Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2026:314

2026-01-20 Civiel recht 200.317.779
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2026-01-20
Publicatiedatum
2026-01-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.317.779
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Auteursrecht. KPC maakt auteursrechtinbreuk op negen Ecxel-templates van Esset.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (74.423 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN




locatie Arnhem, afdeling civiel



zaaknummer gerechtshof: 200.317.779
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 382600)




arrest van 20 januari 2026




in de zaak van





1 [de ondernemer]


2. [de partner]

die beiden wonen in [woonplaats1] , gemeente [gemeenteplaats1]
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de rechtbank optraden als gedaagden
hierna: samen [KPC] en ieder afzonderlijk [de ondernemer] of KPC en [de partner]
advocaat: mr. A.A.H.M. van der Wijst



tegen





[Esset] ,

die woont in [woonplaats2]
die ook hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eiser
hierna: [Esset] of EFS
advocaat: mr. N. Vrugt






1Het verloop van de procedure in hoger beroep


Naar aanleiding van het arrest van 18 juli 2023 heeft op 11 maart 2024 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Na de zitting hebben partijen onderzocht of zij met behulp van een mediator een regeling zouden kunnen treffen. Partijen hebben het hof bericht daarin niet te zijn geslaagd en hebben het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.






2De kern van de zaak


2.1.

[Esset] biedt via zijn websites zogenaamde ‘rekenmodellen’ aan voor een doelgroep van kleine ondernemingen. Hij stelt dat [KPC] inbreuk maken op zijn auteursrechten op deze rekenmodellen door op hun website overeenstemmende rekenmodellen aan te bieden. [Esset] heeft in deze procedure een inbreukverbod gevorderd ten aanzien van al zijn rekenmodellen, met diverse nevenvorderingen, en tevens een beroep gedaan op wanprestatie nu (sommige) rekenmodellen zouden zijn verworven en vervolgens in strijd met de algemene voorwaarden aan derden zouden zijn verstrekt. De rechtbank heeft de vorderingen deels toegewezen.



2.2
In hoger beroep ligt primair de vraag voor of de rekenmodellen (en in het bijzonder de rekenmodellen waarop [Esset] een toelichting op heeft gegeven) zijn te beschouwen als auteursrechtelijk beschermde werken en zo ja of daarop door [KPC] inbreuk wordt gemaakt. Het hof zal beide vragen bevestigend beantwoorden, zoals het hieronder zal toelichten.







3Feiten


3.1
De weergave door de rechtbank van de feiten is in hoger beroep niet bestreden. Het hof herhaalt hier de belangrijkste feiten, met enkele aanvullingen.



3.2

[Esset] exploiteert een onderneming in de vorm van een eenmanszaak onder de namen ‘ Esset Financial Services ’ (hierna: EFS ), ‘ [eenmanszaak1] ’, ‘ [eenmanszaak2] ’ en ‘ [eenmanszaak3] ’. EFS biedt via het internet aan kleine ondernemingen producten en diensten aan, zoals financiële trainingen, handboeken en eenvoudige Excel-rekenmodellen in de vorm van templates. Op de websites van ESF , [website1] en [website2] , kunnen klanten tegen betaling dergelijke Excel-rekenmodellen downloaden, waarmee ze berekeningen kunnen uitvoeren. Enkele voorbeelden van door EFS aangeboden rekenmodellen zijn “Financieringsplan”, “Cashflow Matrix”, “Middeling” en “Vaste activa en afschrijvingen”. Een aantal rekenmodellen is verzameld in bepaalde door EFS samengestelde ‘toolkits’ die klanten kunnen aanschaffen.



2.2.

[de ondernemer] exploiteert een onderneming in de vorm van een eenmanszaak, genaamd Kostprijscalculatie (hierna: KPC ), die eveneens producten en diensten aanbiedt aan ondernemingen, waaronder Excel-rekenmodellen in de vorm van templates. Op de website van KPC , [website3] , kunnen klanten tegen betaling dergelijke rekenmodellen downloaden, waarmee ze berekeningen kunnen uitvoeren. Aan de onderneming van [de ondernemer] is ook de website [website4] verbonden. Deze linkt door naar de website [website3] . [de partner] is de levenspartner van [de ondernemer] . Blijkens de website [website3] is [de partner] als ‘Webdesigner, Transportcalculator, Excel, VBA, PHP, HTML, CSS en SQL programmeur’ betrokken bij de onderneming van [de ondernemer] . De domeinnamen van de hiervoor genoemde websites van [de ondernemer] staan geregistreerd op zijn naam.



2.3.

[de partner] heeft op 27 januari 2013 bij EFS een boekhoudpakket aangeschaft met daarin diverse rekenmodellen.



2.4.
In 2016 heeft [Esset] aan [de partner] bericht dat [de partner] inbreuk maakt op zijn auteursrecht. [de partner] heeft dat betwist.



2.5.
Bij e-mail van 12 december 2018 heeft de (toenmalige) advocaat van [Esset] aan [de ondernemer] bericht dat zij op haar website gebruik maakt van templates van [Esset] en daarmee inbreuk maakt op het auteursrecht van [Esset] op die templates, en onrechtmatig handelt jegens [Esset] . [de ondernemer] is verzocht de verkoop van de betreffende templates te staken en de schade van [Esset] als gevolg van het onrechtmatig handelen te vergoeden. Bij e-mail van 14 december 2018 heeft [de ondernemer] afwijzend op deze sommatie gereageerd.



2.6.

[Esset] heeft in reactie daarop een kort gedingprocedure gestart tegen [de ondernemer] en [de partner] waarin hij een verbod heeft gevorderd. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen bij vonnis van 20 maart 2019 omdat (kort gezegd) [Esset] onvoldoende had onderbouwd welke creatieve keuzes hij had gemaakt bij het maken van de rekenmodellen.



2.7.

[Esset] heeft vervolgens de onderhavige procedure gestart. Daarin vordert hij dat de rechtbank voor recht verklaart dat [KPC] inbreuk maken op de auteursrechten van [Esset] op zijn rekenmodellen, en hen gebiedt deze inbreuken te staken en gestaakt te houden. Daarnaast vraagt [Esset] een verklaring voor recht dat [de partner] toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de overeenkomst met [Esset] . Bij wijze van nevenvorderingen vordert [Esset] dat de rechtbank [KPC] beveelt om rekening en verantwoording af te leggen over de met zijn rekenmodellen behaalde winst en over te gaan tot plaatsing van een mededeling op hun website over de auteursrechtinbreuk, een en ander onder verbeurte van dwangsommen, en hen veroordeelt tot schadevergoeding nader op te maken bij staat.



2.8
De rechtbank heeft de verbodsvordering uitsluitend beoordeeld met betrekking tot vier door [Esset] nader toegelichte rekenmodellen. Volgens de rechtbank komen slechts de teksten die deel uitmaken van die modellen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. De rechtbank heeft inbreuk vastgesteld ten aanzien van de teksten van drie van de vier rekenmodellen en aan [KPC] wat dat betreft een inbreukverbod opgelegd met toewijzing van diverse nevenvorderingen. De vordering van [Esset] gebaseerd op wanprestatie is afgewezen. In hoger beroep vragen [KPC] en [Esset] elk aan het hof om, voor zover hun vorderingen en verweren zijn afgewezen, de kwestie opnieuw te beoordelen. [Esset] heeft in hoger beroep nog vijf andere rekenmodellen nader toegelicht en daarmee de grondslag van zijn vorderingen uitgebreid.






3Het oordeel van het hof in het principaal en incidenteel hoger beroep



Beslissing




3.1.
Omdat het principaal en incidenteel hoger beroep nauw met elkaar zijn verweven, zal het hof deze gezamenlijk behandelen. De grieven leggen het geschil tussen partijen in volle omvang aan het hof voor. Het hof gaat voor de beoordeling van de grieven uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.8 van het tussenvonnis van 27 oktober 2021 die het hierboven met enkele aanvullingen heeft overgenomen.



3.2.
Net als de rechtbank beperkt het hof zijn beoordeling tot de door [Esset] concreet toegelichte rekenmodellen; in hoger beroep gaat het dan om negen rekenmodellen. Het hof oordeelt dat deze modellen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen, en dat daarop door [KPC] inbreuk wordt gemaakt. De verbodsvordering en bijbehorende nevenvorderingen worden toegewezen. Verderstrekkende vorderingen van [Esset] worden afgewezen. Het vonnis in eerste aanleg wordt dus in hoofdlijnen bekrachtigd, zij het met wijziging van gronden en met inachtneming van de vijf door [Esset] nader toegelichte rekenmodellen. Een en ander wordt hieronder toegelicht.



Auteursrecht op de rekenmodellen?





3.3.

