Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2025:3007
2025-10-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
200.333.188_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2025:3007 → ECLI:NL:GHSHE:2024:3494
Inhoudsindicatie
Bekrachtiging afwijzing verzoek om weer gezamenlijk te worden belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen (artikel 1:253o BW).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.137 tekens)
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 30 oktober 2025
Zaaknummer: 200.333.188/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/274203 / FA RK 20-451
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. N. Kloth,
tegen
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.J. van der Heijden.
Deze zaak gaat over de minderjarigen:
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,hierna te noemen: [minderjarige 2] .
hierna samen te noemen: de kinderen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Limburg, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
7De (tussen)beschikking d.d. 7 november 2024
Bij die beschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen en te rapporteren en te adviseren over in ieder geval de volgende vragen:
- in hoeverre dienen partijen in staat te worden geacht om op een structurele en constructieve manier te communiceren, waarbij partijen oog hebben voor de eigen manier van communiceren en die van de ander en hoe zij daarmee kunnen omgaan?
- is sprake van dusdanig ernstige communicatieproblemen dat deze voortzetting van het eenhoofdig gezag van de moeder noodzakelijk maken?
- is het anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk dat het eenhoofdig gezag van de moeder wordt gecontinueerd?
- welke mogelijkheden en belemmeringen ziet de raad voor gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen?
- wat acht de raad nodig om de eventuele belemmeringen weg te nemen?
- wat is het advies van de raad ten aanzien van het gezag?
- welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in het kader van voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?
Voorts heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot pro forma 10 april 2025.
8Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
8.1.
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van:
- het raadsrapport van 14 januari 2025;
- een V8-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 20 januari 2025;
- een V8-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 27 januari 2025.
8.2.
Het hof heeft betrokkenen per brief van 17 september 2025 bericht dat er een rechterswisseling heeft plaatsgevonden.
8.3.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 september 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door mr. S.M. Ayangil als waarnemer van mr. Kloth. Voor de vader is F.M. Warsame opgetreden als tolk in de Arabische taal (tolk nummer 15940);
-de moeder, bijgestaan door mr. Van der Heijden;
-
[vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
Het hof heeft bijzondere toegang verleend aan [stagiaire] , stagiaire van de raad.
8.4.
Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen, die ter griffie is ingekomen op 15 april 2025 respectievelijk 16 april 2025. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brieven zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
9De verdere beoordeling in hoger beroep
Raadsrapport van 14 januari 2025
9.1.
De raad adviseert het hof het verzoek van de vader, om hem naast de moeder te belasten met het ouderlijk gezag, af te wijzen. De communicatieproblemen tussen de ouders zorgen voor terugkerende spanningen en de kinderen worden daar direct en indirect mee geconfronteerd en belast. Als de ouders beiden belast zouden zijn met het ouderlijk gezag, blijven de huidige spanningen aanwezig en zullen deze spanningen naar verwachting toenemen. De ouders moeten dan namelijk met elkaar overleggen en dienen zaken met elkaar af te stemmen, terwijl gebleken is dat dat doel onhaalbaar is en voor meer spanningen en strijd zorgt. De mogelijkheden om de communicatie tussen partijen te verbeteren zijn uitgeput. Beide ouders hebben hun aandeel in de gebrekkige communicatie. De kinderen zijn er op dit moment het meest bij gebaat indien de ouders zo min mogelijk contact met elkaar hebben.
Eenhoofdig gezag van de moeder betekent dat er duidelijkheid ontstaat voor de kinderen omdat de belangrijke beslissingen, ook in de toekomst, door haar genomen zullen worden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder en brengen de meeste tijd bij haar door. De moeder heeft daardoor het meeste zicht op de ontwikkeling van de kinderen. Eenhoofdig gezag van de moeder sluit daar goed bij aan. De kinderen hebben bovendien zelf aangegeven dit ook als meest logisch en wenselijk te ervaren.
De raad benadrukt dat het belangrijk is dat de moeder er aandacht voor heeft dat de kinderen onbelemmerd contact met de vader hebben en dat de moeder de vader op vaste momenten en in ieder geval ieder kwartaal informeert over de ontwikkeling van de kinderen.
De nadere standpunten
9.2.
De vader is het niet eens met het advies van de raad. De vader betwist dat er sprake is van ernstige communicatieproblemen tussen de ouders die de voortzetting van het eenhoofdig gezag van de moeder noodzakelijk zouden maken. De ouders hebben op frequente basis per email overleg over de zorg van de kinderen. Dit verloopt goed.
De moeder zet een negatief beeld neer van de vader jegens de kinderen. De moeder wil dat de vader terugkeert naar Irak. De vader betwist de kinderen te gebruiken voor een verblijfsvergunning. Hij beschikt nu over een tijdelijke verblijfsvergunning tot 2029. De moeder weigerde met oog op de procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning een kopie van de identiteitskaarten van de kinderen aan de vader te verstrekken.
