Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2023:1058

2023-04-20 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.320.443_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2023-04-20
Publicatiedatum
2023-03-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.320.443_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

verzoek vervangende toestemming verhuizing en inschrijving basisschool, wijziging hoofdverblijf, wijziging kinderalimentatie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.141 tekens)
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH


Team familie- en jeugdrecht


Uitspraak: 20 april 2023
Zaaknummer: 200.320.443/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/385797 / FA RK 22-4092


HERSTELBESCHIKKING in de zaak in hoger beroep van:



[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. G.G.J. van Kooten,



tegen






[de vader] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.M.C. Broers.



Deze zaak gaat over:





[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015, hierna: [minderjarige 1] ;




[minderjarige 2]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017, hierna [minderjarige 2] ;




[minderjarige 3]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019, hierna: [minderjarige 3] ;


hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.


In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] : hierna te noemen: de raad.




Overwegingen




Het hof heeft een beschikking gegeven op 30 maart 2023.



Bij brief van 3 april 2023 heeft mr. Van Kooten aan het hof bericht dat voornoemde beschikking van 30 maart 2023 een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv bevat.
Immers, in het dictum is opgenomen dat de man maandelijks een bedrag van € 405,- dient te voldoen, terwijl partijen zijn overeengekomen dat de man een bedrag van € 519,- dient te voldoen, zoals het hof ook in rov. 3.19 heeft overwogen.
Mr. Van Kooten heeft het hof verzocht om de beschikking te herstellen.



Mr. Broers heeft bij email van 3 april 2023 aan het hof bericht geen bezwaar te hebben tegen voornoemd verzoek tot herstel.



Het hof is van oordeel dat sprake is van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek van 3 april 2023, zoals ingediend door mr. Van Kooten, toe.



Voormelde beschikking zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.




De beslissing




Het hof:



bepaalt dat het dictum van de gegeven beschikking van 30 maart 2023 moet worden verbeterd in:



“Het hof:



vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 december 2022, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en alleen voor zover het inleidend verzoek inzake de kinderalimentatie is afgewezen,



en in zoverre opnieuw rechtdoende:



bepaalt dat de vader met ingang van 1 januari 2023 telkens bij vooruitbetaling aan de moeder
dient te voldoen een bedrag van in totaal € 519,- per maand inzake de kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2017 en [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2019;



bepaalt dat de vader inzake de achterstallige alimentatie ten bedrage van € 1.417,73 uiterlijk vóór 1 april 2023 aan de moeder zal voldoen;



bekrachtigt voornoemde beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige;



wijst af het meer of anders verzochte.”




Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, C.D.M. Lamers en A.C. van den Boogaard en is op 20 april 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.