Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2017:4250

2017-07-18 Civiel recht 200.204.696
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2017-07-18
Publicatiedatum
2018-07-30
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.204.696
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

second opinion; tegen betaling aan derden in gebruik geven van een als woning bestemd appartement voor steeds korte periodes; bedrijfsmatige exploitatie die strijdig met is met de splitsingsakte en reglement van splitsing?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.152 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht


Zaaknummer : 200.204.696/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/492780 / HA ZA 16-43




arrest van 18 april 2017


inzake





[appellant],

wonende te Hellevoetsluis,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam,



tegen




VVE Flatgebouw ’t Groote Dok, Industriehaven 100-142,

gevestigd te Hellevoetsluis,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de VVE,
advocaat: mr. J. Groot Koerkamp te Zoetermeer.





Het geding


1. Voor het verloop van het geding tot aan het tussenarrest van 20 december 2016 verwijst het hof naar dat arrest. De in dat arrest bevolen comparitie is gehouden op 8 maart 2017. Na een aanhouding van eerst twee weken en toen (wegens afwezigheid van de advocaat van appellant, die op de comparitie reeds had verklaard toepassing van de Second Opinion-procedure te wensen) nog een week voor beraad daarover hebben de behandelend advocaten een ingevuld en ondertekend SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) toegezonden. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.




Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second opinion procedure

2. Met het (doen) invullen en ondertekenen van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam (team haven en handel) in het bestreden vonnis van 10 augustus 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen hij in eerste aanleg had gevorderd, te weten de afwijzing van de vordering van de VVE.

3. Het hof - dat kennis heeft genomen van de door [appellant] ten behoeve van de comparitie overgelegde stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.

4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door de VVE betaalde griffierecht van € 718,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 894,-.



Beslissing



Het hof:




bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2016;


veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de VVE tot op heden begroot op € 718,- aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat.





Dit arrest is gewezen door mrs. J.J. van der Helm, M.E. Honée en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.