Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
ECLI:NL:GHARL:2026:2469
2026-04-22
Strafrecht
21-005340-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHARL:2026:2469 → ECLI:NL:RBMNE:2022:4935
Inhoudsindicatie
Bewezenverklaring van witwassen contante geldbedragen € 145.000,-- en € 4.700,-- en het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, een jammer en pepperspray. Partiële vrijspraken voor witwassen van overige vermogensbestanddelen. Oplegging van gevangenisstraf van tien maanden en een boete van € 75.000,--.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2026:650 Hoge Raad 14-04-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (94.480 tekens)
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005340-22
Uitspraak van 22 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 28 november 2022 met parketnummer 16-148792-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1971 in [geboorteplaats 1] ,
wonende te [adres 1] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 8 april 2026 en wat er op de zittingen bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 500,-- vanwege het voorhanden hebben van een jammer (feit 4) en pepperspray (feit 5). De verdachte is integraal vrijgesproken van witwassen (feit 1). Ook is hij vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen (feit 2) en munitie (feit 3), omdat die feiten verkeerd ten laste waren gelegd. De rechtbank heeft tot slot verschillende beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland, onder andere vanwege een gewijzigde tenlastelegging in hoger beroep. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
De tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland en in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan de verdachte is na deze wijzigingen ten laste gelegd dat:
1. primairHij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en), te weten
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening)(einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79), en/of
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120),
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - ónmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
1. subsidiairhij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en) te weten een of meer geldbedragen waaronder
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, en/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag ( bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening) (einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79),
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120)
heeft verworven en voorhanden, terwijl, hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
2.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, onder 1, te weten een vuurwapen/pistool, van het merk Venus Automatic, kaliber 6.35 zijnde een vuurwapen voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5 ( vijf) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber 6.35 en/of
- 7 ( zeven) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .45
voorhanden heeft gehad;
4.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c, werd gepleegd;
5.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.
Ten aanzien van feit 1, het witwassen, is volgens de advocaat-generaal niet aannemelijk geworden dat de contante gelden in de auto en woning, het opgebouwde vermogen in Spanje en zijn verdiensten uit Zuid-Afrika (en daarmee de gelden op de bankrekeningen, de Mercedes en de boot) afkomstig zijn uit legaal vermogen. Uit het nadere onderzoek van de politie blijkt dat er haken en ogen zitten aan de verklaringen van de verdachte en de vermeende koper [getuige] over de verkoop van de Mercedes. Dit geldt ook voor de vermogensopbouw van de verdachte in België, Spanje en Zuid-Afrika. Het ontbreken van onderbouwingen met feiten, resulteert erin dat het geld voor de financiering van onroerend goed en/of bedrijfsinrichtingen vermoedelijk afkomstig is uit (enig) misdrijf. Een concrete, verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de vermogensopbouw is door verdachte niet gegeven. Daarom kan het niet anders dan dat de voorwerpen een criminele
herkomst hebben, aldus de advocaat-generaal.
De overige feiten zijn door de verdachte bekend, zodat ook die bewezen kunnen worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde witwassen. De cryptodata en de informatie uit de in beslag genomen iPhone moeten worden uitgesloten van het bewijs. Mocht het hof niet overgaan tot bewijsuitsluiting, dan stelt de raadsman zich op het standpunt dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld en goederen. De herkomst van de contante bedrag van € 145.000,-- in de Smart en € 4.700,-- in het keukenkastje is verklaard door de verkoop van de Mercedes Brabus. Deze verklaring wordt onderbouwd door de verklaring van [getuige] en een advertentie op mobile.de. Voor de overige voorwerpen op de tenlastelegging geldt dat de verdachte een uitleg heeft gegeven over zijn levensloop en vermogensopbouw. Deze uitleg en de aangeleverde stukken bieden voldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek in het buitenland door het Openbaar Ministerie. Dat is deels nagelaten. Daarom kan niet worden gezegd dat het niet anders kan dan dat de overige voorwerpen op de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig zijn.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten. Deze feiten zijn door de verdachte op de zitting in hoger beroep bekend.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het onder 1 primair eerste en derde gedachtestreepje, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Voordat dat bewijs wordt uitgewerkt, zal eerst (waar nodig) worden gerespondeerd op de bewijsuitsluitingsverweren.
De raadsman heeft twee gronden aangevoerd waarom bewijs zou moeten worden uitgesloten. Allereerst zou de cryptodata onrechtmatig zijn verkregen, omdat sprake is van strijd met het recht én er geen legitieme reden was nader onderzoek te doen in de data uit het onderzoek 26Lemont. Deze data zijn alleen onderzocht ter toetsing van de verklaring van de getuige [getuige] . Daarnaast is het bewijs uit de onder verdachte in beslag genomen (privé) iPhone onrechtmatig verkregen in het licht van de [naam]-jurisprudentie, nu deze is uitgelezen in de fase van het hoger beroep.
De stelling dat de cryptodata in strijd met het recht zijn verkregen is niet nader onderbouwd en zal om deze reden worden gepasseerd.
Wel zal worden ingegaan op het verweer dat er geen legitieme reden zou zijn om nader onderzoek te doen naar de cryptodata.
Onder de verdachte zijn twee cryptotelefoons in beslag genomen. Het IMEI-nummer van één van deze telefoons is teruggevonden in de Encrochat-gebruikerslijst en kan worden gekoppeld aan de gebruikersnaam “ [naam] ”.
Uit het proces-verbaal m.b.t. bevindingen die hebben geleid tot toestemming van de RC om data te mogen delen (p. 536-537) blijkt dat er in het kader van het JIT-onderzoek 26Lemont naar Encrochat op voorhand voorwaarden zijn gesteld aan het delen van de informatie uit dit onderzoek:
Eén van de gestelde voorwaarden van de rechter-commissaris is dat de ontsleutelde informatie slechts kan worden gebruikt ter opsporing, indien daartoe een voorafgaande toetsing bij de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden. Op voorhand is door de rechter-commissaris toestemming verleend om met gebruik van een lijst met zoekwoorden onderzoek te doen aan de binnen het onderzoek 26Lemont beschikbaar gestelde informatie. Dit onderzoek richt zich op ernstige strafbare feiten, welke (naar hun aard) worden gepleegd in georganiseerd verband. De informatie die naar aanleiding van deze zoekwoorden naar voren komt, dient voorafgaand aan de verstrekking van die informatie aan een ander opsporingsonderzoek, ter toetsing te worden voorgelegd aan de rechter- commissaris.
Na de vaststelling dat er een Encrochat-account gekoppeld was aan een onder verdachte in beslag genomen cryptofoon heeft eerst een nadere analyse van het account plaatsgevonden aan de hand van de vooraf vastgestelde lijst met zoektermen. Deze zoekslag heeft hits opgeleverd met de woorden cocaïne (blok, groen, equa, colo, gepakt, loods) en finec (wissel, geld, betaald, storting, winst, papieren). Op basis van de berichten die naar voren zijn gekomen met deze analyse, is er een redelijk vermoeden ontstaan dat de Encrochat-gebruiker [naam] zich in georganiseerd verband bezig met witwassen en handel in verdovende middelen.
De officier van justitie heeft vervolgens op basis van die vaststelling een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om de verkregen gegevens te verstrekken aan het onderzoek 26Hesperia (het onderzoek naar de verdachte). Uit het dossier (p. 544) blijkt dat er toestemming is gegeven door de rechter-commissaris de data te verstrekken ten behoeve van de deze zaak:
Om een goed beeld te krijgen van het samenwerkingsverband en de daarin opererende personen is op 24 mei 2022, aan de rechter-commissaris, verzocht om te toetsen of aan de voorwaarden van de initiële machtiging is voldaan en ermee in te stemmen dat de verkregen informatie naar de geconstateerde strafbare feiten en de daaraan gerelateerde Encrochatgebruikers/personen te verstrekken aan onderzoek 26Hesperia ten behoeve van het onderzoek naar deze feiten en de betrokken gebruikers/personen. Door de rechter-commissaris is deze op 31 mei 2022 toestemming verleend om relevante data te mogen verstrekken van onderstaande gebruiker(s) aan onderzoek 26Hesperia.
Het hof is hierdoor van oordeel dat de stelling dat geen sprake was van een juridische grondslag voor het doorzoeken van de data uit het onderzoek 26Lemont feitelijk onjuist is. In het verlengde hiervan en nu sprake was van een juridische grondslag, is het hof van oordeel dat het de opsporingsautoriteiten eveneens vrij stond om na de eerste zoekslag in deze data, naar aanleiding van nieuwe onderzoeksresultataten, vervolgzoekslagen te maken. Het hof verwerpt daarom het verweer.
Het hof gebruikt niet voor het bewijs de resultaten van het onderzoek aan de onder verdachte in beslag genomen iPhone. Dit verweer behoeft daarom ook geen nadere bespreking.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van het witwassen (feit 1), eerste en derde gedachtestreepje
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-9
, van 5 juni 2020, p. 1-3:
Ik zag op mijn diensttelefoon een ANPR hit binnenkomen op het kenteken
[kenteken 2] . Ik zag dat het voertuig voorkwam voor ondermijning. Ik zag dat het voertuig hierna bij " [locatie 1] " het parkeerterrein opreed. Het is mij, verbalisant [verbalisant 1] ambtshalve bekend dat deze locatie een bekende plek is voor criminelen om spullen over te dragen dan wel met elkaar af te spreken. Ik zag dat de bestuurder bleef zitten en geen aanstalten maakte om gebruik te gaan maken van de ter plaatse aanwezige voorzieningen die geopend waren.
Vanaf mijn positie had ik goed zicht op het voertuig. Ik zag dat de inzittende voorover boog en handelingen verrichte aan de bijrijderskant bij de plek bedoeld voor de voeten van de bijrijder. Ik zag dat de inzittende van de Smart hier ongeveer 25 a 30 seconde bezig was. Hierna zag ik dat hij even bleef zitten waarna hij uitstapte, om de auto heen liep en aan de bijrijderskant van het voertuig het portier opende. Ik zag dat hij wederom handelingen aan het verrichten was bij het voetengedeelte en bij de onderzijde van de bijrijdersstoel. Ik zag ook dat hij voorover gebukt stond en zijn bovenlichaam in een hoek van 90 graden ten opzichte van zijn onderlichaam stond en dus horizontaal was. Ik zag dat hij hier ongeveer 20 a 25 seconden bezig was. Hierna zag ik dat hij iets vanaf de linkerzijde naar de rechterzijde bewoog en neerzette. Hierna zag ik dat hij de bijrijdersdeur weer sloot en naar de achterklep van het voertuig liep.
Het is mij, verbalisant [verbalisant 1] ambtshalve bekend dat de Smart Forfour een populaire auto is voor criminelen omdat dit voertuig eenvoudig uit te rusten is met een verborgen ruimte. De Smart Forfour is fabrieksmatig uitgerust met een loze ruimte onder de voorstoelen.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , kreeg het vermoeden dat de handelingen aan de bijrijderszijde welke ik hiervoor had waargenomen mogelijk handelingen waren om goederen uit zo'n verborgen ruimte te halen.
Op 5 juni 2020 omstreeks 16.29 uur hoorde ik portofonisch van collega [verbalisant 2] dat er een Renault Clio voorzien van kenteken [kenteken 3] het terrein op kwam rijden. Ik zag dat er een Noordafrikaanse uitziende man uitstapte en recht op de Smart Forfour af kwam lopen. Ik zag dat de man contact maakte met de inzittende van de Smart Forfour. Ik zag namelijk dat hij door de voorruit heen keek en een blik van contact gaf richting de inzittende van de Smart Forfour. Hierna zag ik dat hij naar de bijrijderszijde liep en de bijrijdersdeur opende. Ik zag dat hij voorover boog de Smart Forfour in. Ik zag dat zijn bovenlichaam voorover gebogen was en hij met zijn hoofd een beetje in de Smart Forfour hing. Na ongeveer 2 minuten ben ik, verbalisant [verbalisant 1] samen met collegas [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 4] opgereden.
De man die voorovergebogen stond gaf zich middels zijn rijbewijs op te zijn, genaamd
*** [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 2] 1981- te [geboorteplaats 2] ***
Ik, verbalisant [verbalisant 1] zag dat de bijrijdersdeur van de Smart Forfour compleet geopend was. Ik zag bij de plaats bedoelt voor de voeten van de bijrijder een tweetal groene doosjes staan. Ik zag op deze groene doosjes een plastic zak. Ik zag dat deze plastic zak doorschijnend was. Ik zag door het plastic heen stapels bankbiljetten zitten.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-12, van 5 juni 2020, p. 5-6:
Controle:
Ik zag dat de bestuurder mij een Nederlandse identiteitskaart overhandigde met daarop de volgende gegevens:
Naam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum 1] /1971
Ik zag dat mijn collega [verbalisant 1] de persoon welke aan de bijrijderszijde van de Smart stond controleerde Vervolgens hoorde ik van mijn collega [verbalisant 1] dat hij een tas met een grote hoeveelheid geld zag in de Smart aan de bijrijderskant.
Aanhouding [verdachte] :
Gezien bovenstaande bevindingen van mijn collega [verbalisant 1] heb ik [verdachte] op heterdaad aangehouden op verdenking van witwassen en heb ik hem de cautie medegedeeld.
Aantreffen verborgen ruimte in Smart [kenteken 2] :
Het is mij ambtshalve bekend dat er in het voertuig Smart Fourfor regelmatig
verborgen ruimtes worden aangebracht. Deze ruimtes worden gebruikt om goederen aan zicht te onttrekken.
Ik zag dat er bij de bevestiging van de passagiersstoel van de Smart op het chassis
afwijkingen waren. Ik zag namelijk dat er aan de achterzijde van de stoelrails een
scharnier zat. Het is mij bekend dat niet standaard is bij dit type voertuig. Tevens zag ik dat er aan de voorzijde van de stoelrails bij de bevestigingsbouten een extra stukje plaatstaal was gelast. Het is mij bekend dat dit niet standaard is.
Ik vroeg mijn collega of ze aan [verdachte] wilde vragen hoe de verborgen ruimte geopend moest worden. Ik hoorde van mijn collega [verbalisant 4] dat het antwoord van [verdachte] was: "De achterruit verwarming moet ingeschakeld zijn, daarmee wordt een afstandsbediening die in de auto ligt geactiveerd. Vervolgens moet je een magneet op de chassisbalk onder de bestuurdersstoel houden".
Hierop heb ik een magneet op de chassisbalk onder de bestuurdersstoel gehouden.
Vervolgens hoorde ik een klik. Toen ik vervolgens tegen de bijrijdersstoel drukte
voelde en zag ik dat de stoel achterover klapte. Vervolgens zag ik dat er een opening
in de bodem onder de bijrijdersstoel zichtbaar werd.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-9, van 5 juni 2020, p. 10-11:
Wij verbalisanten, [verbalisant 4] en [verbalisant 2] , waren belast met het tellen van het
aangetroffen geld bedrag, wat lag in het voertuig van verdachte [verdachte] .
In totaal hebben wij 2.900 coupures van 50 euro geteld. 2.900 coupures van vijftig euro = 145.000 euro.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47:
Aanleiding
Naar aanleiding van het aantreffen van een grote hoeveelheid geld bij de verdachte [verdachte] is er besloten de woning gelegen aan de [adres 2] te betreden ter inbeslagname. Gedurende de doorzoeking zijn de navolgende goederen inbeslaggenomen.
BQ Aquaris X2 gsm
Tijdens de doorzoeking van de woning werd in de keuken op de begane grond, in de lade links onderin van een ladekast, een BQ telefoon aangetroffen voorzien van
IMEI-nummers: [nummer 1] , [nummer 2]
4700 euro aan contanten
Tijdens de doorzoeking van de woning werd in de keuken op de begane grond, in het middelste keukenkastje boven de ladekast, een bundel geld aangetroffen van in totaal 4700 euro.
5.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, genummerd PL0900-202176148-60, van 6 juni 2020, p.153-155:
V: Wat deed u bij [locatie 1] ?
A: Ik had twee klokjes bij me. Die klokjes had ik al van huis uit bij me. Ik wilde de klokjes verkopen aan de persoon die bij mij stond. De overige personen ken ik niet.
V: Hoe kent u die persoon?
A: Die kwam ik toevallig tegen in [locatie 2] . Ik ken hem van vroeger, omdat ik voor lange tijd naar binnen ga vroeg ik of hij interesse had in een paar klokjes. Ik wilde de klokjes verkopen.
V: Hoe lang geleden heeft u hem voor de laatste keer gezien?
A: Echt een tijd geleden.
V: Heeft u zelf voorgesteld om de horloges te verkopen?
A: Ja.
V: Wie is die persoon?
A: Ik ken hem van vroeger, zo goed ken ik hen niet.
V: Had u toen al afgesproken
A: Ja
V: Heeft u een telefoonnummer van hem?
A: Nee. Het was puur toeval.
