Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2013:3090

2013-07-16 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht HD 200.123.600_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2013-07-16
Publicatiedatum
2013-07-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
HD 200.123.600_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Procesrecht; pilotreglement Hof Den Bosch. Akte niet-dienen na afwijzing verzoek om nader uitstel voor verrichten proceshandeling. Gebruik onjuist H-formulier, niet vermelden van klemmende redenen. Beslissing op verzoek op zodanig tijdstip dat in geval van weigering de verzoeker nog de gelegenheid heeft de proceshandeling tijdig te verrichten (HR 17 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1774, NJ 2013/376).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.329 tekens)
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH


Afdeling civiel recht



zaaknummer HD 200.123.600/01




arrest van 16 juli 2013




in de zaak van





[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. I.M.B. Kramer te Amsterdam,



tegen:





[de man]
,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. W.F.M. Giebels-Derks te Boxtel,



op het bij exploot van dagvaarding van 17 januari 2013 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector civiel recht, gewezen vonnissen van 27 februari 2012 [het hof begrijpt: 21 december 2011] en 17 oktober 2012 tussen appellante - [appellante] - als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie.





1Het geding in eerste aanleg (zaak- en rolnr. 234882 / HA ZA 11-1361)


Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. Het hof merkt hierbij op, dat uit de weergave van het procesverloop in r.o. 1.1 van het vonnis van 17 oktober 2012 blijkt dat de rechtbank niet op 27 februari 2012, zoals [appellante] in de appeldagvaarding heeft aangegeven, maar op 21 december 2011 een tussenvonnis heeft gewezen. Blijkens diezelfde weergave heeft op 27 februari 2012 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de rechtbank op die datum ook (mondeling of schriftelijk) vonnis zou hebben gewezen. Het hof begrijpt de datum van 27 februari 2012 in de appeldagvaarding dan ook als een kennelijke verschrijving en leest in plaats daarvan 21 december 2011.
Het tussenvonnis van 21 december 2011 is overigens niet overgelegd.





2Het geding in hoger beroep


2.1.

[appellante] heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 maart 2013, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.



2.2.

[appellante] heeft de zaak aangebracht ter rolzitting van 19 maart 2013. Iedere partij heeft een advocaat doen stellen.



2.3.
Nadat aan [appellante] eenmaal een termijn van zes weken en eenmaal een uitstel van vier weken was verleend voor het nemen van de memorie van grieven, heeft [appellante] niet van grieven gediend.



2.4.
Op de rol van 25 juni 2013 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van [appellante] om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerde] akte van niet-dienen verleend.



2.5.
Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof zal recht doen op basis van de gedingstukken in het griffiedossier.





3De beoordeling


3.1.

[appellante] heeft tegen het beroepen vonnis geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat [appellante] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.



3.2.
Uit het voorgaande volgt dat het hof niet toekomt aan enige beoordeling van de beslissingen in het vonnis waarvan beroep.



3.3.

[appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.





4De uitspraak


Het hof:



verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;



veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 683,- aan verschotten en op € 447,- voor salaris advocaat.



Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 juli 2013.