[Esset] vordert naar eigen zeggen een ‘algeheel verbod’ met betrekking tot al zijn rekenmodellen. In eerste aanleg heeft hij met betrekking tot vier rekenmodellen uitgewerkt waarom sprake zou zijn van creatieve en vrije keuzes die deze modellen doen kwalificeren als auteursrechtelijk beschermd werk. In hoger beroep heeft hij daar vijf uitgewerkte voorbeelden aan toegevoegd. Het hof heeft daarmee aanknopingspunten om het beroep op auteursrecht te beoordelen met betrekking tot deze negen rekenmodellen, maar niet om tevens een oordeel te geven over een onbepaald aantal andere rekenmodellen die niet in het geding zijn gebracht en niet zijn toegelicht. Daar komt bij dat [Esset] in hoger beroep (met betrekking tot soortgelijke rekenmodellen die door beide partijen worden aangeboden anders dan de bedoelde negen voorbeelden) heeft gesteld dat soms [Esset] eerder is met het uitbrengen van een model, en soms [KPC] . Gelet op een en ander komt de door [Esset] beoogde brede verbodsvordering niet voor toewijzing in aanmerking (zie meer in detail: 3.72-73, hieronder). Het hof zal zijn beoordeling beperken tot de bedoelde negen rekenmodellen.



3.4.
Het hof stelt voorop dat het begrip werk in artikel 10 lid 1 van de Auteurswet op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de landen van Europese Unie op dezelfde wijze moet worden uitgelegd. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat een voortbrengsel, zoals een rekenmodel, voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt indien het model i) nauwkeurig en objectief identificeerbaar en ii) oorspronkelijk is, in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping. Zoals recent bevestigd door het Hof van Justitie is (wat het criterium van oorspronkelijkheid betreft) zowel noodzakelijk als voldoende dat het voorwerp de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van de auteur. Het hof stelt verder vast (met partijen) dat de negen door [Esset] nader toegelichte rekenmodellen voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar zijn.



3.5.
Een rekenmodel zoals hier aan de orde is in hoge mate functioneel bepaald, omdat het immers moet voldoen aan boekhoudkundige vereisten en ten doel heeft de gebruiker met zo min mogelijk omwegen tot een boekhoudkundig valide resultaat te laten komen. [Esset] heeft bovendien toegelicht dat het zijn streven is een en ander zo eenvoudig mogelijk te maken gelet op zijn doelgroep. Het is aan [Esset] om aannemelijk te maken dat niettemin voldoende ruimte bestond voor het maken van vrije en creatieve keuzes, en dat [Esset] die ruimte bij elk afzonderlijk model heeft benut op een wijze die persoonlijkheid van Zwanniken daarin weerspiegelt.



3.6.

[KPC] hebben verschillende argumenten aangevoerd waarom de rekenmodellen niet zouden kwalificeren als werk. Een deel daarvan ziet op de vraag of voldoende vrij en creatieve keuzes zijn gemaakt; het hof zal daar in het navolgende per rekenmodel over oordelen. Een ander deel betreft de stelling dat [Esset] de rekenmodellen juist zelf heeft ontleend aan andere bronnen (door [KPC] ook wel aangeduid als ‘Umfeld’), en onvoldoende oorspronkelijk zijn ten opzichte van die bronnen. [KPC] hebben dit toegelicht door in algemene termen te verwijzen naar andere websites en rekenmodellen, maar die verwijzingen zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende specifiek om de bedoelde ontlening door [Esset] te kunnen onderbouwen. De verwijzing van [KPC] , naar bepaalde teksten in een boek van [de auteur] en naar de disclaimer op de website [website5] zijn wel specifiek (en dus een uitzondering op het voorafgaande) en zullen in het onderstaande worden meegenomen (zie 3.15-17, hieronder).



3.7.

[KPC] hebben er voorts op gewezen dat de rekenmodellen zijn gemaakt in Excel. In eerste aanleg was dit grond voor een betoog dat eventuele auteursrechten (in elk geval zonder nadere toelichting) niet kunnen toekomen aan [Esset] als licentienemer van Microsoft. Dit betoog is door de rechtbank verworpen en (zo begrijpt het hof) in hoger beroep door [KPC] genuanceerd. In hoger beroep betogen [KPC] (kort gezegd) dat elementen van het programma Excel zelf en output die het noodzakelijk gevolg is van het gebruik van Excel niet kunnen bijdragen aan het oorspronkelijk karakter van eventuele werken van [Esset] . Dat laatste is juist en wordt in de beoordeling of er sprake is van een eigen intellectuele schepping meegenomen. In hoeverre van degelijke elementen of output sprake is, is onderwerp van discussie tussen partijen.



3.8.
Bij de toepassing van de werktoets heeft de rechtbank onderscheid gemaakt tussen de elementen ‘tekst’, ‘vormgeving’ en ‘inhoud’ van de rekenmodellen. De term inhoud is naar het oordeel van het hof onvoldoende nauwkeurig (tekst is immers ook inhoud); bovendien is het gelet op de toelichting van [Esset] zinvol nader onderscheid te maken tussen de structuur van een rekenmodel (keuze en volgorde van de diverse bestanddelen) en de (reken)formules. Het hof zal bij zijn eigen beoordeling dus uitgaan van de vier elementen: (i) tekst, (ii) vormgeving, (iii) structuur en (iv) formules.



3.9.
Met betrekking tot de formules kan het volgende worden opgemerkt. Bij memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep heeft [Esset] toegelicht dat het gaat om eenvoudige computerprogramma’s (software) en dat hij ook bij het maken van die programma’s c.q. formules creatieve keuzes heeft gemaakt. Voor software geldt dezelfde (werk)toets als voor andere werken in de zin van art. 10 Auteurswet. Naar het oordeel van het hof heeft [Esset] zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, is onvoldoende duidelijk in hoeverre bij het opstellen van bepaalde rekenkundige formules voor in beginsel ‘standaard’ boekhoudkundige uitkomsten binnen het bestaande programma Excel, sprake is van ruimte voor een eigen intellectuele schepping, en hoe [Esset] feitelijk van die ruimte gebruik heeft gemaakt. De uiteenzettingen van [Esset] zelf in bijvoorbeeld de producties 87 tot en met 91 bij de eerder genoemde memorie bevatten vooral stellingen omtrent creatieve keuzes met bettrekking tot tekst, vormgeving en structuur. Voor zover [Esset] in die producties formules en macro’s noemt, laat hij na om te stellen dat en in hoeverre hij bij het maken van deze formules en macro’s vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt. Het hof zal daarom aan dit gedeelte van de stellingen voorbij gaan als onvoldoende gemotiveerd. Dit betekent dat het hof in het navolgende de aandacht zal richten op de overige drie elementen van de rekenmodellen: tekst, vormgeving en structuur.



Inbreuk op de rekenmodellen?





3.10.
Indien op een specifiek rekenmodel auteursrecht rust is de vervolgvraag of daarop door [KPC] inbreuk is gemaakt. Die vraag zal bij de bespreking per rekenmodel waar aangewezen worden beantwoord.



3.11.

[KPC] verweren zich onder meer met de stelling dat hun rekenmodellen niet aan die van [Esset] zijn ontleend. In dat kader wijzen zij op verschillende manieren naar de chronologie van de gebeurtenissen. Zo was in eerste aanleg een voor partijen en de rechtbank belangrijk referentiepunt dat [de partner] op 27 januari 2013 een boekhoudpakket van [Esset] heeft aangeschaft; volgens [KPC] maakten diverse rekenmodellen die nu aan de orde zijn geen deel uit van dat pakket hetgeen in hun voordeel zou pleiten. Daarnaast betogen zij dat [Esset] zijn rekenmodellen juist aanpast aan die van [KPC] om tot een grotere gelijkenis te komen. In dit verband is van belang dat volgens vaste rechtspraak bij een voldoende mate van overeenstemming tussen het ingeroepen werk en het vermeend inbreukmakende werk het aan de verwerende partij is om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat geen sprake is van ontlening aan het ingeroepen werk. Zoals het hof in het navolgende zal toelichten is bij de negen rekenmodellen sprake van voldoende overeenstemming voor een vermoeden van ontlening en is het dus aan [KPC] om haar verweer van niet-ontlening voldoende substantie te geven. De enkele stelling dat een rekenmodel (of deel daarvan) niet aanwezig was in het door [de partner] op 27 januari 2013 aangeschafte boekhoudpakket is daartoe in elk geval ontoereikend.



Beoordeling per rekenmodel





3.12.
Het hof zal met inachtneming van het voorafgaande de negen rekenmodellen afzonderlijk beoordelen, zowel wat betreft de werktoets als de gestelde inbreuk.



De rekenmodellen van [Esset] en de gestelde inbreuk door [KPC] ; (1) “Financieringsplan”





3.13.
Het rekenmodel “Financieringsplan” van [Esset] is bedoeld inzicht te geven in de uitgaven die nodig zijn voor investeringen. De oudere versie 8 van het rekenmodel beperkt zich tot twaalf maanden. Vanaf versie 9 bestrijkt het rekenmodel vijf jaren. Van het twaalf-maands-rekenmodel (versie 8) zien de werkbladen Start, Calc, Specs (gedeeltelijk) en Disclaimer er als volgt uit:


























3.14.
De werkbladen Start, Specificaties (gedeeltelijk), Financieringsplan en Disclaimer van versie 9 van het rekenmodel “Financieringsplan” zien er als volgt uit (het werkblad Instellingen biedt de mogelijkheid het eerste rekenjaar en de bedrijfsnaam in te voeren):




























3.15.


