Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2024:2948

2024-09-11 Bestuursrecht; Belastingrecht BK-23/1173
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2024-09-11
Publicatiedatum
2026-06-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
BK-23/1173
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Gronden hoger beroep. Toegang digitaal dossier. Mijn Rechtspraak. Verzet ongegrond.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.300 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG


Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-23/1173


Uitspraak van 11 september 2024


op het verzet van [X] te [Z] , belanghebbende, tegen de onder 1.1 vermelde uitspraak.





Uitspraak en verzet


1.1.
Belanghebbende heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak na vereenvoudigde behandeling van de enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 13 juni 2024 (de uitspraak), waarbij het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat geen gehoor is gegeven aan het verzoek het verzuim in het hogerberoepschrift tijdig te herstellen.



1.2.
Het verzetschrift is op 25 juli 2024 ontvangen door het Hof.



1.3.

De mondelinge behandeling van het verzet heeft plaatsgehad ter zitting van
28 augustus 2024, gehouden te Den Haag. Namens belanghebbende is zijn gemachtigde mr. A. Bakker (de gemachtigde) verschenen.






Vaststaande feiten


2.1.
Bij brief van 1 december 2023 heeft de gemachtigde op digitale wijze pro-forma hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 20 oktober 2023, nummer ROT 23/466. In het pro-forma hogerberoepschrift verzoekt de gemachtigde om vier weken uitstel.



2.2.
Bij bericht van 6 december 2023, geplaatst in de digitale postkamer van Mijn Rechtspraak, heeft de griffier van het Hof de gemachtigde meegedeeld dat hij heeft verzuimd de gronden van het hoger beroep te vermelden. De griffier heeft hierin de gelegenheid geboden dit verzuim uiterlijk op 3 januari 2024 te herstellen. In de brief is tevens vermeld dat indien aan de uitnodiging niet binnen de gestelde termijn gevolg wordt gegeven, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.



2.3.
Belanghebbende heeft binnen de gestelde termijn geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om de gronden van het hoger beroep in te dienen.









Uitspraak na vereenvoudigde behandeling


3. Het Hof heeft in de uitspraak het volgende overwogen:



“Het hogerberoepschrift bevat niet de gronden van het hoger beroep.



Belanghebbende is via een bericht verzonden aan de gemachtigde, te weten: [naam] , t.a.v. de heer mr. A. Bakker, via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ op 6 december 2023 om 9.22 uur op het verzuim gewezen en is bij die gelegenheid uitgenodigd dit verzuim uiterlijk op 3 januari 2024 te herstellen. Belanghebbende heeft aan deze uitnodiging binnen de gestelde termijn geen gevolg gegeven.



Nu het hogerberoepschrift niet aan de eisen van de wet voldoet en belanghebbende niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld, is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet behoort te worden ontvangen in het hoger beroep.



Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 6:5, 6:6, 6:24, 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.”





Standpunt belanghebbende


4. Belanghebbende heeft in zijn verzetschrift betoogd dat het hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Belanghebbende voert hiertoe aan dat hij geen uitnodiging heeft ontvangen om het in 2.2 vermelde verzuim te verstellen en dat dit ook niet mogelijk is omdat de gemachtigde eerst op 15 april 2024 toegang tot Mijn Rechtspraak is verleend.





Beoordeling van het verzet


5.1.
Het betoog van belanghebbende dat zijn gemachtigde eerst op 15 april 2024 toegang tot Mijn Rechtspraak heeft gekregen, zodat hij niet bekend kon zijn geweest met het in 2.2 vermelde bericht tot herstel van verzuim, faalt. Het is het Hof gebleken dat het dossier van belanghebbende in Mijn Rechtspraak al vanaf 1 december 2023 is opgebouwd. Dat is immers de datum waarop de gemachtigde zelf digitaal hoger beroep via Mijn Rechtspraak heeft ingediend, hetgeen automatisch meebrengt dat hij vanaf dat moment toegang tot dit systeem had. Uit raadpleging door de griffier van het Hof van het onderhavige dossier in de digitale postkamer van Mijn Rechtspraak, is gebleken dat de gemachtigde voormeld bericht op 6 december 2023 om 9.22 uur heeft ontvangen en op dat moment ook heeft kunnen inzien.



5.2.
De verwijzing door belanghebbende naar de schermprint van Mijn Rechtspraak waarop vermeld staat dat de gemachtigde sinds 15 april 2024 om 00.00 uur toegang tot het systeem heeft, laat onverlet dat de gemachtigde vóór die datum al toegang had tot het digitale dossier van belanghebbende. Na eigen onderzoek door het Hof is vast komen te staan dat de Informatievoorzieningsorganisatie Rechtspraak, die de digitale voorzieningen van de Rechtspraak beheert en vernieuwt, op de desbetreffende datum en tijd op een nieuw systeem is overgegaan en onder dit nieuwe systeem is, anders dan voor die datum, het verlenen van toegang van partijen vereist. De eerdere toegang van de gemachtigde tot het dossier van belanghebbende is daarbij automatisch voortgezet.



5.3.
Het voorgaande is ter zitting aan de gemachtigde voorgehouden en niet door hem bestreden. Het Hof wijst in dit verband nog op de volgende voorgehouden schermprints:
[Afbeelding met personalia verwijderd]



5.4.
Het hoger beroep is in de bestreden uitspraak terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft in verzet niets naar voren gebracht dat een andere conclusie rechtvaardigt.



5.5.
Het verzet is ongegrond.





Proceskosten


6. Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.





Beslissing


Het Gerechtshof verklaart het verzet ongegrond.








Deze uitspraak is vastgesteld door S.E. Postema, in tegenwoordigheid van de griffier J. Azmi Shenouda. De beslissing is op 11 september 2024 in het openbaar uitgesproken.









Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:





Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.


Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.


Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).





Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:


1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:


a. - de naam en het adres van de indiener;


b. - de dagtekening;


c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;


d. - de gronden van het beroep in cassatie.





Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.