Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2014:3760
2014-09-23
Civiel recht
HD 200.129.702_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2014:3760 → ECLI:NL:GHSHE:2014:3569
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2014:3760 → ECLI:NL:GHSHE:2014:1775
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:993 → ECLI:NL:GHSHE:2014:3760
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2017:2881 → ECLI:NL:GHSHE:2014:3760
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2019:2531 → ECLI:NL:GHSHE:2014:3760
Inhoudsindicatie
effectenlease-overeenkomst en tussenpersoon. Openstellen tussentijds cassatieberoep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2015:149 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (2.175 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.129.702/01
arrest van 23 september 2014
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,
als aanvulling op de door het hof gewezen arresten van 17 juni 2014 en 9 september 2014 op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant onder zaaknummer 719749 cv expl 12-3198 gewezen vonnis van 17 april 2013.
9Het arrest van 9 september 2014
9.1.
Bij genoemd arrest heeft het hof aan de Hoge Raad een rechtsvraag gesteld ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing en iedere verdere beslissing aangehouden.
10Het verzoek
10.1
Bij brief van 12 september 2014 heeft Dexia het hof verzocht de uitspraak van 17 juni 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
10.2
Bij brief van 15 september 2014 heeft [geïntimeerde] tegen het verzoek van Dexia bezwaar gemaakt.
10.3.
Bij brief van 16 september 2014 heeft Dexia haar verzoek nader gemotiveerd.
11De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 17 juni 2014.
12De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 17 juni 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S. Riemens en P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 september 2014.
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.129.702/01
arrest van 23 september 2014
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,
als aanvulling op de door het hof gewezen arresten van 17 juni 2014 en 9 september 2014 op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant onder zaaknummer 719749 cv expl 12-3198 gewezen vonnis van 17 april 2013.
9Het arrest van 9 september 2014
9.1.
Bij genoemd arrest heeft het hof aan de Hoge Raad een rechtsvraag gesteld ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing en iedere verdere beslissing aangehouden.
10Het verzoek
10.1
Bij brief van 12 september 2014 heeft Dexia het hof verzocht de uitspraak van 17 juni 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
10.2
Bij brief van 15 september 2014 heeft [geïntimeerde] tegen het verzoek van Dexia bezwaar gemaakt.
10.3.
Bij brief van 16 september 2014 heeft Dexia haar verzoek nader gemotiveerd.
11De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 17 juni 2014.
12De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 17 juni 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S. Riemens en P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 september 2014.