Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2024:404

2024-01-16 Civiel recht 200.331.601/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2024-01-16
Publicatiedatum
2024-01-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.331.601/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.004 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel



zaaknummer gerechtshof 200.331.601/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 135960)




arrest in het incident ex art. 22 Rv en art. 843a Rv van 16 januari 2024




in de zaak van




ADS Groep B.V.

(voorheen geheten: Aannemers- en Staalconstructiebedrijf Aan de Stegge B.V.)
die gevestigd is in Goor
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde
eiseres in het incident
hierna: ADS
vertegenwoordigd door mr. A.E. Broesterhuizen, advocaat in Deventer



tegen



de publiekrechtelijke rechtspersoon Waterschap Rijn en IJssel
die gevestigd is in Doetinchem
en bij de rechtbank optrad als eiseres
verweerster in het incident
hierna: het Waterschap
vertegenwoordigd door mr. R.J. Kwaak, advocaat in Velp (Gld.)






1De procedure bij de rechtbank

1.1
Bij vonnis van 19 mei 2021 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, de zaak verwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de rechtbank).



1.2
De rechtbank heeft op 15 maart 2023 een tussenvonnis gewezen. In het daarop volgende tussenvonnis van 14 juni 2023 heeft de rechtbank - voor zover nu relevant - hoger beroep van het tussenvonnis van 15 maart 2023 toegestaan en de zaak verwezen naar de parkeerrol.






2De procedure bij het hof

2.1
ADS heeft hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 15 maart 2023. Het procesverloop bij het hof blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 18 augustus 2023
- de memorie van grieven van 14 november 2023, tevens incidentele vordering ex
art. 22 en 843a Rv (met bijlagen)
- de antwoordconclusie in het incident ex art. 22 en 843a Rv van het Waterschap van 28 november 2023 (met bijlagen)


2.2
In het incident vordert ADS dat het Waterschap openheid van zaken geeft en overlegging van (een afschrift van) diverse stukken, die in de incidentele vordering nader zijn omschreven, op straffe van verbeurte van een dwangsom.



2.3
Het Waterschap heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering.



2.4
Partijen hebben arrest gevraagd in het incident en ADS heeft de stukken daarvoor aan het hof gegeven.






3De beoordeling in het incident
de feiten in het kort

3.1
Voor zover relevant voor de beoordeling in het incident, gaat het in deze zaak om het volgende. Het Waterschap heeft in 2007 een aanbesteding gehouden voor de bouw van haar hoofdkantoor in Doetinchem. ADS deed de winnende aanbieding, waarna tussen partijen op 11 mei 2007 een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen. Bij de realisatie van het gebouw heeft ADS vloeren aangebracht, meer bijzonder: breedplaatvloeren met gewichtsbesparende kunststof bollen van het type BubbleDeck (hierna: bollenplaatvloeren). Het gebouw is op 28 november 2008 opgeleverd.



3.2
Na de instorting in 2017 van de parkeergarage bij Eindhoven Airport - waarin ook bollenplaatvloeren waren toegepast - is een onderzoek ingesteld naar de constructieve veiligheid van de vloeren in het gebouw van het Waterschap. Dat heeft ertoe geleid dat begin 2018 circa 46 werkplekken op de tweede en derde verdieping van de noordvleugel van het gebouw zijn ontruimd. Het Waterschap heeft ADS bij brief van 22 januari 2018 aansprakelijk gesteld. Partijen zijn niet tot een minnelijke regeling gekomen, waarna het Waterschap op 26 november 2019 de inleidende dagvaarding heeft uitgebracht.



3.3
In eerste aanleg heeft het Waterschap een verklaring voor recht gevorderd dat ADS aansprakelijk is voor de schade die zij lijdt door de gebreken in de vloeren van het gebouw en dat ADS wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die het Waterschap daardoor lijdt. In het tussenvonnis van 15 maart 2023 heeft de rechtbank overwogen dat zij er behoefte aan heeft om door een onafhankelijke deskundige te worden voorgelicht over de feitelijke aanwezigheid van ernstige gebreken in en aan de bollenplaatvloeren in het gebouw van het Waterschap.



de vordering in het incident




3.4
Met haar memorie van grieven bestrijdt ADS bindende eindbeslissingen van de rechtbank en concludeert zij tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank van
15 maart 2023. In het incident vordert ADS:
(1) Op grond van art. 22 Rv: dat het Waterschap wordt bevolen om volledige openheid van zaken te geven over de feitelijke staat van de vloeren en het voorgenomen herstel, waarbij het Waterschap in ieder geval:
a. a) Alle hierop betrekking hebbende ontwikkelingen sinds januari 2022 op coherente, transparante, nauwkeurige en gedetailleerde wijze toelicht, en
b) de hiermee samenhangende bescheiden overlegt, waaronder begrepen de bescheiden die hierna worden vermeld.
(2) Op grond van art. 843a Rv: dat het Waterschap wordt bevolen om bescheiden te overleggen, ongeacht de vorm ervan, in het bijzonder:
a. a) Alle bescheiden inzake het destructief onderzoek, waaronder in ieder geval begrepen de bevindingen zelf en eventuele bijlagen bij de bevindingen;
b) Alle bescheiden rondom de totstandkoming van dit onderzoek, waaronder in ieder geval begrepen de opdracht en opdrachtomschrijving alsook de voorbereidende stukken voor die opdracht(omschrijving);
c) Alle verslaggeving en besluitvorming naar aanleiding van de oplevering van dit destructief onderzoek;
d) De bescheiden met betrekking tot alle onderzoeken inzake het vloerstelling die in 2023 zijn uitgevoerd, daaronder begrepen alle voorbereidende stukken alsook verslaglegging en besluitvorming naar aanleiding van deze onderzoeken;
e) Alle ontwerpdocumentatie met betrekking tot de voorgenomen hersteloperatie zoals die door of in opdracht van het Waterschap is gemaakt, waaronder in ieder geval begrepen het programma van eisen, het Voorlopig Ontwerp, het (concept-) Definitief Ontwerp, de bijlagen bij deze ontwerpen, alsook de wijzigingen die daarin zijn aangebracht in de loop van 2023.



