Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2023:3023

2023-05-16 Strafrecht 22-001678-21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2023-05-16
Publicatiedatum
2026-03-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
22-001678-21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, waarbij de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan w.v.v. uit hennepteelt en diefstal van elektriciteit. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.711 tekens)
Rolnummer: 22-001678-21 PO
Parketnummer: 10-049002-21
Datum uitspraak: 16 mei 2023
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken





Arrest




gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2021 in de ontnemingszaak tegen de betrokkene:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .





Procesgang




Bij arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit gerechtshof van 16 mei 2023 is de betrokkene, voor zover hier van belang, ter zake van het in haar strafzaak onder 1 bewezenverklaarde, gekwalificeerd als:




opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,





en





opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,




veroordeeld tot een straf.



De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 mei 2021 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 36.025,90 en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.



Namens de betrokkene is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.





Onderzoek van de zaak




Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.





Vordering van het Openbaar Ministerie




De oorspronkelijke vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, zal worden vastgesteld op € 36.025,90 en dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.



Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie gepersisteerd bij deze vordering.



De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.





Beoordeling van het vonnis




Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de overweging ‘Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel’ aanvult met het volgende:




Het hof overweegt dat de verdediging geen bewijs heeft overgelegd dat de kosten aan [bedrijf] daadwerkelijk zijn betaald, zodat die kosten niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering kunnen worden gebracht.









BESLISSING


Het hof:



Bevestigt het vonnis waarvan beroep met aanvulling van gronden.




Dit arrest is gewezen door mr. V.M. de Winkel,
mr. A. de Lange en mr. T.J. Sleeswijk Visser, in bijzijn van de griffier mr. L. Knoop.



Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 mei 2023.