Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:5953
2026-09-15
Civiel recht; Personen- en familierecht
200.368.711/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Onderbewindstelling, levenstestament wordt gepasseerd. Volmacht biedt onvoldoende bescherming, noodzakelijk dat een onafhankelijke derde financiële belangen behartigt. Artikel 1:431 lid 4 en 1:435 lid 3 BW
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.701 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.368.711
zaaknummer rechtbank Gelderland 11823978
beschikking van 15 september 2026
in de zaak van
[verzoekster]
( [verzoekster] )
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. E.J.J. van Kuipers en mr. L.M. Kok
en
[verweerder]
( [verweerder] )die woont in [woonplaats1]
en
Zo! Voor jou B.V. (Zo! Voor jou/de bewindvoerder)
die is gevestigd in Mariënvelde (gemeente Oost Gelre)
advocaat: mr. M.R.A. Rutten
en
[belanghebbende] ( [belanghebbende] )
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. O. Surquin
1Samenvatting
De kantonrechter heeft de goederen die (zullen) toebehoren aan [verweerder] onder bewind gesteld en Zo! Voor jou tot bewindvoerder benoemd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2De feiten
2.1.
[verweerder] is geboren [in] 1938 te [plaats] . [verzoekster] en [belanghebbende] zijn de twee dochters van [verweerder] .
2.2
Op 6 november 2017 heeft [verweerder] een levenstestament opgesteld bij de notaris. In het levenstestament heeft [verweerder] [verzoekster] aangewezen als algemeen gevolmachtigde en laten opnemen dat de volmacht erop is gericht geen bewind, mentorschap of curatele te hoeven aanvragen. Indien de rechter desondanks toch een dergelijke maatregel zal uitspreken dan wil [verweerder] dat [verzoekster] als bewindvoerder/mentor/curator benoemd wordt.
3De procedure bij de rechtbank
3.1.
[belanghebbende] heeft bij de kantonrechter een verzoek tot onderbewindstelling van [verweerder] ingediend.
3.2.
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft dit verzoek toegewezen en Zo! Voor jou tot bewindvoerder benoemd. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 12 februari 2026.
4De procedure bij het hof
4.1.
[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij komt daarom in hoger beroep. Zij wil dat het verzoek tot onderbewindstelling van [verweerder] alsnog wordt afgewezen en dat wordt bepaald dat het levenstestament van [verweerder] geldt en [verzoekster] met ingang van de datum van deze beschikking de gevolmachtigde is van [verweerder] . Indien het hof dit verzoek niet toewijst dan verzoekt [verzoekster] het hof Zo! Voor jou als bewindvoerder te ontslaan en [verzoekster] tot bewindvoerder van [verweerder] te benoemen. Indien het hof dit verzoek ook niet toewijst dan verzoekt [verzoekster] het hof Zo! Voor jou als bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen die het hof juist acht.
4.2.
[belanghebbende] is het wel eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij wil dat het hof de verzoeken van [verzoekster] afwijst, de beslissing van de kantonrechter in stand laat en [verzoekster] in de kosten van de procedure veroordeelt.
4.3.
De bewindvoerder voert verweer en wil ook dat het hof de verzoeken van [verzoekster] afwijst, de beslissing van de kantonrechter in stand laat en [verzoekster] in de kosten van de procedure veroordeelt.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift ontvangen op 11 mei 2026
het verweerschrift van [belanghebbende]
het verweerschrift van de bewindvoerder
de stukken van [verzoekster] ingediend op 31 juli 2026
de stukken van de bewindvoerder ingediend op 6 augustus 2026
4.4.
De zitting bij het hof was op 11 augustus 2026. Aanwezig waren:
[verzoekster] , bijgestaan door haar advocaten
[belanghebbende] , bijgestaan door een waarnemer voor haar advocaat mr. S.M.C. Verheijden
De bewindvoerder heeft het hof bericht niet aanwezig te kunnen zijn bij de mondelinge behandeling.
5Het oordeel van het hof
Wat staat in de wet?
5.1.
De kantonrechter kan een bewind instellen over een of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
5.2.
De rechter volgt bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
Hoe oordeelt het hof?
5.3.
Het hof is van oordeel dat Zo! Voor jou als bewindvoerder aangesteld moet blijven om de financiële belangen voor [verweerder] te behartigen.