[KPC] hebben betwist dat er vrije en creatieve ruimte was bij het maken van het rekenmodel. De kleur blauw is een kleur die standaard in het Excel-programma wordt gekozen. Volgens [KPC] komen de teksten op het werkblad Start uit het boek “Financiën voor ZZP-ers” van [de auteur] ( [de auteur] is [de auteur] , EFS is [Esset] ):

[de auteur] : In de investeringsbegroting heb je alles wat je nodig hebt om je onderneming te starten.
EFS : Met uw ingevulde investeringsbegroting weet u precies wat u nodig heeft om uw onderneming te starten.




[de auteur] : In het financieringsplan beantwoord je de vraag: hoe kom ik aan kapitaal om mijn investeringen te betalen.
EFS : Het financieringsplan beantwoordt de vraag hoe u aan kapitaal komt om deze investeringen te betalen.





[de auteur] : te betalen: uit eigen middelen of uit externe financiering.
EFS : U betaalt investeringen uit eigen middelen (eigen vermogen) of uit externe
financiering (vreemd vermogen).




[de auteur] : Tot het eigen vermogen behoort het geld dat je zelf hebt ingebracht.
EFS : Tot het eigen vermogen behoort het geld en de bedrijfsmiddelen die u zelf
inbrengt.




[de auteur] : Achtergestelde lening staat achter in de rij om te worden terugbetaald wanneer er sprake is van een faillissement.
EFS : Achtergesteld vermogen zijn leningen die achter in de rij staan bij een faillissement.




[de auteur] : eigen middelen minimaal 25% van het totale kapitaal bedragen.
EFS : Het eigen vermogen minimaal 25% van het totale kapitaal.




[de auteur] : Het BBZ-krediet betreft bijstand voor zelfstandigen.
EFS : Het BBZ-krediet is Bijzonder Bijstand voor Zelfstandigen.




[de auteur] : Het rekening-courantkrediet gaat over de mogelijkheid om rood te staan bij de bank.
EFS : Het rekening courant krediet betreft de mogelijkheid om rood te staan bij de bank.




[de auteur] : Crediteuren zijn leveranciers aan wie je nog moet betalen.
EFS : Crediteuren betreffen je aankopen op rekening die je een aantal dagen later betaalt.




3.16.
Het hof is van oordeel dat het rekenmodel “Financial Toolkit” kwalificeert als werk, dat de persoonlijkheid van [Esset] weerspiegelt en waarin de vrije en creatieve keuzes van [Esset] tot uitdrukking komen. Ook al is de ruimte voor creativiteit beperkt door boekhandige uitgangspunten waaraan iedere samensteller van zo’n rekenmodel rekening mee moet houden en door de vormgeving die het programma Excel heeft, niettemin heeft [Esset] die ruimte benut door zijn keuze voor vier werkbladen, voor de in te voeren twaalf soorten uitgaven op het werkblad Specificaties, de ruimte voor een toelichting op die cijfers, het specifiek opgemaakte formaat voor de celopmaak voor getallen, en vooral door de presentatie van het werkblad Financieringsplan, zoals de plaatsing van de tabellen, van de horizontale en verticale staafdiagrammen en van het cirkeldiagram en de keuze voor de kleuren. In zijn creatieve arbeid heeft hij een concrete en persoonlijke uitwerking gegeven hoe de financieringsbehoefte van de onderneming in kaart kan worden gebracht die verder gaat dan het louter toepassen van boekhoudkundige regels of het volgen van de eigenschappen van Excel.



3.17.
Het hof overweegt dat de oorspronkelijkheid van het rekenmodel “Financieringsplan” vooral tot uitdrukking komt op het werkblad Financieringsplan. Dat de tekst op het werkblad Start in sterke mate is ontleend aan de publicatie van Hogema en de tekst op het werkblad Disclaimer aan de website [website5] , verhindert niet dat het rekenmodel als geheel kan worden gekwalificeerd als werk, nu het voldoende elementen bevat die de creatieve keuzen van Zwanniken tot uiting brengen. [KPC] hebben zich wat dit rekenmodel niet beroepen op oudere al bestaande rekenmodellen die een indicatie zouden kunnen zijn voor het ontbreken van oorspronkelijkheid in het rekenmodel van [Esset] .



3.18.

[Esset] stelt dat het rekenmodel “Financieringsplan” van [KPC] inbreuk pleegt op zijn rekenmodel “Financieringsplan”. De drie werkbladen Start, Financieringsplan en Specificaties Financieringsplan van het vijf-jaars-rekenmodel van [KPC] zien er als volgt uit:




















3.19.
De rechtbank heeft in onderdeel 3.1 van het dictum van haar eindvonnis een gebod aan [KPC] opgelegd om iedere inbreuk op de auteursrechten van [Esset] op de teksten van onder andere het rekenmodel “Financieringsplan” te staken en gestaakt te houden, zonder daarbij onderscheid te maken tussen het twaalf-maands-model en het vijf-jaars-model. In rechtsoverweging 2.10 van dat vonnis, waarin de rechtbank ingaat op de vervaardigingsdata van deze rekenmodellen, heeft zij geen onderscheid gemaakt tussen beide versies van de modellen. Het hof legt dit onderdeel van het dictum van het vonnis zo uit dat het verbod geldt voor beide varianten van dit rekenmodel.



3.20.
Het hof oordeelt wat het vijf-jaars-model betreft dat [KPC] inderdaad auteursrechtelijk beschermde trekken van het rekenmodel van [Esset] hebben overgenomen in hun rekenmodel. Zo stemmen de werkbladen overeen, zij het dat [KPC] de werkbladen Start en Instellingen hebben samengevoegd en dat zij geen werkblad Disclaimer hebben gemaakt. Die werkbladen zijn echter niet bepalend voor de vraag of [KPC] auteursrechtelijk beschermde trekken hebben overgenomen uit het rekenmodel van [Esset] . Dat hebben zij wel gedaan door op het werkblad Instellingen de 12 rubrieken uitgaven zonder wijzigingen over te nemen, door op het werkblad Financieringsplan dezelfde grafiek en dezelfde staafdiagrammen en hetzelfde cirkeldiagram te gebruiken. Dat [KPC] daarbij verschillende kleuren voor de headers van hun kolommen hebben gekozen, wijkt weliswaar af van het rekenmodel van [Esset] , maar verhindert niet dat zij in hun rekenmodel auteursrechtelijk beschermde trekken hebben overgenomen. Daaraan doet niet af dat [KPC] aan het werkblad Financieringsplan een kolom met percentages hebben toegevoegd die niet in het model van [Esset] voorkomt. Dat [KPC] het rekenmodel van [Esset] hebben gekopieerd, blijkt overigens uit het feit dat twee fouten in het rekenmodel van [Esset] (een dubbele spatie op het werkblad Start en een niet meer bestaande bereiknaam “janee”) zijn overgenomen in het rekenmodel van [KPC]



3.21.

[KPC] hebben aangevoerd dat hun rekenmodel ouder is dan dat van [Esset] . [Esset] heeft de forensisch deskundigen [deskundige1] en drs. [deskundige2] RFIN van Digital Investigation B.V. (hierna: de deskundigen) onderzoek laten doen naar het ontstaan van zijn rekenmodel “Financieringsplan”, kennelijk in de twaalf-maands-versie. De deskundigen komen in hun rapport van 3 december 2021 (hierna: het rapport) tot het oordeel dat de aanmaak van het rekenmodel 26 februari 2012 is en de laatste wijziging dateert van 3 april 2012. [KPC] trekken de conclusies van de deskundigen in twijfel (nrs. 20 e.v. van de memorie van grieven). In de eerste plaats zouden de tijdstempels te manipuleren zijn met het programma MS Excel File Properties Changer. Dat wil echter nog niet zeggen dat [Esset] dat ook heeft gedaan. [KPC] geven geen aanwijzing dat [Esset] daadwerkelijk met dit programma de aanmaak- of wijzigingsdata heeft gemanipuleerd. [Esset] heeft ontkend met dit programma de aanmaak- of wijzigingsdata van zijn rekenmodellen te hebben gemanipuleerd. Verder zou de redenering van de deskundigen niet kloppen waar deze opmerken dat de (laatste) wijzigingsdata van de rekenmodellen overeenkomen en zijn gelegen in 2012 zodat de aanmaakdata, die van daarvoor zijn, ook betrouwbaar zijn. Volgens [KPC] klopt de redenering niet, omdat het logisch zou zijn dat wijzigingsdata overeenkomen, aangezien het om een directe kopie gaat van het desbetreffende rekenmodel. Het hof acht dit een onvoldoende duidelijke en uitgewerkte kritiek op het deskundigenrapport. Het gaat er daarom aan voorbij en zal in het vervolg de conclusies uit dit rapport volgen.



