Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2016:2722

2016-07-05 Civiel recht 200.185.665_01 en 200.185.675_01 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2016-07-05
Publicatiedatum
2016-07-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep kort geding
Zaaknummer
200.185.665_01 en 200.185.675_01 H
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

herstel en aanvulling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.415 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
afdeling civiel recht


zaaknummers HD 200.185.665/01 en HD 200.185.675/01




arrest van 5 juli 2016 strekkende tot AANVULLING in de zin van artikel 32 Rv van het arrest, gewezen op 10 maart 2016




in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest in de gevoegde zaken van



HD 200.185.665/01





1Brova B.V.

2. Brova Retail Services B.V.
3.[intermode] -Intermode B.V.,
4.[HB] B.V.,
5.[mode] Mode B.V.,
allen gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten, hierna te noemen Brova c.s.,
advocaat: mr. S.V.M. Stevens te Nijmegen,



tegen




ING Bank N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde, hierna de Bank,
advocaat: mr. I. Spinath te Amsterdam,



en HD 200.185.675/01





1Brova B.V.
2. Brova Retail Services B.V.

3.[intermode] -Intermode B.V.,
4.[HB] B.V.,
5.[mode] Mode B.V.,
allen gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellanten, hierna te noemen Brova c.s.,
advocaat: mr. S.V.M. Stevens te Nijmegen,



tegen




ING Bank N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde, hierna de Bank,
advocaat: mr. I. Spinath te Amsterdam,




1. Bij brief van 15 maart 2016 heeft mr. Stevens aan het hof bericht dat het hem voorkomt dat het dictum van het arrest een kennelijke fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent in de zin van art. 31 Rv. De fout is volgens mr. Stevens gelegen in het feit dat de veroordeling van de Bank om de ten onrechte zonder enig overleg geïncasseerde declaratie van [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] aan Brova c.s. terug te betalen niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, terwijl dit wel is gevorderd.

2. Bij brief van 24 maart 2016 is mr. Spinath in de gelegenheid gesteld namens de Bank zijn mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Spinath heeft niet van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

3. Het hof is van oordeel dat mr. Stevens ten onrechte heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout in de zin van art. 31 Rv. Wel staat vast dat het hof abusievelijk heeft verzuimd te oordelen over de door Brova c.s. wel gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad, die betrekking had op al hetgeen zij hebben gevorderd, en welke uitvoerbaar bij voorraadverklaring niet door de Bank is weersproken.
Het hof zal dan ook het arrest op de volgende wijze aanvullen.




De uitspraak




Het hof:
vult het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 10 maart 2016 aldus aan dat in zaak 200.185.665/01 onder de zin “veroordeelt de Bank de ten onrechte zonder enig overleg geïncasseerde declaratie van [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] aan Brova c.s. terug te betalen” wordt toegevoegd:



verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;



Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, R.R.M. de Moor en J.R. Sijmonsma en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juli 2016.



griffier rolraadsheer