5.4.
Niet ter discussie staat dat [verweerder] haar vermogensrechtelijke belangen zelf niet meer kan behartigen. [belanghebbende] heeft aan de kantonrechter kenbaar gemaakt dat zij vermoedt dat er financieel misbruik van haar moeder is gemaakt door [verzoekster] . [belanghebbende] kwam er in de loop van 2025 achter dat het spaargeld van [verweerder] grotendeels was verdwenen. Vervolgens constateerde zij dat er een levenstestament was. Inmiddels is duidelijk dat er sprake is van een aanzienlijke lening van de moeder aan [verzoekster] en haar partner en dat er in het verleden grote bedragen door de partner van [verzoekster] aan zichzelf zijn overgemaakt en gepind. [belanghebbende] voert verder aan dat de financiële gang van zaken gedurende de periode na het opstellen van het levenstestament niet in overeenstemming is met de inhoud van het levenstestament van [verweerder] . Daarin is namelijk opgenomen dat bij giften van [verweerder] iedere staak gelijk behandeld moet worden. Bij het hof brengt [belanghebbende] verder nog naar voren dat [verweerder] in de periode nadat het levenstestament was opgesteld niet in staat was om zelf haar bankzaken online te regelen (vooral omdat zij niet over internet beschikte) en dat niet [verzoekster] maar [verzoekster] ’s partner de contacten met de boekhouder voor [verweerder] onderhield.
5.5.
[verzoekster] betwist de stellingen van [belanghebbende] . Zij stelt dat zij alle overboekingen en opnamen kan toelichten en verklaren. Verder brengt zij in hoger beroep naar voren dat het door [verweerder] bij de notaris opgestelde levenstestament pas is gaan gelden vanaf het moment dat dementie bij [verweerder] is vastgesteld (juni 2025). Zij was tot die tijd niet bekend met de inhoud van het levenstestament.
5.6.
Voor het hof is niet zozeer relevant op welk moment het levenstestament is gaan gelden. De kantonrechter heeft naar het oordeel van het hof terecht in aanmerking genomen dat bij de leningen van [verzoekster] (volgens het financieel overzicht van de accountant van 2025 is er nu nog sprake van één lening van € 171.684) en diverse overboekingen en opnamen door [verzoekster] en haar partner veel vraagtekens kunnen worden geplaatst. Over de huidige lening heeft [verzoekster] bij de kantonrechter verklaard dat het een schenking betrof, maar nadien heeft zij dit standpunt aangepast en gesteld dat het een renteloze lening is waarop niet hoeft te worden afgelost. Op het overzicht van de accountant worden ook leningen aan [belanghebbende] door [verweerder] vermeld. [belanghebbende] stelt dat zij niet weet waar de leningen van € 16.674 en € 3.000 betrekking op hebben. De derde lening van € 23.750 heeft zij inmiddels al afgelost met haar deel van de hierna nog nader te noemen opbrengst van de woning. Op dit moment is wat betreft de financiële situatie van [verweerder] en de zussen dus nog veel onduidelijk.
5.7.
In november 2025 is de woning die [verweerder] bewoonde en die eigendom was van de zussen verkocht. [belanghebbende] heeft in maart 2026 conservatoir beslag laten leggen op het aandeel van [verzoekster] in de opbrengst van de woning. [belanghebbende] is een bodemprocedure tegen [verzoekster] gestart omdat zij vindt dat zij recht heeft op een bedrag van € 241.000. Deze recente ontwikkelingen maken dat de verstandhouding tussen [verzoekster] en [belanghebbende] nog verder is verslechterd.
De bewindvoerder meldt in de stukken dat er onduidelijkheden zijn wat betreft de gang van zaken op financieel gebied over de afgelopen jaren en dat dit met behulp van de accountant van [verweerder] nog nader moeten worden uitgezocht. De situatie lijkt erop neer te komen dat [verweerder] het overgrote deel van haar vermogen aan [verzoekster] heeft geleend. Gelet op de financiële belangen en de inhoud van het levenstestament van [verweerder] , zag de bewindvoerder zich ook genoodzaakt beslag te leggen op de verdeling van de opbrengst van de woning onder de notaris en een procedure tegen [verzoekster] te starten.
