Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2017:3041

2017-07-04 Civiel recht 200.186.456_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2017-07-04
Publicatiedatum
2017-07-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.186.456_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2017/5471

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Dwaling bij aankoop van een tweedehands auto

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.044 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht


zaaknummer 200.186.456/01





arrest van 4 juli 2017





in de zaak van





[de vennootschap]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als [de vennootschap] ,
advocaat: mr. R.C.J. Jacobs te Schijndel,



tegen





[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. P.H.L. Dankers te Heerlen,



op het bij exploot van dagvaarding van 22 februari 2016 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 17 juni 2015 en 20 januari 2016, door de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [de vennootschap] als gedaagde en [geïntimeerde] als eiser.







1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3162483 CV EXPL 14-6951)


Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.






2Het geding in hoger beroep


Het verloop van de procedure blijkt uit:



de dagvaarding in hoger beroep met twee producties;


de memorie van grieven met twee producties, genummerd 3 en 4;


de memorie van antwoord met drie producties, genummerd 7, 8 en 9;


een akte d.d. 4 oktober 2016 van appellante;


een antwoordakte van geïntimeerde.




Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3. De beoordeling


3.1.
Blijkens het eindvonnis van de kantonrechter van 20 januari 2016 (r.o. 1.1) heeft [geïntimeerde] na het deskundigenbericht van 11 september 2015 nog een conclusie na deskundigenbericht genomen en heeft [de vennootschap] zich bij akte van 4 november 2015 uitgelaten. Beide processtukken ontbreken in het procesdossier van de eerste aanleg, zoals dat bij het hof is ingekomen.



3.2.
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde partijen de gelegenheid te bieden deze processtukken uit de eerste aanleg alsnog in het geding te brengen. Elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.






4De uitspraak


Het hof:



verwijst de zaak naar de rol van 1 augustus 2017 teneinde partijen in staat te stellen de stukken in het geding te brengen die zijn genoemd in r.o. 3.1;



houdt elke verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, R.J.M. Cremers en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 juli 2017.



griffier rolraadsheer