Verder stelt de raad ten onrechte dat de vader de hulpverlening bij [instantie] zou hebben beëindigd. De vader heeft deze hulpverlening juist willen voortzetten. [instantie] heeft het hulpverleningstraject beëindigd.
De raad is op verschillende vlakken uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken, waardoor dit advies is opgesteld op basis van onjuiste informatie. Het advies van de raad dient dan ook niet gevolgd te worden. De kinderen zouden juist ernstig in hun belangen worden geschaad wanneer de moeder alleen het eenhoofdig gezag zou behouden. Er is ongelijkwaardig ouderschap ontstaan en de vader wordt buiten spel gezet. Zo worden bijvoorbeeld de vakanties niet verdeeld en wordt er geen informatie over de school gedeeld.
9.3.
De moeder is het eens met het advies van de raad. De moeder kan zich ook vinden in de constatering van de raad dat er geen sprake is van een rustige en constructieve overlegvorm en communicatie tussen de ouders. Zulks ondanks de inzet van meerdere hulpverlenings-trajecten.
De moeder wil haar telefoonnummer niet aan de vader verstrekken. Zij vreest een herhaling van de gebeurtenissen in 2019 toen zij door de vader en zijn familie werd lastig gevallen. De vader is dwingend en dreigend in het contact met de moeder.
De vader neemt ten aanzien van de kinderen te weinig verantwoordelijkheid en is niet actief. Volgens de moeder gebruikt de vader de kinderen met het oog op zijn verblijfsvergunning. De moeder bevestigt dat zij geen kopie van de identiteitskaarten van de kinderen aan de vader wilde verstrekken. De moeder ervaart geen meerwaarde voor de kinderen in het verblijf van de vader in Nederland. De moeder merkt en hoort van de kinderen dat er geen oprechte interesse van de vader in de kinderen is. De vader heeft de gelegenheid om een gedeelte van de vakanties met de kinderen door te brengen. De moeder legt de vakantieperiodes voor aan de vader maar de vader reageert niet. Hij heeft alleen in 2022 in de herfstvakantie een paar dagen met de kinderen doorgebracht en, na tussenkomst van de raad, tijdens de kerstvakantie van 2024. De moeder hoopt dat als de kinderen ouder zijn gezamenlijk gezag wel mogelijk is.
De motivering van de beslissing
9.4.
Het hof overweegt als volgt.
9.5.
Het hof volgt het advies van de raad. Het hof is van oordeel dat op dit moment eenhoofdig gezag van de moeder over de kinderen in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is.
In het midden kan blijven wie of waardoor het traject bij [instantie] is geëindigd. Vast staat dat er diverse hulpverleningstrajecten zijn geweest maar dat het niet lukt om te komen tot constructief overleg. Partijen kunnen niet met elkaar overleggen en beslissingen over de kinderen met elkaar afstemmen.
Daarin hebben beide partijen een aandeel. Het hof ziet aan de ene kant een vader die zijn best doet maar zich onbegrepen en slachtoffer voelt. Uit het dossier blijkt dat de vader vaak teruggrijpt naar situaties uit het verleden en ernaar neigt de oorzaak van problemen buiten zichzelf te leggen. Het hof ziet aan de andere kant een betrokken moeder die de vader niet goed kan toelaten in haar leven. Zo heeft de moeder niet de benodigde stukken aan de vader willen overhandigen die nodig waren voor zijn verblijfsvergunning.
Hoewel het de ouders lukt uitvoering te geven aan de reguliere omgangsregeling tussen de kinderen en de vader (in tegenstelling tot de vakantieregeling die niet conform de afspraken verloopt) zijn de communicatieproblemen van dien aard dat zij elkaar alleen per email contacten. Vast staat dat beide ouders elkaar veel blijven verwijten en dat er al jarenlang sprake is van onderlinge spanningen en wantrouwen. Deze houding van de ouders heeft het hof ook tijdens de voortgezette mondelinge behandeling in hoger beroep waargenomen. De kinderen worden al jarenlang geconfronteerd met deze strijd tussen de ouders.
Het hof verwacht, net als de raad, niet dat in de communicatie tussen partijen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Wanneer de ouders gezamenlijk met het gezag belast zouden worden, zullen de huidige spanningen aanwezig blijven en naar verwachting toenemen. De kinderen zullen (nog verder) klem of verloren raken tussen de ouders.
Kortom, de (communicatie)problemen tussen de ouders zijn zodanig ernstig dat in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het eenhoofdig gezag wordt gecontinueerd.
