Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:4566

2026-06-30 Strafrecht 21-000604-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-06-30
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21-000604-26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. OM-appel. Onbeperkt ingesteld appel partieel ingetrokken. Bevestiging vrijspraak eerste aanleg. Het hof kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte aangeefster heeft verkracht. Verdachte zal daarom ook in hoger beroep worden vrijgesproken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.574 tekens)
Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000604-26
Uitspraakdatum: 30 juni 2026
TEGENSPRAAK



Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 6 februari 2026 met parketnummer 16-202590-25 in de strafzaak tegen



[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .





Hoger beroep


De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.





Onderzoek van de zaak


Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.



Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.J. Veen en de advocaat van de benadeelde partij, mr. M. Rotgans hebben aangevoerd.





Omvang van het hoger beroep


Uit de akte instellen rechtsmiddel van 20 februari 2026 volgt dat de officier van justitie het hoger beroep onbeperkt heeft ingesteld. Bij akte van 11 juni 2026 heeft de officier van justitie het hoger beroep ten aanzien van feit 2 ingetrokken.



Het hoger beroep blijft daarom beperkt tot het onder feit 1 tenlastegelegde. Waar hierna wordt gesproken over het vonnis wordt daarmee bedoeld het vonnis voor zover het aan het oordeel van dit hof is onderworpen.







Het vonnis


De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.



Het hof vernietigt het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.





Tenlastelegging


Aan verdachte is ten laste gelegd dat:


1.hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 3 juli 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door, meermalen, althans eenmaal,
- zich te laten aftrekken door die [slachtoffer] , en/of
- zijn penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en/of te duwen en/of te bewegen, en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- meermalen, althans eenmaal, te dreigen die [slachtoffer] en/of de ouders van die [slachtoffer] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of het huis van die [slachtoffer] in brand te steken, en/of
- meermalen, althans eenmaal, te dreigen de ouders van [naam] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of
- die [slachtoffer] tegen een boom aan te duwen, en/of
- die [slachtoffer] stevig vast te pakken bij haar heupen en/of haar handen, en/of
- misbruik te maken van zijn feitelijke en/of fysieke overwicht, en/of
- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer] .




Vrijspraak



Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde verkrachting van [slachtoffer] kan worden bewezenverklaard. Zij heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 165 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en onder de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.




Standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent dat hij aangeefster heeft verkracht. De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.




Oordeel van het hof

Het hof heeft te veel twijfel over wat er zich daadwerkelijk tussen [verdachte] en [slachtoffer] heeft afgespeeld. Uit het dossier blijkt zonder meer dat sprake is geweest van een ongezonde relatie tussen [verdachte] en [slachtoffer] , waarin [verdachte] zich dwingend en controlerend heeft opgesteld. Het hof kan weliswaar niet uitsluiten dat er meer tussen hen is gebeurd dan verdachte zegt, maar het bewijs daarvoor is, ook in onderling verband en samenhang bezien, onvoldoende. Dit maakt dat het hof niet buiten redelijke twijfel kan vaststellen dat verdachte aangeefster heeft verkracht. De verdachte zal daarom ook in hoger beroep worden vrijgesproken.





Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]


De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 9.500,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.



De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.



Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.





BESLISSING


Het hof:



Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:



Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.




Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.


Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
















Dit arrest is gewezen door mr. M.E. van der Werf, mr. A.H. Garos en mr. N.I.S. Boers, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 juni 2026.

















































Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 juni 2026.



Tegenwoordig:
mr. A. van Maanen, voorzitter,
mr. W. Gerretschen, advocaat-generaal,
mr. G.J.H. van Vliet, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.



Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.