Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:5773

2026-09-08 Civiel recht 200.347.422/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.347.422/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Eindarrest na bewijsopdracht in tussenarrest (ECLI:NL: GHARL: 2025:8087). Het hof acht niet bewezen dat de gestelde renteafspraak is gemaakt.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.573 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Leeuwarden



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.347.422/01
zaaknummer rechtbank Overijssel 10994552




arrest van 8 september 2026




in de zaak van




Triple Groen Overijssel B.V.

die is gevestigd in Hardenberg
hierna: TGO
advocaat: mr. T. Waissi



en





1Landbouwbedrijf [geïntimeerde1] (de maatschap)

die is gevestigd in [vestigingsplaats]

2. [geïntimeerde2] ( [geïntimeerde2] )

die woont in [vestigingsplaats]
hierna samen: [geïntimeerden] en ieder afzonderlijk de maatschap en [geïntimeerde2]
advocaat: mr. H.M. van Eerten






1Het verloop van de procedure in hoger beroep


Na het tussenarrest van 16 december 2025 is op 8 april 2026 een getuigenverhoor gehouden, vastgelegd in een proces-verbaal. Na het horen van de getuigen heeft TGO een memorie na getuigenverhoor en contra-enquête genomen en hebben [geïntimeerden] een antwoordmemorie na getuigenenquête genomen. Vervolgens hebben partijen aanvullend gefourneerd voor arrest en heeft het hof een datum voor arrest bepaald.






2De beoordeling


2.1
In het tussenarrest is TGO in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat partijen een aanvullende rente over de (huur)koopprijs van 3,5% zijn overeengekomen. Om het opgedragen bewijs te leveren heeft TGO een akte overlegging producties genomen en haar accountmanager, de heer [naam1] , als getuige gehoord.



2.2

[geïntimeerden] hebben in tegenverhoor [geïntimeerde2] als getuige laten horen.




Is het bewijs geleverd?





2.3
TGO heeft geconcludeerd dat zij het bewijs heeft geleverd. Zij stelt dat [naam1] uitvoerig heeft verklaard over de wijze waarop de financieringsconstructies met (potentiële) klanten werden besproken. Bij die besprekingen werd gebruik gemaakt van voorbeeldberekeningen en kwamen zowel de technische als de financiële aspecten aan bod. [naam1] heeft expliciet verklaard dat hij aan [geïntimeerde2] heeft toegelicht dat binnen deze constructie sprake was van een aanvullende rente en dat een lagere rente mogelijk was van circa 3,5% omdat er dan geen aparte zekerheiden werden geëist. De rente is expliciet onderwerp van gesprek geweest tussen partijen. Dat volgt ook uit de verklaring van [geïntimeerde2] , aldus TGO.



2.4

[geïntimeerden] hebben betwist dat een aanvullende rente is overeengekomen. Nog daargelaten dat de door TGO overgelegde als productie 18 overgelegde voorbeeldberekening nooit met [geïntimeerde2] is besproken, volgt ook uit die berekening niet (expliciet) dat er een aanvullende rente is besproken, dan wel overeengekomen.



2.5
Het hof komt tot het oordeel dat TGO niet is geslaagd in het opgedragen bewijs. Hiertoe is het volgende redengevend.



2.6
Het hof heeft in het tussenarrest van 16 december 2025 al geoordeeld dat uit de stukken die TGO tot dat moment aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, waaronder de offerte en de huurkoopovereenkomst, niet ontegenzeggelijk volgt dat er een aanvullende rente van 3,5% over de koopsom is overeengekomen. Dat volgt evenmin uit de nadien door TGO overgelegde voorbeeldberekeningen. In geen van die berekeningen wordt een aanvullend rentepercentage van 3,5% over de koopsom beschreven. Los daarvan: [naam1] heeft over die voorbeeldberekening verklaard dat die in de bespreking op tafel heeft gelegen, maar hij niet durft te zeggen of hij die aan [geïntimeerde2] heeft laten lezen en [geïntimeerde2] heeft dat betwist. Ook voor het overige is het het woord van [naam1] tegen het woord van [geïntimeerde2] en [geïntimeerde2] heeft gemotiveerd betwist dat er een aanvullende rente over de koopsom is overeengekomen. Daarmee kan niet afdoende worden vastgesteld dat partijen een aanvullende rente van 3,5% over de koopsom zijn overeengekomen. Dat betekent dat de grief faalt.



2.7
Het hof komt voor wat betreft de nog ter beoordeling voorliggende vordering van TGO tot afgifte van de jaarrekeningen van de maatschap door [geïntimeerden] tot de conclusie dat voor toewijzing van deze vordering geen aanleiding is, in het licht van het voorgaande en wat al in het arrest van 25 februari 2025 is overwogen. Het hof herhaalt hierbij dat onvoldoende aannemelijk is dat (ook) als de maatschap in de jaarstukken de verschuldigde rentevergoeding heeft verwerkt, daaruit nog niet direct volgt dat partijen een aanvullende rente over de koopsom zijn overeengekomen. Bij gebrek aan belang is die vordering niet toewijsbaar.



De conclusie





2.8
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat TGO in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, waaronder de kosten in het incident, veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.


2.9
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).






3De beslissing


Het hof:



3.1
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle van 3 september 2024;



3.2

veroordeelt TGO tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerden] :
€ 2.175 aan griffierecht
€ 2.280 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] (2 ½ procespunten x tarief I)
€ 912 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] in het incident (1 procespunt x tarief I)




3.3
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;



3.4
wijst af wat verder is gevorderd.



Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, J.H. Kuiper en M.W. Zandbergen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.




HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.