Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2019:3742
2019-02-05
Civiel recht
200.246.525/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHDHA:2019:3742 → ECLI:NL:RBDHA:2018:10184 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Second opinion procedure
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.905 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.246.525/01
Zaaknummer rechtbank : 6339198/ CV EXPL 17-4336
arrest van 5 februari 2019
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. L.C. Blok te Zoetermeer,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2]
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr. J.C. Dorrepaal te Alphen aan den Rijn.
Het geding
Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot dan toe naar het tussenarrest van 11 december 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie heeft niet plaatsgevonden. Partijen hebben voorafgaande aan de comparitie verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. [appellante] heeft daartoe de reeds genomen memorie van grieven ingetrokken. De behandelend advocaten hebben een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellante] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Gouda) niet heeft beslist overeenkomstig zij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffierecht van € 1.649,00.
Beslissing
Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. begroot op een bedrag van € 1.649,00 voor griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en A.A. Muilwijk-Schaaij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.246.525/01
Zaaknummer rechtbank : 6339198/ CV EXPL 17-4336
arrest van 5 februari 2019
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. L.C. Blok te Zoetermeer,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2]
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr. J.C. Dorrepaal te Alphen aan den Rijn.
Het geding
Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot dan toe naar het tussenarrest van 11 december 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie heeft niet plaatsgevonden. Partijen hebben voorafgaande aan de comparitie verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. [appellante] heeft daartoe de reeds genomen memorie van grieven ingetrokken. De behandelend advocaten hebben een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellante] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Gouda) niet heeft beslist overeenkomstig zij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffierecht van € 1.649,00.
Beslissing
Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. begroot op een bedrag van € 1.649,00 voor griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en A.A. Muilwijk-Schaaij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.