Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:571
2026-02-02
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.354.944/01 OK en 200.354.942/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ondernemingskamer; enquêterecht; beëindigingsbeschikking; functionarissen ontheven uit functies.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.306 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.354.944/01 OK en 200.354.942/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 2 februari 2026
inzake het verzoek tot het vaststellen van wanbeleid en tot het treffen van voorzieningen van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[minderheidsaandeelhouder]
,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: thans geen advocaat, voorheen mr. H.G.A.M. Spoormans,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
2. [enig aandeelhouder Rosch],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
en inzake het verzoek tot uittreding tevens houdende het verzoek tot billijke verhoging en tot toewijzing van samenhangende vorderingen en tot het treffen van voorzieningen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[minderheidsaandeelhouder]
,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap A]
,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap B]
,
allen gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: thans geen advocaat, voorheen mr. H.G.A.M. Spoormans,
e n t e g e n
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
4. [enig aandeelhouder Rosch],
wonende te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
Ergo Buildings B.V. als Ergo Buildings;
[minderheidsaandeelhouder] als Van Erp-de Veer Holding;
[vennootschap A] als Van Erp;
[vennootschap B] als Van Erp-Dollevoet;
Rosch B.V. als Rosch;
H.M.W. van de Goor als Van de Goor.
1Het verloop van het geding
1.1
De Ondernemingskamer verwijst naar haar beschikkingen van 6 april 2023, 14 april 2023, 16 juni 2023, 11 januari 2024, 9 augustus 2024, 14 maart 2025, 25 maart 2025 en de beslissing van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 9 juli 2024 voor het verloop van het geding in de zogeheten eerste fase van de enquêteprocedure in deze zaak, die is geadministreerd onder nummer 200.318.402/02 OK.
1.2
Bij de beschikking van 6 april 2023 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings over de periode vanaf 1 januari 2018 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:
- Rosch als bestuurder van Ergo Buildings geschorst;
- een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Ergo Buildings;
- de door Rosch gehouden aandelen in Ergo Buildings – met uitzondering van één aandeel – ten titel van beheer overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
1.3
Bij de beschikking van 14 april 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. R.G. Roeffen aangewezen als onderzoeker, mr. F.P.G. Dix als bestuurder en mr. A.J.A. Jansen als beheerder als bedoeld in de beschikking van 6 april 2023.
1.4
Op 20 maart 2025 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 25 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie neergelegde verslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5
Bij verzoekschrift van 23 mei 2025 heeft Van Erp-de Veer Holding in de enquêteprocedure de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat – wanbeleid vast te stellen bij Ergo Buildings, bepaalde voorzieningen te treffen en Ergo Buildings, Rosch en Van de Goor te veroordelen in de kosten. Eveneens op 23 mei 2025 hebben Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet een verzoek tot uittreding ingesteld. In deze uittredingsprocedure hebben Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat –Rosch en Ergo Buildings te bevelen de door Van Erp-de Veer Holding gehouden aandelen in Ergo Buildings over te nemen tegen een door de Ondernemingskamer te bepalen prijs, bepaalde samenhangende vorderingen toe te wijzen en bepaalde voorzieningen te treffen en Rosch en Ergo Buildings te veroordelen in de kosten.
1.6
De verzoeken als bedoeld in 1.5 zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling ter zitting van 23 oktober 2025. Tijdens deze mondelinge behandeling hebben partijen een oplossing in der minne bereikt, die (onder meer) inhoudt dat voornoemde verzoeken worden ingetrokken, zodat geen verdere behandeling van en beslissing op de verzoeken (meer) gewenst is. De bij beschikking van 14 april 2023 door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder en beheerder zijn nog enige tijd aangebleven met het oog op de uitvoering van de door partijen getroffen regeling. Bij e-mail van 17 december 2025 hebben mr. F.P.G. Dix en mr. A.J.A. Jansen de Ondernemingskamer verzocht te worden ontheven uit hun functies.
2De gronden van de beslissing
2.1
Nu Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet bij de getroffen schikking hun verzoeken zoals in 1.5 genoemd hebben ingetrokken, hebben zij bij een beoordeling van en beslissing op deze verzoeken geen belang meer. Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoeken.
