Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2019:499
2019-02-12
Civiel recht; Verbintenissenrecht
200.104.152_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2019:499 → ECLI:NL:RBROE:2012:5088
Inhoudsindicatie
overeenkomst van koop en verkoop in aandelen van een productiebedrijf ECLI:NL:GHSHE:2013:6061 ECLI:NL:GHSHE:2014:3886 ECLI:NL:GHSHE:2014:587 ECLI:NL:GHSHE:2015:2079 ECLI:NL:GHSHE:2016:1038 ECLI:NL:GHSHE:2016:4846 ECLI:NL:GHSHE:2017:5794 ECLI:NL:GHSHE:2018:3562
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.480 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.104.152/01
arrest van 12 februari 2019
gewezen in het incident in de zaak van
B.V. Exploitatie Maatschappij Travers Mosa,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in de hoofdzaak appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. G.C. Vergouwen te Eindhoven,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonende te [woonplaats] ,
in de hoofdzaak geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. H. Nieuwenhuizen te Eindhoven,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 17 december 2013, 4 maart 2014, 30 september 2014, 9 juni 2015, 22 maart 2016, 1 november 2016, 19 december 2017 en 28 augustus 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 103039/HA ZA 10-621 gewezen vonnis van 7 maart 2012. Het hof zal de nummering van de eerder gewezen arresten voortzetten.
33Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 28 augustus 2018;
de 'antwoordakte tevens houdende incident ex 208/209 Rv' van Travers Mosa van 9 oktober 2018, met producties.
Opgemerkt zij dat de zaak is geschorst van 9 oktober 2018 tot 11 december 2018 in verband met het door Travers Mosa ingediende wrakingsverzoek.
Partijen hebben aanvullend gefourneerd, waarna het hof een datum voor arrest heeft bepaald.
34De beoordeling
in het incident
34.1.
Bij het tussenarrest van 28 augustus 2018 is de zaak naar de rol verwezen teneinde Travers Mosa in de gelegenheid te stellen bij antwoordakte te reageren op de door [geïntimeerde] bij akte van 16 januari 2018 als productie 65 in het geding gebrachte kostenraming.
34.2.
De door Travers Mosa voor de rol van 25 september 2018 aan het hof toegezonden 'antwoordakte tevens houdende incident ex 208/209 Rv' is na bezwaar van [geïntimeerde] door de rolraadsheer geweigerd. Travers Mosa is in de gelegenheid gesteld de antwoordakte in te korten en opnieuw in te dienen, van welke gelegenheid zij gebruik heeft gemaakt op de rol van 9 oktober 2018.
De geweigerde antwoordakte van 25 september 2018 heeft Travers Mosa als productie 87 bij haar antwoordakte van 9 oktober 2018 gevoegd. Gelet op genoemde weigering en op de eisen van een goede procesorde zal het hof de inhoud van die productie buiten beschouwing laten voor zover de inhoud ervan niet woordelijk is opgenomen in de antwoordakte van 9 oktober 2018. Voor alle duidelijkheid overweegt het hof dat onder woordelijk opgenomen niet valt de verwijzing in nr. 9 en 10 van de antwoordakte naar passages uit de geweigerde akte.
34.3.
Travers Mosa heeft in haar antwoordakte van 9 oktober 2018 gereageerd op de door [geïntimeerde] in het geding gebrachte kostenraming.
34.4.
Voorts heeft Travers Mosa in haar antwoordakte een vordering in het incident ingesteld die ertoe strekt de deskundige op de voet van artikel 194 lid 5 Rv te bevelen ter zitting een mondelinge toelichting te geven op (de strekking en reikwijdte van de inhoud van) diens e-mail van 7 april 2017, bedoeld in rechtsoverweging 28.1.1 (e.v.) van het tussenarrest van 19 december 2017.
Ook heeft Travers Mosa voorwaardelijk, namelijk voor het geval het hof er niet toe overgaat de deskundige te bevelen een mondelinge toelichting te geven én het hof besluit om de kostenraming als processtuk toe te laten, een vordering in het incident ingesteld die ertoe strekt om:
[geïntimeerde] op de voet van artikel 843a Rv te bevelen documenten over te leggen die de (non-)authenticiteit van de kostenraming kunnen bevestigen, alsmede
Travers Mosa toe te staan getuigen te doen horen die kunnen verklaren omtrent de authenticiteit van de kostenraming, onder wie de opstellers van het saneringsplan.
34.5.
[geïntimeerde] is nog niet in de gelegenheid geweest verweer te voeren tegen de hiervoor genoemde vorderingen in het incident. Het hof zal [geïntimeerde] daartoe in de gelegenheid stellen.