3.22.

[Esset] heeft verder een screenshot van zijn oude webpagina in het geding gebracht, waaruit volgens hem blijkt dat hij twaalf-maands-versie van het rekenmodel al vóór 14 februari 2013 aanbood. Ten slotte heeft [Esset] gegevens verschaft waaruit blijkt dat [de partner] zijn rekenmodel heeft gekocht op 27 januari 2013. Ook de tegenwerping van [KPC] dat het rekenmodel geen onderdeel uitmaakte van de “Financial Planning Toolkit” die [de partner] in januari 2013 heeft gekocht, heeft [Esset] voldoende ontzenuwd door een blogartikel van 17 december 2012 over te leggen over de “Financial Planning Toolkit” waaruit blijkt dat de Toolkit ook het rekenmodel “Financieringsplan” bevat. [KPC] hebben geen gegevens verschaft waaruit kan worden afgeleid dat hun rekenmodel al bestond en aangeboden werd op 27 januari 2013. Het hof gaat er daarom vanuit dat in ieder geval de twaalf-maands-versie van het rekenmodel van [Esset] ouder is dan het rekenmodel van [KPC] dat in 2020 op de markt is gebracht. [Esset] heeft verder gesteld, welke toelichting onvoldoende is betwist, dat zijn versie van het vijf-jaars-model (versie 9) op 20 april 2020 op de markt is gebracht en dat van [KPC] op 1 juni 2020, later dus. Dat [KPC] pas op 1 juni 2020 niet alleen de vijf-jaars-versie maar ook de twaalf-maands-versie van hun rekenmodel Financieringsplan op de markt hebben gebracht, heeft [Esset] voldoende aangetoond aan de hand van screenshots van de website van [KPC] waarin van beide versies van het rekenmodel “Financieringsplan” als “datePublished” 1 juni 2020 staat vermeld (blz. 4 van het document “Tijdlijn Financieringsplan” (productie 35 bij akte van 8 juni 2021). [KPC] hebben bovendien onvoldoende gesteld op basis waarvan kan worden vastgesteld dat het rekenmodel “Financieringsmodel” van hen niet is ontleend aan het rekenmodel van [Esset] .



3.23.

[Esset] heeft de twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” van [KPC] niet overgelegd. Voor de beoordeling van de gegrondheid van grief 2 in het incidenteel hoger beroep ten aanzien van de twaalf-maands-versies van het rekenmodel “Financieringsplan” is het nodig beide rekenmodellen met elkaar te vergelijken. Omdat [Esset] het hof daartoe niet in staat heeft gesteld, is grief 2 in het incidenteel hoger beroep ongegrond ten aanzien van de twaalf-maands-versie van het rekenmodel. Om dezelfde reden is grief 3 in het principaal hoger beroep gegrond, voor zover [KPC] erover klagen dat in het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 4.12 van het tussenvonnis het oordeel besloten ligt dat de twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” van hen inbreuk maakt op dezelfde versie van [Esset] . Dit betekent dat de vordering van [Esset] alsnog zal worden afgewezen voor zover het zijn stelling betreft dat de twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” van [KPC] inbreuk maakt op dezelfde versie van zijn rekenmodel.



3.24.

[Esset] stelt dat [KPC] na de veroordeling door de rechtbank in onderdeel 3.1 van het eindvonnis van 13 juli 2022 het rekenmodel “Financieringsplan” weliswaar hebben aangepast, maar dat die aangepaste versie nog steeds inbreuk maakt op haar rekenmodel. Zij werkt dat aldus uit dat in die aangepaste versie nog steeds twee vanuit zijn rekenmodel afkomstige fouten zijn overgenomen. Het hof verwerpt dit argument, omdat het overnemen van de twee fouten niet betekent dat daarmee ook auteursrechtelijk beschermde trekken van het werk zijn overgenomen..



(2) “Cashflow Matrix”





3.25.
Het rekenmodel “Cashflow Matrix” van [Esset] beoogt inzicht te geven in de maandelijkse uitgaven en inkomsten en het saldo daarvan. De werkbladen Start, Omzet-Inkomsten, Kosten-Uitgaven en Saldo CF zien er als volgt uit:


























3.26.
Het hof oordeelt dat ook dit rekenmodel in zijn zichtbare verschijningsvorm voldoet aan de werktoets, met name door de teksten op het werkblad Start en door de berekeningen onder aan de kolommen en de staafdiagrammen en grafieken die met verschillende kleuren zijn opgenomen aan de onderzijde van de werkbladen. Daarmee heeft Zwanniken in voldoende mate vrije en creatieve keuzes gemaakt. In dat opzicht onderscheidt het rekenmodel van [Esset] zich bovendien van de door [KPC] als Umfeld overgelegde rekenmodellen van ProjectManagement en Visual Paradigm, waar dergelijke berekeningen, grafieken en staafdiagrammen geheel ontbreken en waar andere kleuren zijn gebruikt. Die eerdere modellen zijn dus geen aanwijzing voor het gebrek aan oorspronkelijkheid.



3.27.

[Esset] stelt dat [KPC] met hun rekenmodel Cashflow Matrix inbreuk plegen op zijn auteursrecht. De werkbladen Start, Omzet-Ontvangsten, Kosten-Uitgaven en Saldo CF van het rekenmodel van [KPC] zien er als volgt uit:



























3.28.
Het hof beslist dat het rekenmodel Cashflow Matrix inbreuk maakt op het auteursrecht van [Esset] op zijn gelijknamige model. [KPC] hebben de tekst op het werkblad Start nagenoeg geheel overgenomen van het rekenmodel van [Esset] . De opmaak van de drie andere werkbladen komt voor een groot deel overeen met die van de werkbladen van het rekenmodel van [Esset] . Zo is aan de bovenzijde van het werkblad op dezelfde plaats als bij [Esset] een rij met procentuele ontvangsten per maand opgenomen. De vormgeving van de tabel waarin de omzet, kosten en het saldo daarvan zijn weergegeven, verschilt ook nauwelijks van die van [Esset] , evenals de berekeningen onder aan die tabel. Bovendien zijn dezelfde kleuren gebruikt en een combinatie van door elkaar getekende staafdiagrammen en grafieken.



3.29.
Partijen stellen over en weer dat de ander het rekenmodel heeft overgenomen. [Esset] heeft gesteld dat hij het rekenmodel in de huidige vorm op 5 februari 2019 op zijn website te koop heeft aangeboden en dat [KPC] het rekenmodel op 6 juni 2020 op hun website te koop hebben aangeboden. Op 27 juni 2020 heeft [Esset] het rekenmodel van [KPC] gekocht. In de eigenschappen van dat rekenmodel is exact dezelfde aanmaakdatum (2 februari 2014, 16:34 uur) te vinden als die van zijn rekenmodel. Daaruit leidt [Esset] af dat [KPC] de beschikking hebben gekregen over zijn rekenmodel en dat hebben gekopieerd naar hun rekenmodel.



3.30.
De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.21 van het tussenvonnis overwogen dat [KPC] aanvoeren dat het rekenmodel “Cashflow Matrix” pas op 8 december 2014 door Zwanniken op de website is geplaatst, dus later dan de aankoop door [de partner] van de “Financial Planning Toolkit” op 27 januari 2013. De rechtbank heeft verder het verweer van [KPC] weergegeven dat uit een aankoop van rekenmodellen in 2013 niet kan worden afgeleid dat zij inbreuk zouden plegen op het auteursrecht op een rekenmodel, zoals dat er in 2021 uitziet. De rechtbank heeft daarom [Esset] opgedragen te bewijzen dat het rekenmodel hetzelfde rekenmodel is, althans er hetzelfde uitziet, als de rekenmodellen die [de partner] in 2013 heeft aangeschaft. De rechtbank heeft in de rechtsoverwegingen 2.6 tot en met 2.9 van het eindvonnis geoordeeld dat [Esset] niet in dat bewijs is geslaagd. [Esset] heeft in hoger beroep gesteld dat het voldoende is als komt vast te staan dat zijn rekenmodel, zoals het op 5 februari 2019 op zijn website te koop wordt aangeboden, is nagebootst door [KPC] en later op hun website te koop is aangeboden. Hij heeft gesteld, en dat is onvoldoende gemotiveerd betwist, dat zijn rekenmodel in de vorm zoals bij dagvaarding overgelegd te koop heeft aangeboden vanaf 5 februari 2019 en [KPC] pas vanaf 6 juni 2020. Tezamen met de onverklaarbare identieke aanmaakdata van beide rekenmodellen heeft [Esset] voldoende gesteld om de ontlening te kunnen vaststellen en hebben [KPC] daar onvoldoende tegenin gebracht, nog daargelaten dat de bewijslast van het ontbreken van ontlening rust bij [KPC] (zie 3.11, hierboven). Aan (verdere) bewijslevering op dat punt wordt daarom niet toegekomen. Grief 3 in het incidenteel hoger beroep is gegrond.



