Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:4586

2026-07-14 Civiel recht 200.351.664
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-15
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.351.664
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2025:66. Schade door verbouwingswerkzaamheden bij de buren? Hof gaat uit van deskundigenrapport dat de gelaedeerden hebben ingebracht. Aannemer heeft onvoldoende betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door de werkzaamheden voor de buren niet zorgvuldig uit te voeren, waardoor schade aan de woning van gelaedeerden is ontstaan.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (33.577 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Arnhem



afdeling civiel recht



zaaknummer gerechtshof 200.351.664
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11107609




arrest van 14 juli 2026




in de zaak van





[appellant] , handelend onder de naam [handelsnaam]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. E.R. Jonker



en





1 [geïntimeerde1]


2. [geïntimeerde2]

die beiden wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. R.M. Poublon






1Het verloop van de procedure in hoger beroep


1.1.

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, (hierna: de kantonrechter) op 15 januari 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:


de dagvaarding in hoger beroep


de memorie van grieven


de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep


de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep


het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 15 april 2026 is gehouden.








2De kern van de zaak


2.1.

[appellant] heeft verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd bij de buren van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] . In de periode dat [appellant] bij de buren aan het werk was, ontdekten [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] scheuren in hun muren. Volgens hen zijn deze scheuren veroorzaakt doordat [appellant] zijn werk niet goed heeft uitgevoerd. Zij willen daarom dat [appellant] hun schade vergoedt.



2.2.

[geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hebben bij de kantonrechter gevorderd dat [appellant] € 4.462,18 aan hen betaalt, vermeerderd met wettelijke rente, expertisekosten en buitengerechtelijke kosten.



2.3.
De kantonrechter heeft de gevorderde hoofdsom vermeerderd met wettelijke rente toegewezen. De gevorderde expertisekosten en buitengerechtelijke kosten zijn door de kantonrechter afgewezen. [appellant] vraagt aan het hof om de hoofdsom en de wettelijke rente alsnog af te wijzen. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] vragen het hof om alsnog de buitengerechtelijke kosten en expertisekosten toe te wijzen en het vonnis van de kantonrechter verder in stand te laten.



2.4.
Het hof is het voor wat betreft de toegewezen hoofdsom en wettelijke rente en de afgewezen buitengerechtelijke kosten eens met de kantonrechter en zal het vonnis van de kantonrechter in zoverre dus bekrachtigen. De gevorderde expertisekosten zal het hof toewijzen; op dit punt laat het hof het vonnis van de kantonrechter dus niet in stand.






3De toelichting op de beslissing van het hof



De feiten




3.1.

[geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] wonen aan de [adres] in [woonplaats] .



3.2.
De buren in de aangrenzende woning op nummer 24 (de heer [naam1] en mevrouw [naam2] ) laten vanaf medio november 2021 hun woning verbouwen door [appellant] . Op 3 januari 2022 sloopt [appellant] op de begane grond van de woning de achtergevel.



3.3.
De bewoner van de ook aan nummer 24 grenzende woning op nummer 26 (de heer [naam3] ) komt na het slopen van het onderste deel van de achtergevel naar buiten en maakt foto’s.



3.4.
De huishoudelijke hulp van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] (mevrouw [naam4] ) ziet twee scheuren in de muur die grenst aan de woning op nummer 24. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] melden de scheuren op 19 januari 2022 aan de eigenaren van de woning op nummer 24. De dag erna bekijken twee medewerkers van [appellant] de scheuren in de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] .



3.5.
Op 24 januari 2022 verricht De Huizenspecialist op verzoek van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] een nulmeting van scheuren in de muren van hun woning. De Huizenspecialist rapporteert hierover op 31 januari 2022.



3.6.
Eind maart 2022 legt [appellant] het werk in de woning op nummer 24 neer. De werkzaamheden zijn door iemand anders afgemaakt.



3.7.