34.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
35De uitspraak
Het hof:
in het incident
verwijst de zaak naar de rol van 26 februari 2019 voor antwoordconclusie ten aanzien van de hiervoor in rechtsoverweging 34.4 bedoelde vorderingen in het incident, aan de zijde van [geïntimeerde] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.H. Schulten en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 februari 2019.
griffier rolraadsheer
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.104.152/01
arrest van 12 februari 2019
gewezen in het incident in de zaak van
B.V. Exploitatie Maatschappij Travers Mosa,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in de hoofdzaak appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. G.C. Vergouwen te Eindhoven,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonende te [woonplaats] ,
in de hoofdzaak geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. H. Nieuwenhuizen te Eindhoven,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 17 december 2013, 4 maart 2014, 30 september 2014, 9 juni 2015, 22 maart 2016, 1 november 2016, 19 december 2017 en 28 augustus 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 103039/HA ZA 10-621 gewezen vonnis van 7 maart 2012. Het hof zal de nummering van de eerder gewezen arresten voortzetten.
33Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 28 augustus 2018;
de 'antwoordakte tevens houdende incident ex 208/209 Rv' van Travers Mosa van 9 oktober 2018, met producties.
Opgemerkt zij dat de zaak is geschorst van 9 oktober 2018 tot 11 december 2018 in verband met het door Travers Mosa ingediende wrakingsverzoek.
Partijen hebben aanvullend gefourneerd, waarna het hof een datum voor arrest heeft bepaald.
34De beoordeling
in het incident
34.1.
Bij het tussenarrest van 28 augustus 2018 is de zaak naar de rol verwezen teneinde Travers Mosa in de gelegenheid te stellen bij antwoordakte te reageren op de door [geïntimeerde] bij akte van 16 januari 2018 als productie 65 in het geding gebrachte kostenraming.
34.2.
De door Travers Mosa voor de rol van 25 september 2018 aan het hof toegezonden 'antwoordakte tevens houdende incident ex 208/209 Rv' is na bezwaar van [geïntimeerde] door de rolraadsheer geweigerd. Travers Mosa is in de gelegenheid gesteld de antwoordakte in te korten en opnieuw in te dienen, van welke gelegenheid zij gebruik heeft gemaakt op de rol van 9 oktober 2018.
De geweigerde antwoordakte van 25 september 2018 heeft Travers Mosa als productie 87 bij haar antwoordakte van 9 oktober 2018 gevoegd. Gelet op genoemde weigering en op de eisen van een goede procesorde zal het hof de inhoud van die productie buiten beschouwing laten voor zover de inhoud ervan niet woordelijk is opgenomen in de antwoordakte van 9 oktober 2018. Voor alle duidelijkheid overweegt het hof dat onder woordelijk opgenomen niet valt de verwijzing in nr. 9 en 10 van de antwoordakte naar passages uit de geweigerde akte.
34.3.
Travers Mosa heeft in haar antwoordakte van 9 oktober 2018 gereageerd op de door [geïntimeerde] in het geding gebrachte kostenraming.
34.4.
Voorts heeft Travers Mosa in haar antwoordakte een vordering in het incident ingesteld die ertoe strekt de deskundige op de voet van artikel 194 lid 5 Rv te bevelen ter zitting een mondelinge toelichting te geven op (de strekking en reikwijdte van de inhoud van) diens e-mail van 7 april 2017, bedoeld in rechtsoverweging 28.1.1 (e.v.) van het tussenarrest van 19 december 2017.
Ook heeft Travers Mosa voorwaardelijk, namelijk voor het geval het hof er niet toe overgaat de deskundige te bevelen een mondelinge toelichting te geven én het hof besluit om de kostenraming als processtuk toe te laten, een vordering in het incident ingesteld die ertoe strekt om:
[geïntimeerde] op de voet van artikel 843a Rv te bevelen documenten over te leggen die de (non-)authenticiteit van de kostenraming kunnen bevestigen, alsmede
Travers Mosa toe te staan getuigen te doen horen die kunnen verklaren omtrent de authenticiteit van de kostenraming, onder wie de opstellers van het saneringsplan.
34.5.
[geïntimeerde] is nog niet in de gelegenheid geweest verweer te voeren tegen de hiervoor genoemde vorderingen in het incident. Het hof zal [geïntimeerde] daartoe in de gelegenheid stellen.
34.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
35De uitspraak
Het hof:
in het incident
verwijst de zaak naar de rol van 26 februari 2019 voor antwoordconclusie ten aanzien van de hiervoor in rechtsoverweging 34.4 bedoelde vorderingen in het incident, aan de zijde van [geïntimeerde] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.H. Schulten en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 februari 2019.
griffier rolraadsheer