Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:2626

2025-09-25 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.336.725_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-09-25
Publicatiedatum
2025-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.336.725_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Benoeming definitieve voogd. NIFP. Deskundigenkosten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.115 tekens)
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH


Team familie- en jeugdrecht


Uitspraak: 25 september 2025
Zaaknummer: 200.336.725/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/403402 / FA RK 22-5133


in de zaak in hoger beroep van:




[de grootouders moederszijde]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekers in hoger beroep,
hierna te noemen: de grootouders moederszijde,
advocaat: mr. V.T.E. Kuijpers,


tegen



De Raad voor de Kinderbescherming

regio Zuidwest Nederland ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de raad.


Deze zaak gaat over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .


Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:



Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling Leger des Heils (de GI Leger des Heils),




[de grootouders vaderszijde]
,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. C.A. Offermans,
hierna te noemen: de grootouders vaderszijde.


Als informanten in deze zaak worden aangemerkt:




[de stiefmoeder]
,
wonende op een bij het hof bekend adres,
hierna te noemen: de stiefmoeder,




[de stiefopa]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de stiefopa.



13De beschikking van 3 oktober 2024


Bij die beschikking heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast ter beantwoording van de in de tussenbeschikking van het hof van 30 mei 2024 geformuleerde vragen. Mevrouw Van Oss en mevrouw Van Kempen, beiden gezondheidszorgpsycholoog bij [onderneming] zijn benoemd tot deskundigen. Het voorschot ter zake van de kosten van de deskundigen gezamenlijk is begroot conform de uitgebrachte offertes op € 17.791,74. Bepaald is verder dat de deskundigen uiterlijk op 31 januari 2025 het hof rapporteren over het verloop en de resultaten van het onderzoek waarna partijen en belanghebbenden de gelegenheid hebben om te reageren op het deskundigenbericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.





14Het verdere verloop van het geding in hoger beroep


14.1.
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- de deskundigenrapporten van het NIFP, ingekomen bij de griffie op 4 april 2025;
- de brief namens de raad, ingekomen bij de griffie op 1 mei 2025;
- het V8-formulier namens de grootouders vaderszijde, ingekomen bij de griffie op 8 mei 2025.



14.2.
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 september 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de grootmoeder moederszijde, bijgestaan door haar advocaat;

-de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI Leger des Heils, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de grootouders vaderszijde, bijgestaan door hun advocaat;
- de stiefopa.



14.3.
De grootvader vaderszijde en de stiefmoeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.



14.4.

Het hof heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.
Hij heeft hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen, die bij de griffie is ingekomen op 19 augustus 2025. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brief zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.






15De verdere beoordeling


15.1.

In de NIFP-rapporten, waarbij de deskundigen een forensisch psychologisch onderzoek hebben gedaan betreffende de grootouders moederszijde, de grootouders vaderszijde en [minderjarige] , komen de deskundigen, samengevat, tot de volgende bevindingen:
Er is bij [minderjarige] sprake van forse chronische en complexe trauma-en
hechtingsgerelateerde problematiek en loyaliteitsproblematiek, die zijn weerslag heeft op zijn sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. Classificerend is er sprake van een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) in reactie op diverse traumatische ervaringen, zoals het (oor)getuige zijn van de moord op zijn moeder, getuige en slachtoffer zijn van verbaal en fysiek geweld door zijn opvoeders en het overlijden van zijn vader, met intrusieve beelden/herbelevingen, vermijding, overalertheid, concentratieproblemen, stemmingsproblemen en stagnerende schoolprestaties. Daarnaast is er ten gevolge van de instabiliteit, discontinuïteit, verlatingservaringen en strijd tussen de opvoeders, sprake van een verstoorde hechtingsrelatie met beide grootmoeders in combinatie met loyaliteitsproblematiek, die geclassificeerd wordt als een andere psychotrauma-en stressorgerelateerde stoornis.