V: Hoe duur waren de horloges?
A: Ik denk beide rond de 25.000,- euro
V: Heeft u nog aankoopbewijzen?
A: Eentje ligt, denk ik in Afrika en de ander kan ik via de winkel regelen
V: Wanneer heeft u de persoon gezien?
A: Dinsdag of woensdag.
V: Hoe serieus was hij om de horloges te kopen?
A: Hij wou ze zien, that’s it.
V: Hebben jullie het over een verkoopprijs gehad?
A: Nee.
V: Wat voor prijs had u in gedachten?
A: Richting de 25.000,- euro per stuk
V: We hebben naast de horloges ook contant geld aangetroffen, klopt dat?
A: Ja dat. kan kloppen, rond de 5.000,- euro. Dit is de aanbetaling geweest voor de auto die te koop staat. De auto die voor mijn huis staat.
V: Wanneer heeft u
A: Gister
V: Waar?
A: Dat maakt niet uit. Ik ga niemand met mijn probleem belasten. Het is geld van de auto en dat is het verhaal.
V: Van wie heeft u dat geld ontvangen?
A: Die mensen hebben er niets mee van doen. Ik wil een toelichting geven over hetgeen wat er gevonden is. Het gaat om mij en ik wil niemand erbij betrekken. Die 145.000,- is voor de auto en ik wil er verder niets over verklaren.
V: Wanneer heeft u de aanbetaling van 5.000,- euro ontvangen?
A: Vorige week, een paar dagen terug. Ik heb gewoon contact gehad van degene die hem in- en uítvoert. Dat kunnen jullie ook gewoon checken. De Nederlandse platen moeten er af en dat zou hij doen.
V: Is er al een verkoopovereenkomst getekend?
A: Nee.
V: Is het niet raar dat mensen betalen voordat de auto geleverd is?
A: Nee. Mensen kennen mij, het gaat gewoon via de oude manier. Ik heb dit al vaker auto’s, motoren etc. verkocht.
6.
Het proces-verbaal bevindingen n.a.v. horen getuigen door RC, genummerd
LEFC920013-176, van 3 oktober 2022, p. 508-510:
Na het lezen van de stukken heb ik de verklaring van getuige [getuige] gelegd naast de processen-verbaal welke reeds door het onderzoeksteam geverbaliseerd zijn. Hieronder benoem de punten welke mij hierin zijn opgevallen naar aanleiding van de verklaring van getuige [getuige] :
De auto zou bezichtigd zijn tussen 03 en 05 juni 2020 en een aanbetaling zou gedaan zijn. Vervolgens zou getuige [getuige] tussen 03 en 07 juni 2020 een tweede maal verdachte [verdachte] bezocht hebben en het overige deel, €145.000 ongeveer, betaald hebben.
Verdachte [verdachte] is op 05 juni 2020 door de politie aangehouden met een contant geldbedrag van €145. 000 in zijn bezit. Hierover heeft hij verklaard dat dit afkomstig is van de verkoop van zijn auto, een Mercedes Benz Brabus. Hij verklaarde dat hij op 04 juni 2020 het restant van €145.000 ontvangen zou hebben. Ook verklaarde hij dat er
geen
koopovereenkomst
getekend zou zijn.
Getuige [getuige] verklaarde dat hij tussen 03 en 05 juni 2020 de aanbetaling gedaan zou hebben en dat hij tussen 03 en 07 juni 2020 het overige bedrag betaald zou hebben. In totaal gaat het om een geldbedrag van €150.000.
Het onderzoeksteam begrijpt niet dat getuige [getuige] niet weet op welke twee dagen hij naar Nederland gekomen is voor de betalingen. Een bedrag van €150. 000 is niet een bedrag dat hij dagelijks in contant zal afstaan. Ook het tijdsbestek tussen de aanbetaling van 03 juni 2020 en dan de rest van het geld, volgens de verklaring van [verdachte] op 04 juni 2020, is erg kort. Waarom is er dan niet in één keer betaald? Deze verklaring van getuige [getuige] roept juist bij het onderzoeksteam vragen op. Is er administratie aanwezig omtrent het opnemen van het contante geldbedrag? Is er administratie aanwezig met betrekking tot het eventueel invoeren van dit geldbedrag naar Nederland vanuit Georgië, aangezien men een bedrag boven de €10.000 moet aangeven?
Getuige [getuige] verklaarde dat er een (tijdelijk) wit kenteken op het voertuig gezet zou worden en hij dan zelf het voertuig mee kon nemen, kon uitvoeren.
In het verhoor van verdachte [verdachte] lees ik niets over het op tijdelijk kenteken zetten van het voertuig voor twee weken. Er is alleen verklaard dat hij iemand zou regelen om het voertuig uit te voeren, de Nederlandse platen van het voertuig te laten verwijderen. Niet dat getuige [getuige] zelf het voertuig zou meenemen.
Getuige [getuige] weet niet waar het voertuig op dit moment is.
Van de financieel juristen, welke ingehuurd zijn door verdachte [verdachte] , krijgen wij tot juli 2021 steeds te horen dat getuige [getuige] niets met ons te maken wilt hebben en niet met ons in contact wil komen. Hieruit maken wij op dat hij dus wel degelijk op de hoogte zou moeten zijn van de casus die speelt bij verdachte [verdachte] .
Ook heeft verdachte [verdachte] zelfverklaard dat getuige [getuige] in eerste instantie niets met de situatie van verdachte [verdachte] te maken wilde hebben, maar dan per augustus 2021 ineens toch wel bereid was informatie te delen met de politie.
7.
Het proces-verbaal bevindingen koop-, verkoopcontract Mercedes GLS63 AMG / Brabus, genummerd LEFC920013-214, van 19 februari 2025, p. 1537-1538:
Ten aanzien van de overeenkomst tot verkoop, levering en betaling van de overeengekomen koopsom, bestaan tegenstrijdigheden. [verdachte] heeft verklaard dat er geen koopovereenkomst opgesteld is, terwijl koper [getuige] aangeeft dat dit wel het geval is.
Als bewijs draagt [getuige] een Duits "Kaufvertrag" aan. Op de koopovereenkomst is niet aangekruist dat de verkoper de koopprijs heeft ontvangen. Dit terwijl [verdachte] stelt dat dit wel het geval is geweest. Wel is er op de koopovereenkomst onder "aanbetaling" een bedrag van €5.000,- opgenomen. Ik zag dat het aankruisvakje hier ook niet aangekruist was. Op de koopovereenkomst is ruimte voor de koper waarin hij aantekent wat hij ontvangen heeft. Dit gedeelte in de koopovereenkomst is niet ingevuld en/of ondertekend
De overeenkomst is ondertekend op 05 juni 2020. De handtekening bij de verkopende partij zou afkomstig moeten zijn van mevrouw [naam] . De geplaatste handtekening en de aanname van het vermeende geld, in combinatie met de verklaring van [verdachte] waarin hij stelt dat er geen overeenkomst is opgesteld zijn tegenstrijdig.
Resumé
De koopovereenkomst sluit niet aan bij de wettelijke bepalingen omtrent koop. Evenmin is er geen grondslag op papier (de overeenkomst) waaruit blijkt dat er een contante betaling heeft plaatsgevonden. Daarnaast verklaren partijen tegenstrijdig en/of onvolledig over de wijze waarop de koop/verkoop zou geschiedden.
8.
Het proces-verbaal bevindingen geëxporteerde voertuigen [getuige] , genummerd LEFC920013-226, van 8 augustus 2025, p. 1642:
Ik zag in het kentekenregister van het RDW dat alle door [getuige] geëxporteerde voertuigen zware bedrijfsvoertuigen betroffen Ik zag dat de twee (2) jongste objecten ( [kenteken 4] & [kenteken 5] ) zeven (7) jaar oud waren ten tijde van export. De overige objecten (vier trekkers) waren respectievelijk negen (9), elf (11), elf (11) en negentien (19) jaar oud. De twee opleggers waren beiden tweeëntwintig (22) jaar oud.
Alle door [getuige] geëxporteerde voertuigen betroffen zware bedrijfsvoertuigen. Voor de export van in totaal acht (8) objecten heeft [getuige] gebruik gemaakt van vier (4) verschillende legititmatiebewijzen. [getuige] heeft daarbij vier (4) verschillende adressen gebruikt in zowel Polen, Bulgarije en Georgië. De gebruikte adressen zijn niet gekoppeld aan het door [getuige] gebruikte legitimatiebewijs.
9.
Het proces-verbaal nadere analyse procesdossier, genummerd LEFC920013-230, van 15 augustus 2025, p. 1657-1658:
Belastingvoordeel verkoop Mercedes Benz Brabus
De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij €36.000,- (zesendertigduizend euro) terug zou krijgen van [verdachte] . Dit bedrag zou belasting op de auto betreffen.
Het is nog onwaarschijnlijker dat [getuige] een koopsom betaald inclusief BPM (belasting zoals hijzelf verklaard heeft) waarbij hij in afwachting is van terugbetaling van de belasting door de verkoper ( [verdachte] in deze). Feitelijk betaalt [getuige] BPM in de koopsom die hij vervolgens weer terug wil ontvangen.
Aanhouding 05 juni 2020
[verdachte] heeft verklaard dat hij twee (2) horloges wilde verkopen aan een bekende van hem. Met de voorgenomen verkoop van de horloges als reden voor de aanwezigheid van [verdachte] op de parking alwaar hij aangehouden is, is het opmerkelijk dat [verdachte] het contante geld in het zicht had liggen in de auto. Het contante geld zou met de verklaring van [verdachte] geen rol van betekenis hebben. Immers biedt hij wat te koop aan.
Uit de onderzochte chatgesprekken is vastgesteld dat er een probleem ontstaan was ten aanzien van een transport van verdovende middelen die onderweg was vanuit Spanje naar Nederland. De vrachtwagen waarin de verdovende middelen geladen waren, zou in Frankrijk onderschept zijn door de autoriteiten. Uit de chatgesprekken is gebleken dat de initiator van dit transport de zoon van [verdachte] was ( [Zoon verdachte] ). Uit de chatgesprekken is voorts gebleken dat de zoon van [verdachte] verantwoordelijk werd gehouden voor de waarde van de (inmiddels) missende partij. Verder is uit de chatgesprekken gebleken dat [verdachte] deelgenoot gemaakt is van de ontstane problemen ten aanzien van het transport van de verdovende middelen en dat hij aangaf op zoek te zijn naar een oplossing. De te bieden oplossing zat in een geldelijke afdoening van de ontstane schade aldus de chatberichten.
Vermoedelijk zouden het aangetroffen geld en de twee (2) horloges gebruikt worden voor het inlossen van de ontstane schuld conform hetgeen uit de chatgesprekken blijkt. Dit vermoeden wordt versterkt door de volgende feiten en omstandigheden:
- Locatie van treffen is anonieme locatie;
- Transactie werd vanuit auto gearrangeerd;
- Betrokken partijen beschikten beiden over cryptotelefoons;
- De chatgesprekken verliepen allen over de cryptotelefoons;
- De chatgesprekken sluiten in tijdlijn aan op de feitelijke omstandigheden waaronder [verdachte] is aangehouden;
- In de auto van [verdachte] werd een verborgen ruimte aangetroffen waar het geld niet in verstopt was, terwijl [verdachte] verklaard heeft de verborgen ruimte te hebben voor zijn veiligheid.
- Verkopen van twee dure horloges op een parking ongebruikelijk is;
- De horloges zonder papieren zijn aangetroffen;
- Bij de "kopende partij" geen geld voor aanschaf van twee Rolexen is aangetroffen
10.
Het proces-verbaal m.b.t. bevindingen die hebben geleid tot toestemming van de RC om data te mogen delen, genummerd LERDB20001 – 8148, van 8 juni 2022, p. 537:
In onderzoek 26Hesperia is een mobiele telefoon van het merk BQ en model Aquaris X in beslag genomen bij een doorzoeking die plaatsvond op 5 juni 2020. De IMEI nummers gekoppeld aan deze mobiele telefoons zijn:
- [nummer 1]
Uit een controle in de politiesystemen blijkt dat IMEI nummer [nummer 1] gekoppeld is aan Encrochat account [naam] en voorkomt op de Encrochat gebruikerslijst. Naar aanleiding daarvan is het account " [naam] " nader geanalyseerd op basis van vastgelegde zoeksleutels cq woordenlijsten.
Die analyse heeft in de categorie
• Cocaïne
• Finec
een hit met (onder meer) de volgende woorden opgeleverd:
Cocaïne: blok, groen, equa, colo, gepakt, loods
Finec: Wissel, geld, betaald, storting, winst, papieren
11.
Het proces-verbaal bevindingen encrochats / Lemont data, genummerd LEFC920013-213, van 27 mei 2020, p. 1510-1513:
Samenvatting identificerende gegevens
Ik zag in de chatgesprekken dat er diverse berichten waren die ik in relatie kan brengen met [verdachte] . Het betreffen de volgende opmerkingen (letterlijke tekst):
- 7 jaar en 4 maand moet ik;
- ma krijg miss wat uitstel vandaar;
- Ivm vrouw;
- vrouw zwangerdit dat;
- EchtJonge sorry ben slechte pa;
- Pa je doe laks g;
- Naja ik zou graag men dochtertje opvoeden;
- Opa kan ons okk niet helpen?,;
- Nou ga opa nie tegem de muurzette;
Het is verbalisant bekend dat [verdachte] een straf opgelegd gekregen heeft vanuit Spanje voor de duur van 7 jaar en 4 maanden. Verder is verbalisant bekend met het feit dat [verdachte] zijn vrouw ziek is en hij om die reden uitstel wenst. In het dossier zit tevens informatie die wijst op een zwangerschap van de vrouw/vriendin van de zoon van [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] in zijn proces-verbaal van verhoor refereert aan een bezoek aan zijn vader (opa), vlak voordat hij aangehouden is. De combinatie van berichten en/of verwijzingen in de berichten, in aanvulling op dat wat in voormelde processen-verbaal is vastgelegd, hebben met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid betrekking op [verdachte] en diens zoon.
Inhoudelijke gesprekken chats
Ik zag dat de chatgesprekken betrekking hebben op een periode van 19 maart 2020 tot en met 12 juni 2020. Ik zag dat de gesprekken tussen " [naam] " en " [naam] ", respectievelijk zoon [verdachte] en [verdachte] , betrekking hadden op transport c.q. de inrichting van vervoer.
Ik zag dat vanaf 27 mei 2020 " [naam] " een probleem aankaartte bij " [naam] ". Ik las dat er problemen ontstaan waren ten aanzien van een transport van Spanje naar Nederland. Ik zag dat " [naam] " onder andere het volgende (in letterlijke bewoording) schreef:
- Ma hy heb gelaaie en hun hebben t eruit gehaald;
- Als ik t niet op los schieten ze me kapot;
- Ik ben tp man ik ben verantwoordelijk klaar.
Ik zag dat " [naam] " in reactie op de berichten van " [naam] " onder andere het volgende schreef:
- Gewoon iedereen pijn doen dan komt t boven;
- Heb boz al verteld dat r oorlog komt echt;
- Wat ga Je nu doen ben ook ff in de warmee alles gdvd
Ik zag dat het vervolg van de berichten meer inhoud gaf aan de problemen die ontstaan waren. " [naam] " merkt op dat hij verantwoordelijk is als "het" gestolen is. Het is verbalisant duidelijk dat met "het" de lading bedoeld werd. Ik zag in opvolgende gesprekken de volgende teksten van zowel " [naam] " als van " [naam] " naar elkaar gestuurd werden:
- En als t gestolen is en komt niet terig ben ik verantwoordelijk,
- Ennheb niks;
- Ja ma hoe moete da ooit betalen g;
- Tis 120kg x 2400 zowiets,
- Dan praatje over 6/7 ton.
Ik zag dat er aansluitend meerdere gesprekken gevoerd werden. Ik zag dat een gesprek van 31 mei 2020, afkomstig van " [naam] ", gericht aan " [naam] " een samenvatting gaf van de ontstane problemen. Ik zag dat " [naam] " schreef dat de tekst afkomstig was van een persoon " [naam] ". De letterlijke inhoud was:
3 fransen advocaten gesproken in de afgelopen dagen allemaal het zelfde onmogelijk !! Wordt aub wakker jij bent geen dief daar probeer ik al iedereen van te overtuigen en me neefje neemt t voor jou op dat heb je nu meerdere malen gezien !! Maar er is een lek in jou groep ! Spullen zijn of in spanje gebleven of in nl gelost door [naam] maar niet in beslag genomen niks is door [naam] in beslag genomen afgelopen week 100 procent !! Zonder borg zoals afgesproken geen afspraak in nl eerst Wilt iedereen blijk van goeie wil/ zien dat jij en je pa dit willen oplossen zoals afgesproken borg uiterlijk morgen alle afspraken tot nu toe worden niet nagekomen stop daarmee ! Dat is niet de Juiste manier nu
1. Werker spanje niet op komen dagen zoals afgesproken nu al 4 dagen voorbij
2. Ontbreken bewijs en kloppent dossiernummer 3. Borg zoals me neefje al met hun heeft besproken uiterlijk morgen ff rust in de tent ! me neefje zorgt daarna voor een afspraak met die mensen in nl kan Je pa met hun aan tafel zitten
Ik zag dat de opsteller van het bericht hintte op een oplossing van het probleem waarbij de ontvanger ( [naam] ) en zijn pa ( [naam] ) een rol speelden.