9.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven van de vader falen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
10De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , van 6 juli 2023.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, C.M.J. Peters en S.P.A. WensinkVergunst, bijgestaan door mr. E.G.A. Janssen als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 30 oktober 2025
Zaaknummer: 200.333.188/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/274203 / FA RK 20-451
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. N. Kloth,
tegen
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.J. van der Heijden.
Deze zaak gaat over de minderjarigen:
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,hierna te noemen: [minderjarige 2] .
hierna samen te noemen: de kinderen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Limburg, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
7De (tussen)beschikking d.d. 7 november 2024
Bij die beschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen en te rapporteren en te adviseren over in ieder geval de volgende vragen:
- in hoeverre dienen partijen in staat te worden geacht om op een structurele en constructieve manier te communiceren, waarbij partijen oog hebben voor de eigen manier van communiceren en die van de ander en hoe zij daarmee kunnen omgaan?
- is sprake van dusdanig ernstige communicatieproblemen dat deze voortzetting van het eenhoofdig gezag van de moeder noodzakelijk maken?
- is het anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk dat het eenhoofdig gezag van de moeder wordt gecontinueerd?
- welke mogelijkheden en belemmeringen ziet de raad voor gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen?
- wat acht de raad nodig om de eventuele belemmeringen weg te nemen?
- wat is het advies van de raad ten aanzien van het gezag?
- welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in het kader van voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?
Voorts heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot pro forma 10 april 2025.
8Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
8.1.
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van:
- het raadsrapport van 14 januari 2025;
- een V8-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 20 januari 2025;
- een V8-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 27 januari 2025.
8.2.
Het hof heeft betrokkenen per brief van 17 september 2025 bericht dat er een rechterswisseling heeft plaatsgevonden.
8.3.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 september 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door mr. S.M. Ayangil als waarnemer van mr. Kloth. Voor de vader is F.M. Warsame opgetreden als tolk in de Arabische taal (tolk nummer 15940);
-de moeder, bijgestaan door mr. Van der Heijden;
-
[vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.
Het hof heeft bijzondere toegang verleend aan [stagiaire] , stagiaire van de raad.
8.4.
Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen, die ter griffie is ingekomen op 15 april 2025 respectievelijk 16 april 2025. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brieven zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
9De verdere beoordeling in hoger beroep
Raadsrapport van 14 januari 2025
9.1.
De raad adviseert het hof het verzoek van de vader, om hem naast de moeder te belasten met het ouderlijk gezag, af te wijzen. De communicatieproblemen tussen de ouders zorgen voor terugkerende spanningen en de kinderen worden daar direct en indirect mee geconfronteerd en belast. Als de ouders beiden belast zouden zijn met het ouderlijk gezag, blijven de huidige spanningen aanwezig en zullen deze spanningen naar verwachting toenemen. De ouders moeten dan namelijk met elkaar overleggen en dienen zaken met elkaar af te stemmen, terwijl gebleken is dat dat doel onhaalbaar is en voor meer spanningen en strijd zorgt. De mogelijkheden om de communicatie tussen partijen te verbeteren zijn uitgeput. Beide ouders hebben hun aandeel in de gebrekkige communicatie. De kinderen zijn er op dit moment het meest bij gebaat indien de ouders zo min mogelijk contact met elkaar hebben.
Eenhoofdig gezag van de moeder betekent dat er duidelijkheid ontstaat voor de kinderen omdat de belangrijke beslissingen, ook in de toekomst, door haar genomen zullen worden. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder en brengen de meeste tijd bij haar door. De moeder heeft daardoor het meeste zicht op de ontwikkeling van de kinderen. Eenhoofdig gezag van de moeder sluit daar goed bij aan. De kinderen hebben bovendien zelf aangegeven dit ook als meest logisch en wenselijk te ervaren.
De raad benadrukt dat het belangrijk is dat de moeder er aandacht voor heeft dat de kinderen onbelemmerd contact met de vader hebben en dat de moeder de vader op vaste momenten en in ieder geval ieder kwartaal informeert over de ontwikkeling van de kinderen.
De nadere standpunten
9.2.
De vader is het niet eens met het advies van de raad. De vader betwist dat er sprake is van ernstige communicatieproblemen tussen de ouders die de voortzetting van het eenhoofdig gezag van de moeder noodzakelijk zouden maken. De ouders hebben op frequente basis per email overleg over de zorg van de kinderen. Dit verloopt goed.
De moeder zet een negatief beeld neer van de vader jegens de kinderen. De moeder wil dat de vader terugkeert naar Irak. De vader betwist de kinderen te gebruiken voor een verblijfsvergunning. Hij beschikt nu over een tijdelijke verblijfsvergunning tot 2029. De moeder weigerde met oog op de procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning een kopie van de identiteitskaarten van de kinderen aan de vader te verstrekken.
