Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2018:5573

2018-06-06 Strafrecht 21-003064-16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
2018-06-06
Publicatiedatum
2018-06-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21-003064-16
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontneming in Mega-onderzoek Mount Nepal, waarbij door medewerkers van SNSPF onderling betalingsafspraken werden gemaakt en een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.486 tekens)
Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003064-16
Uitspraak d.d.: 6 juni 2018
TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK



Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2016 met parketnummer 16-994022-13 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen




[veroordeelde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] .




Het hoger beroep


De veroordeelde en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.





Onderzoek van de zaak


Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 november 2017 (regiezitting), 11 april 2018 (inhoudelijke behandeling, requisitoir en deel pleidooi), 18 april 2018 overig deel pleidooi, repliek, dupliek, en laatste woord veroordeelde), 23 mei 2018 (sluiting van het onderzoek) en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.



Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. De vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.



Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de bestuurder van veroordeelde en haar raadsvrouw, mr. A.E. van der Wal, naar voren is gebracht.




Het vonnis waarvan beroep


Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep, zodat dit behoort te worden vernietigd. Het hof doet daarom opnieuw recht.









Vordering


De inleidende vordering van de officier van justitie strekt tot het aan [veroordeelde] BV (hierna: [veroordeelde] ) opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.069.762.



De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 575.545 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd dit bedrag aan de Staat te betalen.



De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.



De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.





Oordeel hof


Bij arresten van dit hof van 6 juni 2018 zijn [betrokkene 1] en zijn vennootschappen [veroordeelde] BV en [bedrijf] BV (hierna: [bedrijf] ) veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrift en deelnemen aan een criminele organisatie.



Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [betrokkene 1] en/of zijn vennootschappen door middel van en/of uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen.



De berekening van de hoogte hiervan en de gebezigde bewijsmiddelen worden hieronder nader uitgewerkt.

Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het hof gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel.




[betrokkene 1] heeft de door hem te ontvangen kickback betalingen, gefactureerd vanuit [veroordeelde] en met ingang van 1 januari 2012 vanuit [bedrijf] .



Op de bankrekeningen van [veroordeelde] en [bedrijf] is -afgerond- een totaalbedrag van € 785.849,- (exclusief btw) ontvangen. Dit totaalbedrag betreft de door [betrokkene 1] gefactureerde ontvangsten met aftrek van de geldbedragen die door [betrokkene 1] zijn doorbetaald., te weten



Ontvangen door [betrokkene 1]:

















excl. BTW


incl. BTW




A



[betrokkene 2]




184.940,-


220.316,-




B



[betrokkene 3]




289.909,-


345.980,-














C



[betrokkene 4]




228.450,-


272.389,-




D



[betrokkene 5]




276.787,-


330.325,-




E



[betrokkene 6]




255.255,·


303.989,-




F



[betrokkene 7]




282.862.-


337.553,-




G



[betrokkene 8]




175.988.-


209.970,-








Totaal



1.694.191,-


2.020.521,-














Betaald door [betrokkene 1] :




Saldo kick-backs










[betrokkene 1] heeft in totaal € 785.849 aan kick-back overgehouden, dit bedrag is als volgt door vennootschappen ontvangen:





[veroordeelde] € 316.272,- excl. BTW



[bedrijf] € 469.577,- excl. BTW





Conclusie
Het hof stelt vast dat door middel van en/of uit de baten van de bewezen verklaarde feiten wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 785.849,- (exclusief btw). Dit voordeel wordt uitgesplitst naar de daadwerkelijke ontvanger en wordt ook daar ontnomen, namelijk:

- [betrokkene 1] : € 0.
- [veroordeelde] : € 316.272
- [bedrijf] : € 469.577




Vasstelling wederrechtelijk verkregen voordeel en verplichting tot betaling


Gelet op al het voorgaande stelt het hof vast dat [veroordeelde] in totaal € 316.272 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en legt voor dit bedrag de betalingsverplichting op.



De vordering wordt voor het overige afgewezen.





Toepasselijke wettelijke voorschriften


Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.



Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van de procedure.








BESLISSING


Het hof:



Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:



Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 316.272,-- (driehonderdzestienduizend tweehonderdtweeënzeventig euro).



Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 316.272,-- (driehonderdzestienduizend tweehonderdtweeënzeventig euro).



Wijst de vordering voor het overige af.





Aldus gewezen door
mr. G. Dam, voorzitter,
mr. R. de Groot en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van B.J. Berendsen en mr. G.W. Jansink, griffiers,
en op 6 juni 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.



Dossierpagina 12 tot en met 22, te weten de overzichten van door elk van de genoemde personen overgemaakt betalingen aan [betrokkene 1] , waarin in dit overzicht het totaal aan ontvangen gelden is opgenomen zoals berekend op de hierna in de voetnoten genoemde pagina's.


Dossierspagina's 13 en 14.


Dossierspagina's 14 en 15.


Dossierspagina's 15 tot en met 17.


Dossierspagina's 17 en 18.


Dossierspagina's 18 tot en met 20.


Dossierspagina's 20 en 21.


Dossierspagina's 21 en 22.