(3) “Middeling”





3.31.
Met het rekenmodel “Middeling” kan de klant (een zzp-er met een (sterk) wisselend inkomen uitrekenen hoeveel hij terugkrijgt van de belastingdienst. De werkbladen Start, Calc (gedeeltelijk), Brief (gedeeltelijk) en Tab zien er als volgt uit (het werkblad Disclaimer is niet weergegeven, omdat het niet of nauwelijks verschilt van dat bij het rekenmodel “Financieringsplan”).


























3.32.
De uiterlijke presentatie van het rekenmodel beantwoordt aan het werkbegrip. Op het werkblad Start heeft [Esset] beschreven wat de klant met dit rekenmodel kan realiseren. Op het werkblad Calc heeft hij invoervelden voor een drempel voor middeling en voor opgave van het belastbaar inkomen opgenomen en op het werkblad Brief een modelbrief aan de Belastingdienst voor teruggave van inkomstenbelasting. Daardoor heeft [Esset] een tool gecreëerd waarmee de klant op een eenvoudige manier belasting kan terugvragen. Die tool bevat op zichzelf weinig oorspronkelijke elementen, maar door de concrete vormgeving heeft [Esset] wel degelijk zijn creativiteit gebruikt. Deze uiterlijke presentatie verschilt ook wezenlijk van vergelijkbare, op internet geplaatste rekenmodellen, zoals die van berekenhet.nl en [de betrokkene1] .



3.33.

[Esset] stelt dat [KPC] met hun rekenmodel “Middeling” inbreuk plegen op het auteursrecht op zijn rekenmodel. De werkbladen Start en Calc (gedeeltelijk), Brief (gedeeltelijk) en Tab zien er als volgt uit (Het werkblad Disclaimer is niet opgenomen, maar is nagenoeg identiek aan die in het rekenmodel van [Esset] ).


























3.34.
Het rekenmodel van [KPC] is in zijn uiterlijke verschijningsvorm een kopie van dat van [Esset] , behalve dat in de kolommen andere voorbeeldgetallen zijn ingevuld en een andere kleur is gebruikt. [KPC] hebben niet weersproken dat in het rekenmodel van [Esset] een onjuiste waarde is ingevuld (€ 17.578 in plaats van € 17.579 in belastingschijf 1 van 2008) die [KPC] hebben overgenomen in hun rekenmodel. Daarmee heeft [Esset] bovendien de ontlening overtuigend aangetoond. De auteursrechtinbreuk op het rekenmodel “Middeling” staat daarmee vast.



3.35.
De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.21 van het eindvonnis bewezen verklaard dat het door [Esset] als productie 12 bij dagvaarding overgelegde rekenmodel hetzelfde rekenmodel is dat [de partner] heeft ontvangen. Voor haar was voor dit oordeel van belang dat uit § 5.4.1 van het deskundigenrapport blijkt dat zowel de aanmaakdatum van 26 februari 2012 als de laatste wijzigingsdatum van 27 december 2012 als betrouwbaar kunnen worden beschouwd. Die versie van het rekenmodel bevatte al een introtekst, zodat aangenomen moet worden dat [KPC] in hun rekenmodel niet alleen de werkbladen Calc, Brief en Tab, maar ook Start aan het rekenmodel van [Esset] hebben ontleend. [KPC] zijn tegen dit oordeel opgekomen in grief 7. Zij hebben herhaald dat de conclusies van het rapport van de deskundigen niet kunnen worden gevolgd. Het hof verwerpt dit verweer op de gronden die zijn vermeld in 3.21-22, hierboven. Voor zover [KPC] in nr. 58 van de memorie van grieven argumenten uit de eerste aanleg hebben herhaald, verwijst het hof naar de beslissing van de rechtbank daarop in rechtsoverweging 2.20 van het eindvonnis en neemt het hof deze over.



3.36.

[KPC] beschuldigen [Esset] ervan dat hij aanpassingen van het rekenmodel “Middeling” op 23 juni 2021 op zijn website heeft geplaatst, slechts drie dagen nadat [KPC] dat hadden gedaan. Daartegen bestaat geen bezwaar, mits [Esset] daarbij geen auteursrecht van [KPC] schendt of op (andere) manier onrechtmatig handelt.



(4) “Vaste activa en Afschrijving”





3.37.

[Esset] stelt dat [KPC] ook inbreuk plegen op zijn rekenmodel “Vaste activa en Afschrijving”. De werkbladen Start en Calc (gedeeltelijk) van dit rekenmodel zien er als volgt uit (het werkblad Disclaimer is ook hier niet overgenomen):















3.38.
Het hof beslist dat de uiterlijke verschijningsvorm van dit rekenmodel voldoet aan de werktoets, omdat [Esset] zijn creativiteit en persoonlijkheid in voldoende mate daarin tot uitdrukking heeft gebracht. De op het werkblad Start voorkomende bewoordingen en de inhoud en opmaak van de tabel op het werkblad Calc, met daarin de categorieën Goodwill, Terreinen en gebouwen, Inventaris en inrichting, Machines en installaties en Vervoermiddelen die telkens zijn onderverdeeld in verschillende activa met invoervelden voor de investering, restwaarde en afschrijving in jaren getuigt voldoende van creatieve arbeid van [Esset] . In nr. 70 van de conclusie van antwoord hebben [KPC] aangevoerd dat het rekenmodel niet origineel is omdat er eerdere rekenmodellen op de markt waren waarop het rekenmodel van [Esset] sterk lijkt. Zij hebben een aantal URL’s in de conclusie weergegeven. Dat is echter niet voldoende. Net zoals bij de andere rekenmodellen hadden [KPC] prints van deze URL’s aan de conclusie moeten hechten. Het hof gaat daarom aan dit argument voorbij.



3.39.

[Esset] stelt dat [KPC] met hun rekenmodel “Vaste activa en afschrijvingen” inbreuk maken op het auteursrecht op zijn rekenmodel. De werkbladen Start en Calc (Disclaimer is wederom weggelaten) van het rekenmodel van [KPC] zien er als volgt uit:















3.40.
De tekst van het werkblad Start van het rekenmodel van [KPC] is identiek aan dat van [Esset] en de tabel van het werkblad Calc eveneens, zij het dat [KPC] een andere volgorde van de categorieën activa hebben gekozen dan in het rekenmodel van [Esset] en dat zij in de tweede kolom minder voorbeelden van activa hebben opgenomen. Deze verschillen wegen echter niet op tegen de voor het overige exacte overeenkomsten tussen beide rekenmodellen, zodat er van een auteursrechtinbreuk sprake is.



3.41.
De deskundigen hebben in § 5.2.1 van hun rapport geconcludeerd dat de aanmaak- en laatste wijziging van het rekenmodel “Vaste activa en afschrijvingen” (26 februari 2012 en 11 april 2012) betrouwbaar zijn. [KPC] hebben niet aangevoerd dat hun rekenmodel ouder is dan dat van [Esset] . [Esset] heeft onbetwist gesteld dat zijn rekenmodel een aantal fouten bevat (vijf onnodige spaties in cel H12 en een niet meer bestaande bereiknaam (“janee”) die ook zijn opgenomen in het rekenmodel van [KPC] Daarmee staat de ontlening door [KPC] vast. Niet nodig is dat [Esset] moet bewijzen dat [de ondernemer] of [de partner] het rekenmodel van hem heeft gekocht. Grief 9 van [KPC] is daarom niet gegrond.



3.42.

[Esset] stelt dat [KPC] na de veroordeling door de rechtbank in onderdeel 3.1 van het eindvonnis van 13 juli 2022 het rekenmodel “Vaste Activa en Afschrijvingen” weliswaar hebben aangepast, maar dat die aangepaste versie nog steeds inbreuk maakt op haar rekenmodel. Zij werkt dat onder meer aldus uit dat in het tabblad Calc ook in de gewijzigde vorm nog steeds onvoldoende afstand houdt van hetzelfde tabblad van het rekenmodel van [Esset] . Het aangepaste tabblad ziet er als volgt uit:









3.43.
Het hof is van oordeel dat [KPC] de vormgeving van het tabblad Calc voldoende hebben aangepast, zodat de aangepaste versie geen inbreuk meer maakt op het auteursrecht op het rekenmodel van [Esset] . Zo hebben [KPC] een ander lettertype gebruikt en de hoofdrijen met titel en jaar een duidelijke blauwe kleur gegeven. Daardoor kan niet langer worden volgehouden dat de totaalindrukken van beide rekenmodellen te zeer op elkaar gelijken. Dat de aangepaste versie nog steeds twee vanuit het rekenmodel van [Esset] afkomstige fouten bevat is voor de gebruiker van het programma niet zichtbaar, zodat ook dat aspect er niet toe leidt dat [KPC] zich schuldig maken aan een auteursrechtinbreuk.



