Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2024:112

2024-02-06 Civiel recht 200.306.178/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2024-02-06
Publicatiedatum
2024-01-29
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.306.178/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vordering ex art. 843a Rv, stukken en gegevevens bestaan niet meer.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.208 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht


Zaaknummer : 200.306.178/01



Zaaknummer rechtbank : 8633878 CV EXPL 20-23271




arrest in het incident ex art. 843a Rv van 6 februari 2024




inzake





[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in de hoofdzaak, tevens eiser in het incident ex art. 843a Rv,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. B.J. Bodewes te Assen,



tegen





1Unirice B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel,

2. Unirice Group B.V., gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerden sub 1 en 2 in de hoofdzaak, tevens verweersters in het incident ex art. 843a Rv,
hierna te noemen: Unirice en Unirice Group,
advocaat: mr. K. Hellinga - Van Dijk te Zwijndrecht,



en




3TRC Unirice Nederland B.V.,gevestigd te Rotterdam,geïntimeerde sub 3 in de hoofdzaak, tevens verweerster in het incident ex art. 843a Rv,

hierna te noemen: TRC Nederland,
advocaat: mr. T.L.C.W. Noordoven te Haarlem.

Verdere beoordeling van het incident





Bij tussenarrest van 25 april 2023 heeft het hof de incidentele vorderingen ex art. 843a Rv tegen TRC Nederland afgewezen. Unirice en Unirice Group zijn in de gelegenheid gesteld hun verweer dat zij niet meer beschikken over de gevraagde boekhoudkundige stukken, ook niet digitaal en ook niet via hun (toenmalige) accountant of administrateur, nader bij akte te onderbouwen.


Unirice en Unirice Group hebben dit bij akte (met producties) gedaan. [appellant] heeft daar bij akte op gereageerd.


Unirice en Unirice Group hebben naar het oordeel van het hof aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op dit moment niet meer over de bedoelde stukken (al dan niet digitaal) beschikken of kunnen beschikken. Dit is door [appellant] in zijn reactie ook niet (langer) gemotiveerd weersproken.


Bij deze stand van zaken dienen ook de incidentele vorderingen ex art. 843a Rv tegen Unirice en Unirice Group te worden afgewezen. Het hof kan immers niet veroordelen tot het onmogelijke.



5. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor verder procederen in de hoofdzaak, een en ander zoals hierna bepaald.
6. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan, ook die over de proceskosten van dit incident.



Beslissing


Het hof:




wijst de incidentele vorderingen ex artikel 843a Rv tegen Unirice en Unirice Group af;


verwijst de zaak naar de rol over zes weken voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van Unirice, Unirice Group en TRC Nederland;


houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, J.M.T. van der Hoeven - Oud en M.J. van der Ven en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024 in aanwezigheid van de griffier.