[minderjarige] heeft een vaste stabiele plek nodig, waar hij tot volwassenheid kan wonen, die hem de rust biedt die hij nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Het is van belang dat er voldoende ruimte is om de familiebanden met beide gezinnen van herkomst te behouden, waarbij hij zo min mogelijk belast wordt met conflicterende loyaliteitsgevoelens. Ook het onderhouden van het contact met de familie [familie] en zijn halfbroertje [halfbroertje] wordt van belang geacht voor zijn verdere ontwikkeling, aangezien hij met hen een positieve band ervaart. Door zijn problematiek heeft [minderjarige] een trauma-sensitieve opvoedingsomgeving nodig, waarin hij correctieve hechtingservaringen op kan doen in de relatie met zijn primaire opvoeders.
Op grond van een weging van de indicaties en contra-indicaties wordt plaatsing van [minderjarige] in een perspectief biedend gespecialiseerd pleeggezin geadviseerd tot minstens 18 jaar en, gezien ontwikkelingsproblemen en benodigde hersteltijd, liefst langer. Gezien de beschreven problematiek is het van groot belang dat in het pleeggezin voldoende expertise is op het gebied van traumasensitief opvoeden, dat pleegouders betrokken worden in de (trauma)behandeling van [minderjarige] en een beroep kunnen doen op (intensieve) gedragsdeskundige begeleiding. Mocht het binnen een redelijke termijn niet lukken om een dergelijk pleeggezin in de regio te vinden, is een gezinshuis eventueel ook een optie, mits het kleinschalig is en [minderjarige] de aandacht niet moet delen met een groot aantal andere kinderen. Er is een sterke voorkeur voor een pleeggezin in de omgeving van [woonplaats stiefopa] zodat hij in de vertrouwde omgeving en op school kan blijven.
Het contact met de familie moet behouden blijven in de vorm van logeren in het weekend, waarbij het voorstel is om dit voor elke familie één keer per vier weken van vrijdagavond tot zondagavond te laten plaatsvinden. Het initiatief voor belcontact wordt bij voorkeur gelegd bij [minderjarige] , tenzij dit betekent dat familie aan hem gaat ‘trekken’. Wat vakanties betreft, wordt met het oog op rust in de agenda van [minderjarige] en met het oog op ruimte voor zijn herstel, verdere ontwikkeling en het onderhouden van contacten met leeftijdgenoten aanbevolen dat hij niet elke vakantie een deel van zijn tijd doorbrengt met familie maar dat hij vakantie viert met het pleeggezin en daarnaast met elke familie eenmaal per jaar een vakantie doorbrengt.
Onafhankelijk van de plaats waar hij woont en wordt opgevoed, is het van de belang dat de voogdij over [minderjarige] bij de huidige GI Leger des Heils blijft liggen, omdat zij als neutrale partij het beste de verantwoordelijkheid voor [minderjarige] kunnen blijven dragen.




15.2.

De grootmoeder moederszijde brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren.
Ze vindt het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt voor [minderjarige] over de vraag waar hij mag opgroeien zodat hij verdere stappen kan zetten in zijn leven en (nog belangrijker) hij kan werken aan zijn trauma. De grootmoeder moederszijde staat achter het advies van de deskundigen waarbij de GI Leger des Heils wordt belast met de definitieve voogdij en [minderjarige] wordt geplaatst binnen een perspectief biedend gespecialiseerd pleeggezin. Van belang is wel dat goed wordt gekeken naar een passende plek voor [minderjarige] die voldoet aan de door de deskundigen genoemde voorwaarden waarbij ook oog is voor de banden met de families van [minderjarige] .




15.3.

De raad brengt, in aansluiting op de brief, ingekomen bij de griffie op 1 mei 2025, tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren.
De raad is van mening dat in het rapport van de deskundigen zorgvuldig afwegingen zijn gemaakt die uitkomen op het gegeven advies. De raad sluit zich aan bij dit advies en de hierbij behorende voorwaarden o.a. dat in het pleeggezin/gezinshuis voldoende expertise is op het gebied van traumasensitief opvoeden en dat het een kleinschalig pleeggezin zal zijn. De raad gunt [minderjarige] dat alle volwassenen om hem heen instemmen met zijn opgroeiplek en dit ondersteunen. Ook vindt de raad het belangrijk dat de overgang van [minderjarige] naar het pleeggezin zo rustig en voorspelbaar mogelijk zal plaatsvinden.