[naam5] stuurt op 12 april 2022 een offerte van € 2.725 inclusief btw aan [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] voor ‘het glad en strak stukadoren van één lange wand woonkamer aangrenzend aan nr. 24’. Onderdeel van de werkzaamheden is het controleren van de scheuren en deze uithakken en voorzien van gaasband.



3.8.
Bij brief van 27 mei 2022 met als bijlage de offerte van [naam5] stellen [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] [appellant] aansprakelijk met het verzoek om binnen twee weken contact op te nemen om te komen tot een oplossing en het verzoek om het voorlopig op € 2.725 geschatte schadebedrag ‘daarna’ binnen twee weken aan hen over te maken. [appellant] bezoekt vervolgens op 1 juni 2022 de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] . Herstel van de scheuren en/of betaling van het geschatte schadebedrag blijft uit.



3.9.
Bij brief van 15 september 2022 stelt de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] [appellant] in gebreke en opnieuw aansprakelijk, waarbij [appellant] wordt gesommeerd om binnen veertien dagen het bedrag van € 2.725 te betalen.



3.10.

[appellant] reageert bij brief van 27 september 2022. Volgens hem heeft hij geen schade bij [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] veroorzaakt. Hij betwist de gestelde hoogte van de schade en wijst erop dat een verklaring van een willekeurige stukadoor geen waarde heeft. Hij nodigt [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] uit om een onafhankelijke deskundige in te schakelen.



3.11.

Op 18 november 2022 voert De Huizenspecialist op verzoek van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] nogmaals een bouwkundige opname van hun woning uit. De Huizenspecialist rapporteert hierover op 25 november 2022. In een e-mail van 25 november 2022 bericht De Huizenspecialist het volgende aan (de toenmalige gemachtigde van) [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] :
‘(…) De al aanwezige scheuren zijn door ondergetekende nog steeds beoordeeld als lichte scheuren (een scheur met een scheurwijdte tussen de 0,2 mm. en 1,0 mm.) (…). Wel zijn er enkele nieuwe scheuren bijgekomen, ook deze zijn lichte scheuren (…)’




3.12.
In februari en maart 2023 communiceren partijen met elkaar over de inschakeling van een deskundige. [appellant] gaat niet akkoord met de door [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] voorgestelde deskundige. [appellant] stelt zelf drie andere deskundigen voor, waarvan [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] er één kiezen. Die deskundige geeft vervolgens de opdracht terug, waarna [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] aan [appellant] aankondigen bij vijf met name genoemde deskundigen offertes te zullen opvragen. Hierop heeft [appellant] niet meer gereageerd, waarna [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] op 3 april 2023 één van die vijf deskundigen (Eff Eff Bouwpathologie) verzoeken een onderzoek in te stellen naar de schade die in/aan hun pand is ontstaan.



3.13.
Op 26 mei 2023 doet Eff Eff Bouwpathologie een opname van de betrokken woningen in aanwezigheid van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] en deels in aanwezigheid van [appellant] . In het rapport is hierover vermeld dat [appellant] voortijdig op eigen verzoek de woning (nummer 24) heeft verlaten en daarom de opname in de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] niet heeft bijgewoond.



3.14.

Eff Eff Bouwpathologie rapporteert haar bevindingen op 13 oktober 2023. Op de vragen wat de omvang van de schade is die is veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden en wat de oorzaak is van de scheurvorming, antwoordt Eff Eff Bouwpathologie dat de scheuren verband lijken te houden met de werkzaamheden; als oorzaak is een zetting aan te wijzen die veroorzaakt wordt door de gewijzigde belastingafdracht van de nieuwe constructie in het naburige pand. Daarbij merkt Eff Eff Bouwpathologie op dat zij is afgegaan op de beweringen van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] dat de woningscheidende wand in de woonkamer voor aanvang van de werkzaamheden in het naburige pand schadevrij was.
Ervan uitgaande dat de zetting na enige tijd eindig is en de ondergrond de toegenomen belasting kan blijven dragen, is herstel volgens Eff Eff Bouwpathologie mogelijk. De herstelkosten worden geraamd op € 4.250 inclusief btw.




