Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2026:1187
2026-04-08
Strafrecht
000463-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHAMS:2026:1187 → ECLI:NL:RBAMS:2024:3874
Inhoudsindicatie
GHAMS BRR - art. 67 OW (hoger beroep van ECLI:NL:RBAMS:2024:3874)
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.902 tekens)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000463-25 (530 Sv) en 000464-25 (533 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13-284129-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2024 op het verzoekschrift op de voet van artikel 67 van de Overleveringswet en artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.C. Pedrotti,
Atoomweg 12, 1627 LE Hoorn.
1Procesverloop
Het hoger beroep is op 11 juli 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 20 oktober 2025 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 februari 2026 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.
2Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 8.660,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3Beoordeling
De rechtbank heeft de verzoeken onder a en b afgewezen.
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Omdat er door of namens appellant geen grieven zijn gesteld en het hof ook ambtshalve geen aanleiding ziet om tot een andere beslissing te komen dan de rechtbank, zal het hof het appel afwijzen.
4Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, J.L. Bruinsma en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoğlu als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 april 2026.
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000463-25 (530 Sv) en 000464-25 (533 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13-284129-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2024 op het verzoekschrift op de voet van artikel 67 van de Overleveringswet en artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.C. Pedrotti,
Atoomweg 12, 1627 LE Hoorn.
1Procesverloop
Het hoger beroep is op 11 juli 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 20 oktober 2025 is het standpunt van de advocaat-generaal kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 februari 2026 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.
2Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 8.660,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.
3Beoordeling
De rechtbank heeft de verzoeken onder a en b afgewezen.
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Omdat er door of namens appellant geen grieven zijn gesteld en het hof ook ambtshalve geen aanleiding ziet om tot een andere beslissing te komen dan de rechtbank, zal het hof het appel afwijzen.
4Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, J.L. Bruinsma en N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoğlu als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 april 2026.