Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2014:3660
2014-09-16
Civiel recht
HD 200.136.465_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2014:3660 → ECLI:NL:RBOBR:2013:3962
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHSHE:2015:547 → ECLI:NL:GHSHE:2014:3660
Inhoudsindicatie
ontvankelijkheid
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.256 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.136.465/01
arrest van 16 september 2014
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. K.E. van den Ing te Uden,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. J.J. Lauwen te Oss,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 10 juli 2013, gewezen tussen de man als gedaagde en de vrouw als eiseres.
1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/263648/HAZA 13-393)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De beoordeling
Uit het eindvonnis waarvan beroep kan worden opgemaakt dat de man in eerst aanleg niet is verschenen en tegen hem verstek is verleend. Artikel 335 lid 1 Rv zou dan meebrengen dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet openstaat. Zulks is ook door de vrouw in de memorie van antwoord aangevoerd. De man zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.
4De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2014 voor akte aan de zijde van de man met het hiervoor vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.T.M. Raab, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.136.465/01
arrest van 16 september 2014
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. K.E. van den Ing te Uden,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. J.J. Lauwen te Oss,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 oktober 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 10 juli 2013, gewezen tussen de man als gedaagde en de vrouw als eiseres.
1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/263648/HAZA 13-393)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De beoordeling
Uit het eindvonnis waarvan beroep kan worden opgemaakt dat de man in eerst aanleg niet is verschenen en tegen hem verstek is verleend. Artikel 335 lid 1 Rv zou dan meebrengen dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet openstaat. Zulks is ook door de vrouw in de memorie van antwoord aangevoerd. De man zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.
4De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2014 voor akte aan de zijde van de man met het hiervoor vermelde doel.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.T.M. Raab, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.