3.15.
Onder toezending van het rapport van Eff Eff Bouwpathologie sommeert de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] [appellant] bij brief van 23 oktober 2023 om € 6.327,60 (de door Eff Eff Bouwpathologie geraamde schade plus de kosten van de ingeschakelde deskundigen) te betalen. [appellant] betaalt dit bedrag niet.



3.16.

Bij brief van 10 april 2024 aan de gemachtigde van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] heeft Eff Eff Bouwpathologie haar conclusie in het rapport (‘afgaande op de beweringen van mevrouw [geïntimeerde1] en de heer [geïntimeerde2] dat de woningscheidende wand in de woonkamer voor aanvang van de werkzaamheden in het naburige pand schadevrij was, lijken de scheuren een verband te houden met de werkzaamheden’) als volgt toegelicht:
‘(…)
Ondergetekende is geen getuige geweest van het ontstaansmoment van de scheuren en moet zich derhalve bedienen van uitlatingen van partijen. In dit geval de mededelingen die mevrouw [geïntimeerde1] en de heer [geïntimeerde2] mij gedaan hebben. Zie in dit verband ook pagina 6 onder “mededelingen”.



Deze tekst dient als volgt gelezen te worden:
Het ontstaansmoment van de scheuren is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te bepalen ten tijde van de werkzaamheden in het naburige pand.
(…)’.




De hoofdsom





3.17.
Vast staat dat er scheuren zitten in de muur van de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] . Partijen zijn het er niet over eens of deze zijn veroorzaakt door de werkzaamheden van [appellant] . [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] stellen van wel. Volgens hen heeft [appellant] onrechtmatig gehandeld door af te wijken van het constructieplan met de scheuren tot gevolg en moet hij daarom de schade vergoeden. [appellant] betwist dit: volgens hem zijn de werkzaamheden goed uitgevoerd en zijn de scheuren in ieder geval niet het gevolg van de door of in opdracht van hem uitgevoerde werkzaamheden.



3.18.
De Hoge Raad heeft beslist dat indien een aannemer bouwwerkzaamheden verricht met een aanmerkelijk risico voor schade aan een naastgelegen pand en dit risico zich heeft verwezenlijkt, dit een onrechtmatige daad van de aannemer kan opleren.



3.19.
De eerste vraag die voorligt is of [appellant] kort gezegd een fout heeft gemaakt in de uitvoering van de werkzaamheden waardoor de scheuren zijn veroorzaakt. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] stellen dat dit zo is. Volgens hen is [appellant] op meerdere punten afgeweken van het constructieplan en heeft hij daardoor op onoordeelkundige en onregelmatige wijze de achtergevel van de woning op nummer 24 gesloopt met de scheuren in hun muur tot gevolg. Daartoe verwijzen zij naar de door hen overgelegde verklaringen van [naam4] en het rapport van Eff Eff Bouwpathologie met de nadere uitleg van de conclusie in dat rapport van 10 april 2024.



3.20.


[naam4] heeft in een ongedateerde schriftelijke verklaring verklaard dat zij op 3 januari 2022 in de woonkamer aan het werk was en schrok van een heel harde klap met glasgerinkel. Het klonk voor haar alsof een deel van huis instortte en aan de achterkant van het huis zag zij veel puin liggen. In haar schriftelijke verklaring van 20 september 2024 verklaart [naam4] in aanvulling hierop het volgende:
‘(…)
Ik werk bij het gezin van [geïntimeerde2] en [geïntimeerde1] sinds najaar 2018. Iedere week maak ik het huis schoon en ik stof elke maand de schilderijlijsten af die aan de gestucte kamerwand hangen waar nu de scheuren in zitten.
Op 3 januari 2022 vielen mij de scheuren in het stucwerk op en heb ik dit direct aan [geïntimeerde2] en [geïntimeerde1] gemeld.
Ik weet zeker dat deze er niet eerder waren in al de jaren dat ik deze wand heb afgestoft.’