[verzoekster] geeft aan dat zij de leningen, overboekingen en opnamen aan het hof verder kan toelichten en verklaren, maar dat is iets dat in het kader van de beoordeling van de vorderingen van [belanghebbende] dan wel van de bewindvoerder door de rechtbank moet gebeuren.
5.8.
Het hof is van oordeel dat er gegronde redenen zijn om het levenstestament van [verweerder] te passeren. De gang van zaken op financieel gebied tussen [verzoekster] , [verweerder] en [belanghebbende] staat op dit moment nog ernstig ter discussie. Verder hebben de gespannen verhoudingen en de meningsverschillen tussen [verzoekster] en [belanghebbende] over de financiële ontwikkelingen gedurende de afgelopen jaren een negatieve weerslag op [verweerder] . [belanghebbende] heeft haar moeder inmiddels geruime tijd niet gezien. [belanghebbende] heeft op de zitting toegelicht dat haar te verstaan is gegeven dat zij [verweerder] niet mocht bezoeken omdat [verweerder] eerst moest wennen aan haar nieuwe omgeving en daarna heeft zij niets meer vernomen. De zussen zijn kennelijk beiden niet in staat om in het belang van hun moeder deze patstelling te doorbreken.
De gehele situatie in ogenschouw nemend biedt een volmacht aan [verzoekster] , dan wel een benoeming van [verzoekster] als bewindvoerder, naar het oordeel van het hof voor [verweerder] onvoldoende bescherming. Het is noodzakelijk dat een onafhankelijke derde de financiële belangen van [verweerder] behartigt.
5.9.
Het vorenstaande heeft tot gevolg dat een bespreking van de tweede grief van [verzoekster] , inhoudende dat de kantonrechter ten onrechte bewijskracht heeft toegekend aan de verklaringen van [verweerder] , geen nadere bespreking meer hoeft.
5.10.
Tot slot heeft [verzoekster] nog aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte Zo! Voor jou tot bewindvoerder heeft benoemd. Zij stelt dat haar vertrouwen in de bewindvoerder ernstig is geschaad door de wijze waarop de bewindvoerder heeft gehandeld. [belanghebbende] voert verweer tegen dit standpunt, zij is tevreden over de invulling door de bewindvoerder.
Het hof is van oordeel dat de stellingen van [verzoekster] onvoldoende aanleiding geven om te veronderstellen dat Zo! Voor jou haar taken in het kader van het bewind voor [verweerder] niet goed vervult. Zo! Voor jou is nog maar kortgeleden gestart en heeft nader onderbouwd toegelicht dat zij actief aan de slag is gegaan. Dat zij al snel door de zussen in hun conflicten werd betrokken kan haar gelet op de opstelling van de zussen niet worden aangerekend. De bewindvoerder is bezig om de financiële gang en stand van zaken voor [verweerder] in beeld te krijgen en moet in dat kader nog verder onderzoek verrichten. Daarvoor is zij nu ook in overleg getreden met de accountant die ten behoeve van [verweerder] werkzaamheden heeft verricht. Dat er nog geen boedelbeschrijving is opgesteld, zoals [verzoekster] aanvoert, kan de bewindvoerder in deze stand van zaken naar het oordeel van het hof daarom niet worden verweten. Gelet op de procedure tussen de zussen bij de rechtbank over de vordering van [belanghebbende] op [verzoekster] en de vele onduidelijkheden die er zijn wat betreft de financiële situatie van [verweerder] , is het voor het hof verder begrijpelijk dat de bewindvoerder met het oog op de financiële belangen van [verweerder] ook beslag heeft laten leggen op de gelden ten behoeve [verzoekster] en een procedure tegen [verzoekster] is gestart. Het hof kan uit hetgeen is aangedragen door [verzoekster] niet afleiden dat de bewindvoerder zich daarbij partijdig opstelt.
5.11.
Het hof is alles tezamen in aanmerking nemend van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter in stand moet blijven (moet worden bekrachtigd).
Proceskosten
5.12.
Het hof zal bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen (compensatie van proceskosten) omdat het gaat om bewind. Het hof ziet onvoldoende reden voor een proceskostenveroordeling zoals [belanghebbende] en de bewindvoerder hebben verzocht.
6De beslissing
Het hof:
6.1.
