Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2022:2857

2022-08-02 Civiel recht 200.308.093/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2022-08-02
Publicatiedatum
2023-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.308.093/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Second Opinion-procedure

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.317 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht


Zaaknummer: 200.308.093/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: 9607979 \ VV EXPL 21-540
Publicatienummer vonnis: ECLI:NL:RBROT:2022:736




Arrest van 2 augustus 2022


in de zaak van:





[appellant],

wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. H.J.J. Hendrikse te Amsterdam,



tegen:




Stichting Woonstad Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Woonstad,
advocaat: mr. E.J. Lichtenveldt te Rotterdam.





Het geding
1. Bij exploot van 3 maart 2022 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter te Rotterdam van 4 februari 2022. Bij arrest van 5 april 2022 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast. Deze is gehouden op 20 mei 2022. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Ter zitting hebben partijen verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. Beide partijen hebben daartoe een ingevuld en ondertekend SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingediend. Het verzoek tot toelating tot de Second Opinion-procedure is toegewezen, waarna arrest is bepaald.


Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
2. Door indiening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De grief van [appellant] bestaat eruit dat de kantonrechter ten onrechte de vordering van Woonstad heeft toegewezen door [appellant] te veroordelen tot ontruiming en tot betaling van een gebruiksvergoeding, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
3. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak herbeoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop voor het laatst vonnis werd gevraagd (artikel 3.6 SOR). De zaak wordt in hoger beroep dus herbeoordeeld aan de hand van de stukken in eerste aanleg met inachtneming van de grief.

4. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – verenigt zich met de overwegingen van de kantonrechter en maakt die tot de zijne. Het vonnis zal derhalve worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
5. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Woonstad betaalde griffierecht en één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief voor de mondelinge behandeling.


Beslissing
Het hof:

- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 4 februari 2022;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Woonstad bepaald op € 783,- aan griffierecht en op € 1.114,- aan salaris voor de advocaat.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.A.F. Tan-de Sonnaville en A.A. Muilwijk-Schaaij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 augustus 2022 in aanwezigheid van de griffier.