Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2016:1715

2016-06-01 Strafrecht 22-005747-15
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2016-06-01
Publicatiedatum
2016-06-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
22-005747-15
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artt. 261, 269 Sr. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging ter zake van smaad. Niet voldaan aan klachtvereiste.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.341 tekens)
Rolnummer: 22-005747-15
Parketnummer: 09-020707-15
Datum uitspraak: 1 juni 2016
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken




Arrest



gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 14 december 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:




[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
adres: [adres].





Onderzoek van de zaak




Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 1 juni 2016.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.





Procesgang




In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld zonder oplegging van straf of maatregel.



De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.





Tenlastelegging




Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:



zij op of omstreeks 18 juni 2014 te Katwijk en/of Hoofddorp opzettelijk de eer en/of de goede naam van [aangever] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel aan de Gemeenteraadsleden van de Gemeente Katwijk - zakelijk weergegeven - via een e-mailbericht medegedeeld dat deze [aangever] niet weet hoe het werkt en/of ongekwalificeerd is en/of zich uitgeeft voor iemand die beschikt over de juiste papieren en/of dat het MT probeert, onder leiding van deze [aangever], te verdoezelen dat de accountant een enorme financiële chaos heeft aangetroffen;





Vordering advocaat-generaal




De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het openbaar ministerie niet- ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging, nu voor vervolging van het bepaalde in artikel 261, eerste lid krachtens artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht een klacht dient te worden ingediend en de verdachte niet is vervolgd voor de uitzondering genoemd in artikel 267 onderdeel 2 van het Wetboek van Strafrecht.





Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie




Het hof overweegt met de advocaat-generaal dat uit artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat vervolging ter zake van artikel 261, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht in beginsel niet kan plaatsvinden dan nadat door het slachtoffer van de belediging een klacht is ingediend. In de onderhavige zaak is weliswaar aangifte tegen de verdachte gedaan, maar het dossier bevat geen klacht en uit voornoemde aangifte volgt bovendien niet dat de aangever wenst dat de verdachte wordt vervolgd (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BW9970).
Het hof overweegt voorts dat het klachtvereiste niet geldt in de gevallen genoemd in artikel 267 onderdeel 1 en 2 van het Wetboek van Strafrecht, kortgezegd en voor zover van belang in onderhavige zaak, indien de strafverzwarende omstandigheid is ten laste gelegd dat de belediging is aangedaan aan een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn functie. In de onderhavige strafzaak is een dergelijke strafverzwarende omstandigheid echter niet ten laste gelegd.
Derhalve zal het hof – met vernietiging van het vonnis waarvan beroep – het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte.

BESLISSING




Het hof:



Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:



Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.





Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,
mr. M.L.C.C. Lückers en mr. H.J.M. Smid-Verhage, in bijzijn van de griffier mr. L.A. Haas.



Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 juni 2016.