Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2022:1852
2022-06-14
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
200.270.334_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2022:1852 → ECLI:NL:RBOBR:2019:328
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2022:1852 → ECLI:NL:RBOBR:2019:5430
Inhoudsindicatie
Verzoek om tussentijds cassatieberoep open te stellen op tussenarrest.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:451 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:450 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.895 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.270.334/01
arrest van 14 juni 2022
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [[ X ]],
advocaat: mr. J.M. Wagenaar te Enschede,
tegen
Van Lanschot N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, appellante in principaal hoger beroep,
hierna aan te duiden als Van Lanschot,
advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 19 april 2022, op het bij exploot van dagvaarding van 23 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 18 september 2019, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [[ X ]] als eiser en Van Lanschot als gedaagde.
5Het arrest van 19 april 2022
Bij genoemd arrest heeft het hof, op het principaal hoger beroep en het incidenteel hoger beroep, het hiervoor genoemde vonnis van 18 september 2019 vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch om de zaak verder te beslissen met inachtneming van de overwegingen van genoemd arrest, met compensatie van de kosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
6. Het verzoek zijdens Van Lanschot tot het openstellen van tussentijds cassatieberoep
6.1.
Bij brief van 24 mei 2022, ingekomen ter griffie van het hof op diezelfde datum, heeft Van Lanschot het hof verzocht het arrest van 19 april 2022 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
6.2.
Bij brief van 25 mei 2022, ingekomen ter griffie op 27 mei 2022, heeft [[ X ]] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen voormeld verzoek.
7De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek. Het hof heeft bij het arrest van 19 april 2022 inhoudelijke beslissingen genomen die bepalend zullen zijn voor de uitkomst van de procedure bij de rechtbank. Het hof acht het daarom doelmatig tussentijds cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 19 april 2002.
8De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 19 april 2022 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, B.E.L.J.C. Verbunt en Chr. F. Kroes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juni 2022.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.270.334/01
arrest van 14 juni 2022
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [[ X ]],
advocaat: mr. J.M. Wagenaar te Enschede,
tegen
Van Lanschot N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, appellante in principaal hoger beroep,
hierna aan te duiden als Van Lanschot,
advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 19 april 2022, op het bij exploot van dagvaarding van 23 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 18 september 2019, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [[ X ]] als eiser en Van Lanschot als gedaagde.
5Het arrest van 19 april 2022
Bij genoemd arrest heeft het hof, op het principaal hoger beroep en het incidenteel hoger beroep, het hiervoor genoemde vonnis van 18 september 2019 vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch om de zaak verder te beslissen met inachtneming van de overwegingen van genoemd arrest, met compensatie van de kosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
6. Het verzoek zijdens Van Lanschot tot het openstellen van tussentijds cassatieberoep
6.1.
Bij brief van 24 mei 2022, ingekomen ter griffie van het hof op diezelfde datum, heeft Van Lanschot het hof verzocht het arrest van 19 april 2022 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
6.2.
Bij brief van 25 mei 2022, ingekomen ter griffie op 27 mei 2022, heeft [[ X ]] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen voormeld verzoek.
7De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek. Het hof heeft bij het arrest van 19 april 2022 inhoudelijke beslissingen genomen die bepalend zullen zijn voor de uitkomst van de procedure bij de rechtbank. Het hof acht het daarom doelmatig tussentijds cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 19 april 2002.
8De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 19 april 2022 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, B.E.L.J.C. Verbunt en Chr. F. Kroes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 juni 2022.
griffier rolraadsheer