Ik zag dat de gesprekken op 01 juni 2020 een ogenschijnlijk dreigendere situatie omschreef. " [naam] " schreef:
- Die gasten staan hier;
- Moet betaald wordenb;
- Ik mag niet meerweg en hij ook niet.
In reactie op de berichten zag ik dat " [naam] " naar een oplossing aan het zoeken was. Hij schreef onder andere het volgende:
- Ik ga kijkr je hoort me;
- Morgen voor 12 hebbe ze t by wissel;
- We lossen top ma van dat gedrei hou ik ni;
- 120 marge voor 12;
- Marge voor 12 hebbr ze geld;
- Plek en tyd hoor je.
Ik zag dat op 01 juni 2020 " [naam] " aan " [naam] " schreef dat hij geld geregeld had. Hij schreef letterlijk:
- Heb morge vroeg die 120
Ik zag in de gesprekken dat het geld via een "wisselaar" in handen zou komen van " [naam] ". De volgende gesprekken geven dit weer:
- Adres wisselaar is [locatie 3] heb ik van neef begrepen;
- Net als altijs,
- Naja als je daar 12 ben zie je ze gewoon, code fanta;
- Ik ga nu men wissel van hier mailen dan vraag ik m mail nl,
- Ga zo op pad;
- Ma je moet echt kijke wat te leene;
- Wisselaar spanje die ik ken antwoord niet;
- Wisselaar kan alleen eerder [locatie 4] 10:00;
- Half 11;
- Dan haal ik t;
- Ry nu na zuiden,
- Geld halen dan [locatie 4] .
Ik zag in de gesprekken van 02 juni 2020 dat de situatie voor zowel " [naam] " en " [naam] " geen zekerheid bood De volgende gesprekken duidden dit:
- Zien t wel;
- Ben beetje op t moment da t me allemaal geem kankermeer uitmaak;
- Niks werkd gewoon;
- Dan dit dan dat;
- Nee mij ook ni g.
Communicatie voor en na aanhouding [verdachte]
Ik zag dat de chatgesprekken tussen " [naam] " en " [naam] " tot en met 02 juni 2020 liepen. Ik zag dat er na de aanhouding van [verdachte] op 05 juni 2020 geen chatcontact meer tussen beiden was. Ik zag wel dat " [naam] " op 09 juni 2020 diverse berichten uitwisselde met andere onbekend gebleven gebruikers. Ik zag dat de inhoud van de berichten aansloten bij de feitelijkheden met betrekking tot de aanhouding van [verdachte] . Uit de verstuurde berichten kon wederom met een aan
zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden, dat " [naam] " en " [naam] " zoon [verdachte] en [verdachte] zijn. Ik zag de volgende berichten die dit duidden:
- Al schiet het weinig op, ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, die ouwe heb 14 dagen bij gekregen zit nu in een P. I;
12.
Het proces-verbaal Lemont data, genummerd LEFC920013-185, van 3 oktober 2022,
p. 546-551:
Onderstaande berichten hebben kennelijk betrekking op de aanhouding van [verdachte] en het in beslag genomen geld.
Datum / tijd
Verzender
Deelnemers chat
Bericht
Opmerkingen
09-06-
2020
08:23
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Had Je contact gegevens advo ?? Zodat advo [naam] vandaag contact kan nemen
09-06-2020 08:40
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Al schiet het weinig op, ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, die ouwe heb 14 dagen bij gekregen zit nu in een P.I
Kennelijk gaat dit over de andere drie verdachten die na
hun verhoren zijn
heengezonden. Er is geen overdracht van geld gezien en
daarom zijn ze heengezonden. Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-2020 08:40
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Heb m nog steeds niet gesprokeb
09-06-2020 10:02
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Vorige week maandag hebben we met die ouwe gezeten en er is duidelijk afgesproken dat binnen 2 weken betaald zou worden uiterlijk 15 juni zouden jullie alles oplossen om verdere ellende te voorkomen hij had zn neefje bij hem voor het geval Als hij vast zou komen te zitten ! die zou dan de persoon zijn die de rekening in nl zou oplossen zorg ervoor dat uiterlijk maandagavond alles geregeld is zoals afgesproken iedereen is hiervan op de hoogte die oude die mensen van de spullen en jij ook !!!
09-06-
2020
10:04
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Ja moet kijken hoe ik dit ga regelen, aangezien overal beslag op lid, maar ik zit er boven op
Kennelijk gaat dit over het geld dat in beslag is genomen
09-06-
2020
10:06
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ouwe zei duidelijk tegen me Als ik binnen kom
te zitten regelt me neefje en zoon alles met je! Maar me neefje zal in nl het gezicht zijn ik heb tot 2 Keer toe duidelijk aan die jongen gevraagd weet waar je aan begint dit is een grote
verantwoording !! Dit is geen kinderspel hij weet daarvan en zou alles kunnen regelen Al’s ouwe binnen zat
Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-
2020
10:06
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ouwe zit nu binnen hier was door hem duidelijk
rekening mee gehouden
Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-
2020
10:07
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Ja maar der is geen rekening gehouden met die beslag op alle rekeningen in beslagname van alle spullen en verlies van die 2 ton die die kwam brengen, vast zitten ga over die ouwe straf, dat begrijp je toch wel
Binnen het onderzoek is beslag gelegd op alle bankrekeningen van de verdachte [verdachte]
09-06-
2020
10:13
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Het kan mij ene kanker moer intereseren wie die kk spullen in duitsland hebben of hadden !! Spullen zijn nu precies morgen 2 weken geleden
bestolen !! Of jij hun naar hel stuurt of je ontvanger is niet mijn zorg !! Duidelijke afspraak met jou en ouwe en je neefje als garrant Als ouwe vast zit !! Uiterlijk maandag betaling !! Je moet blij zijn dat [naam] jou ouwe nog wou helpen met info over die kk dieven !! Dat is niet mijn
zorg en in welke hoek je zoekt of niet ook niet deze week is hoe Dan ook afsluiten jij en jou neefje in nl staan garrant zoals ouwe dat duidelijk zij je kan je neefje om be vesting vragen
09-06-
2020
10:15
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Waarom praat je zo, doe gewoon rustig, word zowiezo opgelost, maar je moet wel begrijpen wij zijn zojuist 2 ton verloren die in beslag is die naar jullie kwam en al de rest staat geblokt en in beslag
Kennelijk gaat dit over het in beslag genomen geld. Het geld was bestemd voor gebruiker “[naam]”
09-06-
2020
10:22
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ik heb spullen van zieke mensen aan jou in span gegeven !! Niet aan [naam] niet aan die ouwe ik heb alles eraan gedaan om rust met iedereen te houden en dat is mij gelukt doordat jou ouwe om max 2 weken tijd vroeg !! 1 week is nu voorbij nog 1 week te gaan ouwe heeft alles geregeld ook Als hij binnen kwam te zitten
Uit de bijlagen van het proces-verbaal van bevindingen (LEFC9200130110) blijkt dat de zoon van de verdachte [verdachte] , genaamd [Zoon verdachte] , in Spanje woont.
09-06-
2020
11:01
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Advocaat heet [naam] hij zit in [plaats 3]
[naam] uit [plaats 3] was de advocaat van verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] uit dit onderzoek.
09-06-
2020
11:41
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Wat is naam van Julie advo Dan geef ik dat door dat die contact neemt
09-06-
2020
11:41
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
[naam]
Verdachte [verdachte] is op 5 juni 2020 bijgestaan door de
advocaat [naam] en
op 6 juni 2020 door de advocaat [naam] . Beide advocaten werken bij [naam] advocaten uit
[plaats 4] .
12-06-2020 13:39
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Hoeveel cash word er maandag totaal bij wisselaar gestort ??
Uit meerdere berichten blijkt dat de gebruiker met de naam " [naam] " de zoon is van [naam] / verdachte [verdachte] . Hieronder een selectie van de chatgesprekken die relevant zijn hiervoor.
Van
Aan
Datum
Bericht
[naam]
[naam]
7-4-2020
En 2x verl van je pa
[naam]
[naam]
7-4-2020
Als niet van jou is van je pa misschiem
[naam]
[naam]
21-5-2020
Wie ben je ook al weer maat
[naam]
[naam]
21-5-2020
Ik zoon vam die kale
[naam]
[naam]
28-5-2020
Echt jonge sorry ben slechte pa
[naam]
[naam]
1-6-2020
Pa je doe laks g
Bewijsoverwegingen
Juridisch kader ten aanzien van het witwassen
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Toepassing in deze zaak ten aanzien van het witwassen
Specifiek gronddelict
Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de ten laste gelegde voorwerpen afkomstig zijn van een specifiek gronddelict. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Hoewel er Encrochat-berichten in het dossier zitten waarin wordt gesproken over drugs(handel), is dit onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte zelf handelde in drugs en de contante geldbedragen en overige voorwerpen uit dit specifieke gronddelict zijn verkregen. Van andere misdrijven waaruit de voorwerpen afkomstig kunnen is niet gebleken.
Dat neemt niet weg dat de feiten en omstandigheden van deze zaak van dien aard kunnen zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen
Vermoeden van witwassen
Bij de staandehouding treft de politie in de Smart van de verdachte een contant geldbedrag aan van € 145.000,--. Hierop volgt een huiszoeking bij de verdachte waarbij nog eens
€ 4.700,-- aan contant geld is aangetroffen. Het aantreffen van deze grote contante geldbedragen rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. Daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. Het vervoeren van een dergelijk groot contant geldbedrag is op zichzelf hoogst ongebruikelijk, vanwege de risico’s die daarbij komen kijken. Daarnaast is het geld aangetroffen in een Smart met verborgen ruimte en vond de staandehouding plaats na een ontmoeting op een voor de politie bekende criminele ontmoetingsplek. Voor het geldbedrag van € 4.700,-- geldt dat deze is aangetroffen in het huis van de verdachte na de staandehouding. In de keuken van het huis zijn daarnaast een vuurwapen, munitie, pepperspray en een jammer gevonden. De volgtijdelijkheid van het aantreffen van deze voorwerpen in combinatie met het eerder aantreffen van de € 145.000,-- maken dat sprake is van een witwasvermoeden.
Uit de loongegevens blijkt dat de verdachte tussen december 2018 en september 2021
€ 44.866,-- aan inkomen heeft genoten. Gelet op het grote contrast tussen enerzijds het legale inkomen en anderzijds het bezitten van de grote contante geldbedragen, kan zonder meer een vermoeden van witwassen ten aanzien van de contante geldbedragen worden gerechtvaardigd.
Onder deze omstandigheden kan van de verdachte worden gevergd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft, die het vermoeden dat sprake is van een criminele herkomst kan weerleggen.
Bij de fouillering van de verdachte is € 950,-- aangetroffen (ten laste gelegd onder het tweede gedachtestreepje). Een geldbedrag van deze grootte acht het hof op zichzelf niet zo vreemd dat daaruit een vermoeden van witwassen ontstaat. Dat dit bedrag op hetzelfde moment is aangetroffen met de contante € 145.000,-- maakt het oordeel van het hof niet anders. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het witwassen van het geldbedrag dat bij de fouillering is aangetroffen.
De verklaringen van de verdachte over de herkomst van de voorwerpen
De verdachte heeft verklaard dat hij in de week van de aanhouding zijn exclusieve Mercedes Brabus heeft verkocht. De auto stond geadverteerd op internet. De koper is de auto komen bezichtigen en heeft toen € 5.000,-- in contanten aanbetaald, waarna deze een paar dagen later het resterende bedrag van € 145.000,-- – ook weer in contanten – heeft betaald. Dit verklaart volgens de verdachte de aangetroffen geldbedragen. De verdachte heeft verklaard dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was en wilde niet vertellen van wie hij deze gelden had ontvangen. Pas ruim anderhalf jaar na zijn aanhouding is een naam van een koper doorgegeven, te weten [getuige] .
Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de verdachte het volgende verklaard. Hij heeft gedurende zijn leven vermogen opgebouwd. De verdachte heeft in België, Spanje en Zuid-Afrika gewoond. Voordat hij naar België vertrok, heeft hij in Nederland een huis met winst verkocht en een onkosten- en smartengeld vergoeding gekregen na een bedrijfsongeval. In België heeft de verdachte naar eigen zeggen opnieuw een huis met winst verkocht. Ook in Spanje heeft de verdachte vastgoed met winst verkocht. Daarnaast verhuurde hij appartementen. Na zijn vertrek uit Spanje heeft de verdachte zijn geld volledig geïnvesteerd in zijn bedrijven in Zuid-Afrika. Deze bedrijven deden in autoverkoop- en verhuur. Ook heeft hij een handel in [naam] motoren opgezet. Toen de partner van de verdachte in 2018 een hersenbloeding kreeg zijn ze weer naar Nederland vertrokken. Omdat het slecht mogelijk was het geld op de bankrekeningen van Zuid-Afrika naar Nederland te krijgen, heeft [naam] het geld via haar bankrekening naar Nederland willen halen en voor een deel overgeboekt naar de verdachte. De Nederlandse rekening is later opgezegd door de bank na een MOT-melding. Het geld van die rekening heeft hij contant opgenomen. Van het saldo op de bankrekeningen en het contante geld na het opzeggen van de rekening zijn de sloep en Mercedes Brabus gekocht, aldus steeds verdachte.
De vraag die het hof dient te beantwoorden, is of deze verklaringen concreet, verifieerbaar en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk zijn.
Onderscheid wat betreft de verklaringen van verdachte over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds
In de beoordeling van de verklaringen van verdachte zal het hof een onderscheid maken tussen de verklaringen die zien op de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds. Dit onderscheid komt er in de kern op neer dat over de eerstbedoelde geldbedragen meer informatie beschikbaar is dan over overige vermogensbestanddelen en leidt ertoe dat het hof kan vaststellen dat de verklaring van verdachte over de bedoelde contante geldbedragen hoogst onwaarschijnlijk is. Deze vaststelling kan het hof niet doen wat betreft de verklaring die verdachte geeft over de overige vermogensbestanddelen. Het onderscheid wordt hieronder nader uitgewerkt.
Ten aanzien van de aangetroffen contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,--
Over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- is verklaard dat deze afkomstig zijn van de verkoop van de Mercedes Brabus aan [getuige] . Deze verklaring is concreet en verifieerbaar, maar als gezegd naar het oordeel van het hof op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het hof dat de – zeker direct na zijn aanhouding afgelegde – verklaring van de verdachte onvoldoende spoort met en zelfs afwijkt van de verklaring van [getuige] en de bevindingen over [getuige] . Zo verklaarde de verdachte in eerste instantie dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was, terwijl [getuige] verklaart dat die er wel is en een kopie hiervan zelfs afgeeft bij zijn verhoor. Ook is [getuige] geen handelaar in luxe auto’s, maar handelt hij enkel in trekkers en opleggers van enige jaren oud. Verder is het hoogst onwaarschijnlijk dat [getuige] aan de verdachte BPM heeft betaald om deze vervolgens weer terug te krijgen. Het hof acht het bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die € 145.000,-- heeft betaald voor een auto, die auto vervolgens niet meteen meeneemt, maar afwacht of en wanneer de auto aan hem geleverd gaat worden. Daarbij is het ook hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die dermate veel geld heeft betaald voor een auto twee jaren buiten beeld blijft en zich niet meldt om die auto op te eisen.
In dit oordeel betrekt het hof ook de inhoud van de Encrochat-berichten in combinatie met de ontmoeting van verdachte met [medeverdachte 1] op 5 juni 2020. Op grond van de identificerende gegevens in die berichten stelt het hof vast dat de verdachte de gebruiker was van het account [naam] en dat zijn zoon gebruik maakte van het account [naam]. Uit de tussen deze twee accounts gewisselde berichten maakt het hof op dat de verdachte een afspraak had voor het inlossen van een drugsschuld.
