Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2015:5170
2015-11-17
Civiel recht
HD 200.113.730_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2020:2700 → ECLI:NL:GHSHE:2015:5170
Inhoudsindicatie
letselschade Zie voorts: Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1032 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:2782 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3780 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5527 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:22 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4297 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:199 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3479 Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:1628
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.404 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.113.730/01
arrest van 17 november 2015
in de zaak van
Amlin Corporate Insurance N.V., thans geheten Amlin Europe,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 12 augustus 2014, op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 22 februari 2006, 28 juni 2006, 27 mei 2009, 29 juli 2009, 21 oktober 2009 en 4 april 2012.
6Het arrest van 12 augustus 2014
Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Amlin en akte aan de zijde van [geïntimeerde] , waarbij [geïntimeerde] de patiëntenkaart van 1998 tot 3 februari 2000 diende over te leggen. Ieder verdere beslissing is aangehouden.
7Het verzoek
Bij akte van 23 september 2014 van [geïntimeerde] heeft zij het hof onder meer verzocht de uitspraak van 12 augustus 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij antwoordakte van 7 oktober 2014 heeft Amlin zich tegen dit verzoek verzet.
8De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en heeft bij brief van 6 november 2014 aan de advocaten van partijen namens de behandelend kamer bericht dat tussentijds cassatieberoep van voormeld arrest ingesteld kan worden.
Enkel om onduidelijkheid te voorkomen herhaalt het hof in dit arrest dat het hof het doelmatig acht cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 12 augustus 2014.
9De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 12 augustus 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr.M. Aarts, P.M.A. de Groot-van Dijken en C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 november 2015.
griffier rolraadsheer
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.113.730/01
arrest van 17 november 2015
in de zaak van
Amlin Corporate Insurance N.V., thans geheten Amlin Europe,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,
als aanvulling op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 12 augustus 2014, op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 22 februari 2006, 28 juni 2006, 27 mei 2009, 29 juli 2009, 21 oktober 2009 en 4 april 2012.
6Het arrest van 12 augustus 2014
Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Amlin en akte aan de zijde van [geïntimeerde] , waarbij [geïntimeerde] de patiëntenkaart van 1998 tot 3 februari 2000 diende over te leggen. Ieder verdere beslissing is aangehouden.
7Het verzoek
Bij akte van 23 september 2014 van [geïntimeerde] heeft zij het hof onder meer verzocht de uitspraak van 12 augustus 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij antwoordakte van 7 oktober 2014 heeft Amlin zich tegen dit verzoek verzet.
8De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en heeft bij brief van 6 november 2014 aan de advocaten van partijen namens de behandelend kamer bericht dat tussentijds cassatieberoep van voormeld arrest ingesteld kan worden.
Enkel om onduidelijkheid te voorkomen herhaalt het hof in dit arrest dat het hof het doelmatig acht cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 12 augustus 2014.
9De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 12 augustus 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr.M. Aarts, P.M.A. de Groot-van Dijken en C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 november 2015.
griffier rolraadsheer