Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2023:2987
2023-09-19
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
200.328.468_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2023:2987 → ECLI:NL:RBOBR:2023:2234
Inhoudsindicatie
Memorie van grieven niet genomen. Akte van niet-dienen. Appellant niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.259 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.328.468/01
arrest van 19 september 2023
in de zaak van
[curator] , handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. B.A.P. Sijben te Helmond,
tegen
1Psari B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. L.V. Claassens te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 mei 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 mei 2023, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen appellant als eiser in conventie, verweerder in reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/378370 / HA ZA 22-42)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
2.1.
Appellant heeft bij voormeld exploot geïntimeerden opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 juni 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
2.2.
Aan appellant is een termijn en vervolgens uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven.
2.3.
Op de rol van 29 augustus 2023 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellant om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
2.4.
Nu appellant tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan hij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Hij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Geïntimeerden hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (art. 2.19 LPR).
2.5.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellant worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
3De uitspraak
Het hof:
verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep;
veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerden op € 5.689,- aan griffierecht en op € 591,50 aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 september 2023.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.328.468/01
arrest van 19 september 2023
in de zaak van
[curator] , handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. B.A.P. Sijben te Helmond,
tegen
1Psari B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. L.V. Claassens te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 22 mei 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 mei 2023, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen appellant als eiser in conventie, verweerder in reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.
1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/378370 / HA ZA 22-42)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
2.1.
Appellant heeft bij voormeld exploot geïntimeerden opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 juni 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
2.2.
Aan appellant is een termijn en vervolgens uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven.
2.3.
Op de rol van 29 augustus 2023 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellant om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
2.4.
Nu appellant tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan hij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Hij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Geïntimeerden hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (art. 2.19 LPR).
2.5.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellant worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
3De uitspraak
Het hof:
verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep;
veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerden op € 5.689,- aan griffierecht en op € 591,50 aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 september 2023.
griffier rolraadsheer