De verdachte is met een bedrag van € 145.000,-- aan contanten en luxe horloges (naar eigen zeggen met een gezamenlijke waarde van ongeveer € 50.000,--) in een auto met een verborgen ruimte naar een afspraak gegaan op een parkeerterrein. Het geld en de horloges vertegenwoordigen samen een waarde van ongeveer € 200.000,-- . De verdachte verklaart dat hij daar enkel was om horloges te verkopen. Deze verklaring wordt weersproken door het feit dat de doosjes met de Rolex horloges zijn aangetroffen onder het tasje met contante geld. Uit de waarnemingen van de verbalisanten maakt het hof op dat de verdachte vlak voor zijn aanhouding goederen (het geld en/of de horloges) uit de verborgen ruimte van de auto heeft gehaald. Vlak voor het moment van aanhouding had [medeverdachte 1] met zijn hoofd in de auto gehangen en gekeken in de richting van de plek waar de horloges én het contante geld lagen. De verdachte heeft geen enkele aannemelijke verklaring gegeven waarom dit grote geldbedrag in het zicht lag voor [medeverdachte 1] terwijl zij bezig waren met de mogelijke verkoop van genoemde horloges. Dat het geld en de horloges op deze wijze in de auto lagen – nadat deze door de verdachte tevoorschijn zijn gehaald – en [medeverdachte 1] daarnaar keek past daarentegen juist wel bij de inhoud van de chatberichten waaruit valt af te leiden dat er een bedrag van rond de € 200.000,-- moest worden betaald aan [medeverdachte 1] en/of mensen om hem heen voor een drugsschuld.
Dat volgt namelijk ook uit de inhoud van de berichten van na de aanhouding van de verdachte. Zo schrijft de zoon van de verdachte aan de persoon ([naam]) bij wie een schuld moet worden ingelost: “[…], ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, […]” en “[…] word zowiezo opgelost, maar je moet wel begrijpen wij zijn zojuist 2 ton verloren die in beslag is die naar jullie kwam en al de rest staat geblokt en in beslag”. Uit het berichtenverkeer tussen de zoon van de verdachte en [naam] blijkt met voldoende zekerheid dat met ‘hun’ wordt gedoeld op onder andere [medeverdachte 1] . Dat volgt uit het feit dat wordt gesproken over een overdracht met de verdachte (ouwe), het inbeslaggenomen geld en de advocaat van [medeverdachte 1] in samenhang wordt genoemd met ‘hun’.
Alle voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien maken dat het hof kan vaststellen dat van een verkoop van de Mercedes Brabus geen sprake is geweest. De verklaring van de verdachte op dit punt over de herkomst van het geld is daarmee hoogst onwaarschijnlijk. Het hof zal de verdachte dan ook veroordelen voor het witwassen van de contante geldbedragen ter hoogte van € 4.700,-- en € 145.000,-- (ten laste gelegd onder het eerste en derde gedachtestreepje).
Wel is het hof van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte deze contante geldbedragen heeft witgewassen met een ander of anderen omdat van een bewuste en nauwe samenwerking niet is gebleken. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van het bestanddeel “medeplegen”.
Ten aanzien van de overige voorwerpen (vierde tot en met achtste gedachtestreepje)
Ten aanzien van de overige voorwerpen – ten laste gelegd onder het vierde tot en met achtste gedachtestreepje – overweegt het hof als volgt.
De verdachte heeft een uitgebreide verklaring afgelegd over zijn levensloop en ter onderbouwing daarvan de nodige stukken ingebracht. De verdachte verklaart welke woningen en welk perceel hij met winst heeft verkocht in het buitenland. Dit vermogen zou zijn geïnvesteerd in de Zuid-Afrikaanse bedrijven [naam] , [naam] en [naam] . Van de rekeningen van deze bedrijven leefde de verdachte. De tegoeden op de bankrekeningen in Nederland zijn afkomstig van verkopen van motoren vanuit zijn bedrijf in Zuid-Afrika. Van die bedragen zou hij de Mercedes Brabus en de boot hebben gekocht en in zijn levensonderhoud hebben voorzien. Zijn verklaring is (deels) onderbouwd met bankafschriften, facturen van verscheepte motoren en andere administratie. Deze verklaring is daarom concreet, verifieerbaar en komt het hof niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk voor.
Nader onderzoek naar de herkomst van de voorwerpen
Voor zover de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar deze verklaring. Net als de rechtbank, is het hof van oordeel dat het Openbaar Ministerie heeft nagelaten op essentiële punten onderzoek te verrichten.
Hoewel de door de verdachte genoemde prijsstijging van het onroerend goed uit België opvallend hoog is, kan niet worden uitgesloten dat dit onjuist is. Het Openbaar Ministerie had deze verklaring kunnen verifiëren door de kadastrale gegevens in België op te vragen, zoals de rechtbank in het vonnis had al opgemerkt. Dit geldt eveneens voor de aan- en verkoop van vastgoed in Spanje. Daar komt bij dat weliswaar onderzoek is gedaan naar het vermogen van de verdachte in Spanje door middel van een rechtshulpverzoek, maar het verzoek geen betrekking heeft gehad op de periode waarop de verdachte in Spanje woonde. Deze onderzoeksrichting heeft daarom niet tot relevante resultaten geleid.
Het Openbaar Ministerie heeft getracht nader onderzoek te verrichten naar de geldstromen van de verdachte in Zuid-Afrika. Op de rechtshulpverzoeken is geen antwoord gekomen vanuit de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Uit de bankafschriften volgt in ieder geval dat motoren zijn aan- en verkocht. Ook volgt uit het dossier dat er daadwerkelijk motoren zijn verscheept naar Europa en in Europa zijn geregistreerd. Daarmee is in ieder geval een legale bron van inkomsten gegeven. Het nadere onderzoek naar de motorhandel – en het feit dat er enkele onregelmatigheden in de overgelegde facturen zijn geconstateerd – maakt niet dat een legale herkomst van het vermogen met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten. Zo speelt [naam] een belangrijke rol in het dossier, omdat zij overboekingen van grote bedragen (€ 150.000,--, € 80.000,-- en € 25.000,--) heeft verricht naar de bankrekeningen van de verdachte (zonder nadere omschrijving). Naar die overschrijvingen had nader onderzoek verricht kunnen worden, net als de rol van [naam] bij het verplaatsen van het vermogen van Zuid-Afrika naar Nederland. Dit geldt eveneens voor de overboekingen die [Zoon verdachte] en [naam] hebben verricht (zonder nadere omschrijving). Dit onderzoek had ook vanuit Nederland verricht kunnen worden, mede ingegeven door het feit dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op het rechtshulpverzoek.
Nu nader onderzoek op deze punten is uitgebleven zal het hof de verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van de bancaire tegoeden, de Mercedes Brabus en de sloep.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben vuurwapen (feit 2)
Het onder 2 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een vuurwapen, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47 en 51-55;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-125;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 161-162.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben munitie (feit 3)
Het onder 3 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van munitie, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47, 51-52 en 54;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-126;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 161-163.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben jammer (feit 4)
Het onder 4 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een jammer, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47, 51 en 56;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-125.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben pepperspray (feit 5)
Het onder 5 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van pepperspray, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47 en 51-53;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-126;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 162.
De bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primairhij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 5 juni 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en), te weten
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, althans enig geldbedragen/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening)(einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79), en/of
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120),
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - ónmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;2.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, onder 1, te weten een vuurwapen/pistool, van het merk Venus Automatic, kaliber 6.35 zijnde een vuurwapen voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5 ( vijf) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber 6.35 en/of
- 7 ( zeven) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .45
voorhanden heeft gehad;
4.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c, werd gepleegd;
5.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Strafbaarheid van verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor alle tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en een geldboete ter hoogte van € 50.000,--. Bij deze strafeis is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De advocaat-generaal heeft de oplegging van een geldboete gevorderd, omdat bedragen na het vonnis zijn teruggegeven aan de verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen dan de periode die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij is van belang dat de zaak lang duurt en de redelijke termijn in beide instanties is overschreden. Verder is de persoonlijke situatie van de verdachte en zijn partner van belang. De gezondheidssituatie van zijn partner is erg zorgelijk en hij zorgt voor haar. Een taakstraf is daarom ook niet wenselijk, aldus de raadsman.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van bijna € 150.000,--. Witwassen is in zijn algemeenheid een strafbaar feit dat een ernstige bedreiging vormt voor de legale economie. Het heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel economisch verkeer en op de openbare orde. Bovendien heeft witwassen tot gevolg dat criminele activiteiten financieel lonen.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, jammer en pepperspray. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich mee voor de veiligheid van personen en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
De enorme hoeveelheid aangetroffen geld en het in de woning van verdachte aangetroffen vuurwapen vormen een aanwijzing dat verdachte niet terugdeinst voor criminaliteit. De berichten in de cryptotelefoon kleuren dan ook de context waarbinnen deze zaak speelt. Zo stuurt de verdachte met zijn cryptotelefoon aan zijn zoon onder andere het bericht ‘Heb je pistool daar ?? Eventueel’. Hieruit blijkt dat de verdachte zich onvoldoende beseft hoe ernstig het bezit en gebruik van vuurwapens is. Dit rekent het hof de verdachte aan.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van 9 maart 2026. Daaruit maakt het hof op dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. In het bijzonder springt in het oog dat de verdachte in 1999 en in 2015 is veroordeeld voor (vuur)wapen-gerelateerde feiten. Dat de verdachte zich nu opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere WWM-feiten werkt strafverzwarend.
Het zwaartepunt in deze zaak ligt naar het oordeel van het hof bij het witwassen en voorhanden hebben van het vuurwapen. Het hof neemt als vertrekpunt de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken met betrekking tot deze feiten. De verdachte wordt in deze zaak veroordeeld voor witwassen en het hof relateert deze feiten aan de LOVS-oriëntatiepunten voor de categorie fraudedelicten. De oriëntatiepunten voor deze feiten zijn als volgt:
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen tot twaalf maanden voor het witwassen bij een benadelingsbedrag van € 125.000,-- tot € 250.000,-- ;
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voor het voorhanden hebben van een (hand)vuurwapen van categorie III onder 1 van de WWM in een woning.
In beginsel acht het hof, gelet op het benadelingsbedrag € 149.700,--, de oriëntatiepunten en de recidive op het gebied van WWM-feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden passend.
Het hof heeft er kennis van genomen dat de verdachte op dit moment voor zijn partner zorgt, hij een zorgopleiding heeft gevolgd en tijdens zijn detentie verschillende opleidingen heeft gedaan. Deze omstandigheden zijn meegewogen en afgewogen tegen de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het gegeven dat de feiten zijn gepleegd nadat zijn partner een hersenbloeding heeft gekregen. In de wetenschap dat zijn partner hulpbehoevend is, heeft de verdachte zelf de keuze gemaakt om het risico te lopen dat hij tegen de lamp zou lopen en straf zou moeten ondergaan. Ondanks dat het hof begrip heeft voor de situatie van de verdachte zijn deze persoonlijke omstandigheden niet van voldoende gewicht om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Wel zal de op te leggen straf worden gematigd, vanwege de lange looptijd van deze strafzaak en de overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte is op 5 juni 2020 aangehouden en in verzekering gesteld. De gehele procedure heeft zo’n vijf jaar en tien maanden geduurd, waarbij zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden. Deze overschrijding is deels te verklaren door de rechtshulpverzoeken die zijn uitgegaan naar verschillende landen, maar waarop niet (altijd) is gereageerd. Deze omstandigheid mag niet voor rekening van de verdachte komen. Het hof zal daarom de op te leggen gevangenisstraf matigen. Daarbij speelt ook mee dat beslag is gelegd op de bankrekeningen van de verdachte, terwijl hij voor het witwassen van de banktegoeden zal worden vrijgesproken. Via klaagschriftprocedures heeft de verdachte weliswaar weer toegang gekregen tot twee bankrekeningen, maar door de lange duur van deze strafzaak is hij in het bijzonder geraakt door het beslag. Dit maakt dat het hof een hogere matiging toepast dan het anders zou hebben gedaan.
Naast de op te leggen gevangenisstraf zal aan de verdachte een geldboete worden opgelegd. Een geldboete komt het hof passend voor gelet op het feit dat witwassen wordt gepleegd vanuit een financieel motief. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met de beslissing op het beslag, namelijk de verbeurdverklaring van de contante geldbedragen.
Alles afwegende acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden (met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht) en een geldboete ter hoogte van € 75.000,-- passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Het beslag
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de volgende goederen:
de cryptotelefoons van het merk BQ;
de (neppe) horloges van de merken Audemars en Richard Mille;
de auto van het merk Smart.
De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de volgende goederen:
de auto van het merk Mercedes;
de geldbedragen van € 4.700,--, € 950,--, en € 145.000,--;
de banksaldi op rekeningen bij ABN Amro (vreemde valutarekening eindigend op
[rekeningnummer 3] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] );
- de sloep, type Primeur 700 Tender.
Tot slot heeft de advocaat-generaal erop gewezen dat de banksaldi op de privérekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de rekening eindigend op [rekeningnummer 2] verbeurd kunnen worden verklaard ondanks de teruggave via de artikel 552a-procedure.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de teruggave verzocht van de inbeslaggenomen voorwerpen vanwege de bepleite vrijspraak.
Oordeel van het hof
Het hof zal teruggave aan de verdachte gelasten van de banksaldi, de Mercedes Brabus, de sloep en het contante geldbedrag ter hoogte van € 950,--, vanwege de partiële vrijspraken voor het witwassen wat betreft deze vermogensbestanddelen. Ook wordt de teruggave gelast aan de verdachte van alle inbeslaggenomen horloges, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Het hof merkt daarbij op dat wat betreft de nep horloges niet gesteld kan worden dat het voorhanden hebben hiervan een soortgelijk feit betreft als de feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld.
Nu het onder 1 primair bewezenverklaarde met betrekking tot de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven contante geldbedragen van € 4.700,-- en € 145.000,-- zijn begaan en deze goederen onder de verdachte zijn aangetroffen en naar het oordeel van het hof aan de verdachte toebehoren, zullen zij worden verbeurd verklaard. Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte.
Het hof onttrekt de cryptotelefoons van het merk BQ aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Dat blijkt alleen al uit de bewijsvoering waarin één van de cryptotelefoons terugkomt in relatie tot het bewezenverklaarde feit.
Daarnaast zal de Smart met de verborgen ruimte worden onttrokken aan het verkeer. Een verborgen ruimte kan maken dat het ongecontroleerde bezit van een auto in strijd komt met de wet of met het algemeen belang en dus vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, mits sprake is van een relatie tussen die verborgen ruimte en een begaan strafbaar feit. Daarvan is in dit geval sprake, zo volgt ook uit bewijsvoering. De verborgen ruimte in de Smart is namelijk gebruikt om het witwassen geld te verstoppen en vervoeren in aanloop naar de ontmoeting op de parkeerplaats met [medeverdachte 1] .
Het hof gelast tot slot de teruggave aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon, namelijk [naam] , van de creditcard op naam van [naam] .
De wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 350d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Geld (94 biljetten van 50 euro t.w.v. in totaal 4.700 euro) ( [beslag nummer] ) - Geld (2.900 coupures van 50 euro t.w.v. in totaal 145.000 euro) ( [beslag nummer] ).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Cryptotelefoon Bq Aquaris X2 32gb ( [beslag nummer] )
- Cryptotelefoon Bq ( [beslag nummer] )
- Personenauto Smart Forfour ( [beslag nummer] ).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )
- Horloge Audemars Piguet Royal Oak ( [beslag nummer] )
- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )
- Personenauto Mercedes-Benz Amg Gls 63 ( [beslag nummer] )
- Geldbedrag (biljetten t.w.v. in totaal € 950,00) ( [beslag nummer] )
- Banksaldi op rekeningen bij ABN Amro (vreemde valutarekening eindigend op [rekeningnummer 3] , de privé rekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] )
- Sloep Primeur 700 Tender ( [beslag nummer] )
- Horloge Rolex Oyster ( [beslag nummer] ) .
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Creditcard op naam van: [naam] ( [beslag nummer] ).
Aldus gewezen door
mr. O.O. van der Lee, voorzitter,
mr. D.R. Sonneveldt en mr. D. Stikkelbroeck, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 22 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wanneer wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd LEFC920013 (Onderzoek 26Hesperia), opgemaakt door de Landelijke Eenheid, Team Financieel Specialisme. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
ECLI:NL:HR:2026:650
Het hof verwijst naar de nummering van de processen-verbaal, omdat de doornummering van het dossier gebrekkig is.
Parketnummer: 21-005340-22
Uitspraak van 22 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 28 november 2022 met parketnummer 16-148792-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1971 in [geboorteplaats 1] ,
wonende te [adres 1] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 8 april 2026 en wat er op de zittingen bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 500,-- vanwege het voorhanden hebben van een jammer (feit 4) en pepperspray (feit 5). De verdachte is integraal vrijgesproken van witwassen (feit 1). Ook is hij vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen (feit 2) en munitie (feit 3), omdat die feiten verkeerd ten laste waren gelegd. De rechtbank heeft tot slot verschillende beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland, onder andere vanwege een gewijzigde tenlastelegging in hoger beroep. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
De tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland en in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan de verdachte is na deze wijzigingen ten laste gelegd dat:
1. primairHij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en), te weten
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening)(einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79), en/of
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120),
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - ónmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
1. subsidiairhij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en) te weten een of meer geldbedragen waaronder
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, en/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag ( bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening) (einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79),
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120)
heeft verworven en voorhanden, terwijl, hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
2.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, onder 1, te weten een vuurwapen/pistool, van het merk Venus Automatic, kaliber 6.35 zijnde een vuurwapen voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5 ( vijf) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber 6.35 en/of
- 7 ( zeven) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .45
voorhanden heeft gehad;
4.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c, werd gepleegd;
5.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.
