Gerechtshof 's-Hertogenbosch
ECLI:NL:GHSHE:2014:2816
2014-08-19
Civiel recht
HD 200.137.528_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
samenwoners
Citeert (1)
- ECLI:NL:PHR:2009:BI3435 Parket bij de Hoge Raad 10-07-2009
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.232 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.137.528/01
arrest van 19 augustus 2014 (bij vervroeging)
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats 1],
appellante,
advocaat: mr. H.A. Groeneveld te Goirle,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats 2],
geïntimeerde,
tegen geïntimeerde is verstek verleend,
op het bij exploot van dagvaarding van 30 augustus 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnis van 5 juni 2013 tussen appellante – de vrouw – als eiseres en geïntimeerde – de man – als gedaagde.
1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/248252/ HA ZA 12-270)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen de man verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties.
De man heeft verstek laten gaan. De vrouw heeft arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De gronden van het hoger beroep
Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.
4De beoordeling
4.1.
De vrouw heeft in haar memorie van grieven haar eis gewijzigd aldus dat zij naast haar oorspronkelijke eis, voorts vordert dat de man aan de vrouw een bedrag dient te betalen van € 8.933,- ter zake de schuld van de man aan de vrouw.
4.2.
Ingevolge artikel 353 lid 1 in verbinding met artikel 130 lid 3 Rv is, indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. Aan de bepaling ligt de gedachte ten grondslag dat moet worden vermeden dat de gedaagde tot iets veroordeeld kan worden waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom het gevorderd is (HR 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3435).
Gesteld noch gebleken is dat de eiswijziging aan de man is betekend. Het hof zal de vrouw in de gelegenheid stellen alsnog haar eiswijziging (de memorie van grieven) aan de man te doen betekenen, althans zich daarover uit te laten.
4.3
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 16 september 2014 voor akte aan de zijde van de vrouw met het hiervoor in rov. 4.2 aangegeven doel;
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, G.J. Vossestein en J.U.M. van der Werff en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 augustus 2014.
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.137.528/01
arrest van 19 augustus 2014 (bij vervroeging)
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats 1],
appellante,
advocaat: mr. H.A. Groeneveld te Goirle,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats 2],
geïntimeerde,
tegen geïntimeerde is verstek verleend,
op het bij exploot van dagvaarding van 30 augustus 2013 ingeleide hoger beroep van het vonnis door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnis van 5 juni 2013 tussen appellante – de vrouw – als eiseres en geïntimeerde – de man – als gedaagde.
1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/248252/ HA ZA 12-270)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen de man verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties.
De man heeft verstek laten gaan. De vrouw heeft arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3De gronden van het hoger beroep
Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.
4De beoordeling
4.1.
De vrouw heeft in haar memorie van grieven haar eis gewijzigd aldus dat zij naast haar oorspronkelijke eis, voorts vordert dat de man aan de vrouw een bedrag dient te betalen van € 8.933,- ter zake de schuld van de man aan de vrouw.
4.2.
Ingevolge artikel 353 lid 1 in verbinding met artikel 130 lid 3 Rv is, indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. Aan de bepaling ligt de gedachte ten grondslag dat moet worden vermeden dat de gedaagde tot iets veroordeeld kan worden waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom het gevorderd is (HR 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3435).
Gesteld noch gebleken is dat de eiswijziging aan de man is betekend. Het hof zal de vrouw in de gelegenheid stellen alsnog haar eiswijziging (de memorie van grieven) aan de man te doen betekenen, althans zich daarover uit te laten.
4.3
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 16 september 2014 voor akte aan de zijde van de vrouw met het hiervoor in rov. 4.2 aangegeven doel;
houdt iedere verder beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, G.J. Vossestein en J.U.M. van der Werff en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 augustus 2014.