2.2
De Ondernemingskamer constateert dat naast de in 1.5 genoemde verzoeken, er in deze zaak (verder) geen verzoek als bedoeld in artikel 2:355 lid 1 BW is ingediend binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn. Hiermee is aan de enquêteprocedure in de zaak met nummer 200.318.402/02 OK een einde gekomen. De Ondernemingskamer zal de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen en aldus mr. F.P.G. Dix, mr. A.J.A. Jansen en mr. R.G. Roeffen ontheffen uit hun functies.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart [minderheidsaandeelhouder] , [vennootschap A] en [vennootschap B] niet-ontvankelijk in hun verzoeken;
beëindigt per heden de getroffen onmiddellijke voorzieningen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. drs. F. Marring RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.354.944/01 OK en 200.354.942/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 2 februari 2026
inzake het verzoek tot het vaststellen van wanbeleid en tot het treffen van voorzieningen van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[minderheidsaandeelhouder]
,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: thans geen advocaat, voorheen mr. H.G.A.M. Spoormans,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
2. [enig aandeelhouder Rosch],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
en inzake het verzoek tot uittreding tevens houdende het verzoek tot billijke verhoging en tot toewijzing van samenhangende vorderingen en tot het treffen van voorzieningen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[minderheidsaandeelhouder]
,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap A]
,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap B]
,
allen gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: thans geen advocaat, voorheen mr. H.G.A.M. Spoormans,
e n t e g e n
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
4. [enig aandeelhouder Rosch],
wonende te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
Ergo Buildings B.V. als Ergo Buildings;
[minderheidsaandeelhouder] als Van Erp-de Veer Holding;
[vennootschap A] als Van Erp;
[vennootschap B] als Van Erp-Dollevoet;
Rosch B.V. als Rosch;
H.M.W. van de Goor als Van de Goor.
1Het verloop van het geding
1.1
De Ondernemingskamer verwijst naar haar beschikkingen van 6 april 2023, 14 april 2023, 16 juni 2023, 11 januari 2024, 9 augustus 2024, 14 maart 2025, 25 maart 2025 en de beslissing van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 9 juli 2024 voor het verloop van het geding in de zogeheten eerste fase van de enquêteprocedure in deze zaak, die is geadministreerd onder nummer 200.318.402/02 OK.
1.2
Bij de beschikking van 6 april 2023 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings over de periode vanaf 1 januari 2018 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:
- Rosch als bestuurder van Ergo Buildings geschorst;
- een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Ergo Buildings;
- de door Rosch gehouden aandelen in Ergo Buildings – met uitzondering van één aandeel – ten titel van beheer overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
1.3
Bij de beschikking van 14 april 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. R.G. Roeffen aangewezen als onderzoeker, mr. F.P.G. Dix als bestuurder en mr. A.J.A. Jansen als beheerder als bedoeld in de beschikking van 6 april 2023.
1.4
Op 20 maart 2025 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 25 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie neergelegde verslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5
Bij verzoekschrift van 23 mei 2025 heeft Van Erp-de Veer Holding in de enquêteprocedure de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat – wanbeleid vast te stellen bij Ergo Buildings, bepaalde voorzieningen te treffen en Ergo Buildings, Rosch en Van de Goor te veroordelen in de kosten. Eveneens op 23 mei 2025 hebben Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet een verzoek tot uittreding ingesteld. In deze uittredingsprocedure hebben Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat –Rosch en Ergo Buildings te bevelen de door Van Erp-de Veer Holding gehouden aandelen in Ergo Buildings over te nemen tegen een door de Ondernemingskamer te bepalen prijs, bepaalde samenhangende vorderingen toe te wijzen en bepaalde voorzieningen te treffen en Rosch en Ergo Buildings te veroordelen in de kosten.
1.6
De verzoeken als bedoeld in 1.5 zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling ter zitting van 23 oktober 2025. Tijdens deze mondelinge behandeling hebben partijen een oplossing in der minne bereikt, die (onder meer) inhoudt dat voornoemde verzoeken worden ingetrokken, zodat geen verdere behandeling van en beslissing op de verzoeken (meer) gewenst is. De bij beschikking van 14 april 2023 door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder en beheerder zijn nog enige tijd aangebleven met het oog op de uitvoering van de door partijen getroffen regeling. Bij e-mail van 17 december 2025 hebben mr. F.P.G. Dix en mr. A.J.A. Jansen de Ondernemingskamer verzocht te worden ontheven uit hun functies.
2De gronden van de beslissing
2.1
Nu Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet bij de getroffen schikking hun verzoeken zoals in 1.5 genoemd hebben ingetrokken, hebben zij bij een beoordeling van en beslissing op deze verzoeken geen belang meer. Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoeken.
2.2
De Ondernemingskamer constateert dat naast de in 1.5 genoemde verzoeken, er in deze zaak (verder) geen verzoek als bedoeld in artikel 2:355 lid 1 BW is ingediend binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn. Hiermee is aan de enquêteprocedure in de zaak met nummer 200.318.402/02 OK een einde gekomen. De Ondernemingskamer zal de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen en aldus mr. F.P.G. Dix, mr. A.J.A. Jansen en mr. R.G. Roeffen ontheffen uit hun functies.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart [minderheidsaandeelhouder] , [vennootschap A] en [vennootschap B] niet-ontvankelijk in hun verzoeken;
beëindigt per heden de getroffen onmiddellijke voorzieningen.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. drs. F. Marring RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.