Conclusie ten aanzien van de tot nu toe besproken vier rekenmodellen





3.44.
De conclusie van het voorgaande is dat [KPC] inbreuk maken op het auteursrecht van [Esset] op de vijf-jaars-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” en op de rekenmodellen “Cashflow Matrix”, “Middeling” en “Vaste activa en afschrijvingen”. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat [KPC] inbreuk hebben gemaakt op twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan”. In zoverre kunnen de vorderingen van [Esset] niet worden toegewezen.




[KPC] maken inbreuk op de auteursrechten van nog vijf rekenmodellen van [Esset]





3.45.

[Esset] stelt dat [KPC] op grote schaal inbreuk op zijn auteursrechten plegen door ongeveer 200 van zijn rekenmodellen nagenoeg ongewijzigd over te nemen en te verkopen op de website van KPC . In eerste aanleg heeft hij de door hem gestelde auteursrechtinbreuk uitgewerkt aan de hand van de vier door hem op de markt gebrachte rekenmodellen “Financieringsplan”, “Cashflow Matrix”, “Middeling” en “Vaste activa en afschrijvingen”. Verder heeft [Esset] gesteld en uitgewerkt dat [KPC] ook zijn auteursrechten schenden op zijn rekenmodellen “Vaste activa register”, “Bewindvoering in excel”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding – Pro” en “Geïnvesteerd kapitaal”. In zijn producties 87 tot en met 91 heeft [Esset] toegelicht welke creatieve keuzes hij heeft gemaakt, dat [KPC] inbreuk op de op deze rekenmodellen rustende auteursrechten hebben gemaakt en dat [Esset] deze rekenmodellen eerder dan [KPC] op de markt heeft gebracht. Daarnaast heeft [Esset] gesteld dat [KPC] ook zijn rekenmodellen “Kopen op afbetaling” en “Financiële ruimte” hebben gekopieerd, wat blijkt uit het feit dat de rekenmodellen van [KPC] de koptekst uit zijn rekenmodellen met de URL van een van zijn websites ([website6]) bevatten (producties 92 tot en met 96). Het hof zal deze rekenmodellen hieronder bespreken.



(5) “Uurtarief berekenen”




3.46.
De werkbladen Start, Calc en Tab van het rekenmodel van [Esset] zien er als volgt uit:





















3.47.
Het rekenmodel “Uurtarief berekenen” is een tool aan de hand waarvan een ZZP-er kan berekenen welk tarief hij moet hanteren wil hij een netto inkomen overhouden. Dit doel en het gebruik van macro’s worden uitgelegd op het werkblad Start. In het werkblad Calc kan de klant de eigen gegevens invoeren, waarop het rekenmodel uitrekent welk uurtarief de klant moet hanteren. Dit werkblad heeft een header met twee kleuren blauw. De invoervelden zijn van de berekenvelden gescheiden door een horizontale streep. De invoervelden zijn herkenbaar door een lichtblauwe achtergrondkleur. Het rekenmodel betrekt in de berekeningen acht mogelijk toepasbare aftrekposten. Met de aldus gemaakte keuzes met betrekking tot teksten, inhoud en structuur van het rekenmodel is naar het oordeel van het hof in voldoende mate sprake van vrije en creatieve keuzes zodat ook dit rekenmodel als een auteursrechtelijk beschermd werk moet worden aangemerkt.



3.48.

[Esset] stelt dat [KPC] met hun rekenmodel “Uurtarief berekenen” inbreuk maken op het auteursrecht op zijn rekenmodel. De werkbladen Uurtarief berekenen 2021 en Tab (in de versie van [KPC] ontbreken de tabbladen Start en Disclaimer) van het rekenmodel van [KPC] zien er als volgt uit:













3.49.
Uit een vergelijking van beide rekenmodellen blijkt dat er grote overeenstemming tussen beide rekenmodellen is op het gebied van de teksten, waaronder de voorbeelden en de getallen en ook op het gebied van de inhoud en structuur (indeling van de rijen en kolommen), zodat de auteursrechtelijk beschermde trekken zijn overgenomen en [KPC] met hun rekenmodel inbreuk plegen op het auteursrecht op het model van [Esset] .



3.50.

[Esset] heeft gesteld dat hij het rekenmodel “Uurtarief berekenen” vanaf 2012 aanbiedt als onderdeel van de ZZP-toolkit en vanaf 6 mei 2019 als los verkrijgbaar rekenmodel. De aanmaakdatum van het gelijknamige rekenmodel van [KPC] is van 25 november 2017. Hij heeft verder gesteld dat [KPC] in hun rekenmodel de macro dezelfde naam hebben gegeven (“Uurtarief zoeken”) en dat de macro dezelfde sneltoets heeft (CTRL+SHIFT+U). Verder heeft [Esset] uiteengezet dat het rekenmodel van [KPC] op vrijwel dezelfde manier is opgebouwd als zijn rekenmodel:









3.51.
Het hof beslist dat [Esset] hiermee voldoende duidelijk heeft aangetoond dat [KPC] hun rekenmodel hebben ontleend aan dat van hem, nog daargelaten dat de stelplicht en bewijslast dat er geen sprake is van ontlening bij [KPC] rusten (zie 3.11).



(6) “Verblijfkostenvergoeding – Pro”

Van het rekenmodel “Verblijfkostenvergoeding – Pro” zien de werkbladen Instellingen, Berekeningen, Medewerkers, Diensten, VKV-totalen, Uurtotalen, Urenkaart, Samenvatting en Jaaroverzicht (de meeste gedeeltelijk) er als volgt uit:


























































3.52.

[Esset] heeft in p. 1 tot en met 10 van productie 90 bij memorie van antwoord in principaal hoger beroep uiteengezet welke creatieve keuzes hij heeft gemaakt bij het ontwerpen van deze rekenmodel. Het hof neemt deze uiteenzetting over waarvan de essentie is dat [Esset] gebruik heeft gemaakt van twaalf werkbladen met een specifieke opmaak met een navigatiemenu boven ieder werkblad, kleurkeuzes en tabellen op de verschillende werkbladen, en van een keuze voor tien invoermogelijkheden op het werkblad Instellingen. Daarmee is naar het oordeel van het hof voldaan aan de werktoets.



3.53.

[Esset] heeft gesteld dat hij dit rekenmodel heeft gepubliceerd op 8 september 2021 en dat [KPC] volgden op 18 maart 2022 met hun rekenmodel Verblijfskostenvergoeding Pro Totaal”. Hij heeft de gelijkenissen tussen beide programma’s onder meer op de volgende manier weergegeven:





























3.54.
Uit deze toelichting door [Esset] blijkt dat er in grote mate overeenstemming is tussen beide rekenmodellen zowel qua indeling als qua vormgeving. Dat sprake is van ontlening kan onder meer worden opgemaakt uit het feit dat in het rekenmodel van [KPC] een overbodige apostrof uit het rekenmodel van [Esset] is overgenomen. Het hof concludeert dat [KPC] de auteursrechtelijk relevante trekken uit het model van [Esset] hebben overgenomen en dus inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van [Esset] op zijn rekenmodel. Daaraan doet niet af dat [KPC] hebben gekozen voor meer kleuren en dat op de werkbladen hun logo ( KPC ) is weergegeven.



(7) “Geïnvesteerd kapitaal”




3.55.
De werkbladen Start en Berekening van het rekenmodel “Geïnvesteerd kapitaal” zien er als volgt uit:















3.56.
Ook dit rekenmodel kwalificeert als werk, gezien de vormgeving (kleuren header, kleur van titels (blauw) en invoerdata (grijs), uitleg over opzet van het rekenmodel, keuze voor zes in te voeren financiële data.



3.57.

[Esset] heeft over dit rekenmodel gesteld dat hij het vanaf 2012 als onderdeel van de Ondernemen Toolkit aanbiedt en vanaf 4 februari 2022 als los rekenmodel. [KPC] bieden hun rekenmodel “Geïnvesteerd kapitaal in voorraad en vorderingen” aan vanaf 2 februari 2022. [Esset] heeft over de gelijkenissen van beide rekenmodellen onder meer het volgende opgemerkt:
























3.58.
Uit dit overzicht blijkt van de grote gelijkenissen tussen beide rekenmodellen, tot en met het overnemen van een aantal fouten in het oudere model van [Esset] . [KPC] hebben daarmee de auteursrechtelijk relevante trekken uit het model van [Esset] overgenomen, zodat [KPC] inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van [Esset] op zijn rekenmodel.




(8) “Bewindvoering in Excel”




3.59.
Het rekenmodel “Bewindvoering in Excel” stelt de gebruiker in staat om verantwoording aan de rechtbank af te leggen over het gevoerde beheer over de onder bewind gestelde persoon. Dit rekenmodel bevat de volgende werkmappen: Start, Menu, Instellingen, Rubrieken, Rekening en verantwoording, Mutaties, Interne overboekingen, Draaitafel en Disclaimer. De werkbladen (uitgezonderd Disclaimer) zien er als volgt uit (soms gedeeltelijk weergegeven):


















































3.60.
De keuze voor negen werkbladen, het navigatiemenu, de kleuren blauw voor titels en grijs voor gewone tekst, de 25 rubrieken voor Netto inkomen en 43 rubrieken voor Uitgaven, de celopmaak (financieel met 2 decimalen zonder €-teken, het rood-kleuren bij een foute invoer zorgen ervoor dat aan dit rekenmodel als geheel auteursrechtelijke bescherming toekomt.



