één deskundige benoemen, met kennis op het gebied van loodgieters- en rioleringswerkzaamheden.
Het hof heeft de hierna onder “7. De uitspraak” te noemen deskundige bereid gevonden het deskundigenonderzoek uit te voeren. Het hof zal die deskundige benoemen.



6.2.3. Onder verwijzing naar rov. 3.9.2 en 3.9.3 van het tussenarrest, zal het hof aan de deskundige de volgende vragen voorleggen.



1. Is de riolering van de woning, in het bijzonder de riolering bij de tweede badkamer, deugdelijk?


2. Zo nee, waaruit bestaat de ondeugdelijkheid en welke herstelwerkzaamheden zijn noodzakelijk om de ondeugdelijkheid op te heffen?


3. Heeft naar uw mening [geïntimeerde] het gebrek aan de riolering, als daarvan naar uw mening sprake is, bij normaal gebruik van de natte ruimten ter plaatse moeten opmerken?


4. Wat zijn de kosten om de eventueel door u geconstateerde ondeugdelijkheid op te heffen en de woning vervolgens in haar oude staat te herstellen?


5. Kunt u daarbij aangeven of, en zo in hoeverre, een aftrek van nieuw voor oud in de rede ligt?


6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?




6.2.4. Het hof geeft de deskundige de volgende instructies.



A. Indien uw bevindingen verschillen van de in productie 2 bij de inleidende dagvaarding neergelegde bevindingen van Witlox Wegenbouw en Groentechniek van 28 maart 2022 en van de in productie 3 bij de inleidende dagvaarding neergelegde bevindingen van J&J Riooltechniek van 5 april 2022, dient u die verschillen zo mogelijk van commentaar en/of een motivering te voorzien.


B. U dient eventuele nadere informatie die u nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaat van [appellant] op te vragen. U wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.


C. Indien u voor het onderzoek gebruik maakt van informatie van derden, dient u daarvan melding te maken in uw deskundigenrapport.


D. [geïntimeerde] is in dit hoger beroep niet verschenen. Dit brengt mee dat [geïntimeerde] niet kan meewerken aan het deskundigenbericht.




6.2.5. Overeenkomstig rov. 3.9.7 van het tussenarrest zal het hof het voorschot op de kosten van het deskundigenbericht ten laste van [appellant] brengen.



6.2.6. Het voorgaande leidt nu tot onderstaande uitspraak.






7De uitspraak


Het hof:




Vraagstelling




7.1.
bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:


1. Is de riolering van de woning van [appellant] aan [adres] , in het bijzonder de riolering bij de tweede badkamer, deugdelijk?


2. Zo nee, waaruit bestaat de ondeugdelijkheid en welke herstelwerkzaamheden zijn noodzakelijk om de ondeugdelijkheid op te heffen?


3. Heeft naar uw mening [geïntimeerde] het gebrek aan de riolering, als daarvan naar uw mening sprake is, bij normaal gebruik van de natte ruimten ter plaatse moeten opmerken?


4. Wat zijn de kosten om de eventueel door u geconstateerde ondeugdelijkheid op te heffen en de woning vervolgens in haar oude staat te herstellen?


5. Kunt u daarbij aangeven of, en zo in hoeverre, een aftrek van nieuw voor oud in de rede ligt?


6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?





Benoeming deskundige





7.2.

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vraag/vragen:

[persoon A] , bouwdeskundige
Kode Consult tel. 033 737 06 00
Pothstraat 7 D mob. [telefoonnummer]
3811 JJ Amersfoort e-mail: [e-mailadres]




Instructies aan deskundige





7.3.
wijst de deskundige op de in rov. 6.2.4 van dit arrest gegeven instructies;



Toezending stukken aan de deskundige




7.4.1.
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;



7.4.2.
bepaalt dat de advocaat van [appellant] binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zal stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zal verstrekken;



Het deskundigenonderzoek





7.5.1.
bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;



7.5.2.
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van het concept-rapport – [appellant] in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het rapport tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;



7.5.3.
bepaalt dat de datum en tijd waarop de deskundige ter plaatse onderzoek zal verrichten, door de deskundige zal worden vastgesteld in overleg met de advocaat van [appellant] ; [appellant] en zijn eventuele adviseurs dienen in de gelegenheid te worden gesteld bij het onderzoek aanwezig te zijn;



7.5.4.
bepaalt dat de advocaat van [appellant] binnen vier weken dient te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan de advocaat van [appellant] is toegezonden;



De indiening van het rapport





7.6.1.
verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed rapport, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het rapport aan de advocaat van [appellant] toe te zenden;



7.6.2.
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijke, ondertekende rapport ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op vier maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;





Het voorschot op de kosten van de deskundige





7.7.1.
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.832,20, tenzij de advocaat van [appellant] binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;



7.7.2.
bepaalt dat [appellant] laatstgenoemd bedrag zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;



7.7.3.
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;



Verdere gang van zaken





7.8.1.
benoemt mr. M.G.W.M. Stienissen tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;



7.8.2.
verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2026 in afwachting van het deskundigenrapport;



7.8.3.
verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenrapport naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellant] ;



7.8.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M.G.W.M. Stienissen en J. den Hoed en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 november 2025.




griffier rolraadsheer