Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2021:2743
2021-08-31
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.282.246_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beleggingen door particulier en MKB-bedrijf in risicovolle fondsen. Zorgplichtschending door aanbieder fondsen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.092 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.282.246/01
arrest van 31 augustus 2021
gewezen in het incident
in de zaak van
1 [X schoenen B.V.] , gevestigd te [woonplaats] ,
2. [appellant], wonende te [woonplaats] (België),
3. [appellante], wonende te [woonplaats] (België),
appellanten in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: [appellanten] en
appellante sub 1 zal afzonderlijk worden aangeduid als [X schoenen B.V.] ;
advocaat: mr. J. Derksen te Amsterdam,
tegen
1De Nieuwe Veste B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. De Veste B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: De Veste c.s.,
advocaat: mr. E.L.M. van Kranenburg te Nijmegen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 april 2021 in het hoger beroep van het onder zaaknummer C/02/357981 / HA ZA 19-287 gewezen vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 mei 2020.
5Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 6 april 2021;
de conclusie tot referte in incident van De Veste c.s.
Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.
6De verdere beoordeling
In het incident
6.1.
Bij genoemd tussenarrest zijn De Veste c.s. in de gelegenheid gesteld te antwoorden op de incidentele vordering ex artikel 225 Rv van [appellanten] In hun akte hebben De Veste c.s. zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
De beoordeling van de incidentele vordering van [appellanten]
6.2.
Het hof beschouwt de akte in de hoofdzaak van [appellanten] van 9 februari 2021 als een door [X beheer B.V.] , rechtsopvolgster onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , genomen akte schorsing ex artikel 225 lid 1 sub c Rv en hervatting ex artikel 227 lid 1 sub b Rv. Gezien deze akte en gelet op de referte van De Veste c.s., is het hof van oordeel dat dat de zaak rechtsgeldig is geschorst en hervat op 9 februari 2021, de roldatum dat de akte met het schorsings- en hervattingsverzoek is genomen. Dat betekent dat de primaire incidentele vordering zal worden toegewezen.
6.3.
De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
6.4.
De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7De uitspraak
Het hof:
in het incident:
bepaalt dat [X beheer B.V.] , rechtsopvolger onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , als procespartij in de plaats is getreden van [X schoenen B.V.] ;
gelast de griffier deze wijziging in het roljournaal te verwerken;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 augustus 2021.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.282.246/01
arrest van 31 augustus 2021
gewezen in het incident
in de zaak van
1 [X schoenen B.V.] , gevestigd te [woonplaats] ,
2. [appellant], wonende te [woonplaats] (België),
3. [appellante], wonende te [woonplaats] (België),
appellanten in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: [appellanten] en
appellante sub 1 zal afzonderlijk worden aangeduid als [X schoenen B.V.] ;
advocaat: mr. J. Derksen te Amsterdam,
tegen
1De Nieuwe Veste B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. De Veste B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: De Veste c.s.,
advocaat: mr. E.L.M. van Kranenburg te Nijmegen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 april 2021 in het hoger beroep van het onder zaaknummer C/02/357981 / HA ZA 19-287 gewezen vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 mei 2020.
5Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 6 april 2021;
de conclusie tot referte in incident van De Veste c.s.
Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.
6De verdere beoordeling
In het incident
6.1.
Bij genoemd tussenarrest zijn De Veste c.s. in de gelegenheid gesteld te antwoorden op de incidentele vordering ex artikel 225 Rv van [appellanten] In hun akte hebben De Veste c.s. zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
De beoordeling van de incidentele vordering van [appellanten]
6.2.
Het hof beschouwt de akte in de hoofdzaak van [appellanten] van 9 februari 2021 als een door [X beheer B.V.] , rechtsopvolgster onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , genomen akte schorsing ex artikel 225 lid 1 sub c Rv en hervatting ex artikel 227 lid 1 sub b Rv. Gezien deze akte en gelet op de referte van De Veste c.s., is het hof van oordeel dat dat de zaak rechtsgeldig is geschorst en hervat op 9 februari 2021, de roldatum dat de akte met het schorsings- en hervattingsverzoek is genomen. Dat betekent dat de primaire incidentele vordering zal worden toegewezen.
6.3.
De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
6.4.
De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7De uitspraak
Het hof:
in het incident:
bepaalt dat [X beheer B.V.] , rechtsopvolger onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , als procespartij in de plaats is getreden van [X schoenen B.V.] ;
gelast de griffier deze wijziging in het roljournaal te verwerken;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 augustus 2021.
griffier rolraadsheer