Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:2565

2025-09-23 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 200.278.970_02
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-09-23
Publicatiedatum
2025-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.278.970_02
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Hof bepaalt mondelinge behandeling.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.601 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht


zaaknummer 200.278.970/02




arrest van 23 september 2025




in de zaak van



wijlen [persoon A],
bij leven wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [persoon A] ,
advocaat: mr. D.A.W. van Dijk te Amsterdam,



tegen





1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde sub 1] ,
2. [geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde sub 2] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.J. Bakker te Amsterdam.



als vervolg op de door het hof gewezen rolbeslissingen van 16 juni 2020 en 8 juni 2021 en de tussenarresten van 6 april 2021, 21 september 2021, 28 februari 2023 en 18 juli 2023 in het hoger beroep van het onder zaaknummer: C/01/337304 / HA ZA 18-544 gewezen vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven van 15 januari 2020 en na verwerping van cassatieberoep (Hoge Raad 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:315).






1Het verdere verloop van de procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenarrest van 18 juli 2023;


het ambtshalve royement in verband met het tussentijds ingestelde cassatieberoep;


het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025;


de akte strekkende tot schorsing (artikel 225 Rv), wijziging procespartij en hervatting (artikel 227 Rv) van het geding met productie 55 van 20 mei 2025, zijdens [persoon B] ;


de akte uitlaten van 16 juni 2025, zijdens [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] .





1.2.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.







2De verdere beoordeling



Wijziging samenstelling behandelend kamer




2.1.
De tussenarresten van 28 februari 2023 en 18 juli 2023 zijn gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, K.J.H. Hoofs en P.V. Eijsvoogel. Mr. H.A.G. Fikkers is niet meer werkzaam voor dit hof. Daarom wordt het onderhavige arrest gewezen door mrs. Hoofs, Eijsvoogel en C.M.J. Peters.



In het incident




2.2.1.
Op grond van artikel 225 lid 1 aanhef en onder a Rv is een grond voor schorsing van het geding de dood van een partij. Op grond van lid 2 van voornoemd artikel vindt schorsing plaats door een daartoe strekkende akte.



2.2.2.
Bij akte van 20 mei 2025 heeft [persoon B] de schorsing van het onderhavige geding op voet van artikel 225 lid 1 aanhef en onder a Rv ingeroepen op de grond dat [persoon A] op 21 juli 2023 is overleden.



2.2.3.
Het hof constateert dat er sprake is van een geldige grond voor schorsing en dat de procedure is geschorst door inroeping van deze schorsingsgrond.



2.3.1.
Op grond van artikel 227 lid 1 aanhef en onder b Rv wordt het geding hervat in de stand waarin dit zich bij de schorsing bevond doordat een der partijen, met instemming van de andere partij, een daartoe strekkende akte neemt, dan wel bij exploot verklaart dat het geding wordt hervat.



2.3.2.


[persoon B] heeft bij akte van 20 mei 2025 verzocht het geding te hervatten. [persoon B] stelt dat [persoon A] bij testament zijn kinderen [persoon B] (hierna: [persoon B] ) en [persoon C] (hierna: [persoon C] ) tot enige erfgenamen heeft benoemd en zij de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. In de afwikkeling van de nalatenschap van [persoon A] is de vordering op [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] die onderwerp is van onderhavige procedure toebedeeld aan [persoon B] . Deze vordering is bij akte van cessie van 29 april 2025 aan hem overgedragen en daarvan is aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] mededeling gedaan, aldus [persoon B] .

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben zich bij akte van 16 juni 2025 voor de rol van 17 juni 2025 uitgelaten over de door [persoon B] verzochte hervatting. In deze akte staat, hetgeen ook volgt uit de als productie 55 door [persoon B] overgelegde e-mails van 30 april 2025 tussen [persoon B] en [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] , dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] instemmen met hervatting van het geding.




2.3.3.
Gelet op het voorgaande oordeelt het hof tot hervatting van de procedure.




2.4.
De beslissing over de proceskosten in het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.



De hoofdzaak





2.5.