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 februari 2026;
6.2.
compenseert de proceskosten;
6.3.
wijst af wat verder is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door de griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
Artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 1:435 lid 3 BW
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.368.711
zaaknummer rechtbank Gelderland 11823978
beschikking van 15 september 2026
in de zaak van
[verzoekster]
( [verzoekster] )
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. E.J.J. van Kuipers en mr. L.M. Kok
en
[verweerder]
( [verweerder] )die woont in [woonplaats1]
en
Zo! Voor jou B.V. (Zo! Voor jou/de bewindvoerder)
die is gevestigd in Mariënvelde (gemeente Oost Gelre)
advocaat: mr. M.R.A. Rutten
en
[belanghebbende] ( [belanghebbende] )
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. O. Surquin
1Samenvatting
De kantonrechter heeft de goederen die (zullen) toebehoren aan [verweerder] onder bewind gesteld en Zo! Voor jou tot bewindvoerder benoemd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2De feiten
2.1.
[verweerder] is geboren [in] 1938 te [plaats] . [verzoekster] en [belanghebbende] zijn de twee dochters van [verweerder] .
2.2
Op 6 november 2017 heeft [verweerder] een levenstestament opgesteld bij de notaris. In het levenstestament heeft [verweerder] [verzoekster] aangewezen als algemeen gevolmachtigde en laten opnemen dat de volmacht erop is gericht geen bewind, mentorschap of curatele te hoeven aanvragen. Indien de rechter desondanks toch een dergelijke maatregel zal uitspreken dan wil [verweerder] dat [verzoekster] als bewindvoerder/mentor/curator benoemd wordt.
3De procedure bij de rechtbank
3.1.
[belanghebbende] heeft bij de kantonrechter een verzoek tot onderbewindstelling van [verweerder] ingediend.
3.2.
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft dit verzoek toegewezen en Zo! Voor jou tot bewindvoerder benoemd. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 12 februari 2026.
4De procedure bij het hof
4.1.
[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij komt daarom in hoger beroep. Zij wil dat het verzoek tot onderbewindstelling van [verweerder] alsnog wordt afgewezen en dat wordt bepaald dat het levenstestament van [verweerder] geldt en [verzoekster] met ingang van de datum van deze beschikking de gevolmachtigde is van [verweerder] . Indien het hof dit verzoek niet toewijst dan verzoekt [verzoekster] het hof Zo! Voor jou als bewindvoerder te ontslaan en [verzoekster] tot bewindvoerder van [verweerder] te benoemen. Indien het hof dit verzoek ook niet toewijst dan verzoekt [verzoekster] het hof Zo! Voor jou als bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen die het hof juist acht.
4.2.
[belanghebbende] is het wel eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij wil dat het hof de verzoeken van [verzoekster] afwijst, de beslissing van de kantonrechter in stand laat en [verzoekster] in de kosten van de procedure veroordeelt.
4.3.
De bewindvoerder voert verweer en wil ook dat het hof de verzoeken van [verzoekster] afwijst, de beslissing van de kantonrechter in stand laat en [verzoekster] in de kosten van de procedure veroordeelt.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift ontvangen op 11 mei 2026
het verweerschrift van [belanghebbende]
het verweerschrift van de bewindvoerder
de stukken van [verzoekster] ingediend op 31 juli 2026
de stukken van de bewindvoerder ingediend op 6 augustus 2026
4.4.
De zitting bij het hof was op 11 augustus 2026. Aanwezig waren:
[verzoekster] , bijgestaan door haar advocaten
[belanghebbende] , bijgestaan door een waarnemer voor haar advocaat mr. S.M.C. Verheijden
De bewindvoerder heeft het hof bericht niet aanwezig te kunnen zijn bij de mondelinge behandeling.
5Het oordeel van het hof
Wat staat in de wet?
5.1.
De kantonrechter kan een bewind instellen over een of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden.
5.2.
De rechter volgt bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
Hoe oordeelt het hof?
5.3.
Het hof is van oordeel dat Zo! Voor jou als bewindvoerder aangesteld moet blijven om de financiële belangen voor [verweerder] te behartigen.
5.4.