3.61.

[Esset] heeft vanaf bladzijde 11 van zijn productie 88 toegelicht dat zijn rekenmodel en het rekenmodel “Software voor Bewindvoering” van [KPC] grote gelijkenis vertonen, waarvan het hof de volgende voorbeelden overneemt:























3.62.
Op basis van deze vergelijkingen stelt het hof vast dat [KPC] auteursrechtelijk beschermde trekken van het rekenmodel van [Esset] heeft overgenomen en dat [KPC] daardoor inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht op het rekenmodel van [Esset] .



3.63.

[Esset] biedt dit rekenmodel aan sinds 1 november 2018. [KPC] bieden dit rekenmodel aan sinds 6 december 2018. Het rekenmodel van [Esset] bevat spelfouten (“Medischek” en “inhoude”) welke spelfouten in het rekenmodel van [KPC] zijn overgenomen. Dat alleen al is voldoende om ontlening vast te stellen.



(9) “Vaste activa register”




3.64.
Dit rekenmodel wordt gebruikt om vaste activa op de juiste manier af te schrijven. Het model kent de volgende werkbladen: Start, Instructies, Instellingen, Activa, Jaarspecificatie, Samenvatting, Activarapport, Disclaimer. Uitgezonderd het werkblad Disclaimer zijn zij hieronder (soms gedeeltelijk) weergegeven:


















































3.65.
Ook dit rekenmodel komt auteursrechtelijke bescherming toe. In de zeven verschillende werkbladen wordt in eigen bewoordingen uitgelegd wat de mogelijkheden van dit model zijn, in het geheel is de door Zwanniken consistent toegepaste en kenmerkende vormgeving van de overige rekenmodellen van [Esset] opnieuw toegepast en is een complex geheel gemaakt van tabellen, al dan niet met invoervelden, grafieken en staafdiagrammen.



3.66.

[Esset] stelt dat [KPC] met hun rekenmodel “Vaste activa register ultimate” inbreuk maken op zijn gelijknamige rekenmodel. De tabbladen in het rekenmodel van [KPC] hebben dezelfde namens als die van [Esset] : Start, Instructies, Instellingen, Activa, Jaarspecificatie, Samenvatting, Activarapport, Disclaimer. Hieronder zijn als voorbeeld delen van de tabbladen Jaarspecificatie, Samenvatting en Activarapport weergegeven:




















3.67.

[Esset] heeft de gelijkenissen tussen beide rekenmodellen op een rij gezet (p. 10 e.v. van productie 87 bij memorie van antwoord in principaal hoger beroep en van memorie van grieven in incidenteel hoger beroep), waaruit het hof de volgende onderdelen opneemt:




























3.68.
Op basis van deze weergave oordeelt het hof dat [KPC] het rekenmodel van [Esset] nagenoeg heeft gekopieerd en daarmee auteursrechtelijk relevante trekken heeft overgenomen, en [KPC] inbreuk hebben gepleegd op het auteursrecht van [Esset] .



3.69.

[Esset] biedt dit rekenmodel aan sinds 6 mei 2019. Het is niet bekend sinds wanneer [KPC] dit rekenmodel aanbieden. [Esset] stelt dat hij ongeveer 1,5 jaar heeft gewerkt aan de complexe formule in cel Q11, maar dat er nog steeds voor het jaar 2024 een fout in deze formule voorkwam, welke fout is overgenomen in het rekenmodel van [KPC] Verder zijn de bereiknamen in beide rekenmodellen exact gelijk en een fout in de bereiknaam [bereiknaam1] in plaats van [bereiknaam2] komt ook terug bij [KPC] [Esset] heeft vanaf bladzijde 10 van zijn productie 87 toegelicht dat beide rekenmodellen grote gelijkenis vertonen. Vooral door de overgenomen fout blijkt dat [KPC] hun rekenmodel aan dat van [Esset] hebben ontleend.



Conclusie over de vijf in hoger beroep betrokken rekenmodellen




3.70.
Het hof oordeelt dat [KPC] inbreuk maken op de hier besproken vijf rekenmodellen van [Esset] . [KPC] hebben in het licht van al het bewijsmateriaal dat [Esset] heeft overgelegd, waaronder de overneming van fouten en onnodige tekens, onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan zou kunnen worden vastgesteld dat zij de overeenstemmende auteursrechtelijk beschermde trekken niet hebben ontleend aan de rekenmodellen van [Esset] , nog daargelaten dat de stelplicht en bewijslast van ontlening op hen rusten. Ook het verweer dat [Esset] zijn rekentools aanpast aan die van [KPC] , is in het licht van al hetgeen [Esset] heeft gesteld, te weinig uitgewerkt en wordt daarom verworpen.



“Kopen op afbetaling” en “Financiële ruimte”




3.71.

[Esset] heeft gesteld dat [KPC] ook inbreuk hebben gepleegd op zijn auteursrecht op deze twee andere rekenmodellen en dat dit met name is te zien als werkbladen van het rekenmodel van [KPC] worden geprint, omdat dan in de koptekst zijn URL zichtbaar wordt ( [website7] ). Op dit punt heeft [Esset] niet aan zijn stelplicht voldaan, omdat hij niet heeft gesteld dat deze rekenmodellen kunnen worden gekwalificeerd als werk in de zin van de Auteurswet.



Geen algeheel verbod op inbreuk op rekenmodellen van [Esset]





3.72.

[Esset] stelt dat [KPC] op grote schaal inbreuk op zijn auteursrechten plegen door ongeveer 200 van zijn rekenmodellen nagenoeg ongewijzigd over te nemen en te verkopen op de website van KPC . [Esset] vordert daarom een algeheel verbod van inbreuken op zijn auteursrechten door [KPC] Het hof heeft hierboven geoordeeld dat [KPC] wat de rekenmodellen “Financieringsplan”, “Cashflow Matrix”, “Middeling”, “Vaste activa en afschrijvingen”, “Vaste activa register”, “Bewindvoering in excel”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding – Pro” en “Geïnvesteerd kapitaal” betreft er sprake is van schending van het auteursrecht van [Esset] op deze rekenmodellen.



3.73.
Het hof zal niettemin geen algeheel verbod uitspreken. Het heeft hierboven alle door [Esset] uitgewerkte voorbeelden afzonderlijk beoordeeld. De kans is te groot dat bij een algeheel verbod executieperikelen zullen ontstaan over rekenmodellen die niet door het hof zijn beoordeeld. [KPC] hebben immers in productie 39 bij memorie van grieven uiteengezet dat [Esset] in achttien gevallen zeer kort nadat zij een rekenmodel op hun website hadden geplaatst een rekenmodel onder dezelfde naam op zijn website had geplaatst, terwijl hij volgens hen de publicatiedatum zou hebben geantedateerd. Dit impliceert dat ieder mogelijk inbreukmakend rekenmodel apart moet worden beoordeeld. Hiervoor is gebleken dat voor negen van de door [Esset] genoemde rekenmodellen een verbod wordt uitgesproken. Aangenomen mag worden dat dit voor [KPC] een sterke aansporing zal zijn om geen inbreuken meer te plegen op de auteursrechtelijk beschermde rekenmodellen van [Esset] .



Wanprestatie





3.74.