Ten aanzien van feit 1, het witwassen, is volgens de advocaat-generaal niet aannemelijk geworden dat de contante gelden in de auto en woning, het opgebouwde vermogen in Spanje en zijn verdiensten uit Zuid-Afrika (en daarmee de gelden op de bankrekeningen, de Mercedes en de boot) afkomstig zijn uit legaal vermogen. Uit het nadere onderzoek van de politie blijkt dat er haken en ogen zitten aan de verklaringen van de verdachte en de vermeende koper [getuige] over de verkoop van de Mercedes. Dit geldt ook voor de vermogensopbouw van de verdachte in België, Spanje en Zuid-Afrika. Het ontbreken van onderbouwingen met feiten, resulteert erin dat het geld voor de financiering van onroerend goed en/of bedrijfsinrichtingen vermoedelijk afkomstig is uit (enig) misdrijf. Een concrete, verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de vermogensopbouw is door verdachte niet gegeven. Daarom kan het niet anders dan dat de voorwerpen een criminele
herkomst hebben, aldus de advocaat-generaal.
De overige feiten zijn door de verdachte bekend, zodat ook die bewezen kunnen worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde witwassen. De cryptodata en de informatie uit de in beslag genomen iPhone moeten worden uitgesloten van het bewijs. Mocht het hof niet overgaan tot bewijsuitsluiting, dan stelt de raadsman zich op het standpunt dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld en goederen. De herkomst van de contante bedrag van € 145.000,-- in de Smart en € 4.700,-- in het keukenkastje is verklaard door de verkoop van de Mercedes Brabus. Deze verklaring wordt onderbouwd door de verklaring van [getuige] en een advertentie op mobile.de. Voor de overige voorwerpen op de tenlastelegging geldt dat de verdachte een uitleg heeft gegeven over zijn levensloop en vermogensopbouw. Deze uitleg en de aangeleverde stukken bieden voldoende aanknopingspunten voor nader onderzoek in het buitenland door het Openbaar Ministerie. Dat is deels nagelaten. Daarom kan niet worden gezegd dat het niet anders kan dan dat de overige voorwerpen op de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig zijn.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten. Deze feiten zijn door de verdachte op de zitting in hoger beroep bekend.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte het onder 1 primair eerste en derde gedachtestreepje, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Voordat dat bewijs wordt uitgewerkt, zal eerst (waar nodig) worden gerespondeerd op de bewijsuitsluitingsverweren.
De raadsman heeft twee gronden aangevoerd waarom bewijs zou moeten worden uitgesloten. Allereerst zou de cryptodata onrechtmatig zijn verkregen, omdat sprake is van strijd met het recht én er geen legitieme reden was nader onderzoek te doen in de data uit het onderzoek 26Lemont. Deze data zijn alleen onderzocht ter toetsing van de verklaring van de getuige [getuige] . Daarnaast is het bewijs uit de onder verdachte in beslag genomen (privé) iPhone onrechtmatig verkregen in het licht van de [naam]-jurisprudentie, nu deze is uitgelezen in de fase van het hoger beroep.
De stelling dat de cryptodata in strijd met het recht zijn verkregen is niet nader onderbouwd en zal om deze reden worden gepasseerd.
Wel zal worden ingegaan op het verweer dat er geen legitieme reden zou zijn om nader onderzoek te doen naar de cryptodata.
Onder de verdachte zijn twee cryptotelefoons in beslag genomen. Het IMEI-nummer van één van deze telefoons is teruggevonden in de Encrochat-gebruikerslijst en kan worden gekoppeld aan de gebruikersnaam “ [naam] ”.
Uit het proces-verbaal m.b.t. bevindingen die hebben geleid tot toestemming van de RC om data te mogen delen (p. 536-537) blijkt dat er in het kader van het JIT-onderzoek 26Lemont naar Encrochat op voorhand voorwaarden zijn gesteld aan het delen van de informatie uit dit onderzoek:
Eén van de gestelde voorwaarden van de rechter-commissaris is dat de ontsleutelde informatie slechts kan worden gebruikt ter opsporing, indien daartoe een voorafgaande toetsing bij de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden. Op voorhand is door de rechter-commissaris toestemming verleend om met gebruik van een lijst met zoekwoorden onderzoek te doen aan de binnen het onderzoek 26Lemont beschikbaar gestelde informatie. Dit onderzoek richt zich op ernstige strafbare feiten, welke (naar hun aard) worden gepleegd in georganiseerd verband. De informatie die naar aanleiding van deze zoekwoorden naar voren komt, dient voorafgaand aan de verstrekking van die informatie aan een ander opsporingsonderzoek, ter toetsing te worden voorgelegd aan de rechter- commissaris.
Na de vaststelling dat er een Encrochat-account gekoppeld was aan een onder verdachte in beslag genomen cryptofoon heeft eerst een nadere analyse van het account plaatsgevonden aan de hand van de vooraf vastgestelde lijst met zoektermen. Deze zoekslag heeft hits opgeleverd met de woorden cocaïne (blok, groen, equa, colo, gepakt, loods) en finec (wissel, geld, betaald, storting, winst, papieren). Op basis van de berichten die naar voren zijn gekomen met deze analyse, is er een redelijk vermoeden ontstaan dat de Encrochat-gebruiker [naam] zich in georganiseerd verband bezig met witwassen en handel in verdovende middelen.
De officier van justitie heeft vervolgens op basis van die vaststelling een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om de verkregen gegevens te verstrekken aan het onderzoek 26Hesperia (het onderzoek naar de verdachte). Uit het dossier (p. 544) blijkt dat er toestemming is gegeven door de rechter-commissaris de data te verstrekken ten behoeve van de deze zaak:
Om een goed beeld te krijgen van het samenwerkingsverband en de daarin opererende personen is op 24 mei 2022, aan de rechter-commissaris, verzocht om te toetsen of aan de voorwaarden van de initiële machtiging is voldaan en ermee in te stemmen dat de verkregen informatie naar de geconstateerde strafbare feiten en de daaraan gerelateerde Encrochatgebruikers/personen te verstrekken aan onderzoek 26Hesperia ten behoeve van het onderzoek naar deze feiten en de betrokken gebruikers/personen. Door de rechter-commissaris is deze op 31 mei 2022 toestemming verleend om relevante data te mogen verstrekken van onderstaande gebruiker(s) aan onderzoek 26Hesperia.
Het hof is hierdoor van oordeel dat de stelling dat geen sprake was van een juridische grondslag voor het doorzoeken van de data uit het onderzoek 26Lemont feitelijk onjuist is. In het verlengde hiervan en nu sprake was van een juridische grondslag, is het hof van oordeel dat het de opsporingsautoriteiten eveneens vrij stond om na de eerste zoekslag in deze data, naar aanleiding van nieuwe onderzoeksresultataten, vervolgzoekslagen te maken. Het hof verwerpt daarom het verweer.
Het hof gebruikt niet voor het bewijs de resultaten van het onderzoek aan de onder verdachte in beslag genomen iPhone. Dit verweer behoeft daarom ook geen nadere bespreking.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van het witwassen (feit 1), eerste en derde gedachtestreepje
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-9
, van 5 juni 2020, p. 1-3:
Ik zag op mijn diensttelefoon een ANPR hit binnenkomen op het kenteken
[kenteken 2] . Ik zag dat het voertuig voorkwam voor ondermijning. Ik zag dat het voertuig hierna bij " [locatie 1] " het parkeerterrein opreed. Het is mij, verbalisant [verbalisant 1] ambtshalve bekend dat deze locatie een bekende plek is voor criminelen om spullen over te dragen dan wel met elkaar af te spreken. Ik zag dat de bestuurder bleef zitten en geen aanstalten maakte om gebruik te gaan maken van de ter plaatse aanwezige voorzieningen die geopend waren.
Vanaf mijn positie had ik goed zicht op het voertuig. Ik zag dat de inzittende voorover boog en handelingen verrichte aan de bijrijderskant bij de plek bedoeld voor de voeten van de bijrijder. Ik zag dat de inzittende van de Smart hier ongeveer 25 a 30 seconde bezig was. Hierna zag ik dat hij even bleef zitten waarna hij uitstapte, om de auto heen liep en aan de bijrijderskant van het voertuig het portier opende. Ik zag dat hij wederom handelingen aan het verrichten was bij het voetengedeelte en bij de onderzijde van de bijrijdersstoel. Ik zag ook dat hij voorover gebukt stond en zijn bovenlichaam in een hoek van 90 graden ten opzichte van zijn onderlichaam stond en dus horizontaal was. Ik zag dat hij hier ongeveer 20 a 25 seconden bezig was. Hierna zag ik dat hij iets vanaf de linkerzijde naar de rechterzijde bewoog en neerzette. Hierna zag ik dat hij de bijrijdersdeur weer sloot en naar de achterklep van het voertuig liep.
Het is mij, verbalisant [verbalisant 1] ambtshalve bekend dat de Smart Forfour een populaire auto is voor criminelen omdat dit voertuig eenvoudig uit te rusten is met een verborgen ruimte. De Smart Forfour is fabrieksmatig uitgerust met een loze ruimte onder de voorstoelen.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , kreeg het vermoeden dat de handelingen aan de bijrijderszijde welke ik hiervoor had waargenomen mogelijk handelingen waren om goederen uit zo'n verborgen ruimte te halen.
Op 5 juni 2020 omstreeks 16.29 uur hoorde ik portofonisch van collega [verbalisant 2] dat er een Renault Clio voorzien van kenteken [kenteken 3] het terrein op kwam rijden. Ik zag dat er een Noordafrikaanse uitziende man uitstapte en recht op de Smart Forfour af kwam lopen. Ik zag dat de man contact maakte met de inzittende van de Smart Forfour. Ik zag namelijk dat hij door de voorruit heen keek en een blik van contact gaf richting de inzittende van de Smart Forfour. Hierna zag ik dat hij naar de bijrijderszijde liep en de bijrijdersdeur opende. Ik zag dat hij voorover boog de Smart Forfour in. Ik zag dat zijn bovenlichaam voorover gebogen was en hij met zijn hoofd een beetje in de Smart Forfour hing. Na ongeveer 2 minuten ben ik, verbalisant [verbalisant 1] samen met collegas [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 4] opgereden.
De man die voorovergebogen stond gaf zich middels zijn rijbewijs op te zijn, genaamd
*** [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 2] 1981- te [geboorteplaats 2] ***
Ik, verbalisant [verbalisant 1] zag dat de bijrijdersdeur van de Smart Forfour compleet geopend was. Ik zag bij de plaats bedoelt voor de voeten van de bijrijder een tweetal groene doosjes staan. Ik zag op deze groene doosjes een plastic zak. Ik zag dat deze plastic zak doorschijnend was. Ik zag door het plastic heen stapels bankbiljetten zitten.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-12, van 5 juni 2020, p. 5-6:
Controle:
Ik zag dat de bestuurder mij een Nederlandse identiteitskaart overhandigde met daarop de volgende gegevens:
Naam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum 1] /1971
Ik zag dat mijn collega [verbalisant 1] de persoon welke aan de bijrijderszijde van de Smart stond controleerde Vervolgens hoorde ik van mijn collega [verbalisant 1] dat hij een tas met een grote hoeveelheid geld zag in de Smart aan de bijrijderskant.
Aanhouding [verdachte] :
Gezien bovenstaande bevindingen van mijn collega [verbalisant 1] heb ik [verdachte] op heterdaad aangehouden op verdenking van witwassen en heb ik hem de cautie medegedeeld.
Aantreffen verborgen ruimte in Smart [kenteken 2] :
Het is mij ambtshalve bekend dat er in het voertuig Smart Fourfor regelmatig
verborgen ruimtes worden aangebracht. Deze ruimtes worden gebruikt om goederen aan zicht te onttrekken.
Ik zag dat er bij de bevestiging van de passagiersstoel van de Smart op het chassis
afwijkingen waren. Ik zag namelijk dat er aan de achterzijde van de stoelrails een
scharnier zat. Het is mij bekend dat niet standaard is bij dit type voertuig. Tevens zag ik dat er aan de voorzijde van de stoelrails bij de bevestigingsbouten een extra stukje plaatstaal was gelast. Het is mij bekend dat dit niet standaard is.
Ik vroeg mijn collega of ze aan [verdachte] wilde vragen hoe de verborgen ruimte geopend moest worden. Ik hoorde van mijn collega [verbalisant 4] dat het antwoord van [verdachte] was: "De achterruit verwarming moet ingeschakeld zijn, daarmee wordt een afstandsbediening die in de auto ligt geactiveerd. Vervolgens moet je een magneet op de chassisbalk onder de bestuurdersstoel houden".
Hierop heb ik een magneet op de chassisbalk onder de bestuurdersstoel gehouden.
Vervolgens hoorde ik een klik. Toen ik vervolgens tegen de bijrijdersstoel drukte
voelde en zag ik dat de stoel achterover klapte. Vervolgens zag ik dat er een opening
in de bodem onder de bijrijdersstoel zichtbaar werd.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-9, van 5 juni 2020, p. 10-11:
Wij verbalisanten, [verbalisant 4] en [verbalisant 2] , waren belast met het tellen van het
aangetroffen geld bedrag, wat lag in het voertuig van verdachte [verdachte] .
In totaal hebben wij 2.900 coupures van 50 euro geteld. 2.900 coupures van vijftig euro = 145.000 euro.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47:
Aanleiding
Naar aanleiding van het aantreffen van een grote hoeveelheid geld bij de verdachte [verdachte] is er besloten de woning gelegen aan de [adres 2] te betreden ter inbeslagname. Gedurende de doorzoeking zijn de navolgende goederen inbeslaggenomen.
BQ Aquaris X2 gsm
Tijdens de doorzoeking van de woning werd in de keuken op de begane grond, in de lade links onderin van een ladekast, een BQ telefoon aangetroffen voorzien van
IMEI-nummers: [nummer 1] , [nummer 2]
4700 euro aan contanten
Tijdens de doorzoeking van de woning werd in de keuken op de begane grond, in het middelste keukenkastje boven de ladekast, een bundel geld aangetroffen van in totaal 4700 euro.
5.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, genummerd PL0900-202176148-60, van 6 juni 2020, p.153-155:
V: Wat deed u bij [locatie 1] ?
A: Ik had twee klokjes bij me. Die klokjes had ik al van huis uit bij me. Ik wilde de klokjes verkopen aan de persoon die bij mij stond. De overige personen ken ik niet.
V: Hoe kent u die persoon?
A: Die kwam ik toevallig tegen in [locatie 2] . Ik ken hem van vroeger, omdat ik voor lange tijd naar binnen ga vroeg ik of hij interesse had in een paar klokjes. Ik wilde de klokjes verkopen.
V: Hoe lang geleden heeft u hem voor de laatste keer gezien?
A: Echt een tijd geleden.
V: Heeft u zelf voorgesteld om de horloges te verkopen?
A: Ja.
V: Wie is die persoon?
A: Ik ken hem van vroeger, zo goed ken ik hen niet.
V: Had u toen al afgesproken
A: Ja
V: Heeft u een telefoonnummer van hem?
A: Nee. Het was puur toeval.
V: Hoe duur waren de horloges?
A: Ik denk beide rond de 25.000,- euro
V: Heeft u nog aankoopbewijzen?
A: Eentje ligt, denk ik in Afrika en de ander kan ik via de winkel regelen
V: Wanneer heeft u de persoon gezien?
A: Dinsdag of woensdag.
V: Hoe serieus was hij om de horloges te kopen?
A: Hij wou ze zien, that’s it.
V: Hebben jullie het over een verkoopprijs gehad?
A: Nee.
V: Wat voor prijs had u in gedachten?
A: Richting de 25.000,- euro per stuk
V: We hebben naast de horloges ook contant geld aangetroffen, klopt dat?
A: Ja dat. kan kloppen, rond de 5.000,- euro. Dit is de aanbetaling geweest voor de auto die te koop staat. De auto die voor mijn huis staat.
V: Wanneer heeft u
A: Gister
V: Waar?
A: Dat maakt niet uit. Ik ga niemand met mijn probleem belasten. Het is geld van de auto en dat is het verhaal.
V: Van wie heeft u dat geld ontvangen?
A: Die mensen hebben er niets mee van doen. Ik wil een toelichting geven over hetgeen wat er gevonden is. Het gaat om mij en ik wil niemand erbij betrekken. Die 145.000,- is voor de auto en ik wil er verder niets over verklaren.
V: Wanneer heeft u de aanbetaling van 5.000,- euro ontvangen?
