Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:631
2026-02-03
Civiel recht
200.363.461
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHARL:2026:631 → ECLI:NL:RBMNE:2025:3830
Inhoudsindicatie
Gerechtshof verwijst zaak ter verdere behandeling naar ander gerechtshof, omdat een van partijen een naast familielid is van een raadsheer. Artikel 62b Wet op de rechterlijke organisatie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.638 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.461
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/580199 / HA ZA 24-435
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van
1 [appellant1] ( [A] )
2. [appellante2] ( [B] )
die wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. K. Dirlik
en
1 [geïntimeerde1] ( [C] )
die woont in [woonplaats]
2. [geïntimeerde2] B.V. ( [D] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. A.N. Broekhoven
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
[A] en [B] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 23 juli 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep
het aanbrengen van de zaak bij dit hof door [A] en [B] .
1.2
Het hof beslist vandaag dat de zaak moet worden verwezen en licht dat hierna toe.
2De toelichting op de beslissing van het hof
2.1
Het hof heeft kennis genomen van het feit dat één persoon van de twee personen die hoger beroep hebben ingesteld een naast familielid is van een raadsheer in dit hof. Daardoor is het hof betrokken bij deze zaak en is het wenselijk dat het hof deze zaak naar een ander gerechtshof verwijst ter verdere behandeling.
2.2
Het hof zal op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014, 11037.
3
3. De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.461
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/580199 / HA ZA 24-435
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van
1 [appellant1] ( [A] )
2. [appellante2] ( [B] )
die wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. K. Dirlik
en
1 [geïntimeerde1] ( [C] )
die woont in [woonplaats]
2. [geïntimeerde2] B.V. ( [D] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. A.N. Broekhoven
1Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
[A] en [B] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 23 juli 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep
het aanbrengen van de zaak bij dit hof door [A] en [B] .
1.2
Het hof beslist vandaag dat de zaak moet worden verwezen en licht dat hierna toe.
2De toelichting op de beslissing van het hof
2.1
Het hof heeft kennis genomen van het feit dat één persoon van de twee personen die hoger beroep hebben ingesteld een naast familielid is van een raadsheer in dit hof. Daardoor is het hof betrokken bij deze zaak en is het wenselijk dat het hof deze zaak naar een ander gerechtshof verwijst ter verdere behandeling.
2.2
Het hof zal op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014, 11037.
3
3. De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.