3.21.

Over de vraag of [appellant] een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van de werkzaamheden is in het rapport van Eff Eff Bouwpathologie het volgende vermeld:
‘(…)

Afwijkingen van het constructieplan

De eerste zichtbare afwijkingen betreft het ontbreken van een koppeling (strip of balk) ter hoogte van de begane grondvloer. Dat blijkt uit de door de heer [naam3] aangeleverde foto. Rechts daarvan is een uitsnede uit de constructieberekening geplaatst die de strip of koppelbalk weergeeft.
(…)

Bevindingen en beoordeling

(…)
In de slaapkamer aan de achterzijde (…) bevindt zich een grote kastenwand tegen de woningscheidende wand waardoor de woningscheidende wand grotendeels niet zichtbaar is. Tussen de voornoemde kastenwand en de kast die tegen de scheidingswand met de slaapkamer aan de voorzijde geplaatst is, is evenwel een verticale scheur zichtbaar. Naar de mening van ondergetekende is deze scheur het verlengde van de zesde scheur in de scheidingswand zoals die in de woonkamer als tweede op 20.01.2022 opgemerkt werd en kan deze veroorzaakt zijn door een gewijzigde belastingafdracht in de naburige woning (zie voor uitleg onder vraag 2).
Overigens is deze scheur na inspectie nog voortgeschreden, getuige het bericht van mevrouw [geïntimeerde1] van 29.05.2023. (…) Deze voortschrijdende scheurvorming bevestigt dat de scheur het gevolg is van zettingen van de naburige constructie als gevolg van de gewijzigde belastingafdracht.
(…)
Zoals beschreven in het voorgaande bij de eerste afwijking van het constructieplan is geen trekstrip, noch een koppelbalk aangebracht. Bij toepassing van die koppelbalk konden de voorziene verzwaringen van de funderingen achterwege blijven omdat dan de belasting uit het stabiliteitsportaal zoals vanouds over de hele fundering onder de achtergevel gespreid wordt. Nu de belasting alleen via de twee kolommen links en rechts op de niet verbrede fundering afgedragen wordt, leidt dit tot een -aanzienlijke verhoging- van die belasting met een zetting tot gevolg. Hieruit zijn de ontstane scheuren te verklaren. Het laatste deel van de woningscheidende wand buigt daarmee ‘als één geheel’ af; het voorste deel wordt ‘gehinderd’ door de aanhechtende scheidingswanden in de naburige woning, maar ondergaat evenzo een -zij het geringe- zetting. Dat verklaart waarom alle scheuren een verticaal verloop met een lichte afwijking van voor-laag naar achter-hoog laten zien.



Dát de funderingen aan het uiteinde van de woningscheidende wanden niet conform constructieberekeningen verbreed/verzwaard zijn, blijkt uit de foto’s die de heer [naam3] ter beschikking stelde.
Op die foto’s is te zien dat de kolommen met een voetplaat op de bestaande fundering geplaatst werden, zonder dat deze vooraf verbreed/verzwaard werd.
(…)

ANTWOORDEN OP DE VRAGEN UIT DE OPDRACHTBRIEF

(…)

2. Kunt u aangeven wat de oorzaak is van de scheurvorming?

(…)
Afgaande op de beweringen van mevrouw [geïntimeerde1] en de heer [geïntimeerde2] dat de woningscheidende wand in de woonkamer voor aanvang van de werkzaamheden in het naburige pand schadevrij was, lijken de scheuren een verband te houden met de werkzaamheden. Als oorzaak is een zetting aan te wijzen die veroorzaakt wordt door de gewijzigde belastingafdracht van de nieuwe constructie in het naburige pand. Deze zetting is mogelijk omdat aan de uiteinden van de funderingen onder beide woningscheidende wanden geen verzwaring/verbreding van het fundament toegepast is.
Een uitgebreide toelichting is in het voorgaande hoofdstuk opgenomen.
(…)’




3.22.
Met de onderbouwing door middel van de verklaringen van [naam4] en het rapport van Eff Eff Bouwpathologie hebben [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hun stelling dat [appellant] een fout heeft gemaakt in de uitvoering van de werkzaamheden waardoor de scheuren zijn veroorzaakt in principe voldoende toegelicht en onderbouwd.