A: Vorige week, een paar dagen terug. Ik heb gewoon contact gehad van degene die hem in- en uítvoert. Dat kunnen jullie ook gewoon checken. De Nederlandse platen moeten er af en dat zou hij doen.
V: Is er al een verkoopovereenkomst getekend?
A: Nee.
V: Is het niet raar dat mensen betalen voordat de auto geleverd is?
A: Nee. Mensen kennen mij, het gaat gewoon via de oude manier. Ik heb dit al vaker auto’s, motoren etc. verkocht.
6.
Het proces-verbaal bevindingen n.a.v. horen getuigen door RC, genummerd
LEFC920013-176, van 3 oktober 2022, p. 508-510:
Na het lezen van de stukken heb ik de verklaring van getuige [getuige] gelegd naast de processen-verbaal welke reeds door het onderzoeksteam geverbaliseerd zijn. Hieronder benoem de punten welke mij hierin zijn opgevallen naar aanleiding van de verklaring van getuige [getuige] :
De auto zou bezichtigd zijn tussen 03 en 05 juni 2020 en een aanbetaling zou gedaan zijn. Vervolgens zou getuige [getuige] tussen 03 en 07 juni 2020 een tweede maal verdachte [verdachte] bezocht hebben en het overige deel, €145.000 ongeveer, betaald hebben.
Verdachte [verdachte] is op 05 juni 2020 door de politie aangehouden met een contant geldbedrag van €145. 000 in zijn bezit. Hierover heeft hij verklaard dat dit afkomstig is van de verkoop van zijn auto, een Mercedes Benz Brabus. Hij verklaarde dat hij op 04 juni 2020 het restant van €145.000 ontvangen zou hebben. Ook verklaarde hij dat er
geen
koopovereenkomst
getekend zou zijn.
Getuige [getuige] verklaarde dat hij tussen 03 en 05 juni 2020 de aanbetaling gedaan zou hebben en dat hij tussen 03 en 07 juni 2020 het overige bedrag betaald zou hebben. In totaal gaat het om een geldbedrag van €150.000.
Het onderzoeksteam begrijpt niet dat getuige [getuige] niet weet op welke twee dagen hij naar Nederland gekomen is voor de betalingen. Een bedrag van €150. 000 is niet een bedrag dat hij dagelijks in contant zal afstaan. Ook het tijdsbestek tussen de aanbetaling van 03 juni 2020 en dan de rest van het geld, volgens de verklaring van [verdachte] op 04 juni 2020, is erg kort. Waarom is er dan niet in één keer betaald? Deze verklaring van getuige [getuige] roept juist bij het onderzoeksteam vragen op. Is er administratie aanwezig omtrent het opnemen van het contante geldbedrag? Is er administratie aanwezig met betrekking tot het eventueel invoeren van dit geldbedrag naar Nederland vanuit Georgië, aangezien men een bedrag boven de €10.000 moet aangeven?
Getuige [getuige] verklaarde dat er een (tijdelijk) wit kenteken op het voertuig gezet zou worden en hij dan zelf het voertuig mee kon nemen, kon uitvoeren.
In het verhoor van verdachte [verdachte] lees ik niets over het op tijdelijk kenteken zetten van het voertuig voor twee weken. Er is alleen verklaard dat hij iemand zou regelen om het voertuig uit te voeren, de Nederlandse platen van het voertuig te laten verwijderen. Niet dat getuige [getuige] zelf het voertuig zou meenemen.
Getuige [getuige] weet niet waar het voertuig op dit moment is.
Van de financieel juristen, welke ingehuurd zijn door verdachte [verdachte] , krijgen wij tot juli 2021 steeds te horen dat getuige [getuige] niets met ons te maken wilt hebben en niet met ons in contact wil komen. Hieruit maken wij op dat hij dus wel degelijk op de hoogte zou moeten zijn van de casus die speelt bij verdachte [verdachte] .
Ook heeft verdachte [verdachte] zelfverklaard dat getuige [getuige] in eerste instantie niets met de situatie van verdachte [verdachte] te maken wilde hebben, maar dan per augustus 2021 ineens toch wel bereid was informatie te delen met de politie.
7.
Het proces-verbaal bevindingen koop-, verkoopcontract Mercedes GLS63 AMG / Brabus, genummerd LEFC920013-214, van 19 februari 2025, p. 1537-1538:
Ten aanzien van de overeenkomst tot verkoop, levering en betaling van de overeengekomen koopsom, bestaan tegenstrijdigheden. [verdachte] heeft verklaard dat er geen koopovereenkomst opgesteld is, terwijl koper [getuige] aangeeft dat dit wel het geval is.
Als bewijs draagt [getuige] een Duits "Kaufvertrag" aan. Op de koopovereenkomst is niet aangekruist dat de verkoper de koopprijs heeft ontvangen. Dit terwijl [verdachte] stelt dat dit wel het geval is geweest. Wel is er op de koopovereenkomst onder "aanbetaling" een bedrag van €5.000,- opgenomen. Ik zag dat het aankruisvakje hier ook niet aangekruist was. Op de koopovereenkomst is ruimte voor de koper waarin hij aantekent wat hij ontvangen heeft. Dit gedeelte in de koopovereenkomst is niet ingevuld en/of ondertekend
De overeenkomst is ondertekend op 05 juni 2020. De handtekening bij de verkopende partij zou afkomstig moeten zijn van mevrouw [naam] . De geplaatste handtekening en de aanname van het vermeende geld, in combinatie met de verklaring van [verdachte] waarin hij stelt dat er geen overeenkomst is opgesteld zijn tegenstrijdig.
Resumé
De koopovereenkomst sluit niet aan bij de wettelijke bepalingen omtrent koop. Evenmin is er geen grondslag op papier (de overeenkomst) waaruit blijkt dat er een contante betaling heeft plaatsgevonden. Daarnaast verklaren partijen tegenstrijdig en/of onvolledig over de wijze waarop de koop/verkoop zou geschiedden.
8.
Het proces-verbaal bevindingen geëxporteerde voertuigen [getuige] , genummerd LEFC920013-226, van 8 augustus 2025, p. 1642:
Ik zag in het kentekenregister van het RDW dat alle door [getuige] geëxporteerde voertuigen zware bedrijfsvoertuigen betroffen Ik zag dat de twee (2) jongste objecten ( [kenteken 4] & [kenteken 5] ) zeven (7) jaar oud waren ten tijde van export. De overige objecten (vier trekkers) waren respectievelijk negen (9), elf (11), elf (11) en negentien (19) jaar oud. De twee opleggers waren beiden tweeëntwintig (22) jaar oud.
Alle door [getuige] geëxporteerde voertuigen betroffen zware bedrijfsvoertuigen. Voor de export van in totaal acht (8) objecten heeft [getuige] gebruik gemaakt van vier (4) verschillende legititmatiebewijzen. [getuige] heeft daarbij vier (4) verschillende adressen gebruikt in zowel Polen, Bulgarije en Georgië. De gebruikte adressen zijn niet gekoppeld aan het door [getuige] gebruikte legitimatiebewijs.
9.
Het proces-verbaal nadere analyse procesdossier, genummerd LEFC920013-230, van 15 augustus 2025, p. 1657-1658:
Belastingvoordeel verkoop Mercedes Benz Brabus
De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij €36.000,- (zesendertigduizend euro) terug zou krijgen van [verdachte] . Dit bedrag zou belasting op de auto betreffen.
Het is nog onwaarschijnlijker dat [getuige] een koopsom betaald inclusief BPM (belasting zoals hijzelf verklaard heeft) waarbij hij in afwachting is van terugbetaling van de belasting door de verkoper ( [verdachte] in deze). Feitelijk betaalt [getuige] BPM in de koopsom die hij vervolgens weer terug wil ontvangen.
Aanhouding 05 juni 2020
[verdachte] heeft verklaard dat hij twee (2) horloges wilde verkopen aan een bekende van hem. Met de voorgenomen verkoop van de horloges als reden voor de aanwezigheid van [verdachte] op de parking alwaar hij aangehouden is, is het opmerkelijk dat [verdachte] het contante geld in het zicht had liggen in de auto. Het contante geld zou met de verklaring van [verdachte] geen rol van betekenis hebben. Immers biedt hij wat te koop aan.
Uit de onderzochte chatgesprekken is vastgesteld dat er een probleem ontstaan was ten aanzien van een transport van verdovende middelen die onderweg was vanuit Spanje naar Nederland. De vrachtwagen waarin de verdovende middelen geladen waren, zou in Frankrijk onderschept zijn door de autoriteiten. Uit de chatgesprekken is gebleken dat de initiator van dit transport de zoon van [verdachte] was ( [Zoon verdachte] ). Uit de chatgesprekken is voorts gebleken dat de zoon van [verdachte] verantwoordelijk werd gehouden voor de waarde van de (inmiddels) missende partij. Verder is uit de chatgesprekken gebleken dat [verdachte] deelgenoot gemaakt is van de ontstane problemen ten aanzien van het transport van de verdovende middelen en dat hij aangaf op zoek te zijn naar een oplossing. De te bieden oplossing zat in een geldelijke afdoening van de ontstane schade aldus de chatberichten.
Vermoedelijk zouden het aangetroffen geld en de twee (2) horloges gebruikt worden voor het inlossen van de ontstane schuld conform hetgeen uit de chatgesprekken blijkt. Dit vermoeden wordt versterkt door de volgende feiten en omstandigheden:
- Locatie van treffen is anonieme locatie;
- Transactie werd vanuit auto gearrangeerd;
- Betrokken partijen beschikten beiden over cryptotelefoons;
- De chatgesprekken verliepen allen over de cryptotelefoons;
- De chatgesprekken sluiten in tijdlijn aan op de feitelijke omstandigheden waaronder [verdachte] is aangehouden;
- In de auto van [verdachte] werd een verborgen ruimte aangetroffen waar het geld niet in verstopt was, terwijl [verdachte] verklaard heeft de verborgen ruimte te hebben voor zijn veiligheid.
- Verkopen van twee dure horloges op een parking ongebruikelijk is;
- De horloges zonder papieren zijn aangetroffen;
- Bij de "kopende partij" geen geld voor aanschaf van twee Rolexen is aangetroffen
10.
Het proces-verbaal m.b.t. bevindingen die hebben geleid tot toestemming van de RC om data te mogen delen, genummerd LERDB20001 – 8148, van 8 juni 2022, p. 537:
In onderzoek 26Hesperia is een mobiele telefoon van het merk BQ en model Aquaris X in beslag genomen bij een doorzoeking die plaatsvond op 5 juni 2020. De IMEI nummers gekoppeld aan deze mobiele telefoons zijn:
- [nummer 1]
Uit een controle in de politiesystemen blijkt dat IMEI nummer [nummer 1] gekoppeld is aan Encrochat account [naam] en voorkomt op de Encrochat gebruikerslijst. Naar aanleiding daarvan is het account " [naam] " nader geanalyseerd op basis van vastgelegde zoeksleutels cq woordenlijsten.
Die analyse heeft in de categorie
• Cocaïne
• Finec
een hit met (onder meer) de volgende woorden opgeleverd:
Cocaïne: blok, groen, equa, colo, gepakt, loods
Finec: Wissel, geld, betaald, storting, winst, papieren
11.
Het proces-verbaal bevindingen encrochats / Lemont data, genummerd LEFC920013-213, van 27 mei 2020, p. 1510-1513:
Samenvatting identificerende gegevens
Ik zag in de chatgesprekken dat er diverse berichten waren die ik in relatie kan brengen met [verdachte] . Het betreffen de volgende opmerkingen (letterlijke tekst):
- 7 jaar en 4 maand moet ik;
- ma krijg miss wat uitstel vandaar;
- Ivm vrouw;
- vrouw zwangerdit dat;
- EchtJonge sorry ben slechte pa;
- Pa je doe laks g;
- Naja ik zou graag men dochtertje opvoeden;
- Opa kan ons okk niet helpen?,;
- Nou ga opa nie tegem de muurzette;
Het is verbalisant bekend dat [verdachte] een straf opgelegd gekregen heeft vanuit Spanje voor de duur van 7 jaar en 4 maanden. Verder is verbalisant bekend met het feit dat [verdachte] zijn vrouw ziek is en hij om die reden uitstel wenst. In het dossier zit tevens informatie die wijst op een zwangerschap van de vrouw/vriendin van de zoon van [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] in zijn proces-verbaal van verhoor refereert aan een bezoek aan zijn vader (opa), vlak voordat hij aangehouden is. De combinatie van berichten en/of verwijzingen in de berichten, in aanvulling op dat wat in voormelde processen-verbaal is vastgelegd, hebben met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid betrekking op [verdachte] en diens zoon.
Inhoudelijke gesprekken chats
Ik zag dat de chatgesprekken betrekking hebben op een periode van 19 maart 2020 tot en met 12 juni 2020. Ik zag dat de gesprekken tussen " [naam] " en " [naam] ", respectievelijk zoon [verdachte] en [verdachte] , betrekking hadden op transport c.q. de inrichting van vervoer.
Ik zag dat vanaf 27 mei 2020 " [naam] " een probleem aankaartte bij " [naam] ". Ik las dat er problemen ontstaan waren ten aanzien van een transport van Spanje naar Nederland. Ik zag dat " [naam] " onder andere het volgende (in letterlijke bewoording) schreef:
- Ma hy heb gelaaie en hun hebben t eruit gehaald;
- Als ik t niet op los schieten ze me kapot;
- Ik ben tp man ik ben verantwoordelijk klaar.
Ik zag dat " [naam] " in reactie op de berichten van " [naam] " onder andere het volgende schreef:
- Gewoon iedereen pijn doen dan komt t boven;
- Heb boz al verteld dat r oorlog komt echt;
- Wat ga Je nu doen ben ook ff in de warmee alles gdvd
Ik zag dat het vervolg van de berichten meer inhoud gaf aan de problemen die ontstaan waren. " [naam] " merkt op dat hij verantwoordelijk is als "het" gestolen is. Het is verbalisant duidelijk dat met "het" de lading bedoeld werd. Ik zag in opvolgende gesprekken de volgende teksten van zowel " [naam] " als van " [naam] " naar elkaar gestuurd werden:
- En als t gestolen is en komt niet terig ben ik verantwoordelijk,
- Ennheb niks;
- Ja ma hoe moete da ooit betalen g;
- Tis 120kg x 2400 zowiets,
- Dan praatje over 6/7 ton.
Ik zag dat er aansluitend meerdere gesprekken gevoerd werden. Ik zag dat een gesprek van 31 mei 2020, afkomstig van " [naam] ", gericht aan " [naam] " een samenvatting gaf van de ontstane problemen. Ik zag dat " [naam] " schreef dat de tekst afkomstig was van een persoon " [naam] ". De letterlijke inhoud was:
3 fransen advocaten gesproken in de afgelopen dagen allemaal het zelfde onmogelijk !! Wordt aub wakker jij bent geen dief daar probeer ik al iedereen van te overtuigen en me neefje neemt t voor jou op dat heb je nu meerdere malen gezien !! Maar er is een lek in jou groep ! Spullen zijn of in spanje gebleven of in nl gelost door [naam] maar niet in beslag genomen niks is door [naam] in beslag genomen afgelopen week 100 procent !! Zonder borg zoals afgesproken geen afspraak in nl eerst Wilt iedereen blijk van goeie wil/ zien dat jij en je pa dit willen oplossen zoals afgesproken borg uiterlijk morgen alle afspraken tot nu toe worden niet nagekomen stop daarmee ! Dat is niet de Juiste manier nu
1. Werker spanje niet op komen dagen zoals afgesproken nu al 4 dagen voorbij
2. Ontbreken bewijs en kloppent dossiernummer 3. Borg zoals me neefje al met hun heeft besproken uiterlijk morgen ff rust in de tent ! me neefje zorgt daarna voor een afspraak met die mensen in nl kan Je pa met hun aan tafel zitten
Ik zag dat de opsteller van het bericht hintte op een oplossing van het probleem waarbij de ontvanger ( [naam] ) en zijn pa ( [naam] ) een rol speelden.
Ik zag dat de gesprekken op 01 juni 2020 een ogenschijnlijk dreigendere situatie omschreef. " [naam] " schreef:
- Die gasten staan hier;
- Moet betaald wordenb;
- Ik mag niet meerweg en hij ook niet.
In reactie op de berichten zag ik dat " [naam] " naar een oplossing aan het zoeken was. Hij schreef onder andere het volgende:
- Ik ga kijkr je hoort me;
- Morgen voor 12 hebbe ze t by wissel;
- We lossen top ma van dat gedrei hou ik ni;
- 120 marge voor 12;
- Marge voor 12 hebbr ze geld;
- Plek en tyd hoor je.