de standpunten van partijen




3.5
Ter onderbouwing van haar incidentele vorderingen heeft ADS aangevoerd dat het Waterschap in 2022 zelf een destructief onderzoek heeft gelast, maar dat zij hiervan geen melding heeft gemaakt in de procedure in eerste aanleg, noch van andere ontwikkelingen in 2023 met betrekking tot de vloeren in het gebouw van het Waterschap. Volgens ADS is uit het destructief onderzoek gebleken dat de situatie minder ernstig is dan het Waterschap steeds heeft beweerd. Volgens ADS heeft zij recht op en belang bij inzage in de stukken die hiermee verband houden, omdat het Waterschap de kosten van de voorgenomen hersteloperatie op ADS wil verhalen. Aldus tot zover ADS.



3.6

In haar antwoordconclusie in het incident heeft het Waterschap het volgende aangevoerd. In de technische beoordeling van de vloer speelt de zogeheten bijlegbewapening een belangrijke rol. De technisch adviseur van het Waterschap (ABT) heeft het Waterschap op 21 november 2022 (derhalve ná de mondelinge behandeling bij de rechtbank op 28 oktober 2022) in kennis gesteld van haar vermoeden dat ADS niet alle op tekening voorziene bijlegbewapening had aangebracht. ABT adviseerde een beperkt destructief onderzoek te doen, welk advies is opgevolgd. Op grond van de bevindingen concludeerde ABT dat de eerder geuite vrees ongegrond was. Het rapport van bevindingen d.d.
12 januari 2023 heeft het Waterschap als bijlage bij haar antwoordconclusie gevoegd. Aldus tot zover het Waterschap.




de beoordeling van de incidentele vordering op grond van art. 22 Rv




3.7
Art. 22 Rv geeft aan de rechter een eigen, discretionaire bevoegdheid om van procespartijen te verlangen bepaalde bescheiden over te leggen. Het moet aan het procesbeleid van de kamer die over de hoofdzaak oordeelt worden overgelaten of van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt.



3.8
Dit hoger beroep gaat eerst en vooral over de vraag of de betonvloeren (ernstige) gebreken vertonen en, zo ja, of ADS hiervoor aansprakelijk is. De omvang van de schade die ADS eventueel aan het Waterschap dient te vergoeden, is in deze stand van de procedure nog geen onderwerp van het partijdebat. Herstelplannen zijn op dit moment dan ook niet relevant. Voor zover de door ADS gevraagde informatie hierop betrekking heeft, zal de vordering bij gebrek aan rechtens relevant belang daarom worden afgewezen.




de beoordeling van de incidentele vordering op grond van art. 843a Rv




3.9
De wet kent de mogelijkheid om van iemand anders inzage in documenten te vragen, of zelfs een kopie of een uittreksel. Er kan echter niet willekeurig worden gevraagd om gegevens die interessant zouden kunnen zijn. De wet stelt de volgende eisen:
- de verzoeker moet met de ander een juridische relatie hebben;
- hij moet belang hebben bij die gegevens voor zijn bewijslevering in een conflict met die ander;
- het moet gaan om specifieke gegevens die de verzoeker niet heeft, maar de ander wel.
De verzoeker heeft geen recht op deze gegevens als op een andere manier net zo goed bewijs kan worden geleverd of als de ander een goede reden heeft om te weigeren.



3.10
ADS heeft de Notitie Bevindingen Destructief onderzoek d.d. 12 januari 2023 (46 pagina's inclusief bijlagen) inmiddels in haar bezit, omdat dit stuk door het Waterschap als bijlage in de procedure is gebracht. Ook heeft zij als bijlage bij de antwoordconclusie van het Waterschap ontvangen een e-mail van 21 november 2022 van ABT aan het Waterschap waarin het vermoeden wordt geuit dat ADS niet alle op tekening voorziene bijlegbewapening had aangebracht, met het advies om een beperkt destructief onderzoek uit te voeren.



3.11
Dat er daarnaast nog andere bescheiden zijn die betrekking hebben op het destructief onderzoek, is voor het hof niet aannemelijk geworden. De stellingen daarover van ADS zijn te speculatief en te vaag. Hetzelfde geldt voor de bescheiden die zijn genoemd in rechtsoverweging 3.4 onder 2d. In zoverre zal de vordering daarom worden afgewezen. Voor zover ADS bescheiden opvraagt die betrekking hebben op voorgenomen hersteloperaties (3.4 onder 2e), verwijst het hof naar rechtsoverweging 3.8 hierboven. Zo die stukken al bestaan, heeft ADS daar in deze fase van de procedure geen belang bij, omdat zij de memorie van grieven al heeft ingediend.



3.12
De beslissing over de kosten van het incident zal worden gereserveerd tot de einduitspraak. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om verder te procederen.






4De beslissing
Het hof:



in het incident

wijst het verzoek af;



bepaalt dat omtrent de kosten zal worden beslist bij einduitspraak in de hoofdzaak;




in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van 27 februari 2024 voor memorie van antwoord;



houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.W. Zandbergen en J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 januari 2024.