Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2021:3800

2021-12-23 Civiel recht; Personen- en familierecht 200.276.003_01 en 200.276.006_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2021-12-23
Publicatiedatum
2021-12-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.276.003_01 en 200.276.006_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

afwijzen verzoek tot omgangsregeling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.253 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH



Team familie- en jeugdrecht


zaaknummers : 200.276.003/01 en 200.276.006/01
zaaknummer rechtbank : C/01/343895 / FA RK 19-1008



beschikking van de meervoudige kamer van 23 december 2021



inzake




[de man]
,
voorheen wonende te [woonplaats] , woonplaats thans onbekend,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. C.C.A. Stallen te Eindhoven,


tegen




[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.M.M. Mikkers te Heeze.


Als belanghebbende wordt aangemerkt: de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant (hierna: GI).


In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio: [regio] ,
hierna te noemen: de raad.



8De beschikking d.d. 1 juli 2021


Bij die beschikking heeft het hof bepaald dat, in afwachting van het resultaat en het verloop van het hulpverleningstraject, de regie van de invulling van de omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna tezamen: de kinderen), door de jeugdzorgwerker van de GI ter hand wordt genomen.
Daarbij is de GI verzocht om het hof vóór 30 september 2021 per brief te informeren, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen en de raad, waarna partijen en de raad in de gelegenheid zullen worden gesteld om schriftelijk te reageren op deze brief en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden tot laatstgenoemde datum.






9Het verdere verloop van het geding in hoger beroep


Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van het faxbericht van de GI van 7 oktober 2021.





10De verdere beoordeling


10.1
Uit voormeld faxbericht van de GI blijkt dat de GI vanaf mei 2021 geen contact meer heeft gehad met de man. De vrouw is in juni 2020 met de kinderen vanuit het blijfhuis doorgestroomd naar een eigen woning op een voor de man geheim adres. Het is onduidelijk waar de man verblijft; het vermoeden bestaat dat hij in Polen verblijft. De GI heeft op 28 juni 2021 van de gemeente [woonplaats] bericht ontvangen dat de man is uitgeschreven bij de gemeente waarbij de ambtenaar van de gemeente heeft gezegd dat de man de laatste keer dat hij de man sprak, aangaf in Polen te zijn. De man heeft het afgelopen jaar rondom de verjaardag van de kinderen een mail gestuurd om hen te feliciteren met hun verjaardag, maar er is verder geen contact tussen de man en de kinderen. Op het moment dat de man terugkeert naar Nederland en contactherstel wenst, dienen er eerst in samenwerking met de politie een veiligheidsinschatting en afspraken gemaakt te worden.



10.2
Partijen en de raad zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van de GI.



10.3
Zowel de man, de vrouw als de raad hebben niet gereageerd.



10.4
Het hof overweegt verder volgt. Gebleken is dat er nog altijd geen duidelijkheid bestaat over de vraag waar de man verblijft, alsook dat de man – ondanks het bepaalde in de beschikking van dit hof van 1 juli 2021 – tot op heden geen initiatief genomen heeft om te komen tot contactherstel met de kinderen. Het sturen van een mail om de kinderen te feliciteren met hun verjaardag, kan niet worden beschouwd als een voldoende initiatief tot contactherstel zoals bedoeld in voornoemde beschikking. Gelet hierop, mede met inachtneming van hetgeen het hof in voornoemde beschikking van 1 juli 2021 heeft overwogen, zal het hof het verzoek van de man strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling, met het oog op het belang van de kinderen, afwijzen.





11De beslissing


Het hof:



vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 december 2019, voor zover daarbij is bepaald dat, in afwachting van het resultaat en het verloop van het hulpverleningstraject, de regie van de invulling van de contactregeling tussen de man en de kinderen door de jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant ter hand wordt genomen;



wijst af het verzoek van de man strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] en [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats].



Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Laarhoven, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en H.J. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2021 door mr. J.C.E. Ackermans-Wijn in tegenwoordigheid van de griffier.