Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2013:3600

2013-09-18 Bestuursrecht; Belastingrecht BK-12/00732
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
2013-09-18
Publicatiedatum
2013-09-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
BK-12/00732
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2013/2108 | V-N 2013/64.19.2 | FutD 2013-2414 | Viditax (FutD) 2013092607

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid in verband met het niet volledig betalen van het in hoger beroep verschuldigde griffierecht. Belanghebbende is, nadat hij in verzuim was geraakt, ten onrechte nog drie maal in de gelegenheid gesteld om het verschuldigde griffierecht te voldoen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.669 tekens)
GERECHTSHOF DEN HAAG


Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-12/00732



Uitspraak na vereenvoudigde behandeling d.d. 18 september 2013


op het hoger beroep van mr. [X] te [Z], belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 augustus 2012, nr. AWB 12/1083, betreffende de afwijzing van belanghebbendes verzoek om voorlopige verliesverrekening.





Vaststaande feiten


Belanghebbende is voor het door hem ingestelde hoger beroep € 115 aan griffierecht verschuldigd. De termijn voor betaling van het griffierecht bedraagt vier weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die van verzending van de nota griffierecht.



De eerste aangetekend verzonden nota griffierecht is ter post bezorgd op 4 januari 2013. Blijkens de nota diende het griffierecht uiterlijk op 1 februari 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 4 februari 2013, dus na afloop van de termijn, een bedrag van € 15 aan griffierecht voldaan.



De tweede aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 26 februari 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 100 uiterlijk op 26 maart 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 15 april 2013, dus na afloop van de termijn, een bedrag van € 1 aan griffierecht voldaan.



De derde aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 18 april 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 99 uiterlijk op 16 mei 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 15 mei 2013 een bedrag van € 9 aan griffierecht voldaan.



De laatste aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 21 mei 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 90 uiterlijk op 18 juni 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 18 juni 2013 een bedrag van € 9 aan griffierecht voldaan.





Overwegingen omtrent het hoger beroep


Belanghebbende is, nadat hij op 2 februari 2013 in verzuim was geraakt, ten onrechte nog drie maal in de gelegenheid gesteld om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Hij heeft het verschuldigde griffierecht niet volledig voldaan. Nu niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.



Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 27j (oud) en 27l (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 8:41, tweede lid (oud), en artikel 8:54 (oud) van de Algemene wet bestuursrecht.





Proceskosten


Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 (oud) van de Algemene wet bestuursrecht.





Beslissing


Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is vastgesteld door mr. J.W. baron van Knobelsdorff, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M. Visser. De beslissing is op 18 september 2013 in het openbaar uitgesproken.










aangetekend aan
partijen verzonden:










Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan
binnen zes weken
na de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord. Een kopie van de uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:



- de naam en het adres van de indiener;


- de dagtekening;


- de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;


- de gronden van het verzet.

Als het gerechtshof het verzet gegrond verklaart, vervalt deze uitspraak. Het hof zal het hoger beroep dan verder behandelen en daarover ontvangen partijen nog bericht.