Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2021:2039
2021-10-19
Civiel recht; Arbeidsrecht
200.283.569/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHDHA:2021:2039 → ECLI:NL:GHDHA:2021:695
Inhoudsindicatie
‘Non-Seafarers Work Clause’. Vervolg van hof Den Haag 16 februari 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:695), waarbij het hof in kort geding nadere mondelinge behandeling op ruime termijn heeft bepaald met het oog op meer duidelijkheid over ontwikkeling van Corona-pandemie
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:695 Gerechtshof Den Haag 16-02-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.596 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
afdeling civiel recht
zaaknummer: 200.283.569/01
zaaknummer rechtbank: C/10/601363 / KG ZA 20-683
arrest van 19 oktober 2021
inzake
1INTERNATIONAL TRANSPORT WORKERS' FEDERATION,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
2. NAUTILUS INTERNATIONAL,
gevestigd te Rotterdam,
3. VEREINTE DIENSTLEISTUNGSGEWERKSCHAFT,
gevestigd te Berlijn, Duitsland,
4. FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
gevestigd te Utrecht,
appellanten,
advocaat: mr. R.J. Wybenga te Rotterdam,
tegen
1MARLOW NAVIGATION NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. MARLOW NAVIGATION COMPANY LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
geïntimeerden 1 en 2,
advocaat: mr. S.A. Tan te Rotterdam,
en tegen
3EXPERT SHIPPING B.V.,
gevestigd te Harlingen,
geïntimeerde 3,
advocaat: mr. R.C.A. van ’t Zelfde te Rotterdam,
en
1BG FREIGHT LINE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. SAMSKIP B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
3. UNIFEEDER A/S,
gevestigd te Aarhus, Denemarken,
4. EUCON SHIPPING & TRANSPORT LTD,
gevestigd te Dublin, Ierland,
5. X-PRESS CONTAINER LINE (UK) LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
gevoegde partijen aan de zijde van geïntimeerden 1 t/m 3,
advocaat: mr. G.W. van der Voet te Rotterdam.
1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna respectievelijk ITF, Nautilus, Ver.di, FNV Havens (gezamenlijk: appellanten), Marlow Nederland, Marlow Cyprus (gezamenlijk: Marlow), Expert Shipping en de gevoegde partijen genoemd.
In deze zaak heeft het hof een tussenarrest uitgesproken op 16 februari 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:695). Daarbij is als datum voor de voortzetting van de mondelinge behandeling bepaald 10 september 2021. Als datum is nader bepaald 8 oktober 2021.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid in hoger beroep
2.1.
Bij e-mail van 28 september 2021 heeft mr. Wybenga het hof bericht dat appellanten het door hen ingestelde hoger beroep intrekken.
2.2.
Het hof maakt daaruit op dat appellanten de tegen het bestreden vonnis gerichte grieven, daaronder voor zover nodig begrepen de wijziging van eis, niet handhaven. Bij gebreke van grieven zullen zij in het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.3.
Het hof stelt vast dat in deze zaak geen incidenteel beroep is ingesteld.
2.4.
Namens Marlow, Expert Shipping en de gevoegde partijen is bij e-mails van 6 oktober 2021 aan het hof bericht dat tussen hen en appellanten overeenstemming is bereikt over de te vergoeden proceskosten. Het hof begrijpt hieruit dat een beslissing van het hof over de proceskosten niet meer wordt verlangd.
3Beslissing
Het hof:
verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.F. Thiessen, H.J. van Kooten en G.J.J. Heerma van Voss en is door de rolraadsheer uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier.
afdeling civiel recht
zaaknummer: 200.283.569/01
zaaknummer rechtbank: C/10/601363 / KG ZA 20-683
arrest van 19 oktober 2021
inzake
1INTERNATIONAL TRANSPORT WORKERS' FEDERATION,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
2. NAUTILUS INTERNATIONAL,
gevestigd te Rotterdam,
3. VEREINTE DIENSTLEISTUNGSGEWERKSCHAFT,
gevestigd te Berlijn, Duitsland,
4. FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,
gevestigd te Utrecht,
appellanten,
advocaat: mr. R.J. Wybenga te Rotterdam,
tegen
1MARLOW NAVIGATION NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. MARLOW NAVIGATION COMPANY LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
geïntimeerden 1 en 2,
advocaat: mr. S.A. Tan te Rotterdam,
en tegen
3EXPERT SHIPPING B.V.,
gevestigd te Harlingen,
geïntimeerde 3,
advocaat: mr. R.C.A. van ’t Zelfde te Rotterdam,
en
1BG FREIGHT LINE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. SAMSKIP B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
3. UNIFEEDER A/S,
gevestigd te Aarhus, Denemarken,
4. EUCON SHIPPING & TRANSPORT LTD,
gevestigd te Dublin, Ierland,
5. X-PRESS CONTAINER LINE (UK) LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
gevoegde partijen aan de zijde van geïntimeerden 1 t/m 3,
advocaat: mr. G.W. van der Voet te Rotterdam.
1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna respectievelijk ITF, Nautilus, Ver.di, FNV Havens (gezamenlijk: appellanten), Marlow Nederland, Marlow Cyprus (gezamenlijk: Marlow), Expert Shipping en de gevoegde partijen genoemd.
In deze zaak heeft het hof een tussenarrest uitgesproken op 16 februari 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:695). Daarbij is als datum voor de voortzetting van de mondelinge behandeling bepaald 10 september 2021. Als datum is nader bepaald 8 oktober 2021.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid in hoger beroep
2.1.
Bij e-mail van 28 september 2021 heeft mr. Wybenga het hof bericht dat appellanten het door hen ingestelde hoger beroep intrekken.
2.2.
Het hof maakt daaruit op dat appellanten de tegen het bestreden vonnis gerichte grieven, daaronder voor zover nodig begrepen de wijziging van eis, niet handhaven. Bij gebreke van grieven zullen zij in het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.3.
Het hof stelt vast dat in deze zaak geen incidenteel beroep is ingesteld.
2.4.
Namens Marlow, Expert Shipping en de gevoegde partijen is bij e-mails van 6 oktober 2021 aan het hof bericht dat tussen hen en appellanten overeenstemming is bereikt over de te vergoeden proceskosten. Het hof begrijpt hieruit dat een beslissing van het hof over de proceskosten niet meer wordt verlangd.
3Beslissing
Het hof:
verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.F. Thiessen, H.J. van Kooten en G.J.J. Heerma van Voss en is door de rolraadsheer uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier.