Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2023:3029
2023-10-11
Strafrecht
22-001041-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1000 → ECLI:NL:GHDHA:2023:3029
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.124 tekens)
Rolnummer: 22-001041-22
Parketnummers: 10-276634-21 en 01-161400-21 (TUL)
Datum uitspraak: 11 oktober 2023
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 1 april 2022 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1992,
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] (Polen).
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 11 oktober 2023 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De verschenen raadsman, mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat te Zoetermeer, die heeft aangegeven de zaak waar te nemen voor mr. P.M. Langereis, heeft medegedeeld niet door verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Stolk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2023.
Parketnummers: 10-276634-21 en 01-161400-21 (TUL)
Datum uitspraak: 11 oktober 2023
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 1 april 2022 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1992,
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] (Polen).
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 11 oktober 2023 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De verschenen raadsman, mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat te Zoetermeer, die heeft aangegeven de zaak waar te nemen voor mr. P.M. Langereis, heeft medegedeeld niet door verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Stolk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2023.