3.23.

[appellant] stelt dat het rapport van Eff Eff Bouwpathologie niet in aanmerking mag worden genomen, omdat Eff Eff Bouwpathologie ten onrechte is uitgegaan van door [naam3] verstrekte informatie zonder die te verifiëren en zonder te vermelden dat er een conflict van belangen was tussen [appellant] en [naam3] . Ook moet het rapport van Eff Eff Bouwpathologie volgens [appellant] buiten beschouwing worden gelaten omdat is uitgegaan van onjuiste of onvolledige informatie. En volgens [appellant] zijn de conclusies van Eff Eff Bouwpathologie onjuist. Het hof volgt [appellant] hierin niet en zal dat hierna toelichten.



3.24.
Voorop staat dat in het rapport is vermeld over welke documenten en informatie Eff Eff Bouwpathologie beschikte. Hierin is niet vermeld dat er rechtstreeks contact is geweest tussen [naam3] en Eff Eff Bouwpathologie, terwijl ook niet is gebleken dat dit op enig moment wel is gebeurd. Het hof gaat er daarom van uit dat er geen sprake is geweest van rechtstreeks contact tussen Eff Eff Bouwpathologie en [naam3] .



3.25.
Eff Eff Bouwpathologie heeft in het rapport vermeld dat voor uitvoering van de opdracht onder meer een ongedateerde verklaring van [naam3] ter beschikking is gesteld en dat na de opname nog elf foto’s en een fotoverslag gemaakt door [naam3] zijn verkregen. Eff Eff Bouwpathologie maakt er in het rapport melding van dat uit de verklaring van [naam3] blijkt dat de achtergevel van de verdieping van het pand op nummer 24 gezakt was na het slopen van de achtergevel op begane grondniveau omdat de gevel niet goed onderstempeld was en dat [naam3] een flinke zetting in de naburige woning rapporteert. Maar deze informatie is opgenomen onder het kopje ‘Mededelingen van mevrouw [geïntimeerde1] en de heer [geïntimeerde2] ’. Hiermee heeft Eff Eff Bouwpathologie duidelijk gemaakt dat deze informatie in aanmerking wordt genomen als afkomstig van één van partijen en anders dan [appellant] stelt kan hieruit niet worden afgeleid dat Eff Eff Bouwpathologie die informatie zonder meer voor waar aanneemt. Eff Eff Bouwpathologie heeft in het rapport juist opgemerkt welke informatie voor welke bevindingen en oordelen is gebruikt. Op de in deze procedure relevante onderdelen van het rapport van Eff Eff Bouwpathologie is niet de verklaring van [naam3] gebruikt. Dat [appellant] en het hof de precieze inhoud van die verklaring niet kennen (met uitzondering van wat Eff Eff Bouwpathologie hierover in het rapport heeft opgenomen) acht het hof dan ook niet relevant.