Verder stelt de raad ten onrechte dat de vader de hulpverlening bij [instantie] zou hebben beëindigd. De vader heeft deze hulpverlening juist willen voortzetten. [instantie] heeft het hulpverleningstraject beëindigd.
De raad is op verschillende vlakken uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken, waardoor dit advies is opgesteld op basis van onjuiste informatie. Het advies van de raad dient dan ook niet gevolgd te worden. De kinderen zouden juist ernstig in hun belangen worden geschaad wanneer de moeder alleen het eenhoofdig gezag zou behouden. Er is ongelijkwaardig ouderschap ontstaan en de vader wordt buiten spel gezet. Zo worden bijvoorbeeld de vakanties niet verdeeld en wordt er geen informatie over de school gedeeld.
9.3.
De moeder is het eens met het advies van de raad. De moeder kan zich ook vinden in de constatering van de raad dat er geen sprake is van een rustige en constructieve overlegvorm en communicatie tussen de ouders. Zulks ondanks de inzet van meerdere hulpverlenings-trajecten.
De moeder wil haar telefoonnummer niet aan de vader verstrekken. Zij vreest een herhaling van de gebeurtenissen in 2019 toen zij door de vader en zijn familie werd lastig gevallen. De vader is dwingend en dreigend in het contact met de moeder.
De vader neemt ten aanzien van de kinderen te weinig verantwoordelijkheid en is niet actief. Volgens de moeder gebruikt de vader de kinderen met het oog op zijn verblijfsvergunning. De moeder bevestigt dat zij geen kopie van de identiteitskaarten van de kinderen aan de vader wilde verstrekken. De moeder ervaart geen meerwaarde voor de kinderen in het verblijf van de vader in Nederland. De moeder merkt en hoort van de kinderen dat er geen oprechte interesse van de vader in de kinderen is. De vader heeft de gelegenheid om een gedeelte van de vakanties met de kinderen door te brengen. De moeder legt de vakantieperiodes voor aan de vader maar de vader reageert niet. Hij heeft alleen in 2022 in de herfstvakantie een paar dagen met de kinderen doorgebracht en, na tussenkomst van de raad, tijdens de kerstvakantie van 2024. De moeder hoopt dat als de kinderen ouder zijn gezamenlijk gezag wel mogelijk is.
De motivering van de beslissing
9.4.
Het hof overweegt als volgt.
9.5.
Het hof volgt het advies van de raad. Het hof is van oordeel dat op dit moment eenhoofdig gezag van de moeder over de kinderen in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is.
In het midden kan blijven wie of waardoor het traject bij [instantie] is geëindigd. Vast staat dat er diverse hulpverleningstrajecten zijn geweest maar dat het niet lukt om te komen tot constructief overleg. Partijen kunnen niet met elkaar overleggen en beslissingen over de kinderen met elkaar afstemmen.
Daarin hebben beide partijen een aandeel. Het hof ziet aan de ene kant een vader die zijn best doet maar zich onbegrepen en slachtoffer voelt. Uit het dossier blijkt dat de vader vaak teruggrijpt naar situaties uit het verleden en ernaar neigt de oorzaak van problemen buiten zichzelf te leggen. Het hof ziet aan de andere kant een betrokken moeder die de vader niet goed kan toelaten in haar leven. Zo heeft de moeder niet de benodigde stukken aan de vader willen overhandigen die nodig waren voor zijn verblijfsvergunning.
Hoewel het de ouders lukt uitvoering te geven aan de reguliere omgangsregeling tussen de kinderen en de vader (in tegenstelling tot de vakantieregeling die niet conform de afspraken verloopt) zijn de communicatieproblemen van dien aard dat zij elkaar alleen per email contacten. Vast staat dat beide ouders elkaar veel blijven verwijten en dat er al jarenlang sprake is van onderlinge spanningen en wantrouwen. Deze houding van de ouders heeft het hof ook tijdens de voortgezette mondelinge behandeling in hoger beroep waargenomen. De kinderen worden al jarenlang geconfronteerd met deze strijd tussen de ouders.
Het hof verwacht, net als de raad, niet dat in de communicatie tussen partijen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Wanneer de ouders gezamenlijk met het gezag belast zouden worden, zullen de huidige spanningen aanwezig blijven en naar verwachting toenemen. De kinderen zullen (nog verder) klem of verloren raken tussen de ouders.
Kortom, de (communicatie)problemen tussen de ouders zijn zodanig ernstig dat in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het eenhoofdig gezag wordt gecontinueerd.
9.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven van de vader falen. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
10De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , van 6 juli 2023.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, C.M.J. Peters en S.P.A. WensinkVergunst, bijgestaan door mr. E.G.A. Janssen als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.