Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2026:2606

2026-09-03 Strafrecht 23-001494-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-03
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23-001494-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkeerszaak waarbij een vrachtwagen over (het been van) een fietser is gereden. Eindezaakverklaring. Tussen het slachtoffer en de verdachte heeft in eerste aanleg een succesvol mediationtraject plaatsgevonden. Het slachtoffer heeft voorts in hoger beroep aangegeven geen verdere vervolging van de verdachte te wensen. Vanwege het voorgaande en gelet op de (eensluidende) standpunten van de verdediging, de advocaat-generaal en gezien het standpunt van het slachtoffer en haar raadsvrouw, kan de zaak naar het oordeel van het hof zonder verdere inhoudelijke behandeling worden beëindigd. Het hof zal daarom verklaren dat de strafzaak tegen de verdachte is geëindigd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.798 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001494-25
datum uitspraak: 3 september 2026



Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 juni 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-331315-22 tegen






[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
adres: [adres].





Procesgang


In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden met een proeftijd van één jaar.



Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.





Onderzoek van de zaak


Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 augustus 2026, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en de uitwisseling van standpunten van de verdediging en het openbaar ministerie inzake de eindezaakverklaring in hoger beroep.





Tenlastelegging


Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:



primairhij op of omstreeks 13 mei 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig -in de hoedanigheid van beroepschauffeur-, daarmee rijdende over de Stadionweg, zich zodanig, te weten zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,



waardoor aan een ander, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere breuken (van onder meer: het been en/of voet en/of hielbeen en/of enkel en/of vingers), in elk geval zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,



bestaande dat gedrag hieruit:



verdachte heeft gereden over de Stadionweg, komende uit de richting van de Hobbemakade, en gaande in de richting van de Beethovenstraat,

- terwijl de zichtvelden van de rechter breedtespiegel en/of de trottoirspiegel (gezichtsveldverbeterende voorziening) niet voldeden aan de eisen die zijn gesteld in de bijlage VIII Regeling Voertuigen en/of de rechter breedtespiegel en/of trottoirspiegel niet goed was/waren afgesteld,


verdachte heeft de kruising van de Stadionweg en de Beethovenstraat genaderd,



verdachte is (vervolgens) ter hoogte van de Beethovenstraat afgeslagen,



verdachte heeft zich gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet, althans niet tijdig en/of voldoende, vergewist en/of is zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende, blijven vergewissen dat de weg/voornoemde kruising vrij was van enig (kruisend en/of naderend en/of rechtdoorgaand) verkeer,



verdachte heeft gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet dan wel onvoldoende op het overige verkeer gelet en/of niet dan wel onvoldoende (in zijn spiegels en/of door zijn ruiten) gekeken en/of niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen,



verdachte heeft voorafgaand aan en/of gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet stilgestaan, althans onvoldoende afgeremd en/of snelheid geminderd en/of (aldus) gereden met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,



verdachte heeft (vervolgens) de (rechtdoorgaande) fietsster (voornoemde [slachtoffer]), die aldaar ter plaatse (in dezelfde rijrichting als die van verdachte) het (parallelle) fietspad, bereed, en/of doende was om de weg over te steken, en/of die zich naast/rechts dicht achter hem, verdachte, bevond, in strijd met artikel 18 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan,



verdachte heeft (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende afgeremd voor voornoemde [slachtoffer], en/of verdachte is niet, althans niet tijdig en/of voldoende uitgeweken voor deze fietsster,



verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer], aangereden en/of aangebotst en/of over voornoemde [slachtoffer] heengereden, althans met voornoemde [slachtoffer] in botsing gekomen,



ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,




subsidiairhij op of omstreeks 13 mei 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig -in de hoedanigheid van beroepschauffeur-, daarmee rijdende over de Stadionweg, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,



bestaande dat gedrag hieruit:



verdachte heeft gereden over de Stadionweg, komende uit de richting van de Hobbemakade, en gaande in de richting van de Beethovenstraat,


- terwijl de zichtvelden van de rechter breedtespiegel en/of de trottoirspiegel (gezichtsveldverbeterende voorziening) niet voldeden aan de eisen die zijn gesteld in de bijlage VIII Regeling Voertuigen en/of de rechter breedtespiegel en/of trottoirspiegel niet goed was/waren afgesteld,


verdachte heeft de kruising van de Stadionweg en de Beethovenstraat genaderd, verdachte is (vervolgens) ter hoogte van de Beethovenstraat afgeslagen,



verdachte heeft zich gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet, althans niet tijdig en/of voldoende, vergewist en/of is zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende, blijven vergewissen dat de weg/voornoemde kruising vrij was van enig (kruisend en/of naderend en/of rechtdoorgaand) verkeer,



verdachte heeft gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet dan wel onvoldoende op het overige verkeer gelet en/of niet dan wel onvoldoende (in zijn spiegels en/of door zijn ruiten) gekeken en/of niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen,



verdachte heeft voorafgaand aan en/of gedurende zijn manoeuvre om, gezien verdachtes rijrichting, rechts af te slaan, niet stilgestaan, althans onvoldoende afgeremd en/of snelheid geminderd en/of (aldus) gereden met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,



verdachte heeft (vervolgens) de (rechtdoorgaande) fietsster (voornoemde [slachtoffer]), die aldaar ter plaatse (in dezelfde rijrichting als die van verdachte) het (parallelle) fietspad, bereed, en/of doende was om de weg over te steken, en/of die zich naast/rechts dicht achter hem, verdachte, bevond, in strijd met artikel 18 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan,



verdachte heeft (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende afgeremd voor voornoemde [slachtoffer], en/of verdachte is niet, althans niet tijdig en/of voldoende uitgeweken voor deze fietsster,



verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer], aangereden en/of aangebotst en/of over voornoemde [slachtoffer] heengereden, althans met voornoemde [slachtoffer] in botsing gekomen,



Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.