3.26.
Wel heeft de deskundige op in deze procedure relevante punten gebruik gemaakt van foto’s afkomstig van [naam3] . Bij de door Eff Eff Bouwpathologie geconstateerde eerste afwijking van het constructieplan (ontbreken van een koppelingsbalk of trekstrip) merkt Eff Eff Bouwpathologie namelijk op dat dit blijkt uit een door [naam3] aangeleverde foto, die Eff Eff Bouwpathologie (net als de andere door haar gebruikte foto’s) heeft opgenomen in haar rapport. En bij de bevindingen en beoordeling merkt Eff Eff Bouwpathologie op dat uit de door [naam3] ter beschikking gestelde foto’s blijkt dat de funderingen aan het uiteinde van de woningscheidende wanden niet conform constructieberekeningen verbreed/verzwaard zijn. Maar [appellant] heeft niet gesteld – ook niet nadat het hof dit ter zitting uitdrukkelijk vroeg – dat de foto’s zijn gemanipuleerd. Eff Eff Bouwpathologie mocht dan ook gebruik maken van de foto’s voor haar oordeel.



3.27.
Omdat Eff Eff Bouwpathologie voor de in deze procedure relevante onderdelen van het rapport alleen gebruik heeft gemaakt van de door [naam3] verstrekte foto’s en niet van een verklaring van [naam3] acht het hof het niet relevant dat in het rapport niets is vermeld over de verhouding tussen [appellant] en [naam3] . Ook als er sprake zou zijn van een conflict tussen hen mocht Eff Eff Bouwpathologie gebruik maken van door [naam3] verstrekte foto’s zonder iets te vermelden over dat conflict.



3.28.
De conclusies in het rapport van Eff Eff Bouwpathologie zijn er met name op gebaseerd dat [appellant] in afwijking van het constructieplan geen trekstrip of koppelbalk heeft aangebracht. Dit is volgens [appellant] onjuist: hij zou wel een trekstrip of koppelbalk hebben aangebracht. Maar deze stelling heeft hij voor het eerst tijdens de zitting in hoger beroep ingenomen. Daarmee handelt [appellant] in strijd met de zogeheten tweeconclusieregel. Die regel brengt mee dat de rechter in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan – in dit geval – de memorie van grieven zijn aangevoerd. Op deze regel zijn uitzonderingen aanvaard, maar niet is gebleken dat een van die uitzonderingen van toepassing is. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hebben geen ondubbelzinnige toestemming gegeven om de grief alsnog in de rechtsstrijd te betrekken, er is geen sprake van strijd met de goede procesorde en de aard van de procedure rechtvaardigt ook geen uitzondering. Dit betekent dat het hof voorbij zal gaan aan de stelling van [appellant] dat het rapport van Eff Eff Bouwpathologie is gebaseerd op onjuiste informatie omdat hij wel een trekstrip of koppelbalk heeft aangebracht.



3.29.
Volgens [appellant] is Eff Eff Bouwpathologie ook van onjuiste informatie uitgegaan omdat ten onrechte is aangenomen dat de binnenmuren geen spouwmuren zijn. Volgens [appellant] is er tussen de woningen wel een spouwmuur, zodat werkzaamheden bij de buren nooit tot scheuren in de muren van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] zouden kunnen leiden. Het hof volgt hem hierin niet. Eff Eff Bouwpathologie heeft in het rapport onder het kopje ‘bouwkundige gegevens’ toegelicht waarom er geen spouwmuur zou zijn, namelijk dat aan de hand van foto’s duidelijk is dat de woningscheidende wand een gemetselde constructie betreft bestaande uit kalkzandsteenklinkers en dat het metselverband wijst op een steens constructie zonder spouw. Daarnaast hebben [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] een bouwtekening overgelegd, waarin de buitenmuren met een dubbele lijn (spouwmuur) zijn aangeduid en de binnenmuren (waaronder de woningscheidende wanden) met een enkele lijn (geen spouwmuur). [appellant] heeft daar onvoldoende tegenover gesteld. Dat zijn vader in een vergelijkbare woning zou wonen en dat de binnenmuren daar wel spouwmuren zouden zijn, is onvoldoende. Omdat [appellant] zijn stellingen op dit punt onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd, komt het hof niet toe aan bewijslevering.



3.30.