Bij tussenarrest van 28 februari 2023 heeft het hof overwogen een
deskundigenonderzoek naar de waarde van de percelen [I] , [II] en [III] (hierna: de onroerende zaken) noodzakelijk te achten en voornemens te zijn drie deskundigen te benoemen die gezamenlijk tot één zienswijze dienen te komen omtrent de waarde van de onroerende zaken. Het hof heeft partijen vervolgens (bij tussenarrest van 28 februari 2023) in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voornemen van het hof om drie deskundigen te benoemen, over de niet als deskundige in aanmerking komende personen, over de geformuleerde en eventuele andere uitgangspunten en vragen, en over de partij die het voorschot behoort te voldoen. Ook zijn partijen in de gelegenheid gesteld suggesties te doen over hiervoor genoemde vervolgstappen.




2.6.

Partijen hebben zich bij akten van 11 april 2023 uitgelaten over (onder meer) voornoemde onderwerpen. Voorts hebben [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] verzocht tussentijds cassatie open te stellen. Bij tussenarrest van 18 juli 2023 heeft het hof bepaald dat tegen het arrest van
28 februari 2023 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld, waarna [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] tussentijds cassatie hebben ingesteld.




2.7.
De Hoge Raad heeft [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep verklaart voor zover dit gericht is tegen de gezamenlijke erfgenamen van [persoon A] en het beroep voor het overige op grond van artikel 81 RO verworpen. [persoon B] heeft de zaak vervolgens opnieuw aangebracht bij het hof en bij akte verzocht om schorsing en hervatting van de procedure.



2.8.

Het hof ziet in de gewijzigde samenstelling van de behandelend kamer, de tijdsduur (van ruim twee jaren) die inmiddels is verstreken sinds het (laatste) tussenarrest van 18 juli 2023, in hetgeen partijen in de akten van 11 april 2023 naar voren hebben gebracht alsook in de indeplaatstreding van [persoon B] aanleiding een mondelinge behandeling te bepalen.
Tijdens die mondelinge behandeling zal (onder meer, doch niet uitsluitend) gesproken worden over:



de niet als deskundige in aanmerking komende personen,


de vereiste expertise van de te benoemen deskundigen,


de uitgangspunten die ten grondslag zullen liggen aan de door de deskundigen te beantwoorden vragen,


de door de deskundigen te beantwoorden vragen. In dat kader zal ook worden gesproken over de reeds door Goorts + Coppens beantwoorde vragen. Dienen deze vragen eveneens door de deskundigen te worden beantwoord, of kan uitgegaan worden uitgegaan van de door Goorts + Coppens gegeven antwoorden op deze vragen?





2.9.
De door partijen ingenomen standpunten over voornoemde onderwerpen dienen ter zitting te worden onderbouwd.



2.10.
Om een datum voor de mondelinge behandeling te kunnen bepalen verwijst het hof de zaak naar de hieronder vermelde roldatum voor opgave van verhinderdata voor ieder van partijen in de zes maanden gerekend vanaf die roldatum.



2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





3De uitspraak


Het hof:




In het incident:




3.1.
stelt vast dat het geding is geschorst op de voet van artikel 225 Rv en hervat op de voet van artikel 227 Rv en dat [persoon B] , wonende te [A] (gemeente [B] ), als procespartij in de plaats treedt van [persoon A] , met mr. D.A.W. van Dijk als advocaat;



3.2.
draagt de griffier op deze wijziging van de procespartij door te voeren in het roljournaal;



3.3.
houdt de beslissing over de proceskosten in incident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;



In de hoofdzaak:





3.4.
bepaalt dat partijen in persoon tezamen met hun advocaten naar het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch dienen komen voor een mondelinge behandeling van deze zaak met het hiervoor onder rechtsoverweging 2.8. vermelde doel;



3.5.
deze mondelinge behandeling zal worden gehouden voor drie raadsheren van dit hof op een nog vast te stellen dag en tijdstip. Daarvoor moeten de advocaten van partijen op de rol van 7 oktober 2025 hun verhinderdata en die van hun advocaten in de maanden oktober 2025 tot en met maart 2026 opgeven;



3.6.
bepaalt dat het hof na genoemde roldatum dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen;



3.7.
de partij die zich tijdens de mondelinge behandeling op nieuwe stukken wil beroepen, moet kopieën daarvan uiterlijk 10 dagen voor de datum van de mondelinge behandeling aan de griffie van het hof en aan de wederpartij sturen.



3.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit arrest is gewezen door mrs. K.J.H. Hoofs, C.M.J. Peters en P.V. Eijsvoogel en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 september 2025.




griffier rolraadsheer