Vonnis waarvan beroep


Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.










De eindezaakverklaring



Juridisch kader




Per 1 oktober 2022 zijn de Innovatiewet Strafvordering en het Besluit innovatie strafvordering in werking getreden. Op grond van het via de Innovatiewet ingevoerde artikel 573, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 3 van het Besluit innovatie strafvordering hadden de rechtbanken in de arrondissementen Gelderland, Overijssel en Zeeland-West Brabant de mogelijkheid om onder voorwaarden een eindezaakverklaring uit te spreken na een positief afgerond mediation traject.



Door de gelijktijdige inwerkingtreding en wijziging van het Besluit innovatie strafvordering en de Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering per 1 juli 2026, is voornoemde regionale beperking opgeheven en kan de eindezaakverklaring door alle gerechten worden uitgesproken.



Voorwaarden voor het uitspreken van een eindezaakverklaring zijn een positief afgerond mediation traject en het oordeel van de rechtbank dat de zaak zonder verdere inhoudelijke behandeling kan worden beëindigd.



Een eindezaakverklaring kan niet worden uitgesproken indien de officier van justitie voortzetting van het onderzoek vordert of de verdachte of diens raadsman voortzetting van het onderzoek verzoekt (artikel 573, tweede lid, Sv).



Indien de eindezaakverklaring na een succesvolle mediation niet wordt uitgesproken dient dat extra gemotiveerd te worden (artikel 574 Sv).



Op grond van het nieuwe artikel 574a Sv, zijn de artikelen 571-574 Sv van overeenkomstige toepassing op het rechtsgeding voor het gerechtshof hetgeen betekent dat het per juli 2026 ook voor de gerechtshoven mogelijk is een eindezaakverklaring uit te spreken na een positief afgerond mediation traject.




Het standpunt van de verdediging




De raadsman heeft voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep verzocht te volstaan met een eindezaakverklaring. Hij heeft hierbij gewezen op het positief verlopen mediationtraject dat de verdachte en het slachtoffer op 7 december 2023 hebben afgelegd. Verder heeft hij aangevoerd dat ook de verdachte door de gevolgen van het ongeval zwaar is getroffen, waardoor enig strafdoel dan ook niet is gediend met zijn verdere vervolging. Tot slot wijst de raadsman op de opstelling van het slachtoffer, waaruit geen enkele wens spreekt om de verdachte (verder) te vervolgen, dat het tenlastegelegde feit zich inmiddels vier jaar geleden heeft voorgedaan en dat er naast de verdachte en het slachtoffer geen andere belanghebbenden bij de strafzaak zijn betrokken.




Het standpunt van het openbaar ministerie




De advocaat-generaal heeft zich voorafgaand de terechtzitting in hoger beroep en na een aanvullende vraag aan (de waarnemend raadsvrouw van) het slachtoffer op het standpunt gesteld dat de voortzetting van het onderzoek geen redelijk strafvorderlijk belang dient. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van een verkeersdelict, het incident op de verdachte een enorme indruk heeft gemaakt, dat een succesvol mediationtraject is doorlopen en dat namens het slachtoffer te kennen is gegeven dat zij geen prijs stelt op verdere vervolging van de verdachte. De advocaat-generaal heeft dan ook gevorderd dat de zaak als beëindigd zal worden verklaard.

Oordeel van het hof




Op 7 december 2023 hebben de partijen naar aanleiding van een gezamenlijk en succesvol mediationgesprek een slotovereenkomst gesloten. Deze slotovereenkomst is op diezelfde dag door de verdachte en het slachtoffer ondertekend. Uit de slotovereenkomst volgt dat sprake is geweest van een open, begripvol en verzoenend gesprek, waarbij de partijen elkaar het beste toewensen en het slachtoffer aangeeft geen wrok te koesteren.



Op 5 augustus 2026 is namens het openbaar ministerie aan de (waarnemend) raadsvrouw van het slachtoffer gevraagd of zij na deze geslaagde mediation nog verdere vervolging van de verdachte wenst. Op 6 augustus 2026 is namens het slachtoffer nadrukkelijk te kennen gegeven dat zij geen prijs stelt op verdere vervolging van de verdachte.



Vanwege het voorgaande en gelet op de (eensluidende) standpunten van de verdediging, de advocaat-generaal en gezien het standpunt van het slachtoffer en haar raadsvrouw, kan de zaak naar het oordeel van het hof zonder verdere inhoudelijke behandeling worden beëindigd. Het hof zal daarom verklaren dat de strafzaak tegen de verdachte is geëindigd.





BESLISSING


Het hof:



Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:



Verklaart dat de zaak is geëindigd vanwege een in het kader van een mediation tussen de verdachte en het slachtoffer bereikte positieve uitkomst.




Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van J.W.B. Mullink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 september 2026.



De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.