[appellant] lijkt ook nog te stellen dat Eff Eff Bouwpathologie niet over alle relevante informatie beschikte. Voor zover [appellant] dit inderdaad bedoeld heeft te stellen, geldt het volgende. [appellant] heeft er zelf voor gekozen om tijdens de opname door Eff Eff Bouwpathologie te vertrekken, zodat hij niet met succes kan stellen dat de deskundige hem geen gelegenheid heeft gegeven om zijn zienswijze te geven. Als het rapport hierdoor op onjuiste of onvolledige informatie berust (ter zitting stelt [appellant] bijvoorbeeld dat alleen slechte foto’s te zien zijn en dat hij vast wel foto’s heeft gemaakt die terug te vinden moeten zijn in zijn archief), had het op de weg van [appellant] gelegen om die informatie alsnog bij de deskundige, in de procedure bij de rechtbank dan wel in deze procedure in te brengen al dan niet voorzien van een contra-expertise of een verklaring van een getuige of een deskundige. Dat heeft hij niet gedaan, zodat [appellant] zijn stelling dat niet kan worden uitgegaan van het rapport van Eff Eff Bouwpathologie vanwege het ontbreken van relevante informatie onvoldoende heeft onderbouwd. Anders dan [appellant] veronderstelt, mag een deskundige in principe uitgaan van aan hem verstrekte foto’s en hoeft hij als er geen aanleiding is om te veronderstellen dat die afwijken van de werkelijkheid geen destructief onderzoek in het werk te verrichten. Ook is het niet zo dat [appellant] zijn stellingen in een procedure pas hoeft te onderbouwen als hij hiertoe expliciet in de gelegenheid wordt gesteld. Het is aan [appellant] zelf om tijdig relevante stukken in het geding te brengen en als hij dit nalaat hoeft de rechtbank of het hof hem hiertoe niet nogmaals in de gelegenheid te stellen.



3.31.
Volgens [appellant] kan de conclusie van Eff Eff Bouwpathologie ook niet juist zijn omdat de gemeente het werk heeft goedgekeurd. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] betwisten dat de gemeente het werk heeft goedgekeurd, althans zij stellen dat de gemeente pas in beeld is gekomen nadat de schade is veroorzaakt. [appellant] heeft niet toegelicht en onderbouwd wanneer de gemeente in beeld kwam, wat de bevindingen waren van de gemeente en of hij al dan niet aanpassingen in het werk heeft moeten doen op last van de gemeente, zodat het hof hieraan voorbijgaat.



3.32.
Hetzelfde geldt voor de stelling van [appellant] dat de fundering voorafgaand aan de werkzaamheden op 3 januari 2022 al sterk genoeg was en dat de constructeur hiervan niet op de hoogte was, zodat het om die reden niet nodig was om een koppelbalk of trekstrip aan te brengen. Ook hier ontbreekt een onderbouwing door [appellant] .



3.33.
Het voorgaande betekent dat ook het hof uitgaat van het deugdelijk onderbouwde en inzichtelijke rapport van Eff Eff Bouwpathologie en dat [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hun stelling dat [appellant] een fout heeft gemaakt in de uitvoering van de werkzaamheden waardoor de scheuren zijn veroorzaakt voldoende hebben toegelicht en onderbouwd. [appellant] heeft daar te weinig tegenin gebracht. Dat er desondanks een alternatieve oorzaak voor de scheuren zou zijn, zoals de sloopwerkzaamheden die [naam1] en [naam2] zelf zouden hebben uitgevoerd in onder meer de badkamer, is door [appellant] evenmin onderbouwd. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hebben dit betwist, onder verwijzing naar het rapport van Eff Eff Bouwpathologie waarin is geconcludeerd dat de scheurvorming in de scheidingswand niet het gevolg kan zijn sloopwerken in het toilet en de bovenliggende badkamer. Het hof passeert daarom ook deze stelling van [appellant] .



3.34.

