Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2017:5316
2017-12-05
Civiel recht
200.186.956_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:5316 → ECLI:NL:GHSHE:2017:4619
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2018:1088 → ECLI:NL:GHSHE:2017:5316
Inhoudsindicatie
Bancaire relatie. Geldleningen. Renteswaps. Bijzondere zorgplicht. Ontbreken van de wil. Dwaling. Verjaring. Contractuele grondslag voor betaling van de negatieve waarde. Last, volmacht, order; Selbsteintritt. Schade.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.868 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.186.956/01
arrest van 5 december 2017
in de zaak van
[bank] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
rechtsopvolgster van [bank voorheen] te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,
tegen:
[de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. M. van der Beek te Halfweg (Noord-Holland),
in vervolg op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 24 oktober 2017, op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda) gewezen vonnis
van 14 oktober 2015.
5Het arrest van 24 oktober 2017
Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol van 5 december 2017 verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in 3.26 van dat arrest omschreven doel. Daarbij is bepaald dat [appellante] daarna de gelegenheid zal hebben voor het nemen van een antwoordakte. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
6Het verzoek
Bij fax van 27 november 2017 heeft [geïntimeerde] het hof verzocht de uitspraak van 24 oktober 2017 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij fax van 29 november 2017 heeft [appellante] zich daartegen verzet.
7De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het niet doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 24 oktober 2017. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.
In verband met het verzoek is de zaak op de rol van heden voor arrest gezet in plaats van voor het nemen van voormelde akte door [geïntimeerde] Gelet daarop zal het hof de zaak naar de rol van 19 december 2017 verwijzen voor het nemen van die akte door [geïntimeerde]
8De beslissing
Het hof:
wijst het verzoek af;
verwijst de zaak naar de rol van 19 december 2017 voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in het tussenarrest van 24 oktober 2017 onder 3.26 omschreven doel, ambtshalve peremptoir;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, D.A.E.M. Hulskes en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 december 2017.
griffier rolraadsheer
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.186.956/01
arrest van 5 december 2017
in de zaak van
[bank] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
rechtsopvolgster van [bank voorheen] te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,
tegen:
[de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel,
appellante in incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. M. van der Beek te Halfweg (Noord-Holland),
in vervolg op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 24 oktober 2017, op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda) gewezen vonnis
van 14 oktober 2015.
5Het arrest van 24 oktober 2017
Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol van 5 december 2017 verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in 3.26 van dat arrest omschreven doel. Daarbij is bepaald dat [appellante] daarna de gelegenheid zal hebben voor het nemen van een antwoordakte. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
6Het verzoek
Bij fax van 27 november 2017 heeft [geïntimeerde] het hof verzocht de uitspraak van 24 oktober 2017 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij fax van 29 november 2017 heeft [appellante] zich daartegen verzet.
7De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het niet doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 24 oktober 2017. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.
In verband met het verzoek is de zaak op de rol van heden voor arrest gezet in plaats van voor het nemen van voormelde akte door [geïntimeerde] Gelet daarop zal het hof de zaak naar de rol van 19 december 2017 verwijzen voor het nemen van die akte door [geïntimeerde]
8De beslissing
Het hof:
wijst het verzoek af;
verwijst de zaak naar de rol van 19 december 2017 voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in het tussenarrest van 24 oktober 2017 onder 3.26 omschreven doel, ambtshalve peremptoir;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, D.A.E.M. Hulskes en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 december 2017.
griffier rolraadsheer