Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2020:10908

2020-12-15 Civiel recht; Insolventierecht 200.275.222
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2020-12-15
Publicatiedatum
2020-12-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.275.222
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJF 2021/52

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking ex art. 32 Rv. Beschikking wordt alsnog uitvoerbaar voorraad verklaard. ECLI:NL:GHARL:2020:8451 Zie ook herstelarrest: ECLI:NL:GHARL:2023:1106

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.300 tekens)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN


locatie Arnhem



afdeling civiel recht, handel



zaaknummer gerechtshof 200.275.222
(zaaknummers rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 7989395 en 5396210)




beslissing op verzoek ex artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering


in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W.B.C. Projekten II B.V.,
gevestigd te Winterswijk,
appellante,
in eerste aanleg: verzoekster,
hierna: WBC,
advocaat: mr. J.C.A. Herstel,



tegen:de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Markerink Projecten II B.V.,
gevestigd te Neede, gemeente Berkelland,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: verweerster, hierna: Markerink,advocaat: mr. J.C. Wery.



Het hof heeft in deze zaak op 6 oktober 2020 een beschikking gegeven. Bij die beschikking is een deskundige benoemd. Bij brief van 9 oktober 2020 heeft WBC verzocht de beschikking aan te vullen en de beschikking, zoals WBC eerder heeft verzocht in haar beroepschrift, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Markerink heeft bij brief van 2 november 2020 bezwaar gemaakt tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking.



Het hof oordeelt als volgt. Anders dan Markerink heeft aangevoerd, kan aanvulling van een uitspraak op grond van artikel 32 Rv ook plaatsvinden als het dictum van die uitspraak, zoals in dit geval, een afwijzing van het “meer of anders verzochte” bevat, maar de rechter tot de conclusie komt dat hij daarbij een (deel van het) verzoek over het hoofd heeft gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft (zie HR 1 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9435). In dit geval is in de beschikking inderdaad verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte. Het hof zal het verzoek toewijzen. Het belang van WBC bij de uitvoerbaar bij voorraadverklaring is erin gelegen dat de deskundige kan starten met zijn onderzoek voordat de beschikking onherroepelijk is geworden. Dat, zoals Markerink heeft betoogd, niet is uit te sluiten dat de beschikking in een eventuele (nog aanhangig te maken) cassatieprocedure zal worden vernietigd, maakt niet dat het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren moet worden afgewezen. Dat als de deskundige al aan de slag gaat er werkzaamheden worden verricht, waardes worden geschat en kosten worden gemaakt die in geval van vernietiging van de beschikking van het hof mogelijk tevergeefs zijn, weegt ook niet op tegen het belang van WBC dat het deskundigenonderzoek nu zonder verder uitstel ter hand kan worden genomen.



Het hof bepaalt dat onder 6 de uitspraak wordt aangevuld met “verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad”.



Deze aanvulling wordt gesteld op de minuut.



Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.



Deze beschikking is gegeven door mrs. H.L. Wattel, J.H. Lieber en C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 december 2020.