Ik zag dat op 01 juni 2020 " [naam] " aan " [naam] " schreef dat hij geld geregeld had. Hij schreef letterlijk:
- Heb morge vroeg die 120
Ik zag in de gesprekken dat het geld via een "wisselaar" in handen zou komen van " [naam] ". De volgende gesprekken geven dit weer:
- Adres wisselaar is [locatie 3] heb ik van neef begrepen;
- Net als altijs,
- Naja als je daar 12 ben zie je ze gewoon, code fanta;
- Ik ga nu men wissel van hier mailen dan vraag ik m mail nl,
- Ga zo op pad;
- Ma je moet echt kijke wat te leene;
- Wisselaar spanje die ik ken antwoord niet;
- Wisselaar kan alleen eerder [locatie 4] 10:00;
- Half 11;
- Dan haal ik t;
- Ry nu na zuiden,
- Geld halen dan [locatie 4] .
Ik zag in de gesprekken van 02 juni 2020 dat de situatie voor zowel " [naam] " en " [naam] " geen zekerheid bood De volgende gesprekken duidden dit:
- Zien t wel;
- Ben beetje op t moment da t me allemaal geem kankermeer uitmaak;
- Niks werkd gewoon;
- Dan dit dan dat;
- Nee mij ook ni g.
Communicatie voor en na aanhouding [verdachte]
Ik zag dat de chatgesprekken tussen " [naam] " en " [naam] " tot en met 02 juni 2020 liepen. Ik zag dat er na de aanhouding van [verdachte] op 05 juni 2020 geen chatcontact meer tussen beiden was. Ik zag wel dat " [naam] " op 09 juni 2020 diverse berichten uitwisselde met andere onbekend gebleven gebruikers. Ik zag dat de inhoud van de berichten aansloten bij de feitelijkheden met betrekking tot de aanhouding van [verdachte] . Uit de verstuurde berichten kon wederom met een aan
zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden, dat " [naam] " en " [naam] " zoon [verdachte] en [verdachte] zijn. Ik zag de volgende berichten die dit duidden:
- Al schiet het weinig op, ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, die ouwe heb 14 dagen bij gekregen zit nu in een P. I;
12.
Het proces-verbaal Lemont data, genummerd LEFC920013-185, van 3 oktober 2022,
p. 546-551:
Onderstaande berichten hebben kennelijk betrekking op de aanhouding van [verdachte] en het in beslag genomen geld.
Datum / tijd
Verzender
Deelnemers chat
Bericht
Opmerkingen
09-06-
2020
08:23
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Had Je contact gegevens advo ?? Zodat advo [naam] vandaag contact kan nemen
09-06-2020 08:40
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Al schiet het weinig op, ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, die ouwe heb 14 dagen bij gekregen zit nu in een P.I
Kennelijk gaat dit over de andere drie verdachten die na
hun verhoren zijn
heengezonden. Er is geen overdracht van geld gezien en
daarom zijn ze heengezonden. Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-2020 08:40
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Heb m nog steeds niet gesprokeb
09-06-2020 10:02
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Vorige week maandag hebben we met die ouwe gezeten en er is duidelijk afgesproken dat binnen 2 weken betaald zou worden uiterlijk 15 juni zouden jullie alles oplossen om verdere ellende te voorkomen hij had zn neefje bij hem voor het geval Als hij vast zou komen te zitten ! die zou dan de persoon zijn die de rekening in nl zou oplossen zorg ervoor dat uiterlijk maandagavond alles geregeld is zoals afgesproken iedereen is hiervan op de hoogte die oude die mensen van de spullen en jij ook !!!
09-06-
2020
10:04
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Ja moet kijken hoe ik dit ga regelen, aangezien overal beslag op lid, maar ik zit er boven op
Kennelijk gaat dit over het geld dat in beslag is genomen
09-06-
2020
10:06
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ouwe zei duidelijk tegen me Als ik binnen kom
te zitten regelt me neefje en zoon alles met je! Maar me neefje zal in nl het gezicht zijn ik heb tot 2 Keer toe duidelijk aan die jongen gevraagd weet waar je aan begint dit is een grote
verantwoording !! Dit is geen kinderspel hij weet daarvan en zou alles kunnen regelen Al’s ouwe binnen zat
Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-
2020
10:06
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ouwe zit nu binnen hier was door hem duidelijk
rekening mee gehouden
Met de ouwe wordt kennelijk verdachte [verdachte] bedoeld.
09-06-
2020
10:07
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Ja maar der is geen rekening gehouden met die beslag op alle rekeningen in beslagname van alle spullen en verlies van die 2 ton die die kwam brengen, vast zitten ga over die ouwe straf, dat begrijp je toch wel
Binnen het onderzoek is beslag gelegd op alle bankrekeningen van de verdachte [verdachte]
09-06-
2020
10:13
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Het kan mij ene kanker moer intereseren wie die kk spullen in duitsland hebben of hadden !! Spullen zijn nu precies morgen 2 weken geleden
bestolen !! Of jij hun naar hel stuurt of je ontvanger is niet mijn zorg !! Duidelijke afspraak met jou en ouwe en je neefje als garrant Als ouwe vast zit !! Uiterlijk maandag betaling !! Je moet blij zijn dat [naam] jou ouwe nog wou helpen met info over die kk dieven !! Dat is niet mijn
zorg en in welke hoek je zoekt of niet ook niet deze week is hoe Dan ook afsluiten jij en jou neefje in nl staan garrant zoals ouwe dat duidelijk zij je kan je neefje om be vesting vragen
09-06-
2020
10:15
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
Waarom praat je zo, doe gewoon rustig, word zowiezo opgelost, maar je moet wel begrijpen wij zijn zojuist 2 ton verloren die in beslag is die naar jullie kwam en al de rest staat geblokt en in beslag
Kennelijk gaat dit over het in beslag genomen geld. Het geld was bestemd voor gebruiker “[naam]”
09-06-
2020
10:22
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Ik heb spullen van zieke mensen aan jou in span gegeven !! Niet aan [naam] niet aan die ouwe ik heb alles eraan gedaan om rust met iedereen te houden en dat is mij gelukt doordat jou ouwe om max 2 weken tijd vroeg !! 1 week is nu voorbij nog 1 week te gaan ouwe heeft alles geregeld ook Als hij binnen kwam te zitten
Uit de bijlagen van het proces-verbaal van bevindingen (LEFC9200130110) blijkt dat de zoon van de verdachte [verdachte] , genaamd [Zoon verdachte] , in Spanje woont.
09-06-
2020
11:01
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Advocaat heet [naam] hij zit in [plaats 3]
[naam] uit [plaats 3] was de advocaat van verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] uit dit onderzoek.
09-06-
2020
11:41
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Wat is naam van Julie advo Dan geef ik dat door dat die contact neemt
09-06-
2020
11:41
[e-mailadres 1]
[naam] , [naam]
[naam]
Verdachte [verdachte] is op 5 juni 2020 bijgestaan door de
advocaat [naam] en
op 6 juni 2020 door de advocaat [naam] . Beide advocaten werken bij [naam] advocaten uit
[plaats 4] .
12-06-2020 13:39
[e-mailadres 2]
[naam] , [naam]
Hoeveel cash word er maandag totaal bij wisselaar gestort ??
Uit meerdere berichten blijkt dat de gebruiker met de naam " [naam] " de zoon is van [naam] / verdachte [verdachte] . Hieronder een selectie van de chatgesprekken die relevant zijn hiervoor.
Van
Aan
Datum
Bericht
[naam]
[naam]
7-4-2020
En 2x verl van je pa
[naam]
[naam]
7-4-2020
Als niet van jou is van je pa misschiem
[naam]
[naam]
21-5-2020
Wie ben je ook al weer maat
[naam]
[naam]
21-5-2020
Ik zoon vam die kale
[naam]
[naam]
28-5-2020
Echt jonge sorry ben slechte pa
[naam]
[naam]
1-6-2020
Pa je doe laks g
Bewijsoverwegingen
Juridisch kader ten aanzien van het witwassen
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Toepassing in deze zaak ten aanzien van het witwassen
Specifiek gronddelict
Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de ten laste gelegde voorwerpen afkomstig zijn van een specifiek gronddelict. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Hoewel er Encrochat-berichten in het dossier zitten waarin wordt gesproken over drugs(handel), is dit onvoldoende om vast te stellen dat de verdachte zelf handelde in drugs en de contante geldbedragen en overige voorwerpen uit dit specifieke gronddelict zijn verkregen. Van andere misdrijven waaruit de voorwerpen afkomstig kunnen is niet gebleken.
Dat neemt niet weg dat de feiten en omstandigheden van deze zaak van dien aard kunnen zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen
Vermoeden van witwassen
Bij de staandehouding treft de politie in de Smart van de verdachte een contant geldbedrag aan van € 145.000,--. Hierop volgt een huiszoeking bij de verdachte waarbij nog eens
€ 4.700,-- aan contant geld is aangetroffen. Het aantreffen van deze grote contante geldbedragen rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. Daarbij zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. Het vervoeren van een dergelijk groot contant geldbedrag is op zichzelf hoogst ongebruikelijk, vanwege de risico’s die daarbij komen kijken. Daarnaast is het geld aangetroffen in een Smart met verborgen ruimte en vond de staandehouding plaats na een ontmoeting op een voor de politie bekende criminele ontmoetingsplek. Voor het geldbedrag van € 4.700,-- geldt dat deze is aangetroffen in het huis van de verdachte na de staandehouding. In de keuken van het huis zijn daarnaast een vuurwapen, munitie, pepperspray en een jammer gevonden. De volgtijdelijkheid van het aantreffen van deze voorwerpen in combinatie met het eerder aantreffen van de € 145.000,-- maken dat sprake is van een witwasvermoeden.
Uit de loongegevens blijkt dat de verdachte tussen december 2018 en september 2021
€ 44.866,-- aan inkomen heeft genoten. Gelet op het grote contrast tussen enerzijds het legale inkomen en anderzijds het bezitten van de grote contante geldbedragen, kan zonder meer een vermoeden van witwassen ten aanzien van de contante geldbedragen worden gerechtvaardigd.
Onder deze omstandigheden kan van de verdachte worden gevergd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft, die het vermoeden dat sprake is van een criminele herkomst kan weerleggen.
Bij de fouillering van de verdachte is € 950,-- aangetroffen (ten laste gelegd onder het tweede gedachtestreepje). Een geldbedrag van deze grootte acht het hof op zichzelf niet zo vreemd dat daaruit een vermoeden van witwassen ontstaat. Dat dit bedrag op hetzelfde moment is aangetroffen met de contante € 145.000,-- maakt het oordeel van het hof niet anders. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het witwassen van het geldbedrag dat bij de fouillering is aangetroffen.
De verklaringen van de verdachte over de herkomst van de voorwerpen
De verdachte heeft verklaard dat hij in de week van de aanhouding zijn exclusieve Mercedes Brabus heeft verkocht. De auto stond geadverteerd op internet. De koper is de auto komen bezichtigen en heeft toen € 5.000,-- in contanten aanbetaald, waarna deze een paar dagen later het resterende bedrag van € 145.000,-- – ook weer in contanten – heeft betaald. Dit verklaart volgens de verdachte de aangetroffen geldbedragen. De verdachte heeft verklaard dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was en wilde niet vertellen van wie hij deze gelden had ontvangen. Pas ruim anderhalf jaar na zijn aanhouding is een naam van een koper doorgegeven, te weten [getuige] .
Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de verdachte het volgende verklaard. Hij heeft gedurende zijn leven vermogen opgebouwd. De verdachte heeft in België, Spanje en Zuid-Afrika gewoond. Voordat hij naar België vertrok, heeft hij in Nederland een huis met winst verkocht en een onkosten- en smartengeld vergoeding gekregen na een bedrijfsongeval. In België heeft de verdachte naar eigen zeggen opnieuw een huis met winst verkocht. Ook in Spanje heeft de verdachte vastgoed met winst verkocht. Daarnaast verhuurde hij appartementen. Na zijn vertrek uit Spanje heeft de verdachte zijn geld volledig geïnvesteerd in zijn bedrijven in Zuid-Afrika. Deze bedrijven deden in autoverkoop- en verhuur. Ook heeft hij een handel in [naam] motoren opgezet. Toen de partner van de verdachte in 2018 een hersenbloeding kreeg zijn ze weer naar Nederland vertrokken. Omdat het slecht mogelijk was het geld op de bankrekeningen van Zuid-Afrika naar Nederland te krijgen, heeft [naam] het geld via haar bankrekening naar Nederland willen halen en voor een deel overgeboekt naar de verdachte. De Nederlandse rekening is later opgezegd door de bank na een MOT-melding. Het geld van die rekening heeft hij contant opgenomen. Van het saldo op de bankrekeningen en het contante geld na het opzeggen van de rekening zijn de sloep en Mercedes Brabus gekocht, aldus steeds verdachte.
De vraag die het hof dient te beantwoorden, is of deze verklaringen concreet, verifieerbaar en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk zijn.
Onderscheid wat betreft de verklaringen van verdachte over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds
In de beoordeling van de verklaringen van verdachte zal het hof een onderscheid maken tussen de verklaringen die zien op de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- enerzijds en die over de overige vermogensbestanddelen anderzijds. Dit onderscheid komt er in de kern op neer dat over de eerstbedoelde geldbedragen meer informatie beschikbaar is dan over overige vermogensbestanddelen en leidt ertoe dat het hof kan vaststellen dat de verklaring van verdachte over de bedoelde contante geldbedragen hoogst onwaarschijnlijk is. Deze vaststelling kan het hof niet doen wat betreft de verklaring die verdachte geeft over de overige vermogensbestanddelen. Het onderscheid wordt hieronder nader uitgewerkt.
Ten aanzien van de aangetroffen contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,--
Over de contante geldbedragen van € 145.000,-- en € 4.700,-- is verklaard dat deze afkomstig zijn van de verkoop van de Mercedes Brabus aan [getuige] . Deze verklaring is concreet en verifieerbaar, maar als gezegd naar het oordeel van het hof op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het hof dat de – zeker direct na zijn aanhouding afgelegde – verklaring van de verdachte onvoldoende spoort met en zelfs afwijkt van de verklaring van [getuige] en de bevindingen over [getuige] . Zo verklaarde de verdachte in eerste instantie dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was, terwijl [getuige] verklaart dat die er wel is en een kopie hiervan zelfs afgeeft bij zijn verhoor. Ook is [getuige] geen handelaar in luxe auto’s, maar handelt hij enkel in trekkers en opleggers van enige jaren oud. Verder is het hoogst onwaarschijnlijk dat [getuige] aan de verdachte BPM heeft betaald om deze vervolgens weer terug te krijgen. Het hof acht het bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die € 145.000,-- heeft betaald voor een auto, die auto vervolgens niet meteen meeneemt, maar afwacht of en wanneer de auto aan hem geleverd gaat worden. Daarbij is het ook hoogst onwaarschijnlijk dat iemand die dermate veel geld heeft betaald voor een auto twee jaren buiten beeld blijft en zich niet meldt om die auto op te eisen.
In dit oordeel betrekt het hof ook de inhoud van de Encrochat-berichten in combinatie met de ontmoeting van verdachte met [medeverdachte 1] op 5 juni 2020. Op grond van de identificerende gegevens in die berichten stelt het hof vast dat de verdachte de gebruiker was van het account [naam] en dat zijn zoon gebruik maakte van het account [naam]. Uit de tussen deze twee accounts gewisselde berichten maakt het hof op dat de verdachte een afspraak had voor het inlossen van een drugsschuld.
De verdachte is met een bedrag van € 145.000,-- aan contanten en luxe horloges (naar eigen zeggen met een gezamenlijke waarde van ongeveer € 50.000,--) in een auto met een verborgen ruimte naar een afspraak gegaan op een parkeerterrein. Het geld en de horloges vertegenwoordigen samen een waarde van ongeveer € 200.000,-- . De verdachte verklaart dat hij daar enkel was om horloges te verkopen. Deze verklaring wordt weersproken door het feit dat de doosjes met de Rolex horloges zijn aangetroffen onder het tasje met contante geld. Uit de waarnemingen van de verbalisanten maakt het hof op dat de verdachte vlak voor zijn aanhouding goederen (het geld en/of de horloges) uit de verborgen ruimte van de auto heeft gehaald. Vlak voor het moment van aanhouding had [medeverdachte 1] met zijn hoofd in de auto gehangen en gekeken in de richting van de plek waar de horloges én het contante geld lagen. De verdachte heeft geen enkele aannemelijke verklaring gegeven waarom dit grote geldbedrag in het zicht lag voor [medeverdachte 1] terwijl zij bezig waren met de mogelijke verkoop van genoemde horloges. Dat het geld en de horloges op deze wijze in de auto lagen – nadat deze door de verdachte tevoorschijn zijn gehaald – en [medeverdachte 1] daarnaar keek past daarentegen juist wel bij de inhoud van de chatberichten waaruit valt af te leiden dat er een bedrag van rond de € 200.000,-- moest worden betaald aan [medeverdachte 1] en/of mensen om hem heen voor een drugsschuld.
