Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2019:3874

2019-09-03 Civiel recht 200.259.299/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2019-09-03
Publicatiedatum
2020-04-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.259.299/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

arrest zonder grieven

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.893 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht


Zaaknummer: 200.259.299/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/548112 / HA ZA 18-193





Arrest van 3 september 2019


inzake


1. [appellant], in diens hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [naam],

en voor zich,
wonende te [woonplaats 1],

2. [appellante],

wonende te [woonplaats 2],
appellanten,
hierna te noemen: [appellant] c.s.,
advocaat: onttrokken (voorheen mr. J.G. Schnoor te Den Haag),



tegen





[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats 3],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. W.J.A. van Es te Steenwijk.





Het geding


Bij exploot van 25 april 2019 is [appellant] c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis van 20 februari 2019, van de rechtbank Den Haag. De zaak is op de rolzitting van 14 mei 2019 aangebracht en aangehouden tot 11 juni 2019 in afwachting van de betaling van het griffierecht.



Hierna is de zaak verwezen naar de rol van respectievelijk 25 juni 2019 en 23 juli 2019 voor het nemen van de memorie van grieven.
Op de rol van 23 juli 2019 is er geen memorie van grieven genomen en heeft de advocaat van [appellant] c.s. zich onttrokken, waarna de zaak is verwezen naar de rol van 6 augustus 2019 voor het stellen van een advocaat en het nemen van de memorie van grieven.
Op de rol van 6 augustus 2019 heeft zich geen advocaat gesteld en is er geen memorie van grieven genomen, waardoor het recht op het nemen van de memorie van grieven op grond van artikel 133 lid 4 Rv en artikel 1.7 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: LPH) is vervallen. Ten slotte is de zaak met inachtneming van artikel 2.14 LPH naar heden verwezen voor arrest.





Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep


In hoger beroep kan het hof het geschil alleen beoordelen aan de hand van behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven. Nu [appellant] c.s. geen grieven heeft aangevoerd, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.





Beslissing


Het hof:


- verklaart [appellant] c.s. niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

- veroordeelt [appellant] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van De
Zomer tot op heden begroot op € 324,-- aan griffierecht en € 537,-- aan salaris voor de advocaat.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.P.J. Ruijpers en M.A.F. Tan-de Sonnaville en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.