[Esset] heeft gesteld dat [KPC] niet alleen inbreuk plegen op zijn auteursrechten, maar dat [de partner] ook wanprestatie pleegt in de nakoming van de koopovereenkomsten die hij met [de partner] heeft gesloten over de rekenmodellen (zie nrs. 5.75 e.v. van de inleidende dagvaarding). [Esset] heeft als productie 34 een tijdlijn overgelegd, waaruit blijkt dat [de partner] op 27 januari 2013 de Financial Planning Toolkit en alle Excel-rekenmodellen heeft aangeschaft. Voor zover voor deze procedure relevant gaat het daarbij om de rekenmodellen “Financieringsplan” (in de versie van 2013), “Cashflow Matrix”, “Middeling” en “Vaste activa en afschrijvingen”. Voor deze bestanden zal, zoals hierboven is gebleken, het gevorderde verbod tot het maken van inbreuk op het auteursrecht van [Esset] al grotendeels worden toegewezen. Omdat de contractuele grondslag geen verder strekkende reikwijdte heeft, heeft [Esset] er geen belang bij dat deze grondslag voor deze vier rekenmodellen door het hof wordt beoordeeld. Nu [Esset] de twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” van [KPC] niet heeft overgelegd, kan het hof niet vaststellen of er sprake is van wanprestatie ten aanzien van de aanschaf van dit rekenmodel. Voor zover [Esset] een verbod zou vorderen ten aanzien van rekenmodellen waarvan hij niet heeft gesteld dat zij via zijn webshop zijn gekocht, kan de contractuele grondslag niet dienen als basis voor toewijzing van zo’n vordering. Dat geldt onder meer voor de hierboven besproken overige rekenmodellen, maar daarvan is de auteursrechtinbreuk al vastgesteld, zodat de contractuele grondslag bovendien geen toegevoegde waarde zou hebben. [de partner] heeft, zo blijkt uit de tijdlijn, ook nog een aantal andere rekenmodellen gekocht (“Auto & Wonen Toolkit” (die bestaat uit de rekenmodellen “Hypotheekberekeningen”, “Autokosten met kilometervergoedingen”, “Benzine, diesel of lpg”, “Bijtelling en kosten auto van de zaak”, Bijtelling en kosten fiets van de zaak”, “Financial lease”, Kilometerregistratie in Excel” en “Autokosten vergelijken”), “Facturen in Excel”, “Vakantie planner & dashboard” en “Factuursjabloon – Coleus”). Over deze rekenmodellen heeft [Esset] echter niet gesteld dat dat zij voldoen aan de werktoets en dat [KPC] daarop auteursrechtinbreuk hebben gepleegd en dus evenmin dat [de partner] zich niet zou hebben gehouden aan de bepalingen uit de Algemene Voorwaarden en de Licentieovereenkomst. De contractuele grondslag kan dan geen basis vormen voor een verbod op het verveelvoudigen van deze rekenmodellen. Het hof hoeft daarom niet verder in te gaan op hetgeen [Esset] heeft gesteld over de contractuele grondslag.



Eenlijnsprestatie





3.75.
De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.17 van het tussenvonnis overwogen dat de vorderingen van [Esset] ook kunnen worden toegewezen op de grond dat de inspanningen en prestaties van [Esset] een eenlijnsprestatie opleveren. Hierboven is overwogen dat de vorderingen van [Esset] zullen worden toegewezen, omdat [KPC] auteursrechtinbreuk op de rekenmodellen van [Esset] hebben gepleegd. Het hof baseert de toewijzing van de vorderingen van [Esset] niet op de aanwezigheid van een eenlijnsprestatie. Dat betekent dat grief 4 in het principaal hoger beroep van [KPC] geen behandeling behoeft, omdat [de ondernemer] , c.s. daarbij geen belang hebben.



Verbodsvordering en nevenvorderingen





3.76.
Het voorgaande brengt mee dat de door de rechtbank uitgesproken verboden zullen worden uitgebreid tot de aspecten vormgeving en structuur en tot de rekenmodellen “Vaste activa register”, “Bewindvoering in Excel”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding – Pro” en “Geïnvesteerd kapitaal”. Het verbod van auteursrechtinbreuk op het rekenmodel “Financieringsplan” zal worden beperkt tot de vijf-jaars-versie van het rekenmodel.



3.77.
Partijen hebben geen grieven gericht tegen de beslissing van de rechtbank tot toewijzing van een deel van de nevenvorderingen. Het hof zal die beslissing dus overnemen, met de nodige aanpassingen, nu de nevenvorderingen ook betrekking hebben op de in 3.76 genoemde rekenmodellen.



Conclusie





3.78.
Het principaal hoger beroep slaagt slechts voor zover het betrekking heeft op de beslissing van de rechtbank over de twaalf-maands-versie van het rekenmodel “Financieringsplan” en is voor het overige ongegrond. Het incidenteel hoger beroep slaagt voor zover het betrekking heeft op de aspecten van vormgeving en structuur van de rekenmodellen ten aanzien waarvan de rechtbank een verbod heeft toegewezen (“Financieringsplan” (vijf-jaars-versie), “Middeling” en “Vaste activa en afschrijvingen”) en voor zover het betrekking heeft op het rekenmodel “Cashflow Matrix” en op de in hoger beroep aan de orde gestelde rekenmodellen (“Vaste activa register”, “Bewindvoering in Excel”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding – Pro” en “Geïnvesteerd kapitaal”). Het hof zal het eindvonnis vernietigen en de veroordelingen van [KPC] opnieuw formuleren.



3.79.
Omdat [KPC] gelden als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, zal het hof [KPC] tot betaling van de proceskosten in het principaal en incidenteel hoger beroep veroordelen. [Esset] heeft zijn proceskosten aan de hand van artikel 1019h Rv begroot op € 20.473,44 exclusief griffierecht. Dit bedrag zal worden toegewezen, nu het bedrag weliswaar iets boven het maximum van het indicatietarief voor een normale zaak ligt (€ 20.000,00), maar de zaak door de hoeveelheid te beoordelen rekenmodellen bewerkelijk was. Het hof ziet geen aanleiding de proceskosten uit te splitsen op basis van een gemengde grondslag, omdat het auteursrechtelijke deel sterk overheerst. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.






4De beslissing in principaal en incidenteel hoger beroep


Het hof:



4.1.
vernietigt de vonnissen van de rechtbank Gelderland van 27 oktober 2021 en 13 juli 2022 en beslist als volgt:



4.2.
gebiedt [de ondernemer] en [de partner] iedere inbreuk op de auteursrechten van [Esset] op de rekenmodellen “Financieringsplan” (vijf-jaars-versie), “Cashflow Matrix”, “Middeling”, “Vaste activa en afschrijvingen”, “Vaste activa register”, “Bewindvoering in excel”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding – Pro” en “Geïnvesteerd kapitaal” te staken en gestaakt te houden,



4.3.
beveelt [de ondernemer] en [de partner] om binnen zes weken na betekening van dit arrest, voor zover nog niet uitgevoerd naar aanleiding van het vonnis van 13 juli 2022, aan [Esset] rekening en verantwoording af te leggen waaruit de gemaakte winst met hun rekenmodellen “Financieringsplan” (vijf-jaars-versie), “Cashflow Matrix”, “Middeling”, “Vaste activa en afschrijvingen”, “Vaste activa register ultimate”, “Software voor Bewindvoering”, “Uurtarief berekenen”, “Verblijfkostenvergoeding Pro Totaal” en “Geïnvesteerd kapitaal in voorraad en vorderingen” blijkt, door de raadsmannen van [Esset] te voorzien van een opgestelde verklaring, welke verklaring tenminste het volgende dient te bevatten:
a. de productielijst van de inbreukmakende rekenmodellen,
b. het licentietarief van de inbreukmakende rekenmodellen,
c. het totale aantal verkochte licenties voor de inbreukmakende rekenmodellen,
d. de totale met de inbreukmakende rekenmodellen genoten winst, en
e. inzage hoe de winst is berekend,



4.4.

gebiedt [de ondernemer] en [de partner] binnen zeven dagen na betekening van dit arrest, voor zover nog niet uitgevoerd naar aanleiding van het vonnis van 13 juli 2022, de volgende rectificatie zonder enige aanvullingen of wijzigingen te zenden aan afnemers van de inbreukmakende rekenmodellen van KPC :
"Het door Kostprijscalculatie aangeboden rekenmodel [NAAM REKENMODEL(LEN)] maakt inbreuk op de auteursrechten van Esset Financial Services , ook wel bekend onder de naam [eenmanszaak1] . Deze rekenmodellen van Kostprijscalculatie zijn zonder toestemming van Esset Financial Services ontleend aan de door Esset Financial Services aangeboden rekenmodellen. Wij waren hiertoe niet gerechtigd. Bij wijze van dit bericht wenst Kostprijscalculatie de ontlening van deze rekenmodellen te rectificeren. Ten onrechte hebben we de indruk gewekt dat de rekenmodellen door ons zouden zijn gemaakt. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft ons op straffe van verbeurte van een dwangsom verplicht deze rectificatie te sturen. "




4.5.
veroordeelt [de ondernemer] en [de partner] om aan [Esset] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij met de nakoming van de veroordeling onder 4.2 en/of 4.3 en/of 4.4 geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,



4.6.
veroordeelt [de ondernemer] en [de partner] hoofdelijk tot vergoeding van de schade die [Esset] heeft geleden of zal lijden als gevolg van de door hen gepleegde inbreuken op de auteursrechten van [Esset] , nader op te maken bij staat,



4.7.
veroordeelt [de ondernemer] en [de partner] hoofdelijk in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [Esset] begroot op een bedrag van € 17.178,49,



4.8.

veroordeelt [KPC] tot betaling van de volgende proceskosten in hoger beroep van [Esset] :
€ 343 aan griffierecht
€ 20.473,44 aan salaris van de advocaat van [Esset] ,





4.9.
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad,



4.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, R.E. Weening en M. Schut, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.













HvJEG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, C-5/08 (Infopaq I), en HvJEU 1 december 2011, ECLI:EU:C:2011:798, C-145/10 (Painer).


HvJEU 4 december 2025, ECLI:EU:C:2025:941, C-580/23 en C-795/23 (Mio/Asplund en USM/Konektra).


HR 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8456, Una Voce Particolare.


HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.