Dat volgt namelijk ook uit de inhoud van de berichten van na de aanhouding van de verdachte. Zo schrijft de zoon van de verdachte aan de persoon ([naam]) bij wie een schuld moet worden ingelost: “[…], ze hebben niks tegen hun geld is in men pa zen auto aangetroffen en er is geen overdracht gezien, daarom zijn ze vrij, er is niks tegen hun, […]” en “[…] word zowiezo opgelost, maar je moet wel begrijpen wij zijn zojuist 2 ton verloren die in beslag is die naar jullie kwam en al de rest staat geblokt en in beslag”. Uit het berichtenverkeer tussen de zoon van de verdachte en [naam] blijkt met voldoende zekerheid dat met ‘hun’ wordt gedoeld op onder andere [medeverdachte 1] . Dat volgt uit het feit dat wordt gesproken over een overdracht met de verdachte (ouwe), het inbeslaggenomen geld en de advocaat van [medeverdachte 1] in samenhang wordt genoemd met ‘hun’.
Alle voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien maken dat het hof kan vaststellen dat van een verkoop van de Mercedes Brabus geen sprake is geweest. De verklaring van de verdachte op dit punt over de herkomst van het geld is daarmee hoogst onwaarschijnlijk. Het hof zal de verdachte dan ook veroordelen voor het witwassen van de contante geldbedragen ter hoogte van € 4.700,-- en € 145.000,-- (ten laste gelegd onder het eerste en derde gedachtestreepje).
Wel is het hof van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de verdachte deze contante geldbedragen heeft witgewassen met een ander of anderen omdat van een bewuste en nauwe samenwerking niet is gebleken. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van het bestanddeel “medeplegen”.
Ten aanzien van de overige voorwerpen (vierde tot en met achtste gedachtestreepje)
Ten aanzien van de overige voorwerpen – ten laste gelegd onder het vierde tot en met achtste gedachtestreepje – overweegt het hof als volgt.
De verdachte heeft een uitgebreide verklaring afgelegd over zijn levensloop en ter onderbouwing daarvan de nodige stukken ingebracht. De verdachte verklaart welke woningen en welk perceel hij met winst heeft verkocht in het buitenland. Dit vermogen zou zijn geïnvesteerd in de Zuid-Afrikaanse bedrijven [naam] , [naam] en [naam] . Van de rekeningen van deze bedrijven leefde de verdachte. De tegoeden op de bankrekeningen in Nederland zijn afkomstig van verkopen van motoren vanuit zijn bedrijf in Zuid-Afrika. Van die bedragen zou hij de Mercedes Brabus en de boot hebben gekocht en in zijn levensonderhoud hebben voorzien. Zijn verklaring is (deels) onderbouwd met bankafschriften, facturen van verscheepte motoren en andere administratie. Deze verklaring is daarom concreet, verifieerbaar en komt het hof niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk voor.
Nader onderzoek naar de herkomst van de voorwerpen
Voor zover de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar deze verklaring. Net als de rechtbank, is het hof van oordeel dat het Openbaar Ministerie heeft nagelaten op essentiële punten onderzoek te verrichten.
Hoewel de door de verdachte genoemde prijsstijging van het onroerend goed uit België opvallend hoog is, kan niet worden uitgesloten dat dit onjuist is. Het Openbaar Ministerie had deze verklaring kunnen verifiëren door de kadastrale gegevens in België op te vragen, zoals de rechtbank in het vonnis had al opgemerkt. Dit geldt eveneens voor de aan- en verkoop van vastgoed in Spanje. Daar komt bij dat weliswaar onderzoek is gedaan naar het vermogen van de verdachte in Spanje door middel van een rechtshulpverzoek, maar het verzoek geen betrekking heeft gehad op de periode waarop de verdachte in Spanje woonde. Deze onderzoeksrichting heeft daarom niet tot relevante resultaten geleid.
Het Openbaar Ministerie heeft getracht nader onderzoek te verrichten naar de geldstromen van de verdachte in Zuid-Afrika. Op de rechtshulpverzoeken is geen antwoord gekomen vanuit de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Uit de bankafschriften volgt in ieder geval dat motoren zijn aan- en verkocht. Ook volgt uit het dossier dat er daadwerkelijk motoren zijn verscheept naar Europa en in Europa zijn geregistreerd. Daarmee is in ieder geval een legale bron van inkomsten gegeven. Het nadere onderzoek naar de motorhandel – en het feit dat er enkele onregelmatigheden in de overgelegde facturen zijn geconstateerd – maakt niet dat een legale herkomst van het vermogen met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten. Zo speelt [naam] een belangrijke rol in het dossier, omdat zij overboekingen van grote bedragen (€ 150.000,--, € 80.000,-- en € 25.000,--) heeft verricht naar de bankrekeningen van de verdachte (zonder nadere omschrijving). Naar die overschrijvingen had nader onderzoek verricht kunnen worden, net als de rol van [naam] bij het verplaatsen van het vermogen van Zuid-Afrika naar Nederland. Dit geldt eveneens voor de overboekingen die [Zoon verdachte] en [naam] hebben verricht (zonder nadere omschrijving). Dit onderzoek had ook vanuit Nederland verricht kunnen worden, mede ingegeven door het feit dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op het rechtshulpverzoek.
Nu nader onderzoek op deze punten is uitgebleven zal het hof de verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van de bancaire tegoeden, de Mercedes Brabus en de sloep.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben vuurwapen (feit 2)
Het onder 2 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een vuurwapen, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47 en 51-55;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-125;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 161-162.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben munitie (feit 3)
Het onder 3 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van munitie, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47, 51-52 en 54;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-126;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 161-163.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben jammer (feit 4)
Het onder 4 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van een jammer, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47, 51 en 56;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-125.
Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van voorhanden hebben pepperspray (feit 5)
Het onder 5 tenlastegelegde feit, het voorhanden hebben van pepperspray, kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen worden. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en geen vrijspraak is bepleit. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:
de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden op 8 april 2026;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-51, van 6 juni 2020, p. 46-47 en 51-53;
het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ), genummerd PL0900-2020176148-61, van 6 juni 2020, p. 124-126;
het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2020176148-82, van 16 juni 2020, p. 162.
De bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primairhij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 september 2020 5 juni 2020, te [plaats 1] , te [plaats 2] (gemeente [gemeente] ), althans in Nederland, alleen, althans tezamen en in verenging met (een) ander(en), een of meer voorwerp(en), te weten
- een geldbedrag van ongeveer 145.000 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 107, einddossier pagina 132),
- een geldbedrag van ongeveer 925 euro, althans enig geldbedragen/of
- een geldbedrag van ongeveer 4700 euro, althans enig geldbedrag (einddossier pagina 47, pagina 70),
- een geldbedrag van ongeveer € 91.898,53, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 1] ), (einddossier pagina 350),
- een geldbedrag van € 139.000,- , althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 2] ) (einddossier pagina 349),
- een geldbedrag van 6.709.759,24 ZAR, althans enig geldbedrag (bankrekening [rekeningnummer 3] Vreemde valuta rekening)(einddossier pagina 350),
- een auto (Mercedes Benz Brabus ( [kenteken 1] ) (einddossier pagina 79), en/of
- de sloep Primeur 700 Tender (einddossier pagina 120),
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemd(e) voorwerp(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - ónmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;2.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, onder 1, te weten een vuurwapen/pistool, van het merk Venus Automatic, kaliber 6.35 zijnde een vuurwapen voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] munitie van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 5 ( vijf) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber 6.35 en/of
- 7 ( zeven) althans een aantal kogelpatronen van het kaliber .45
voorhanden heeft gehad;
4.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , een technisch hulpmiddel, te weten een jammer, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c, werd gepleegd;
5.hij op of omstreeks 6 juni 2020 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Strafbaarheid van verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor alle tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en een geldboete ter hoogte van € 50.000,--. Bij deze strafeis is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De advocaat-generaal heeft de oplegging van een geldboete gevorderd, omdat bedragen na het vonnis zijn teruggegeven aan de verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen dan de periode die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij is van belang dat de zaak lang duurt en de redelijke termijn in beide instanties is overschreden. Verder is de persoonlijke situatie van de verdachte en zijn partner van belang. De gezondheidssituatie van zijn partner is erg zorgelijk en hij zorgt voor haar. Een taakstraf is daarom ook niet wenselijk, aldus de raadsman.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van bijna € 150.000,--. Witwassen is in zijn algemeenheid een strafbaar feit dat een ernstige bedreiging vormt voor de legale economie. Het heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel economisch verkeer en op de openbare orde. Bovendien heeft witwassen tot gevolg dat criminele activiteiten financieel lonen.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, jammer en pepperspray. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich mee voor de veiligheid van personen en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
De enorme hoeveelheid aangetroffen geld en het in de woning van verdachte aangetroffen vuurwapen vormen een aanwijzing dat verdachte niet terugdeinst voor criminaliteit. De berichten in de cryptotelefoon kleuren dan ook de context waarbinnen deze zaak speelt. Zo stuurt de verdachte met zijn cryptotelefoon aan zijn zoon onder andere het bericht ‘Heb je pistool daar ?? Eventueel’. Hieruit blijkt dat de verdachte zich onvoldoende beseft hoe ernstig het bezit en gebruik van vuurwapens is. Dit rekent het hof de verdachte aan.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van 9 maart 2026. Daaruit maakt het hof op dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. In het bijzonder springt in het oog dat de verdachte in 1999 en in 2015 is veroordeeld voor (vuur)wapen-gerelateerde feiten. Dat de verdachte zich nu opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere WWM-feiten werkt strafverzwarend.
Het zwaartepunt in deze zaak ligt naar het oordeel van het hof bij het witwassen en voorhanden hebben van het vuurwapen. Het hof neemt als vertrekpunt de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken met betrekking tot deze feiten. De verdachte wordt in deze zaak veroordeeld voor witwassen en het hof relateert deze feiten aan de LOVS-oriëntatiepunten voor de categorie fraudedelicten. De oriëntatiepunten voor deze feiten zijn als volgt:
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen tot twaalf maanden voor het witwassen bij een benadelingsbedrag van € 125.000,-- tot € 250.000,-- ;
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voor het voorhanden hebben van een (hand)vuurwapen van categorie III onder 1 van de WWM in een woning.
In beginsel acht het hof, gelet op het benadelingsbedrag € 149.700,--, de oriëntatiepunten en de recidive op het gebied van WWM-feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden passend.
Het hof heeft er kennis van genomen dat de verdachte op dit moment voor zijn partner zorgt, hij een zorgopleiding heeft gevolgd en tijdens zijn detentie verschillende opleidingen heeft gedaan. Deze omstandigheden zijn meegewogen en afgewogen tegen de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het gegeven dat de feiten zijn gepleegd nadat zijn partner een hersenbloeding heeft gekregen. In de wetenschap dat zijn partner hulpbehoevend is, heeft de verdachte zelf de keuze gemaakt om het risico te lopen dat hij tegen de lamp zou lopen en straf zou moeten ondergaan. Ondanks dat het hof begrip heeft voor de situatie van de verdachte zijn deze persoonlijke omstandigheden niet van voldoende gewicht om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Wel zal de op te leggen straf worden gematigd, vanwege de lange looptijd van deze strafzaak en de overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte is op 5 juni 2020 aangehouden en in verzekering gesteld. De gehele procedure heeft zo’n vijf jaar en tien maanden geduurd, waarbij zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden. Deze overschrijding is deels te verklaren door de rechtshulpverzoeken die zijn uitgegaan naar verschillende landen, maar waarop niet (altijd) is gereageerd. Deze omstandigheid mag niet voor rekening van de verdachte komen. Het hof zal daarom de op te leggen gevangenisstraf matigen. Daarbij speelt ook mee dat beslag is gelegd op de bankrekeningen van de verdachte, terwijl hij voor het witwassen van de banktegoeden zal worden vrijgesproken. Via klaagschriftprocedures heeft de verdachte weliswaar weer toegang gekregen tot twee bankrekeningen, maar door de lange duur van deze strafzaak is hij in het bijzonder geraakt door het beslag. Dit maakt dat het hof een hogere matiging toepast dan het anders zou hebben gedaan.
Naast de op te leggen gevangenisstraf zal aan de verdachte een geldboete worden opgelegd. Een geldboete komt het hof passend voor gelet op het feit dat witwassen wordt gepleegd vanuit een financieel motief. Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met de beslissing op het beslag, namelijk de verbeurdverklaring van de contante geldbedragen.
Alles afwegende acht het hof de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden (met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht) en een geldboete ter hoogte van € 75.000,-- passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Het beslag
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de volgende goederen:
de cryptotelefoons van het merk BQ;
de (neppe) horloges van de merken Audemars en Richard Mille;
de auto van het merk Smart.
De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de volgende goederen:
de auto van het merk Mercedes;
de geldbedragen van € 4.700,--, € 950,--, en € 145.000,--;
de banksaldi op rekeningen bij ABN Amro (vreemde valutarekening eindigend op
[rekeningnummer 3] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] );
- de sloep, type Primeur 700 Tender.
Tot slot heeft de advocaat-generaal erop gewezen dat de banksaldi op de privérekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de rekening eindigend op [rekeningnummer 2] verbeurd kunnen worden verklaard ondanks de teruggave via de artikel 552a-procedure.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de teruggave verzocht van de inbeslaggenomen voorwerpen vanwege de bepleite vrijspraak.
Oordeel van het hof
Het hof zal teruggave aan de verdachte gelasten van de banksaldi, de Mercedes Brabus, de sloep en het contante geldbedrag ter hoogte van € 950,--, vanwege de partiële vrijspraken voor het witwassen wat betreft deze vermogensbestanddelen. Ook wordt de teruggave gelast aan de verdachte van alle inbeslaggenomen horloges, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. Het hof merkt daarbij op dat wat betreft de nep horloges niet gesteld kan worden dat het voorhanden hebben hiervan een soortgelijk feit betreft als de feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld.
Nu het onder 1 primair bewezenverklaarde met betrekking tot de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven contante geldbedragen van € 4.700,-- en € 145.000,-- zijn begaan en deze goederen onder de verdachte zijn aangetroffen en naar het oordeel van het hof aan de verdachte toebehoren, zullen zij worden verbeurd verklaard. Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte.
Het hof onttrekt de cryptotelefoons van het merk BQ aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Dat blijkt alleen al uit de bewijsvoering waarin één van de cryptotelefoons terugkomt in relatie tot het bewezenverklaarde feit.
Daarnaast zal de Smart met de verborgen ruimte worden onttrokken aan het verkeer. Een verborgen ruimte kan maken dat het ongecontroleerde bezit van een auto in strijd komt met de wet of met het algemeen belang en dus vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, mits sprake is van een relatie tussen die verborgen ruimte en een begaan strafbaar feit. Daarvan is in dit geval sprake, zo volgt ook uit bewijsvoering. De verborgen ruimte in de Smart is namelijk gebruikt om het witwassen geld te verstoppen en vervoeren in aanloop naar de ontmoeting op de parkeerplaats met [medeverdachte 1] .
Het hof gelast tot slot de teruggave aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon, namelijk [naam] , van de creditcard op naam van [naam] .
De wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 350d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 75.000,00 (vijfenzeventigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 295 (tweehonderdvijfennegentig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Geld (94 biljetten van 50 euro t.w.v. in totaal 4.700 euro) ( [beslag nummer] ) - Geld (2.900 coupures van 50 euro t.w.v. in totaal 145.000 euro) ( [beslag nummer] ).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Cryptotelefoon Bq Aquaris X2 32gb ( [beslag nummer] )
- Cryptotelefoon Bq ( [beslag nummer] )
- Personenauto Smart Forfour ( [beslag nummer] ).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )
- Horloge Audemars Piguet Royal Oak ( [beslag nummer] )
- Horloge Richard Mille ( [beslag nummer] )
- Personenauto Mercedes-Benz Amg Gls 63 ( [beslag nummer] )
- Geldbedrag (biljetten t.w.v. in totaal € 950,00) ( [beslag nummer] )
- Banksaldi op rekeningen bij ABN Amro (vreemde valutarekening eindigend op [rekeningnummer 3] , de privé rekening eindigend op [rekeningnummer 1] en de vermogensspaarrekening eindigend op [rekeningnummer 4] )
- Sloep Primeur 700 Tender ( [beslag nummer] )
- Horloge Rolex Oyster ( [beslag nummer] ) .
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Creditcard op naam van: [naam] ( [beslag nummer] ).
Aldus gewezen door
mr. O.O. van der Lee, voorzitter,
mr. D.R. Sonneveldt en mr. D. Stikkelbroeck, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 22 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wanneer wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd LEFC920013 (Onderzoek 26Hesperia), opgemaakt door de Landelijke Eenheid, Team Financieel Specialisme. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
ECLI:NL:HR:2026:650
Het hof verwijst naar de nummering van de processen-verbaal, omdat de doornummering van het dossier gebrekkig is.