Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2017:2678
2017-06-13
Civiel recht
200.160.024_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:2678 → ECLI:NL:GHSHE:2016:5529
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:4780 → ECLI:NL:GHSHE:2017:2678
Inhoudsindicatie
Huwelijksvermogensrecht
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.867 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.160.024/01
arrest van 13 juni 2017
in de zaak van
[appellante]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
hierna: de man,
advocaat: mr. J.A.A. van der Weijst te Gemonde,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 13 december 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch onder zaaknummer C/01/219699/HAZA 10-2369 gewezen vonnis van 27 november 2013.
5Het verdere verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de akte van de man houdende uitlating naar aanleiding van voormeld tussenarrest d.d. 13 december 2016, tevens houdende overlegging van producties, akte vermeerdering van eis, tevens verzoek tot heroverweging op onderdelen van 17 januari 2017;
de antwoordakte van de vrouw, tevens bezwaar tegen vermeerdering van eis en bezwaar tegen verzoek tot heroverweging op onderdelen, van 21 februari 2017;
de brief van de advocaat van de man (met bijlage) d.d. 6 maart 2017, waarin – voor zover thans van belang – wordt aangegeven dat op de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en verzocht wordt om de bewindvoerder te doen oproepen om zich uit te laten over die kwestie.
6De verdere beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
Het hof ziet in de mededeling van de man over de schuldsaneringsregeling aanleiding de vrouw in de gelegenheid te stellen bij antwoordakte te reageren op de brief van de man d.d. 6 maart 2017, doch uitsluitend voor zover de man daarin heeft opgemerkt dat ten aanzien van de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is. Voorts zal het hof de vrouw in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de procedurele gevolgen van die schuldsanering voor de thans bij dit hof aanhangige procedure.
De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 27 juni 2017 voor akte aan de zijde van de vrouw met het hiervoor onder 6 vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en A.J.F. Manders en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.
griffier rolraadsheer
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.160.024/01
arrest van 13 juni 2017
in de zaak van
[appellante]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
hierna: de man,
advocaat: mr. J.A.A. van der Weijst te Gemonde,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 13 december 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch onder zaaknummer C/01/219699/HAZA 10-2369 gewezen vonnis van 27 november 2013.
5Het verdere verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de akte van de man houdende uitlating naar aanleiding van voormeld tussenarrest d.d. 13 december 2016, tevens houdende overlegging van producties, akte vermeerdering van eis, tevens verzoek tot heroverweging op onderdelen van 17 januari 2017;
de antwoordakte van de vrouw, tevens bezwaar tegen vermeerdering van eis en bezwaar tegen verzoek tot heroverweging op onderdelen, van 21 februari 2017;
de brief van de advocaat van de man (met bijlage) d.d. 6 maart 2017, waarin – voor zover thans van belang – wordt aangegeven dat op de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en verzocht wordt om de bewindvoerder te doen oproepen om zich uit te laten over die kwestie.
6De verdere beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
Het hof ziet in de mededeling van de man over de schuldsaneringsregeling aanleiding de vrouw in de gelegenheid te stellen bij antwoordakte te reageren op de brief van de man d.d. 6 maart 2017, doch uitsluitend voor zover de man daarin heeft opgemerkt dat ten aanzien van de vrouw de schuldsaneringsregeling van toepassing is. Voorts zal het hof de vrouw in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de procedurele gevolgen van die schuldsanering voor de thans bij dit hof aanhangige procedure.
De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 27 juni 2017 voor akte aan de zijde van de vrouw met het hiervoor onder 6 vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en A.J.F. Manders en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.
griffier rolraadsheer