Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2026:2681

2026-09-01 Civiel recht 200.363.874/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-01
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.363.874/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.164 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel


Zaaknummer hof : 200.363.874/01
Zaaknummer rechtbank: : 11239373 EL 24-9




Arrest van 1 september 2026




in de zaak van




Dexia Nederland B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
appellante,
hierna te noemen: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, kantoorhoudende in Amsterdam,



tegen





[geïntimeerde]
,
wonende in [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudende in Rotterdam.






1De procedure in eerste aanleg


Voor het verloop van de procedure in eerste aanleg verwijst het hof naar het vonnis van 3 april 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (hierna: het bestreden vonnis).






2De procedure in hoger beroep


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding in hoger beroep;


de memorie van grieven met producties;


de memorie van antwoord met producties;


de door partijen gedeponeerde stukken, voor zover zij in deze zaak hiernaar verwijzen.





2.2.
Het hof heeft een datum bepaald voor arrest. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.






3De kern van de zaak


3.1.
Deze zaak gaat over één effectenleaseovereenkomst, tot stand gekomen tussen Dexia en [geïntimeerde] via een tussenpersoon genaamd Visie op Rendement. Aan de orde is de vraag of [geïntimeerde] is geadviseerd door Visie op Rendement die niet de daarvoor vereiste vergunning had, terwijl Dexia dat wist, dan wel behoorde te weten. Als Visie op Rendement beleggingsadvies heeft gegeven en Dexia dat wist, dan wel behoorde te weten, heeft Dexia onrechtmatig gehandeld en moet zij de volledige schade van [geïntimeerde] vergoeden.



3.2.

[geïntimeerde] heeft, zakelijk weergegeven en voor zover in hoger beroep relevant, gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten tegenover [geïntimeerde] en gevorderd dat Dexia wordt veroordeeld de schade van [geïntimeerde] te vergoeden. [geïntimeerde] heeft tevens gevorderd Dexia te veroordelen in de proceskosten.



3.3.
Dexia heeft hiertegen verweer gevoerd en een tegenvordering ingesteld. Dexia heeft gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst tussen haar en [geïntimeerde] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en dat zij niets meer aan [geïntimeerde] verschuldigd is. Zij heeft tevens gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten.



3.4.
De kantonrechter heeft de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en de vorderingen van Dexia afgewezen. De kantonrechter heeft Dexia tevens veroordeeld in de proceskosten.






4De beoordeling


4.1.
In hoger beroep heeft Dexia grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis, tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.



4.2.

[geïntimeerde] heeft het hof verzocht om Dexia niet ontvankelijk te verklaren in haar appel, althans de aangevoerde grieven te verwerpen en het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.



4.3.
Dexia heeft in haar memorie van grieven onder meer aangevoerd dat [geïntimeerde] geen geldige opt-outverklaring heeft ingediend en dat [geïntimeerde] derhalve gebonden is aan de Duisenbergregeling. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] dit betwist en ter onderbouwing daarvan nieuwe producties overgelegd.



4.4.
Nu Dexia nog niet in de gelegenheid is geweest om te reageren op de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord gevoerde ontvankelijkheidsverweren en de overgelegde producties, onder meer met betrekking tot de opt-outverklaring, moet zij daartoe alsnog de gelegenheid krijgen. Het hof zal de zaak daarom naar de rol verwijzen voor een door Dexia te nemen akte.






5De uitspraak


Het hof:



5.1.
verwijst de zaak naar de rol van 29 september 2026 voor akte aan de zijde van Dexia voor het hiervoor in 4.5 beschreven doel;



5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Frieling, C.A. Joustra en R.F. Groos en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.