Niet ter discussie staat dat [verweerder] haar vermogensrechtelijke belangen zelf niet meer kan behartigen. [belanghebbende] heeft aan de kantonrechter kenbaar gemaakt dat zij vermoedt dat er financieel misbruik van haar moeder is gemaakt door [verzoekster] . [belanghebbende] kwam er in de loop van 2025 achter dat het spaargeld van [verweerder] grotendeels was verdwenen. Vervolgens constateerde zij dat er een levenstestament was. Inmiddels is duidelijk dat er sprake is van een aanzienlijke lening van de moeder aan [verzoekster] en haar partner en dat er in het verleden grote bedragen door de partner van [verzoekster] aan zichzelf zijn overgemaakt en gepind. [belanghebbende] voert verder aan dat de financiële gang van zaken gedurende de periode na het opstellen van het levenstestament niet in overeenstemming is met de inhoud van het levenstestament van [verweerder] . Daarin is namelijk opgenomen dat bij giften van [verweerder] iedere staak gelijk behandeld moet worden. Bij het hof brengt [belanghebbende] verder nog naar voren dat [verweerder] in de periode nadat het levenstestament was opgesteld niet in staat was om zelf haar bankzaken online te regelen (vooral omdat zij niet over internet beschikte) en dat niet [verzoekster] maar [verzoekster] ’s partner de contacten met de boekhouder voor [verweerder] onderhield.
5.5.
[verzoekster] betwist de stellingen van [belanghebbende] . Zij stelt dat zij alle overboekingen en opnamen kan toelichten en verklaren. Verder brengt zij in hoger beroep naar voren dat het door [verweerder] bij de notaris opgestelde levenstestament pas is gaan gelden vanaf het moment dat dementie bij [verweerder] is vastgesteld (juni 2025). Zij was tot die tijd niet bekend met de inhoud van het levenstestament.
5.6.
Voor het hof is niet zozeer relevant op welk moment het levenstestament is gaan gelden. De kantonrechter heeft naar het oordeel van het hof terecht in aanmerking genomen dat bij de leningen van [verzoekster] (volgens het financieel overzicht van de accountant van 2025 is er nu nog sprake van één lening van € 171.684) en diverse overboekingen en opnamen door [verzoekster] en haar partner veel vraagtekens kunnen worden geplaatst. Over de huidige lening heeft [verzoekster] bij de kantonrechter verklaard dat het een schenking betrof, maar nadien heeft zij dit standpunt aangepast en gesteld dat het een renteloze lening is waarop niet hoeft te worden afgelost. Op het overzicht van de accountant worden ook leningen aan [belanghebbende] door [verweerder] vermeld. [belanghebbende] stelt dat zij niet weet waar de leningen van € 16.674 en € 3.000 betrekking op hebben. De derde lening van € 23.750 heeft zij inmiddels al afgelost met haar deel van de hierna nog nader te noemen opbrengst van de woning. Op dit moment is wat betreft de financiële situatie van [verweerder] en de zussen dus nog veel onduidelijk.
5.7.
In november 2025 is de woning die [verweerder] bewoonde en die eigendom was van de zussen verkocht. [belanghebbende] heeft in maart 2026 conservatoir beslag laten leggen op het aandeel van [verzoekster] in de opbrengst van de woning. [belanghebbende] is een bodemprocedure tegen [verzoekster] gestart omdat zij vindt dat zij recht heeft op een bedrag van € 241.000. Deze recente ontwikkelingen maken dat de verstandhouding tussen [verzoekster] en [belanghebbende] nog verder is verslechterd.
De bewindvoerder meldt in de stukken dat er onduidelijkheden zijn wat betreft de gang van zaken op financieel gebied over de afgelopen jaren en dat dit met behulp van de accountant van [verweerder] nog nader moeten worden uitgezocht. De situatie lijkt erop neer te komen dat [verweerder] het overgrote deel van haar vermogen aan [verzoekster] heeft geleend. Gelet op de financiële belangen en de inhoud van het levenstestament van [verweerder] , zag de bewindvoerder zich ook genoodzaakt beslag te leggen op de verdeling van de opbrengst van de woning onder de notaris en een procedure tegen [verzoekster] te starten.
[verzoekster] geeft aan dat zij de leningen, overboekingen en opnamen aan het hof verder kan toelichten en verklaren, maar dat is iets dat in het kader van de beoordeling van de vorderingen van [belanghebbende] dan wel van de bewindvoerder door de rechtbank moet gebeuren.