15.4.

De grootouders vaderszijde brengen, in aansluiting op hun brief, ingekomen bij de griffie op 8 mei 2025, tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren.
Ze zijn het eens met het advies van de deskundigen om [minderjarige] in een perspectief biedend gespecialiseerd pleeggezin te plaatsen waar hij tenminste tot zijn 18e levensjaar, en het liefst langer, kan blijven wonen. Zij achten dit in het belang van [minderjarige] . Ze staan ook achter het advies om de GI Leger des Heils de belasten met de definitieve voogdij.




15.5.

De GI Leger des Heils brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren.
De betrokken jeugdzorgwerkers maken zich grote zorgen over [minderjarige] . Het gaat niet goed met hem. Het is belangrijk dat er snel duidelijkheid en rust komt voor [minderjarige] , want hij zit enorm klem. De GI Leger des Heils kan zich vinden in het advies van de deskundigen en hoopt snel aan de slag te kunnen gaan met het vinden van een passende plek voor [minderjarige] , waarbij goed wordt gekeken naar de door de deskundigen benoemde voorwaarden voor deze plek. De GI Leger des Heils kan pas op zoek naar een passende plek voor [minderjarige] wanneer zij definitief tot voogd is benoemd.




15.6.

De stiefopa brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren.
Hij staat achter het advies van de deskundigen. Hij hoopt dat er ook voldoende oog is voor het in stand houden van het contact tussen [minderjarige] en zijn halfbroertje [halfbroertje] . Dat is erg belangrijk.




15.7.
Het hof oordeelt als volgt.



Voogdij




15.7.1.
Gelet op de uitkomst van het deskundigenonderzoek en de daarin geformuleerde conclusies staat voor het hof vast dat het belang van [minderjarige] vergt dat de GI Leger des Heils tot definitieve voogd wordt benoemd. Alle betrokken partijen zijn het daar ook over eens. Het hof heeft geen reden om aan te nemen dat de GI Leger des Heils die belast is met de voorlopige voogdij niet in het belang van [minderjarige] optreedt. De GI Leger des Heils heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangegeven in samenwerking met de grootouderechtparen en onder de door de deskundigen gestelde voorwaarden uitvoering te geven aan de voogdij. Dat betekent dat zij op zoek is naar een passende plek voor [minderjarige] waar hij kan opgroeien en waarbij ook oog is voor het behouden van de band met zijn families. [minderjarige] heeft duidelijkheid nodig en de huidige situatie kan niet langer voortduren. Het hof gunt [minderjarige] deze duidelijkheid, rust en een passende plek waar hij verder mag opgroeien. Met de benoeming van de GI Leger des Heils tot voogd worden de belangen van [minderjarige] het beste behartigd.



Deskundigenkosten





15.7.2.
Bij tussenbeschikking van 3 oktober 2024 heeft het hof het voorschot van de kosten van het deskundigenonderzoek begroot op € 17.791,74 inclusief BTW en exclusief informanten en reiskosten. Het deskundigenonderzoek is inmiddels afgerond. Ingevolge de facturen die zijn uitgebracht worden deze kosten definitief vastgesteld op € 27.318,60 inclusief BTW, de kosten voor het betrekken van de informanten en de reiskosten. In aansluiting op r.o. 7.5. van de tussenbeschikking van het hof van 30 mei 2024 komen deze kosten ten laste van de Staat.






16De beslissing


Het hof:



benoemt het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (vestiging [vestiging] ) tot voogd over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] ;



verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het centraal gezagsregister;



stelt de kosten van de deskundigen vast op € 27.318,60, welke kosten te laste van de Staat komen;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.



Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, A.J.F. Manders, S.P.A. Wensink - Vergunst en is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.