Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2015:1700
2015-05-12
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
HD200.157.458_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:412 → ECLI:NL:GHSHE:2015:1700
Inhoudsindicatie
hangende de procedure in eerste aanleg ontbinding rechtspersoon door KvK, in handelsregister geregistreerd als beëindigd; ontvankelijkheid eerste aanleg, ontvankelijkheid hoger beroep;
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2015:1064 Hoge Raad 17-04-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.876 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.157.458/01
arrest van 12 mei 2015
in de zaak van
1Refocus B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [appellant 2],wonende te [woonplaats] , Duitsland,
appellanten,
advocaat: mr. H. Dontje te Emmen,
tegen
Advance Communications B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J. in 't Ven te Kerkrade,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 25 november 2014 in het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 71863/HA ZA 02-35 gewezen beschikking van 13 juni 2002 en de vonnissen van 18 oktober 2002, 17 oktober 2012 en 8 mei 2013.
5Het verloop van de procedure
Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van de procedure
6.1.
De comparitie heeft op 7 januari 2015 plaatsgevonden waarbij appellanten niet zijn verschenen. De zaak is daarna in verband met de inwerkingtreding van het 'Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch' naar de rol van 24 februari 2015 verwezen voor het nemen van de memorie van grieven.
6.2.
Op die rol heeft er een wijziging procesvertegenwoordiging aan de zijde van appellanten plaatsgevonden. Mr. Dontje heeft hierbij tevens om een uitstel gevraagd van vier weken voor het nemen van de memorie van grieven.
Na dit verleende uitstel, hebben appellanten niet van grieven gediend.
6.3.
Op de rol van 24 maart 2015 heeft de rolraadsheer ambtshalve akte van niet-dienen verleend.
6.4.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.
7De beoordeling
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064 zal het hof appellanten nog eenmaal in de gelegenheid stellen om alsnog de memorie van grieven te nemen op de datum zoals in het dictum vermeld.
8De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2015 voor het nemen van de memorie van grieven aan de zijde van appellanten.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 mei 2015.
griffier rolraadsheer
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.157.458/01
arrest van 12 mei 2015
in de zaak van
1Refocus B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [appellant 2],wonende te [woonplaats] , Duitsland,
appellanten,
advocaat: mr. H. Dontje te Emmen,
tegen
Advance Communications B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J. in 't Ven te Kerkrade,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 25 november 2014 in het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 71863/HA ZA 02-35 gewezen beschikking van 13 juni 2002 en de vonnissen van 18 oktober 2002, 17 oktober 2012 en 8 mei 2013.
5Het verloop van de procedure
Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.
6Het verdere verloop van de procedure
6.1.
De comparitie heeft op 7 januari 2015 plaatsgevonden waarbij appellanten niet zijn verschenen. De zaak is daarna in verband met de inwerkingtreding van het 'Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch' naar de rol van 24 februari 2015 verwezen voor het nemen van de memorie van grieven.
6.2.
Op die rol heeft er een wijziging procesvertegenwoordiging aan de zijde van appellanten plaatsgevonden. Mr. Dontje heeft hierbij tevens om een uitstel gevraagd van vier weken voor het nemen van de memorie van grieven.
Na dit verleende uitstel, hebben appellanten niet van grieven gediend.
6.3.
Op de rol van 24 maart 2015 heeft de rolraadsheer ambtshalve akte van niet-dienen verleend.
6.4.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.
7De beoordeling
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1064 zal het hof appellanten nog eenmaal in de gelegenheid stellen om alsnog de memorie van grieven te nemen op de datum zoals in het dictum vermeld.
8De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2015 voor het nemen van de memorie van grieven aan de zijde van appellanten.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 mei 2015.
griffier rolraadsheer