[appellant] heeft al met al onvoldoende betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door de werkzaamheden voor [naam1] en [naam2] , gezien de risico’s voor de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] , niet zorgvuldig uit te voeren, waardoor schade aan de woning van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] is ontstaan. [appellant] moet daarom die schade vergoeden. Het hof begroot de kosten voor het herstellen van de muren op het door Eff Eff Bouwpathologie genoemde bedrag van € 4.250, aangezien [appellant] geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van dit bedrag. Ook zal het hof de toewijzing door de kantonrechter van het bedrag van € 212,18, voor het huren van een vervangende werkruimte tijdens de uitvoering van de herstelwerkzaamheden, bekrachtigen. Ook in hoger beroep zijn die kosten immers niet weersproken. Hetzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom.



Buitengerechtelijke kosten





3.35.

[geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hebben aanspraak gemaakt op € 665,50 aan buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen, omdat het verweer van [appellant] dat de verrichte werkzaamheden moeten worden beschouwd als voorbereidingshandelingen in het kader van de procedure niet weersproken is en daarom slaagt. De grief in het incidenteel hoger beroep is niet gericht op deze overweging van de kantonrechter, maar gaat enkel in op de vraag of de buitengerechtelijke kosten voor rekening van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] moeten blijven omdat deze kosten onder hun rechtsbijstandsverzekering vallen. Daarmee behoort de afwijzing van de buitengerechtelijke kosten omdat deze moeten worden beschouwd als voorbereidingshandelingen in de procedure niet tot het door de grieven ontsloten gebied en staat de afwijzing van die vordering in hoger beroep vast.



Expertisekosten





3.36.

[geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] hebben gevorderd [appellant] te veroordelen tot betaling van € 2.347,60 aan expertisekosten, te weten € 270 voor het eerste rapport van De Huizenspecialist, € 250 voor het tweede rapport van De Huizenspecialist en € 1.827,60 voor het rapport van Eff Eff Bouwpathologie. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen omdat het verweer van [appellant] dat de kosten voor de deskundigen onder de rechtsbijstandsverzekering van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] vallen, niet is weersproken en daarom slaagt.



3.37.
De hiertegen gerichte grief slaagt. Dat [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] verzekerd zijn voor rechtsbijstand en dat deze kosten door de rechtsbijstandsverzekeraar worden gedragen als deze niet door [appellant] hoeven te worden vergoed, maakt niet dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De expertisekosten zijn kosten ter vaststelling van schade als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b BW en vormen dus vermogensschade aan de kant van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] als gevolg van het onrechtmatige handelen van [appellant] tegenover hen. Het hof acht de verrichte werkzaamheden van De Huizenspecialist en van Eff Eff Bouwpathologie redelijkerwijs noodzakelijk en acht ook de omvang van de gemaakte kosten redelijk. De gevorderde expertisekosten zullen daarom worden toegewezen.



De conclusie





3.38.
Het principaal hoger beroep slaagt niet. Omdat [appellant] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof [appellant] tot betaling van de proceskosten in het principaal hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.



3.39.
In het incidenteel hoger beroep bepaalt het hof dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten), omdat partijen ieder deels gelijk/ongelijk hebben gekregen.



3.40.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).






4De beslissing


Het hof:



4.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 15 januari 2025, behalve de beslissing onder 4.5 die hierbij wordt vernietigd voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van de in reconventie gevorderde expertisekosten en:


veroordeelt [appellant] tot betaling van de expertisekosten van € 2.347,60 aan [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] ;




4.2.

veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] in het principaal hoger beroep:
€ 362 aan griffierecht
€ 1.824 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] (2 procespunten x het toepasselijke tarief I);




4.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;



4.4.
bepaalt in het incidenteel hoger beroep dat iedere partij de eigen kosten draagt;



4.5.
wijst af wat verder is gevorderd.



Dit arrest is gewezen door mrs. S.I. Geerling, L.J. de Kerpel-van de Poel en C. Hoogland, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.










ECLI:NL:RBMNE:2025:66


HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:17


HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012