Gerechtshof Den Haag
ECLI:NL:GHDHA:2018:4043
2018-05-22
Civiel recht
200.235.583/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHDHA:2018:4043 → ECLI:NL:RBROT:2018:1307 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Second Opinion-procedure; Model koopovereenkomst woning. Contractuele boete 10%. Matiging.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.136 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer: 200.235.583/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/10/531701/HA ZA 17-730
arrest van 22 mei 2018
In de zaak van
1. [appellant],
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: [appellant] (in enkelvoud),
advocaat: mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr D.J.W. Feddes te Alphen aan den Rijn.
Het verloop van het geding
Bij exploot van 13 maart 2018 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2018. Vervolgens is namens alle partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO-procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR).
2. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het laatste vonnis van de eerste rechter werd gevraagd (artikel 2.7 SOR en de 'Verklaring' in de SO-formulieren). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van uitsluitend de stukken in de eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen. Van die stukken heeft het hof kennis genomen.
3. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffiegeld van € 726,-.
Beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2018;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] begroot op€ 726,- voor griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, G. Dulek-Schermers en T.G. Lautenbach en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer: 200.235.583/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/10/531701/HA ZA 17-730
arrest van 22 mei 2018
In de zaak van
1. [appellant],
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: [appellant] (in enkelvoud),
advocaat: mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr D.J.W. Feddes te Alphen aan den Rijn.
Het verloop van het geding
Bij exploot van 13 maart 2018 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2018. Vervolgens is namens alle partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO-procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR).
2. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het laatste vonnis van de eerste rechter werd gevraagd (artikel 2.7 SOR en de 'Verklaring' in de SO-formulieren). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van uitsluitend de stukken in de eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen. Van die stukken heeft het hof kennis genomen.
3. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffiegeld van € 726,-.
Beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2018;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] begroot op€ 726,- voor griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, G. Dulek-Schermers en T.G. Lautenbach en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.