5.8.
Het hof is van oordeel dat er gegronde redenen zijn om het levenstestament van [verweerder] te passeren. De gang van zaken op financieel gebied tussen [verzoekster] , [verweerder] en [belanghebbende] staat op dit moment nog ernstig ter discussie. Verder hebben de gespannen verhoudingen en de meningsverschillen tussen [verzoekster] en [belanghebbende] over de financiële ontwikkelingen gedurende de afgelopen jaren een negatieve weerslag op [verweerder] . [belanghebbende] heeft haar moeder inmiddels geruime tijd niet gezien. [belanghebbende] heeft op de zitting toegelicht dat haar te verstaan is gegeven dat zij [verweerder] niet mocht bezoeken omdat [verweerder] eerst moest wennen aan haar nieuwe omgeving en daarna heeft zij niets meer vernomen. De zussen zijn kennelijk beiden niet in staat om in het belang van hun moeder deze patstelling te doorbreken.
De gehele situatie in ogenschouw nemend biedt een volmacht aan [verzoekster] , dan wel een benoeming van [verzoekster] als bewindvoerder, naar het oordeel van het hof voor [verweerder] onvoldoende bescherming. Het is noodzakelijk dat een onafhankelijke derde de financiële belangen van [verweerder] behartigt.
5.9.
Het vorenstaande heeft tot gevolg dat een bespreking van de tweede grief van [verzoekster] , inhoudende dat de kantonrechter ten onrechte bewijskracht heeft toegekend aan de verklaringen van [verweerder] , geen nadere bespreking meer hoeft.
5.10.
Tot slot heeft [verzoekster] nog aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte Zo! Voor jou tot bewindvoerder heeft benoemd. Zij stelt dat haar vertrouwen in de bewindvoerder ernstig is geschaad door de wijze waarop de bewindvoerder heeft gehandeld. [belanghebbende] voert verweer tegen dit standpunt, zij is tevreden over de invulling door de bewindvoerder.
Het hof is van oordeel dat de stellingen van [verzoekster] onvoldoende aanleiding geven om te veronderstellen dat Zo! Voor jou haar taken in het kader van het bewind voor [verweerder] niet goed vervult. Zo! Voor jou is nog maar kortgeleden gestart en heeft nader onderbouwd toegelicht dat zij actief aan de slag is gegaan. Dat zij al snel door de zussen in hun conflicten werd betrokken kan haar gelet op de opstelling van de zussen niet worden aangerekend. De bewindvoerder is bezig om de financiële gang en stand van zaken voor [verweerder] in beeld te krijgen en moet in dat kader nog verder onderzoek verrichten. Daarvoor is zij nu ook in overleg getreden met de accountant die ten behoeve van [verweerder] werkzaamheden heeft verricht. Dat er nog geen boedelbeschrijving is opgesteld, zoals [verzoekster] aanvoert, kan de bewindvoerder in deze stand van zaken naar het oordeel van het hof daarom niet worden verweten. Gelet op de procedure tussen de zussen bij de rechtbank over de vordering van [belanghebbende] op [verzoekster] en de vele onduidelijkheden die er zijn wat betreft de financiële situatie van [verweerder] , is het voor het hof verder begrijpelijk dat de bewindvoerder met het oog op de financiële belangen van [verweerder] ook beslag heeft laten leggen op de gelden ten behoeve [verzoekster] en een procedure tegen [verzoekster] is gestart. Het hof kan uit hetgeen is aangedragen door [verzoekster] niet afleiden dat de bewindvoerder zich daarbij partijdig opstelt.
5.11.
Het hof is alles tezamen in aanmerking nemend van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter in stand moet blijven (moet worden bekrachtigd).
Proceskosten
5.12.
Het hof zal bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen (compensatie van proceskosten) omdat het gaat om bewind. Het hof ziet onvoldoende reden voor een proceskostenveroordeling zoals [belanghebbende] en de bewindvoerder hebben verzocht.
6De beslissing
Het hof:
6.1.
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 februari 2026;
6.2.
compenseert de proceskosten;
6.3.
wijst af wat verder is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door de griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.
Artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 1:435 lid 3 BW