Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2017:2279

2017-05-30 Civiel recht 200.166.024_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2017-05-30
Publicatiedatum
2017-05-30
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.166.024_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

aanpassing deskundigensalaris

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.278 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht


zaaknummer 200.166.024/01




arrest van 30 mei 2017




in de zaak van





1 [appellant] ,wonende te [woonplaats] ,

2. [appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
appellanten in het principaal appel,
geïntimeerden in het incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. R.E. Izeboud te Breda,



tegen





1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in het principaal appel,
appellanten in het incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 2] ,
advocaat: mr. D.J. Smits LLM. te Eindhoven,



als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 27 december 2016 en 4 april 2017 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda onder zaaknummer C/02/273150/HA ZA 13-902 gewezen vonnis van 10 september 2014.





8Het verloop van de procedure


Het verloop van de procedure blijkt uit:



het tussenarrest van 4 april 2017;


het per e-mail van 18 april 2017 aan het hof gestuurde bericht van de advocaat van [geïntimeerde 2] , met bijlage;


het per e-mail van 18 april 2017 aan het hof gestuurde bericht van de advocaat van [appellant] .




Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.





9De verdere beoordeling


9.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof onder meer bepaald dat er een deskundigenonderzoek moet worden verricht naar de in rechtsoverweging 6.4. van het tussenarrest geformuleerde vragen. Daarbij is ir. Kraak benoemd tot deskundige. Verder heeft het hof in dit arrest bepaald dat het voorschot van de kosten van de deskundige worden bepaald op € 3.375,90 inclusief BTW en dat ieder van partijen de helft van dit voorschot dient te betalen.



9.2.
Zowel [geïntimeerde 2] als [appellant] hebben in hun berichten van 18 april 2017 bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het voorschot van de deskundige. Verder hebben beide partijen bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het hof dat de kosten van het voorschot door ieder van partijen voor de helft moet worden betaald.



9.3.
Ir. Kraak heeft in reactie op voormelde berichten van partijen twee aangepaste offertes overgelegd. Ter zake van de eerste offerte heeft de deskundige het voorschot begroot op € 1.542,75 inclusief BTW. Ter zake van de tweede offerte heeft de deskundige het voorschot begroot op € 2.468,40 (inclusief BTW).


9.4.

Het hof oordeelt als volgt.
Met name gelet op de vraagstelling van het hof, zoals weergegeven in overweging 6.4., tweede en derde gedachtestreepje, acht het hof het geboden dat de werkzaamheden, zoals omschreven en geoffreerd door de deskundige in de tweede aangepaste offerte, worden verricht ter beantwoording van de gestelde vragen. Het hof zal daarom het voorschot van deskundige overeenkomstig het in die tweede versie van de aangepaste offerte in afwijking van hetgeen in het tussenarrest van 4 april 2017 nader bepalen op € 2.468,40 (inclusief BTW).


Het hof ziet geen reden terug te komen op zijn beslissing aangaande de verdeling van de kosten van het voorschot over beide partijen.




9.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.





10De uitspraak


Het hof:



bepaalt het voorschot van deskundige in afwijking van het bepaalde in het tussenarrest van 4 april 2017 op € 2.468,40;



bepaalt dat het tussenarrest van 4 april 2017 voor het overige ongewijzigd blijft;



houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, W.J.J. Beurskens en J.J. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 mei 2017.


griffier rolraad